Zoekresultaten 3081-3100 van de 48407 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:114 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-460/DB/OB 25-461/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat in een erfrechtelijk geschil. Niet gebleken waarom het verzetschrift dat verweerder heeft opgesteld en klaagster heeft goedgekeurd onjuist zou zijn. Klaagster heeft vervolgens eenzijdig het contact afgehouden. Het stond verweerder vrij vervolgens zijn werkzaamheden neer te leggen. Niet gebleken dat er een maximumbedrag is afgesproken. Niet gebleken dat verweerder bemiddelingspogingen heeft gefrustreerd. Het stond verweerder vrij om een artikel te schrijven over het onderwerp dat in de verzetprocedure speelde, waarbij is verwezen naar de geanonimiseerde versie van de beschikking in klaagsters zaak. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:193 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7537

    Gegronde klacht tegen een dermatoloog. Klager verwijt de dermatoloog dat hij niet tijdig de diagnose ‘lepra’ heeft gesteld. Het college is van oordeel dat de klacht gegrond is. Klager is door zijn huisarts doorverwezen wegens het vermoeden van lepra, omdat hij soortgelijke symptomen had als twintig jaar eerder toen bij hem lepra was vastgesteld. Bij het onder die omstandigheden uitsluiten van een diagnose mag verdergaand onderzoek worden verlangd, in het bijzonder omdat uitstel van behandeling voor de patiënt onherstelbare schade kan opleveren. Het is begrijpelijk dat de dermatoloog over onvoldoende ervaring beschikt om de diagnose lepra te kunnen uitsluiten, dan mag worden verwacht dat hij zou overleggen met of verwijzen naar een collega met ervaring in de diagnostiek van lepra. Berisping. Publicatie.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:143 Hof van Discipline 's Gravenhage 250037W

    Bij het hof is een zaak van verzoekers aanhangig. Deze zaak is op 13 juni 2025 op een zitting van het hof behandeld. Op 6 juli 2025 hebben verzoekers een verzoek tot wraking van de leden van de behandelende kamer ingediend omdat zij vinden dat er tijdens de zitting sprake was van de schijn van partijdigheid. Verzoekers stellen dat zij niet de kans kregen om hun standpunt goed toe te lichten. De feiten en omstandigheden, die verzoekers aanleiding hebben gegeven de leden van het hof te wraken, hebben zich voorgedaan tijdens de zitting van het hof van 13 juni 2025. Verzoekers waren daarmee dus tijdens de zitting al bekend. Gelet op artikel 2.1 van het Wrakingsprotocol dient een wrakingsverzoek gedaan te worden, zodra de verzoeker met die feiten of omstandigheden bekend is. Dat betekent in dit geval meteen ter zitting (in die mogelijkheid voorziet het Wrakingsprotocol ook) óf zo spoedig mogelijk na afloop van die zitting. Dat het op schrift stellen en onderbouwen van de wrakingsgronden enkele dagen kan vergen, valt te billijken. De door verzoekers in dit geval genomen tijd voor het indienen van hun wrakingsverzoek - 23 dagen - is echter niet meer op te vatten als zo spoedig als mogelijk na de zitting. Verzoekers hebben erop gewezen dat zij, omdat zij dakloos zijn, niet de hele tijd over internet beschikken. Daarom konden zij het verzoek niet eerder indienen. Het hof is van oordeel dat in deze omstandigheid geen rechtvaardiging is gelegen voor het ruim drie weken na de zitting indienen van het wrakingsverzoek. Het wrakingsverzoek is dan ook te laat ingediend en zal om die reden niet verder inhoudelijk worden beoordeeld. Het zal kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:115 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-210/DB/ZWB

    Raadsbeslissing. Vast staat dat verweerder in een periode van drie maanden veertien brieven (per post en/of per e-mail) aan klaagster heeft gestuurd. De frequentie, de inhoud en de toonzetting van verweerders correspondentie aan klaagster zijn naar het oordeel van de raad zodanig dreigend van aard, dat de raad goed voorstelbaar acht dat klaagster verweerders correspondentie als intimiderend heeft ervaren. In de brieven van 25 mei 2024 tot en met 25 juli 2024 heeft verweerder klaagster aangeschreven als op te roepen getuige. Of en in hoeverre het handelen van verweerder in strijd komt met het bepaalde in gedragsregel 22 ligt niet ter beoordeling voor, nu klaagster niet over schending van gedragsregel 22 heeft geklaagd. Hoe dan ook past het een advocaat evenwel niet om een potentiële getuige zo onder druk te zetten. Gezien de inhoud van de e-mails van 25 en 30 juli 2024 is klaagster vanaf eind juli 2024 in de verhouding tot verweerder niet meer (alleen) een potentieel op te roepen getuige, maar is zij in de visie van verweerder kennelijk (ook) wederpartij van verweerders cliënten geworden. Verweerder heeft klaagster, nadat hij haar herhaaldelijk een getuigenverhoor in het vooruitzicht had gesteld, in diverse e-mailberichten duidelijk gemaakt dat hij op verschillende vlakken tegen haar zou (kunnen) gaan optreden en welke nadelige consequenties de kwestie voor haar zou (kunnen) hebben. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder daarmee de grenzen van de aan hem, in zijn hoedanigheid van advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid, overschreden. Gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:194 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7538

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager verwijt de arts dat zij niet tijdig de diagnose ‘lepra’ heeft gesteld. Het college is van oordeel dat het onderzoek van de arts, mede gezien haar beperkte kennis van de dermatologie, voldoende is geweest. De arts heeft haar bevindingen telefonisch met haar supervisor besproken en heeft het door haar supervisor geadviseerde beleid – terugverwijzen naar de huisarts voor een verwijzing naar een neuroloog – opgevolgd. Daarmee heeft de arts, in haar rol als arts niet in opleiding tot specialist, zorgvuldig gehandeld. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:116 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-051/DB/LI

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • Klaagster heeft vragen gesteld over de wilsbekwaamheid van haar vader bij het wijzigen van zijn levenstestament. De kamer is van oordeel dat de notaris zich onvoldoende heeft verantwoord over de wijze waarop het levenstestament van de vader van klaagster tot stand is gekomen. Hij heeft onvoldoende concrete informatie verstrekt en zich, door niet te verschijnen op de mondelinge behandeling, onttrokken aan de mogelijkheid voor de kamer om hem hierover te bevragen. De kamer vindt dat de notaris onvoldoende blijk heeft gegeven van een professionele houding zoals die van een notaris in het maatschappelijk verkeer mag worden verwacht. Het tuchtrecht is een onlosmakelijk onderdeel van het uitoefenen van het ambt van notaris en van de notaris mag worden verwacht dat hij zich op professionele en zakelijke wijze verantwoordt over een klacht.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2025:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7679

    Klacht tegen intensivist kennelijk ongegrond. Het betreft een klacht van nabestaanden van een patiënt die met COVID-19 ARDS was opgenomen op de intensive care. Na verschillende complicaties is de toestand van patiënt steeds verder verslechterd. Uiteindelijk is geconstateerd dat er geen verdere behandelmogelijkheden waren en is de behandeling van patiënt gestaakt. De klacht heeft betrekking op het staken van de behandeling.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:112 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-332/DB/ZWB

    Klacht kennelijk niet-ontvankelijk vanwege misbruik van recht.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2025:191 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7463

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een dermatoloog. De dermatoloog heeft, gezamenlijk met een psychiater, bij klager de diagnose ‘ziekte van Morgellon’ gesteld. Klager verwijt de dermatoloog dat hij een onjuiste diagnose heeft gesteld, geen gedegen onderzoek heeft verricht en klager heeft weggezet als een fantast met parasieten- en infestatiewanen. Het college oordeelt dat de dermatoloog een gedegen onderzoek heeft uitgevoerd en dat het niet aannemelijk is geworden dat de dermatoloog te weinig heeft onderzocht of het verrichte onderzoek verkeerd heeft uitgevoerd. Ook blijkt uit het dossier dat er voldoende aandacht is geweest voor het patiënten perspectief. Niet gebleken is dat de dermatoloog klager niet respectvol zou hebben behandeld.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:113 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-087/DB/OB

    Raadsbeslissing. Klacht over uitlatingen van verweerder op LinkedIn. De raad is van oordeel dat uit de overgelegde stukken niet blijkt dat in het gewraakte LinkedIn-bericht feiten worden gesteld waarvan verweerder wist of behoorde te weten dat deze onjuist waren. Verweerder is daarnaast niet gehouden tot het noemen van de naam van de cliënt die hem heeft benaderd, omdat hij met het prijsgeven van die naam in strijd zou handelen met de op hem rustende geheimhoudingsplicht. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:139 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2562

    Ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Verweerster (is zowel gz-psycholoog als gz-psycholoog) wordt verweten dat zij klaagster onder druk heeft gezet bij de keuze tussen twee therapieën. Klaagster heeft deze druk als dreigend ervaren. Verweerster is voorafgaand aan het opvoeren van deze druk niet eerst nagegaan wat de oorzaak van de ontregeling van klaagster was en heeft deze druk volgens klaagster inadequaat genoteerd in het medisch dossier. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:140 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2561

    Verweerster (is zowel psychotherapeut als gz-psycholoog) wordt verweten dat zij klaagster onder druk heeft gezet bij de keuze tussen twee therapieën. Klaagster heeft deze druk als dreigend ervaren. Verweerster is voorafgaand aan het opvoeren van deze druk niet eerst nagegaan wat de oorzaak van de ontregeling van klaagster was en heeft deze druk volgens klaagster inadequaat genoteerd in het medisch dossier. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:135 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2623

    Gedeeltelijk niet ontvankelijke en voor het overige ongegronde klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster verwijt de psychotherapeut een onzorgvuldige diagnosevorming en dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels niet-ontvankelijk voor zover de klacht ziet op aspecten die zien op een eerder ingediende klacht, omdat hier al op is beslist (ne bis in idem). Voor het overige wordt de klacht kennelijk ongegrond verklaard, omdat er geen sprake van een wisseling in de diagnose gedurende de behandeling. Dat de psychotherapeut getwijfeld heeft en meerdere diagnoses heeft gesteld is niet ongebruikelijk en niet onzorgvuldig. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:136 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2622

    Gedeeltelijk niet ontvankelijke en voor het overige ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. Klaagster verwijt de gz-psycholoog een onzorgvuldige diagnosevorming en dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels niet-ontvankelijk voor zover de klacht ziet op aspecten die zien op een eerder ingediende klacht, omdat hier al op is beslist (ne bis in idem). Voor het overige wordt de klacht kennelijk ongegrond verklaard, omdat er geen sprake van een wisseling in de diagnose gedurende de behandeling. Dat de gz-psycholoog getwijfeld heeft en meerdere diagnoses heeft gesteld is niet ongebruikelijk en niet onzorgvuldig. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:137 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2564

    Ongegronde klacht tegen een psychotherapeut. Verweerster (is zowel psychotherapeut als gz-psycholoog) wordt verweten dat zij klaagster onder druk heeft gezet bij de keuze tussen twee therapieën. Klaagster heeft deze druk als dreigend ervaren. Verweerster is voorafgaand aan het opvoeren van deze druk niet eerst nagegaan wat de oorzaak van de ontregeling van klaagster was en heeft deze druk volgens klaagster inadequaat genoteerd in het medisch dossier. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2025:138 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2563

    Verweerster (is zowel gz-psycholoog als gz-psycholoog) wordt verweten dat zij klaagster onder druk heeft gezet bij de keuze tussen twee therapieën. Klaagster heeft deze druk als dreigend ervaren. Verweerster is voorafgaand aan het opvoeren van deze druk niet eerst nagegaan wat de oorzaak van de ontregeling van klaagster was en heeft deze druk volgens klaagster inadequaat genoteerd in het medisch dossier. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:156 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-370/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een kort geding kennelijk ongegrond. Verweerder heeft gedragsrechtelijk correct gehandeld door zijn bericht aan de rechtbank in kopie aan mr. J (en niet aan klager) te sturen. Het is niet duidelijk geworden waaruit de schending van klagers privacy zou bestaan. Dat klager verstoken is gebleven van informatie, is niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2025:130 Raad van Discipline Amsterdam 24-888/A/NH

    Raadsbeslissing. Klacht van advocaat over een advocaat van de wederpartij. Klachtonderdeel a) gaat over onnodig grievende uitlatingen richting de deken, richting het gerechtshof en richting kantoorgenoten van klager. De uitlatingen van verweerder tegenover het gerechtshof en de kantoorgenoten van klager overschrijden het betamelijke. Het klachtonderdeel is in zoverre gegrond. De uitlatingen van verweerder tegenover de deken waren in de context van het gevoerde debat toelaatbaar en het klachtonderdeel is in zoverre ongegrond. In klachtonderdeel b) wordt verweerder verweten dat hij zich tot het gerechtshof heeft gewend nadat arrest was gewezen en zonder daarvan afschrift te sturen aan klager. De raad oordeelt dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Verweerder had klager, als advocaat van de wederpartij, moeten informeren over zijn verzoeken aan het hof zodat klager ook de kans had gekregen om hierop te reageren. Verweerder heeft onvoldoende blijk gegeven van een betamelijke en professionele beroepsuitoefening. Verweerder toont weinig professionele distantie van zijn cliënten en lijkt zich (daardoor) van een onprofessionele toon te bedienen. De raad acht oplegging van en berisping in dit geval passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:150 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-079/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht tegen patroon over beroepsfout van de stagiair (niet inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand). Onder de gegevens omstandigheden houdt de raad verweerster gedragsrechtelijk verantwoordelijk voor de beroepsfout van haar stagiair. Klacht voor het overige ongegrond. Waarschuwing.