Zoekresultaten 6381-6400 van de 48499 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2024:76 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2023/1935
- Datum publicatie: 17-04-2024
- Datum uitspraak: 17-04-2024
- ECLI:NL:TGZCTG:2024:76
Klacht tegen internist-nefroloog. Klaagster is vanaf 1992 onder behandeling van verweerder geweest in verband met dunne membraan nefropathie. Vanaf medio 2016 ervoer klaagster buikklachten. Verweerder heeft buikonderzoek gedaan. Verweerder kon geen verklaring vinden voor de klachten. Daarna zijn er vier consulten van klaagster bij de endocrinoloog geweest en is klaagster nog een keer door verweerder gezien. Verweerder heeft toen nader onderzoek voorgesteld. Klaagster stemde hier niet mee in. De consulten bij de endocrinoloog zijn beëindigd waarbij door de endocrinoloog in het dossier is aangegeven dat er geen gastro-intestinale klachten waren. Daarna vonden er twee consulten van klaagster bij verweerder plaats waarbij de klachten opnieuw zijn besproken en door verweerder nader onderzoek is geadviseerd. Dit onderzoek is door klaagster geweigerd. Klaagster is door verweerder verwezen naar een endocrinoloog en later naar een MDL-arts en diëtist. Klaagster verwijt verweerder dat hij in strijd heeft gehandeld met c.q. is tekortgeschoten in hetgeen van een behoorlijk handelend arts mag worden verwacht. In het bijzonder verwijt klaagster verweerder dat hij: 1. zich tot driemaal toe grensoverschrijdend heeft gedragen; 2. een verwijtbare vertraging in de behandeling heeft veroorzaakt; 3. zijn beroepsgeheim heeft geschonden door een persoonlijke brief over klaagster te sturen naar beoogd opvolgend nefroloog. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het beroep van klaagster beperkt zich tot het tweede klachtonderdeel dat gaat over de vertraging in de behandeling. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:81 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-424/DH/DH
- Datum publicatie: 17-04-2024
- Datum uitspraak: 15-04-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:81
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. De kwaliteit van de dienstverlening door verweerder is ondermaats geweest. Verweerder heeft in een periode van vier maanden geen werkzaamheden verricht, terwijl klaagster dat wel mocht verwachten. Niet kan worden uitgegaan van de stelling dat verweerder in de tussentijd al een conceptdagvaarding per post had verzonden. Verweerder is ook niet transparant geweest in de werkzaamheden die hij voor klaagster zou uitvoeren. Voorwaardelijke schorsing van 2 weken.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:91 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-481/AL/GLD
- Datum publicatie: 16-04-2024
- Datum uitspraak: 15-04-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:91
Raadsbeslissing. Verzetschrift is door klaagster te laat ingediend wat leidt tot niet-ontvankelijkheid van haar verzet.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:98 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-758/AL/MN
- Datum publicatie: 16-04-2024
- Datum uitspraak: 15-04-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:98
Raadbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. De inhoud van de brief van verweerder aan klagers is buiten proportie. De aanleiding voor de brief is geen toereikende rechtvaardiging voor de gebruikte zware bewoordingen, de dreigementen en de ernstige, maar klaarblijkelijk ongefundeerde beschuldigingen. Verder mag een advocaat niet zonder het te verifiëren aan een wederpartij schrijven dat er bij de politie aangifte van een strafbaar feit is gedaan. Klacht deels gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:110 Hof van Discipline 's Gravenhage 230078
- Datum publicatie: 16-04-2024
- Datum uitspraak: 05-04-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:110
Klaagster is een onderneming. Verweerder was lange tijd de vaste advocaat van klaagster. Na het aftreden van de toenmalig bestuurder en het aantreden van diens zoon als nieuwe bestuurder, heeft de nieuwe bestuurder vragen aan verweerder gesteld over de door verweerder aan klaagster gestuurde facturen. De raad heeft de klacht van klaagster niet-ontvankelijk / ongegrond verklaard. Klaagster heeft hiertegen beperkt hoger beroep ingesteld. Hoger beroep verweerder te laat. Het beroep van klaagster slaagt ten aanzien van de niet-ontvankelijkverklaring als gevolg van te laat klagen. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat voor de aanvang van de verjaringstermijn derhalve niet de datum waarop de brief (destijds) door klaagster is ontvangen of had moeten zijn ontvangen bepalend is, maar het moment waarop klaagster bekend werd met het feit dat verweerder, bij navraag, onjuiste informatie had gegeven. Daarmee werd klaagster op een later moment (als gevolg van een dekenklacht) bekend geworden. Dit leidt overigens niet tot een gegrondverklaring van de klacht. Klaagster heeft verweerder veelvuldig bestookt met een veelheid aan vragen over het verleden, die hun oorzaak vinden in het niet op orde zijn van de interne administratie van klaagster. Onder die omstandigheden past het niet verweerder op een mogelijke onjuiste feitelijke mededeling ter zake tuchtrechtelijk aan te spreken. Bekrachtiging beslissing van de raad voor het overige. Klachten niet-ontvankelijk/ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:92 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-594/AL/MN
- Datum publicatie: 16-04-2024
- Datum uitspraak: 15-04-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:92
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:99 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-892/AL/MN
- Datum publicatie: 16-04-2024
- Datum uitspraak: 15-04-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:99
Raadbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. Verweerster heeft het ouderschapsplan te onbepaald geformuleerd ten aanzien van zowel de ingangsdatum van de alimentatieplicht als de opschortende voorwaarde. Hierdoor is tussen partijen onduidelijkheid ontstaan die eenvoudig te voorkomen was geweest. Bovendien moeten afspraken dusdanig worden vastgelegd dat incassomogelijkheden bestaan in geval van niet-nakoming door één van de partijen. Klacht gegrond. Kernwaarde deskundigheid geschonden. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:77 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-669/DH/DH
- Datum publicatie: 16-04-2024
- Datum uitspraak: 15-04-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:77
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft zijn geheimhoudingsplicht geschonden door aan de (advocaat van) de wederpartij van klager meer mede te delen dan enkel het bericht dat hij niet langer voor klager optreedt. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:111 Hof van Discipline 's Gravenhage 230226
- Datum publicatie: 16-04-2024
- Datum uitspraak: 05-04-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:111
Klacht tegen advocaat van de wederpartij in een familiezaak. Anders dan de raad merkt het hof nog op dat de uitlatingen van verweerder op hun eigen merites moeten worden beoordeeld en de beoordeling daarvan niet afhankelijk is van de wellicht scherpe uitlatingen aan de zijde van klager. Verweerder heeft er als advocaat (van de wederpartij) voor te waken dat het conflict verder escaleert. Hoger beroep klager slaagt niet. De mededeling van verweerder over de schriftelijke aanwijzing was niet onjuist, maar eerder niet volledig. Hoewel het verweerder had gesierd om melding te maken van het feit dat de schriftelijke aanzegging inmiddels was ingetrokken, acht het hof het achterwege laten daarvan niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Daarnaast is het hof met de raad van oordeel dat de woordkeuze 'misbruik' niet de meest gelukkige woordkeuze is geweest, maar dat gelet op de context waarin het is gebruikt, niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. De uitlatingen van verweerder zijn bovendien niet onnodig grievend geweest en voldoende duidelijk is dat verweerder de bewoordingen van zijn cliënt heeft aangehaald. Ook het gebruik van het woord mishandeling is niet onjuist en evenmin zodanig kwetsend dat verweerder zich daarvan had moeten onthouden. Bevestiging beslissing raad.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:93 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-601/AL/GLD
- Datum publicatie: 16-04-2024
- Datum uitspraak: 15-04-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:93
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:46 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-759/DH/RO/D
- Datum publicatie: 16-04-2024
- Datum uitspraak: 04-03-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:46
Dekenbezwaar. Verweerster is ook na een eerder opgelegde voorwaardelijke schorsing in gebreke gebleven om de deken tijdig te informeren over de voortgang van het opgelegde coachingstraject. Het mocht, gelet op de uitspraak van het hof van discipline, van verweerster worden verwacht dat zij voortvarend aan de slag zou gaan met het coachingstraject en dat zij in ieder geval tijdig zou voldoen aan de verzoeken van de deken. Ook bij het aanleveren van de financiële kengetallen heeft verweerster niet tijdig gereageerd. Illustrerend is ook de (on)bereikbaarheid van verweerster in deze tuchtprocedure geweest. Laatste kans tot verbetering. Voorwaardelijke schorsing van 26 weken met een kantoororganisatiecoach als bijzondere voorwaarde.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:78 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-684/DH/DH
- Datum publicatie: 16-04-2024
- Datum uitspraak: 15-04-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:78
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een huurgeschil. Niet kan worden vastgesteld dat verweerder de zitting niet goed heeft voorbereid. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door geen hoger beroep in te stellen tegen het vonnis, omdat klagers uitdrukkelijk hadden laten weten dat verweerder niet meer voor hen mocht optreden. Niet gebleken dat verweerder ondeskundig is in het huurrecht. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:100 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-098/AL/GLD
- Datum publicatie: 16-04-2024
- Datum uitspraak: 15-04-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:100
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:94 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-897/AL/OV
- Datum publicatie: 16-04-2024
- Datum uitspraak: 15-04-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:94
Raadbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerder heeft zich in zijn conclusie van antwoord niet onnodig grievend uitgelaten. Een advocaat hoeft in een processtuk niet nadrukkelijk te vermelden dat het niet zijn eigen mening is, maar die van zijn cliënt die hij daarin verwoordt. Denkbaar is dat bepaalde stellingen van een cliënt van dien aard zijn, dat een advocaat daar in zijn bewoordingen nadrukkelijk afstand van moet nemen, maar daarvan is hier geen sprake. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2024:79 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-703/DH/RO
- Datum publicatie: 16-04-2024
- Datum uitspraak: 15-04-2024
- ECLI:NL:TADRSGR:2024:79
Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerder is zijn toezegging om een verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie in te dienen, niet nagekomen waardoor de alimentatie niet al in augustus 2022 is verlaagd, maar pas vanaf september 2022. Verweerder is tekortgeschoten in het nakomen van zijn contractuele verplichting om een bindend adviesprocedure bij de Geschillencommissie Advocatuur mogelijk te maken, zoals in zijn algemene voorwaarden is opgenomen. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:107 Hof van Discipline 's Gravenhage 240021 en 240022
- Datum publicatie: 16-04-2024
- Datum uitspraak: 15-04-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:107
Hoger beroep van verweerder te laat ingediend en daarom niet-ontvankelijk. Het hof stelt de ingangsdatum van de door de raad opgelegde schorsing vast.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:95 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-530/AL/GLD
- Datum publicatie: 16-04-2024
- Datum uitspraak: 15-04-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:95
Klacht van advocaat over andere advocaat. Klacht over rechtstreeks benaderen van de wederpartij en over uitlatingen van verweerder over klaagster zijn gegrond. De raad heeft geoordeeld dat dit handelen in beginsel de oplegging van een maatregel rechtvaardigt. De raad houdt er echter rekening mee dat de behandeling van deze klacht erg lang heeft geduurd. Gelet op deze omstandigheid zal de raad volstaan met de (gedeeltelijke) gegrondverklaring van de klacht en geen maatregel opleggen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2024:88 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2023/6174
- Datum publicatie: 16-04-2024
- Datum uitspraak: 16-04-2024
- ECLI:NL:TGZRAMS:2024:88
Deels gegronde klacht tegen een psychiater. Klaagster was onder behandeling bij een GGZ instelling in verband met PTSS. Voor de medicamenteuze ondersteuning kwam zij bij de psychiater in behandeling. Naast de medicatie heeft klaagster ook een (geneeskundige) verklaring gevraagd over haar behandeling/medicatie in verband met een lopende strafzaak waarin zij benadeelde partij is. Over deze verklaring is tussen klaagster en de psychiater wrijving ontstaan. Zij heeft hierover een klacht ingediend bij GGZ instelling. Daarna is de behandeling beëindigd tegen de wil van klaagster. Klaagster verwijt de psychiater onder meer onheuse bejegening ten aanzien van de gevraagde brief en onrechtmatige opzegging van de behandelovereenkomst. De klacht over de beëindiging van de behandelovereenkomst is gegrond verklaard. Het college begrijpt dat op medisch-inhoudelijke gronden de behandelingsovereenkomst met klaagster is beëindigd, maar de wijze waarop de psychiater de beëindiging van de behandelovereenkomst heeft vormgegeven is niet voldoende zorgvuldig. Het had op de weg van de psychiater, tevens regiebehandelaar, gelegen om hierover zelf een persoonlijk gesprek met klaagster te organiseren. De overige klachtonderdelen worden afgewezen. Klacht deels gegrond verklaard, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TAHVD:2024:108 Hof van Discipline 's Gravenhage 230376
- Datum publicatie: 16-04-2024
- Datum uitspraak: 12-04-2024
- ECLI:NL:TAHVD:2024:108
Beklag art. 13. Deken heeft op juiste gronden het verzoek van klager om toewijzing van een advocaat heeft afgewezen. Voor het doen van een aangifte is geen verplichte bijstand van een advocaat nodig. De deken heeft in haar afwijzende beslissing van 6 december 2023 er verder terecht op gewezen dat klager zo nodig hulp kan inroepen van een (niet) jurist of een andere gemachtigde bij het doen van aangifte. Artikel 13 Advocatenwet biedt dan ook geen grondslag voor het toewijzen van het verzoek van klager. Beklag ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2024:96 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-661/AL/MN
- Datum publicatie: 16-04-2024
- Datum uitspraak: 15-04-2024
- ECLI:NL:TADRARL:2024:96
Klacht over de advocaat van de wederpartij. De raad heeft geoordeeld dat verweerster in strijd met de waarheid heeft gesteld dat zij bepaalde stukken van klager, de wederpartij van haar cliënte, niet had ontvangen. De raad acht dat onzorgvuldig, mede omdat de rechtbank klager had veroordeeld om op straffe van een hoge dwangsom (onder meer) die stukken te overleggen. In het voordeel van verweerster houdt de raad er rekening mee dat zij niet eerder door de tuchtrechter in veroordeeld. Rekening houdend met alle feiten en omstandigheden, is de raad van oordeel dat het opleggen van een waarschuwing passend en geboden is.