Zoekresultaten 2921-2940 van de 48393 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:176 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-408/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over een advocaat in hoedanigheid van gedaagde partij in een procedure. Verweerder heeft een toelichting gegeven dat geen evident onpleitbaar standpunt is. Evenmin heeft verweerder het vertrouwen in de advocatuur geschaad door bezwaar te maken tegen het inbrengen van stukken na afloop van de zitting. Klacht kennelijk ongegrond. Misbruik van recht-bepaling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:177 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-444/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klager heeft zijn klacht pas voor het eerst na afronding van de onderzoeksfase bij de deken (zeer) uitvoerig gemotiveerd. De voorzitter acht het in strijd met de goede procesorde om een dergelijke uitbreiding van de klacht in dit stadium nog toe te staan en laat deze aanvullende reactie daarom buiten beschouwing. De klacht is kennelijk ongegrond. Verweerder is niet de patroon van de advocaat-stagiaire. Ook verder is niet gebleken dat hij als procesadvocaat tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:171 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-029/DH/RO

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familierechtelijke procedure. Verweerder heeft namens de moeder een verweerschrift tevnes zelfstandig verzoekschrift kunnen indienen, waarin werd verzocht om klager te ontslaan als bewindvoerder en mentor onder verwijzing naar medische aandoeningen bij klager. Dat klager al om zijn eigen ontslag had gevraagd, laat onverlet dat verweerder namens de moeder eenzelfde verzoek mocht doen voorzien van een eigen motivering. De uitlatingen zijn gedaan namens de moeder en niet op eigen titel en zijn onderbouwd met (medische) stukken. Datzelfde geldt voor het uitgesproken vermoeden van de moeder over onregelmatigheden rondom het uitschrijven van medicatie op haar naam. Verweerder kon ook naar voren brengen dat klaagster PGB-gelden onterecht dan wel onrechtmatig heeft ontvangen, omdat zij geen zorg zou hebben verleend. Dat is civielrechtelijk onderbouwd; het strafrecht is buiten beschouwing gelaten. Het betoog was dienstig aan het standpunt van de moeder dat klaagster ongeschikt was als bewindvoerder en/of mentor. Beide klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:178 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-820/DH/RO 24-821/DH/RO 24-822/DH/RO 24-824/DH/RO 24-825/DH/RO

    Verzet van klager ongegrond verklaard. Ook het verzet van verweerder 1 wordt ongegrond verklaard. De vermelding in de voorzittersbeslissing waar dit verzet op ziet is weliswaar feitelijk onjuist, maar de raad is van oordeel dat uit de beoordeling blijkt dat de voorzitter haar beslissing niet mede op die onjuiste datum heeft gebaseerd. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. De raad laat de voorzittersbeslissing (hersteld) in stand.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:172 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-059/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht van een VvE-lid over de advocaat van de VvE. Verweerder was gemachtigd om namens het bestuur op te treden. Of het bestuur zelf gemachtigd was door de ALV, is een interne aangelegenheid. De getroffen schikking is aan de ALV voorgelegd, zodat niet valt in te zien welk tuchtrechtelijk verwijt daarvan aan verweerder valt te maken. Datzelfde geldt wat betreft de nietigverklaring van de schikking. De schikking is getroffen door het bestuur. Verweerder heeft ten aanzien daarvan geen evident onpleitbaar standpunt ingenomen. Niet gebleken dat verweerder (bewust) verkeerde of onjuiste informatie aan de ALV heeft verstrekt over de kansen en risico’s. Verweerder heeft geen rekening hoeven houden met de minderheidsbelangen binnen de VvE, maar kon ervan uitgaan dat het bestuur handelde naar de belangen van de meerderheid van de VvE. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:179 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-945/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:198 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-231/AL/OV

    Naar het oordeel van de raad heeft verweerster de zaak van klager en zijn familieleden totaal niet onder controle gehad. Zij heeft niet gecontroleerd of de dagvaarding was verstuurd en heeft de zaak daarna zelfs uit het oog verloren. Ook de daarna van de wederpartij ontvangen brief heeft bij verweerster niet tot actie of overleg met haar cliënten geleid. Zij heeft haar cliënten aan hun lot overgelaten wat tot de maatregel van berisping leidt.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:173 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-488/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk wegens misbruik van recht.

  • ECLI:NL:TADRARL:2025:199 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-455/AL/NN

    Voorzittersbeslissing. Verweerder wordt als bestuurder van het kantoor beklaagd. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder telkens binnen een redelijke termijn en adequaat namens het kantoor op correcte wijze gereageerd op berichten van klaagster en op herhaalde aansprakelijkstellingen. Dat klaagster het met de inhoud daarvan niet eens was, maakt niet dat verweerder daardoor tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:180 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-053/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over het optreden van de advocaat van de wederpartij in een geschil over gezag en omgang ongegrond. Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is dat verweerder op verschillende momenten procedures en/of verzoeken heeft ingetrokken. Van onjuiste en/of onnodig grievende stellingen is niet gebleken. Evenmin is gebleken dat verweerder conflicten veroorzaakt of weigert in gesprek te gaan. Klaagster lijkt uit het oog te verliezen dat verweerder de partijdig belangenbehartiger van de man is en dat verweerder mocht opkomen voor de belangen van de man, ook als dat voor klaagster vervelend is of tot kosten leidt.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:167 Hof van Discipline 's Gravenhage 240278

    Klacht tegen advocaat wederpartij. De Ondernemingskamer heeft eind 2021 de heer T. aangewezen als interim-bestuurder van een vennootschap, waarvan klaagster een volledige dochtervennootschap is. Klaagster verwijt verweerder dat hij na de aanstelling van de heer T. voor klaagster is blijven optreden, terwijl hij feitelijk enkel nog voor de voormalig bestuurder, de heer De B., en/of diens vennootschappen kon optreden. Ook verwijt klaagster verweerder dat hij haar tijdens de AVA van 21 april 2023 verkeerd heeft voorgelicht over zijn declaratie. Het hof acht de klacht evenals de raad ongegrond. Verweerder mocht zijn werkzaamheden voor klaagster blijven verrichten tot het moment dat de door de Ondernemingskamer benoemde interim-bestuurder besloot dat het beter was als verweerder niet langer als advocaat van klaagster zou blijven optreden. Over de declaratie van 4 maart 2022 van verweerder is door de interim-bestuurder bevoegd beslist. Bovendien is deze niet ten laste gekomen van klaagster, maar als vordering in rekening-courant ten laste van (de vennootschappen van) De B. geboekt. Van het prijsgeven van de rekening-courant vorderingen in de later gesloten regeling tussen de klaagster en (de vennootschappen van) De B. kan verweerder geen verwijt worden gemaakt. De klacht over (het handelen of) nalaten door verweerder op de aandeelhoudersvergadering van 21 april 2023 mist feitelijke grondslag, omdat deze vergadering niet heeft plaatsgevonden. Bekrachtiging raadsbeslissing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:174 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-387/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat. Verweerster heeft klager er terecht op gewezen dat schadeposten door hem onderbouwd moeten worden. Vervolgens heeft verweerster zich ingespannen voor het treffen van een vaststellingsovereenkomst en heeft zij bezwaar gemaakt tegen een geheimhoudingsbeding. Als klager niet wenste in te stemmen met de vaststellingsovereenkomst, dan had hij dat kenbaar kunnen maken. Dat verweerster geen dagvaarding namens klager wenste in te dienen als de vaststellingsovereenkomst niet zou worden gesloten, is evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verweerster was er gelet op gedragsregel 14 lid 2 toe gehouden om de belangenbehartiging neer te leggen als er een vertrouwensbreuk is ontstaan. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:164 Hof van Discipline 's Gravenhage 250031

    Klager verwijt de advocaat van de wederpartij in een familierechtzaak dat zij in een procedure onjuiste uitlatingen heeft gedaan en klager valselijk heeft beschuldigd. Het hof verklaart de klacht anders dan de raad gedeeltelijk gegrond en legt verweerster een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:165 Hof van Discipline 's Gravenhage 240241H 240242H 240243H

    Herzieningsverzoek afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:124 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-433/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Niet gebleken dat (1) verweerder in de medische tuchtzaken een of meerdere stellingen (bij herhaling) heeft geponeerd en een voorstelling van zaken heeft gegeven, waarvan hij wist of behoorde te weten dat deze onjuist waren; (2) zich onnodig grievend heeft uitgelaten; (3) door zijn optreden de belangen van klagers onnodig of onevenredig heeft geschaad en/of heeft geprobeerd die belangen onnodig of onevenredig te schaden. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2025:166 Hof van Discipline 's Gravenhage 240385

    Dekenbezwaar. De deken verwijt verweerder in dit dekenbezwaar dat hij onvoldoende integer en zorgvuldig heeft gehandeld in financiële aangelegenheden en zijn onafhankelijkheid in gevaar heeft gebracht door zijn eigen belang boven de belangen van cliënten te stellen. Het hof oordeelt (op grond van de nog voorliggende klachten) dat verweerder de kernwaarde financiële integriteit heeft geschonden door in twee (familierechtelijke) dossiers excessief te declareren en door daarnaast in één dossier contante bedragen te accepteren zonder dat er feiten en omstandigheden aanwezig waren die dat rechtvaardigen. Daarnaast oordeelt het hof dat verweerder de kernwaarde onafhankelijkheid heeft geschonden door zich onvoldoende bewust te zijn van de “verschillende petten” die hij op had en het belang om kenbaar te maken in welke hoedanigheid hij optrad. Het hof acht evenals de raad de maatregel van voorwaardelijke schorsing voor de periode van acht weken passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2025:125 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-420/DB/OB

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat over de kwaliteit van de dienstverlening. Niet gebleken dat verweerder (1) geen kennis had van de zaak, (2) dat hij een slecht en slordig verweerschrift heeft opgesteld en het definitieve verweerschrift pas laat gereed had, waardoor extra kosten moesten worden gemaakt om het verweerschrift tijdig – per koerier – bij de rechtbank te krijgen (3) op het moment dat hij klaagsters zaak aannam al wist dat hij de zaak zou gaan neerleggen en de zaak ook heeft neergelegd, met extra kosten voor klaagster tot gevolg en (4) dat hij (telefonisch) niet bereikbaar was voor klaagster. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:79 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/757934 DW RK 24/361 MK/SM

    Klacht ongegrond. Klaagster beklaagt zich er onder meer over dat de gerechtsdeurwaarder beslag heeft gelegd ondanks dat aan de betalingsregeling werd voldaan door klaagster. Klaagster heeft niet uiterlijk op de daarvoor afgesproken datum (van 1 oktober 2024) de betaling verricht. Klaagster heeft daartoe onvoldoende gesteld dat er een afspraak bestond om op een later moment de betaling te verrichten. De gerechtsdeurwaarder kan geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2025:169 Raad van Discipline 's-Gravenhage 24-896/DH/DH

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in een vastgoed/omgevingsrechtelijke procedure. Klacht over de aanwezigheid van beveiligingscamera’s in de spreekruimte ongegrond. Verweerder mocht verder een afwijkend standpunt innemen namens zijn cliënten, dat ook niet evident onpleitbaar is. Niet gebleken dat verweerder zich onnodig kwetsend heeft uitgelaten over klaagster of jegens haar ondoelmatig heeft gehandeld. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2025:80 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/758194 DW RK 24/363 MK/SM

    Klacht ongegrond. Klaagster verschilt met de gerechtsdeurwaarder van mening over de hoogte van de vordering die voortvloeit uit het betreffende vonnis. Het ligt niet op de weg van de tuchtrechter op de inhoudelijke beoordeling van (de hoogte van) de vordering in te gaan.