Zoekresultaten 3061-3080 van de 48407 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:198 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7761
- Datum publicatie: 12-08-2025
- Datum uitspraak: 12-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:198
Ongegronde klacht tegen een huisarts. De echtgenote van klager, patiënte, had diverse klachten en problemen die de huisarts moeilijk kon duiden. Hij vermoedde een maligniteit. De internist sloot dit uit met een PET-scan en concludeerde tot een anemie van chronische origine. Na enkele maanden werd patiënte plotseling in het ziekenhuis opgenomen. Daar werd hartfalen en darmischemie vastgesteld, als gevolg waarvan zij is overleden. Klager verwijt de huisarts onvoldoende onderzoek te hebben gedaan, de diagnose hartfalen te hebben gemist, een kokervisie te hebben gehad op een maligniteit en geen regie te hebben gevoerd. Het college komt tot het oordeel dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:195 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7918
- Datum publicatie: 08-08-2025
- Datum uitspraak: 08-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:195
Kennelijk ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klaagster verwijt de bedrijfsarts zijn medische beroepsgeheim te hebben geschonden door in een telefoongesprek met de werkgever zonder toestemming van klaagster medische gegevens te bespreken. Het college overweegt dat niet kan worden vastgesteld dat het beroepsgeheim is geschonden. Het is niet vast te stellen wat de bedrijfsarts precies in het gesprek tegen de werkgever heeft gezegd en hoe de werkgever de woorden van de bedrijfsarts heeft geïnterpreteerd en ingekleurd in een e-mail hierover. Wel staat vast dat in deze e-mail geen medische diagnose wordt genoemd. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8140
- Datum publicatie: 08-08-2025
- Datum uitspraak: 01-08-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:96
De verpleegkundige werkte op een zorgboerderij waar hij tevens vennoot was. De IGJ kreeg een melding van de politie wegens grensoverschrijdend gedrag en geweld jegens cliënten door de verpleegkundige. Naar aanleiding daarvan heeft de IGJ onderzoek gedaan. Daarna heeft de IGJ een klacht tegen de verpleegkundige ingediend wegens overschrijding van de professionele grenzen door meermaals fysiek en verbaal geweld te gebruiken in de zorgrelatie jegens meerdere cliënten. De verpleegkundige heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd. Het college:- verklaart de klacht gegrond; - beveelt de doorhaling van de inschrijving van de verpleegkundige in het register dan wel ontzegt de verpleegkundige, voor het geval hij op het moment van onherroepelijk worden van deze beslissing niet is ingeschreven in het register, het recht om weer in dit register te worden ingeschreven; - legt daarnaast een algeheel verbod op tot het beroepsmatig handelen op het gebied van de individuele gezondheidszorg en bepaalt dat dit verbod onmiddellijk van kracht wordt.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:196 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8143
- Datum publicatie: 08-08-2025
- Datum uitspraak: 08-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:196
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. De arts is in opleiding tot verzekeringsarts en heeft klager gezien voor een Ziektewet-beoordeling verdiencapaciteit. Klager voelde zich door de arts en diens vragen en opmerkingen onder druk gezet om zijn werk te hervatten terwijl hij zich daartoe niet in staat acht. Het college is van oordeel dat de door de arts gestelde vragen niet ongepast en ongebruikelijk zijn bij een verzekeringsgeneeskundige beoordeling. Het vragen naar de mogelijkheden voor werkhervatting vormt juist een essentieel onderdeel van een dergelijke beoordeling. Dat de arts ongeoorloofde druk heeft uitgeoefend, is niet gebleken. Dat klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:197 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7816
- Datum publicatie: 08-08-2025
- Datum uitspraak: 08-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:197
Deels gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Klager heeft zich ziekgemeld met spanningsklachten. Dat de bedrijfsarts heeft vastgesteld dat een verstoorde arbeidsrelatie de oorzaak was van de spanningsklachten acht het college navolgbaar, evenals het advies om via mediation het arbeidsconflict met de werkgever proberen op te lossen. Op het moment dat klager echter per e-mail liet weten dat hij weer terug aan het werk was in zijn eigen functie en de spanningsklachten weer opliepen mocht van de bedrijfsarts een interventie verwacht worden (zoals een advies tot het verrichten van werk in een andere functie). Dat de bedrijfsarts dit heeft nagelaten acht het college tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht deels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:26 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/447724 / KL RK 25-20
- Datum publicatie: 07-08-2025
- Datum uitspraak: 31-07-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:26
De notaris had op basis van de feiten en omstandigheden gerede twijfel moeten hebben aan de wilsbekwaamheid van betrokkene. Zij had zorgvuldiger moeten omgaan met het verzoek tot het doorvoeren van een ingrijpende wijziging van het pas vier maanden oude levenstestament van betrokkene. Dit heeft zij niet gedaan, de kamer acht de maatregel van berisping passend.
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:27 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/439464 KL RK 24-100 C/05/439466 KL RK 24-101
- Datum publicatie: 07-08-2025
- Datum uitspraak: 24-03-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:27
De klacht heeft betrekking op de afwikkeling van de nalatenschap van erflater door de kandidaat-notaris en notaris. Klaagster verwijt de kandidaat-notaris dat 1) zij meerdere fouten heeft gemaakt bij de afwikkeling van de nalatenschap van erflater 2) dat de notaris en kandidaat-notaris ernstig tekort zijn geschoten in hun communicatie met klaagster en de zoon. 3) de notarissen niet de benodigde zorgvuldigheid hebben betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van erflater.De kamer oordeelt dat klaagster een redelijk belang heeft bij klachtonderdelen 1) en 3), aangezien klaagster versterferfgenaam, legitimaris en legataris is en zij recht heeft op uitkering van haar legitieme portie en belang heeft bij een correcte berekening van de nalatenschap. Voor wat betreft klachtonderdeel 2) stelt de kamer vast dat de kandidaat-notaris als beheersexecuteur uitsluitend gehouden is rekening en verantwoording af te leggen aan de erfgenamen. De zoon is de enig erfgenaam en klaagster beschikt niet over een volmacht van de zoon om namens hem een klacht in te dienen. De kamer verklaart klaagster daarom niet-ontvankelijk bij klachtonderdeel 2), behoudens voor zover hierin aan de orde wordt gesteld dat de notaris heeft toegezegd om (dossier)onderzoek te doen naar de wilsbekwaamheid van erflater. Van een notaris mag worden verwacht dat hij kennis neemt van de inhoud van de aan hem gerichte correspondentie en daar zo nodig deugdelijk en tijdig op reageert. De kamer is van oordeel dat de notaris de vraag van klaagster niet inhoudelijk onbeantwoord had mogen laten. De notaris heeft onvoldoende rekening gehouden met de belangen van klaagster en zijn zorgplicht onvoldoende in acht genomen. Gelet op het voorgaande zal de kamer dit klachtonderdeel gegrond verklaren.De kamer concludeert dat niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat er ten tijde van de bezoeken van de kandidaat-notaris sprake was van wilsonbekwaamheid bij erflater en oordeelt dat de kandidaat-notaris zorgvuldig heeft gehandeld door de wilsbekwaamheid van erflater te beoordelen op basis van haar eigen waarnemingen. De kamer verklaart klachtonderdeel 3) ongegrond.De notaris heeft ter zitting aangevoerd dat hij op kantoor de nodige noodzakelijke maatregelen heeft getroffen om de geconstateerde knelpunten aan te pakken.Gezien deze inspanningen en de genomen stappen acht de kamer het niet nodig om een verdere maatregel op te leggen.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:86 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/6778
- Datum publicatie: 06-08-2025
- Datum uitspraak: 06-08-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:86
Klager verwijt de GZ-psycholoog, die werkzaam is in de PI waar klager verblijft, dat zij klager geen hulp heeft geboden bij zijn problemen en dat zij klager op een afdeling met een zwaar regime heeft laten plaatsen. Het college acht de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:188 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-141/AL/MN
- Datum publicatie: 06-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:188
Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Kwaliteit dienstverlening. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door geen eis in de hoofdzaak bij de OK in te stellen nadat het verlof tot het leggen van conservatoir beslag was verleend. Hierdoor is het conservatoir beslag vervallen. Deze gang van zaken is schadelijk geweest voor de belangen van klaagster en is bovendien niet door verweerder vooraf met klaagster afgestemd. Het nalaten om een eis in de hoofdzaak in te stellen, levert een beroepsfout op die raakt aan de kernwaarde deskundigheid op het gebied van beslag en executierecht. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:157 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-014/DH/RO
- Datum publicatie: 06-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:157
Raadsbeslissing. Verweerster is tekortgeschoten in haar communicatie met en bijstand aan klaagster. Zij heeft belangrijke informatie en adviezen niet vastgelegd, waardoor niet kan worden vastgesteld dat verweerster klaagster daadwerkelijk heeft geïnformeerd en geadviseerd. Verweerster heeft klaagster ook niet op de hoogte gehouden van de te verwachten kosten, zoals wel was afgesproken. Na het teleurstellende vonnis heeft verweerster klaagster bovendien niet voorzien van een deugdelijk advies over het instellen van hoger beroep. Verweerster heeft daarmee op meerdere punten en momenten tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld jegens klaagster. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:189 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-361/AL/OV
- Datum publicatie: 06-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:189
Voorzittersbeslissing. Klager heeft te laat geklaagd. Van een verschoonbare termijnoverschrijding is de voorzitter niet gebleken. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:158 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-057/DH/RO
- Datum publicatie: 06-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:158
Raadsbeslissing. Klacht tegen de deken. De klacht ziet op de manier waarop verweerster met een brief van klager is omgegaan. Volgens klager betrof de brief een klacht die verweerster in behandeling had moeten nemen. De brief bevat echter geen concrete klacht, maar een verzoek om reactie c.q. duidelijkheid op vragen. Op die brief is door de deken correct en zakelijk gereageerd. Verweerster valt geen tuchtrechtelijk verwijt te maken.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:190 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-376/AL/MN
- Datum publicatie: 06-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:190
Voorzittersbeslissing. Verweerder behartigt in verschillende procedures de ex-partner van klaagster. Dat verweerder daarbij de belangen van klaagster onnodig of onevenredig zonder doel heeft geschaad, is de voorzitter niet gebleken. Op grond van een gewezen arrest van het gerechtshof moest klaagster na betekening daarvan volledig en onvoorwaardelijk haar medewerking verlenen aan toedeling van de echtelijke woning aan haar ex-partner. Klaagster heeft dat geweigerd en ook om de (aangepaste) notariële akte te ondertekenen waarna de notaris de akte niet wilde verlijden zonder toestemming van beide partijen. Verweerder heeft om uit deze impasse te komen de voor alle betrokken partijen minst belastende keuze gemaakt door een executiegeschil uit te lokken. Daarna bestond er duidelijkheid en is de notariële akte alsnog - buiten aanwezigheid van klaagster - verleden. Daarnaast mocht verweerder als partijdige belangenbehartiger de feiten en standpunten in de procedures innemen zoals door hem gedaan. Het lag op de weg van (de advocaat van) klaagster om daartegen verweer te voeren. Klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:117 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 24-887/DB/OB
- Datum publicatie: 06-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:117
Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:159 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-135/DH/RO
- Datum publicatie: 06-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:159
Raadsbeslissing. Verweerder is tekortgeschoten in zijn bijstand aan klager. Hij heeft klager onvoldoende meegenomen in de overweging om geen eis in reconventie in te dienen, althans zulks niet schriftelijk vastgelegd. Ook heeft verweerder door klager aangeleverde (bewijs)stukken niet ingebracht, zonder dat met klager te bespreken en dat vast te leggen. Verder is verweerder een van klager ontvangen map met stukken kwijtgeraakt. Pas bij het opruimen en verhuizen van zijn kantoor heeft hij de map teruggevonden en aan klager geretourneerd. Dat is bijzonder slordig. Verweerder heeft daarmee op meerdere punten en momenten tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld jegens klager. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:160 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-383/DH/RO
- Datum publicatie: 06-08-2025
- Datum uitspraak: 06-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:160
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiekwestie deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege ne bis in idem. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond, vanwege onvoldoende concretisering en onderbouwing.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2025:85 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7429
- Datum publicatie: 06-08-2025
- Datum uitspraak: 06-08-2025
- ECLI:NL:TGZRSHE:2025:85
Klager verwijt de GZ-psycholoog, die werkzaam is in de PI waar klager verblijft, klagers privacy te hebben geschonden, niets te hebben gedaan met zijn klachten aangaande het regime waarin hij is geplaatst en opnieuw te hebben geadviseerd klager op een afdeling met een zwaar regime te plaatsen. Het college acht de klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2025:161 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-384/DH/RO
- Datum publicatie: 06-08-2025
- Datum uitspraak: 06-08-2025
- ECLI:NL:TADRSGR:2025:161
Voorzittersbeslissing. Het stond verweerder vrij om zijn cliënt te adviseren over het al dan niet beneficiair aanvaarden van de nalatenschap. Ook stond het hem vrij om een verzoek tot benoeming van een vereffenaar te doen. Verweerder heeft zijn taak vervuld in het belang van zijn cliënt en heeft daarbij gebruik gemaakt van de daarvoor bestemde procedure. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:187 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 24-737/AL/MN
- Datum publicatie: 06-08-2025
- Datum uitspraak: 04-08-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:187
Verzet ongegrond. Geen aanleiding om aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. De tuchtrechter is in het kader van de klachtprocedure niet bevoegd om te oordelen over achterliggende geschillen, zoals de civiele procedures tussen klager en de cliënte van verweerster. De voorzitter zou buiten zijn bevoegdheid en de kaders van de klachtprocedure treden als hij een inhoudelijk oordeel zou hebben gegeven over de vraag die partijen verdeeld houdt. De raad begrijpt dat klager daar anders over denkt, maar dat betekent niet dat de voorzittersbeslissing onjuist is. Het verzet van klager slaagt niet.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:192 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7507
- Datum publicatie: 05-08-2025
- Datum uitspraak: 05-08-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:192
Klager is kennelijk-niet ontvankelijk in zijn klacht tegen een dermatoloog. De dermatoloog heeft in 2015 een artikel gepubliceerd over de ziekte van Morgellon. In dit artikel wordt de ziekte beschreven en verwezen naar een aantal (inter)nationale bronnen. Klager, gediagnosticeerd met de ziekte van Morgellon, verwijt de dermatoloog dat hij zich in dit artikel beledigend heeft uitgelaten naar patiënten met deze aandoening. Het college is van oordeel dat klager rechtstreeks belanghebbende is, maar dat het handelen niet valt onder de reikwijdte van het tuchtrecht. De dermatoloog geeft in het artikel een feitelijke samenvatting van de onder dermatologen heersende visie over de ziekte van Morgellon en de inhoud van het artikel wordt gesteund door wetenschappelijke bevindingen van diverse bronnen. Er is dan ook geen sprake van handelen dat in strijd is met wat van een behoorlijk beroepsbeoefenaar mag worden verwacht.