Zoekresultaten 2641-2660 van de 48384 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2025:228 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-211/AL/NN
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 21-10-2025
- ECLI:NL:TADRARL:2025:228
De raad heeft geoordeeld dat verweerder zich onnodig grievend over de wederpartij van zijn cliënt heeft uitgelaten. Verweerder heeft zich daarmee niet gedragen zoals dat een behoorlijk handelend advocaat betaamt. De raad houdt er rekening mee dat verweerder eerder voor vergelijkbaar handelen door de tuchtrechter is veroordeeld. Ook wordt in aanmerking genomen dat verweerder op de zitting geen inzicht in het verwijtbare van zijn handelen heeft getoond. Gelet op de aard en de ernst van het handelen van verweerder en rekening houdend met de hierboven genoemde omstandigheden, is de oplegging van een berisping passend en geboden.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:202 Hof van Discipline 's Gravenhage 250058
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:202
Klacht tegen advocaat wederpartij. In een geschil tussen een meerderheidsaandeelhouder en een minderheidsaandeelhouder (25%) heeft verweerder de meerderheidsaandeelhouder bijgestaan. Klaagster handhaaft in hoger beroep alleen haar klacht dat verweerder bij een bespreking heeft gedreigd met een tegenclaim van € 90.000 om zo klaagster te bewegen de aandelen tegen een minimale waarde over te dragen. Het hof oordeelt dat verweerder voldoende heeft toegelicht hoe hij tot de tegenvordering is gekomen, dat deze tegenvordering in de dynamiek van de onderhandelingsbesprekingen is genoemd en dat deze vordering bij de verdere onderhandelingen die tot de vaststellingsovereenkomst hebben geleid niet meer aan de orde is gekomen. Het hof acht dit klachtonderdeel evenals de raad ongegrond. Bekrachtiging raadsbeslissing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:149 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-605/DB/ZWB
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 21-10-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:149
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. De voorzitter verklaart de raad kennelijk onbevoegd voor zover de klacht strafrechtelijke kwalificaties bevat. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in een brief aan de rechtbank te spreken van “psychische/psychiatrische problematiek van moeder”. In zoverre kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2025:203 Hof van Discipline 's Gravenhage 250042
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TAHVD:2025:203
Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft klaagster bijgestaan in een door haar tegen haar verhuurder gevoerde procedure. Door een renovatie van onder meer haar appartement was er sprake van ernstige overlast. Verweerder heeft met klaagster besproken dat de vordering erop zou worden gebaseerd dat klaagster pas bij het ophalen van de sleutel werd geconfronteerd met de renovatieplannen voor het gehele complex en daarvóór niets wist van de renovatie. Dat laatste bleek tijdens de procedure feitelijk niet juist. Klaagster verwijt verweerder onder meer dat hij haar zaak onzorgvuldig heeft behandeld, doordat hij voor de procedure bij de kantonrechter een onjuist feitelijk uitgangspunt heeft genomen waarvan hij had moeten weten dat dit onjuist was. Het hof sluit zich aan bij het oordeel van de raad dat niet is komen vast te staan dat verweerder had moeten weten dat hij een feitelijk onjuist uitgangspunt heeft genomen voor de procedure. De concept dagvaarding en pleitnota waren immers door klager becommentarieerd en goedgekeurd. Het hof oordeelt daarnaast dat klaagster wist dat verweerder de door haar aan hem toegezonden schadefoto’s niet wilde gebruiken in de procedure en dat het feit dat hij deze niet heeft gebruikt niet kan leiden tot de conclusie dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld. Bekrachtiging raadsbeslissing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:247 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7822
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 21-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:247
Kennelijk ongegronde klacht tegen een plastisch chirurg. Klaagster is geopereerd door de plastisch chirurg, waarbij meerdere ingrepen werden verricht. Klaagster heeft hierover meerdere klachten. De klachten komen erop neer dat sprake is geweest van onzorgvuldige preoperatieve voorlichting, een onzorgvuldige uitvoering van deze ingrepen en onzorgvuldigheden in de nazorg. Het college is van oordeel dat de plastisch chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:248 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2024/7794
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 21-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:248
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is met ernstige Covid-klachten opgenomen in het ziekenhuis. Na operatieve verwijdering van een stolsel in haar arm is necrose in de duim ontstaan. Klaagster verwijt de arts dat hij onverwacht aan haar bed de – onjuiste – mededeling heeft gedaan dat haar duim geamputeerd moest worden. Het college oordeelt dat uit het dossier blijkt dat de arts-assistent met klaagster de zorgen om haar duim heeft besproken en daarbij mogelijk de term amputeren heeft gebruikt. Gezien het beleid dat de chirurg had bepaald (laten demarceren van de hand) acht het college niet aannemelijk dat er zonder enig voorbehoud is gezegd dat de duim geamputeerd moest worden. De precieze bewoordingen van de arts-assistent zijn voor het college niet vast te stellen. Evenmin kan dus worden vastgesteld dat de arts een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. De klacht is kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:249 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8251
- Datum publicatie: 21-10-2025
- Datum uitspraak: 21-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:249
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klaagster is met ernstige Covid-klachten opgenomen in het ziekenhuis. Na operatieve verwijdering van een stolsel in haar arm is necrose in de duim ontstaan. Klaagster verwijt de arts dat zij niet ingreep toen een arts-assistent in haar bijzijn tegen klaagster zei dat haar duim geamputeerd moest worden. Het college oordeelt dat uit het dossier blijkt dat de arts-assistent met klaagster de zorgen om haar duim heeft besproken en daarbij mogelijk de term amputeren heeft gebruikt. Gezien het beleid dat de chirurg had bepaald (laten demarceren van de hand) acht het college niet aannemelijk dat er zonder enig voorbehoud is gezegd dat de duim geamputeerd moest worden. De precieze bewoordingen van de arts-assistent zijn voor het college niet vast te stellen. Daardoor kan evenmin worden vastgesteld dat de arts had moeten inbreken in het gesprek. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:127 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7940
- Datum publicatie: 20-10-2025
- Datum uitspraak: 17-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:127
Klacht tegen een radioloog kennelijk ongegrond. Klaagster verwijt de radioloog dat hij de enkelfractuur heeft gemist en röntgenfoto’s onjuist heeft beoordeeld. Het college stelt vast dat de radiologische beeldvorming geen evidente fracturen laat zien. Verder benadrukt het college dat het kan voorkomen dat een fractuur niet goed te constateren is op beeld. Ook is het mogelijk dat een niet-aanwijsbare fractuur later wel zichtbaar is op een röntgenfoto. De radioloog kan dan ook geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:147 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-213/DB/OB 25-214/DB/OB
- Datum publicatie: 20-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:147
Verzetszaak. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond
-
ECLI:NL:TADRSHE:2025:148 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 25-258/DB/LI
- Datum publicatie: 20-10-2025
- Datum uitspraak: 20-10-2025
- ECLI:NL:TADRSHE:2025:148
Verzetszaak. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:124 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7709
- Datum publicatie: 20-10-2025
- Datum uitspraak: 17-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:124
Klacht tegen neuroloog kennelijk ongegrond. Klaagster is, na onderzoek door een andere neuroloog, door verweerster onderzocht met onder meer klachten van dubbelzien en uitvalsverschijnselen en de vraag of sprake zou kunnen zijn van de ziekte van Lyme. Zij maakt de neuroloog verwijten over haar bevindingen, verslaglegging en verwijzing naar de Lyme-polikliniek.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:125 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7710
- Datum publicatie: 20-10-2025
- Datum uitspraak: 17-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:125
Klacht tegen neuroloog kennelijk ongegrond. Klaagster is door de huisarts verwezen naar de afdeling neurologie in het ziekenhuis waar verweerster als neuroloog werkzaam is. Hier is zij onderzocht door een arts-assistent onder supervisie van verweerster en eveneens door verweerster zelf. De klacht heeft betrekking op het door verweerster verrichte onderzoek en haarsupervisie en begeleiding van de arts-assistent.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:126 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7706
- Datum publicatie: 20-10-2025
- Datum uitspraak: 17-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:126
Klacht tegen psychotherapeut gedeeltelijk gegrond. De psychotherapeut heeft klaagster, die gedurende een periode van drie jaar bij haar onder behandeling was, tijdens een consult weggestuurd, nadat klaagster hevig emotioneel werd. Klaagster verwijt de psychotherapeut, dat zij haar ten onrechte wegstuurde tijdens dit consult, dat zij onvoldoende (na)zorg heeft verleend en dat zij onwaarheden schreef in de afsluitende brief aan de huisarts. Het college komt tot het oordeel dat de psychotherapeut tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door klaagster zonder waarschuwing vooraf weg te sturen. Ook de nazorg is onvoldoende. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2025:246 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8294
- Datum publicatie: 17-10-2025
- Datum uitspraak: 17-10-2025
- ECLI:NL:TGZRAMS:2025:246
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een verloskundige. Klaagster heeft na een zwangerschapsduur van 41 weken een dochter gekregen, die kort na de geboorte is overleden. Klaagster verwijt de verloskundige dat zij bij het maken van de 20-weken echo fouten heeft gemaakt, onder meer door de placentalokalisatie en de navelstrenginsertie niet te beoordelen. Het college overweegt als volgt. Indien de navelstrenginsertie niet te beoordelen was, had van de verloskundige mogen worden verwacht dat zij het echoscopisch onderzoek zou herhalen. Als dan nog steeds sprake zou zijn van onvoldoende beeldvorming, had verwijzing en nader onderzoek moeten plaatsvinden. In het verslag van de 20-weken echo is aanvankelijk de placentalokalisatie niet vermeld. De verloskundige heeft dit later, na het overlijden van de dochter van klaagster, aan het verslag toegevoegd. Omdat het medisch dossier leidend is, gaat het college ervan uit dat de placentalokalisatie tijdens de 20-weken echo niet heeft plaatsgevonden. Het achteraf aanvullen van het dossier zonder dit kenbaar te maken is onzorgvuldig. Overig klachtonderdeel is ongegrond. Klacht deels gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:187 Raad van Discipline Amsterdam 25-326/A/A
- Datum publicatie: 16-10-2025
- Datum uitspraak: 13-10-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:187
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening van de eigen advocaat is deels gegrond. Naar het oordeel van de raad kon van verweerder redelijkerwijs worden verwacht dat een inhoudelijk bericht aan de wederpartij opgesteld zou zijn, terwijl verweerder nadien slechts kwam met een vraag die algemeen van aard was en daarbij geen blijf gaf van bestudering door hetgeen klager hem reeds had aangereikt. Verweerder had meer kunnen doen, zoals hij had toegezegd, maar dat heeft hij niet gedaan. Naar het oordeel van de raad heeft verweerder daarom niet gehandeld zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsgenoot mocht worden verwacht. De uitleg die verweerder heeft verstrekt acht de raad in dit verband onvoldoende. De raad ziet in de gegeven omstandigheden aanleiding af te zien van het opleggen van een maatregel. De raad weegt hierin mee dat verweerder de eigen bijdrage aan klager heeft terug betaald en klager geen nadeel heeft ondervonden van het handelen van verweerder. Aan verweerder zal daarom geen maatregel worden opgelegd.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:120 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7859
- Datum publicatie: 16-10-2025
- Datum uitspraak: 10-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:120
Klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde deels ontvankelijk, maar kennelijk ongegrond. College gaat uit van wilsbekwaamheid bij klaagster. Uit de klacht en hoe zij deze heeft verwoord valt niet af te leiden dat zij niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van haar belangen ter zake. Klaagster verwijt de specialist ouderengeneeskunde dat hij in het kader van een aanvraag tot verlenging van de rechterlijke machtiging een onjuiste medische verklaring heeft opgesteld. Het college oordeelt dat in de medische verklaring duidelijk is omschreven hoe zijn beoordeling luidt en waarop die is gebaseerd. Geen aanwijzingen voor tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:188 Raad van Discipline Amsterdam 25-329/A/A
- Datum publicatie: 16-10-2025
- Datum uitspraak: 13-10-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:188
Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is in alle klachtonderdelen ongegrond. Verweerder behartigde de belangen van de vrouw en hij mocht uitgaan van de informatie die hij van zijn cliënte had gekregen. Van een uitzonderingssituatie waarin hij de juistheid van deze informatie had moeten controleren, is naar het oordeel van de raad geen sprake. Ten aanzien van het verwijt van klager dat verweerder niet zou zijn ingegaan op een mediationvoorstel van de kinderrechter, overweegt de raad dat het aan de vrouw was om hier al dan niet gehoor aan te geven. Het niet ingaan op een mediationvoorstel, voor zover daar al sprake van was, kan verweerder in ieder geval niet worden verweten.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:121 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7728
- Datum publicatie: 16-10-2025
- Datum uitspraak: 10-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:121
Klacht tegen neuroloog gegrond. Vanwege toenemende pijnklachten bij een incomplete dwarslaesie is klager naar de neuroloog verwezen. Deze heeft klager twee keer op consult gezien en één keer telefonisch gesproken. Klager heeft vervolgens om een verwijzing voor een second opinion gevraagd. Klager maakt de neuroloog verwijten over het door haar verrichte onderzoek en de verwijzing voor een second opinion. Het college verklaart de klacht in beide onderdelen gegrond en legt aan de neuroloog een waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2025:189 Raad van Discipline Amsterdam 25-089/A/NH
- Datum publicatie: 16-10-2025
- Datum uitspraak: 13-10-2025
- ECLI:NL:TADRAMS:2025:189
Raadsbeslissing. Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2025:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2024/7260
- Datum publicatie: 16-10-2025
- Datum uitspraak: 13-10-2025
- ECLI:NL:TGZRZWO:2025:122
Klacht tegen een gz-psycholoog. Naar aanleiding van een civielrechtelijke procedure over de verblijfplaats van haar minderjarige dochter is klaagster psychiatrisch onderzocht om te beoordelen of bij haar sprake is van psychiatrische of persoonlijkheidsproblemen die de verzorging en opvoeding van haar dochter in de weg zouden kunnen staan. Op verzoek van de ex-partner van klaagster, tevens de vader van haar minderjarige dochter, heeft verweerder het psychiatrisch rapport van commentaar voorzien. Klaagster stelt, samengevat, dat verweerder in die rol niet integer heeft gehandeld, omdat hij niet onafhankelijk was, maar een vriend, collega en zakelijk partner van haar ex-partner. Volgens klaagster had verweerder het verzoek commentaar te geven op het rapport ten behoeve van de civielrechtelijke procedure daarom moeten weigeren. Het college verklaart de klacht gegrond en legt de gz-psycholoog de maatregel van een berisping op.