Zoekresultaten 21291-21300 van de 47568 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/154

    Klacht tegen gynaecoloog. Klaagster is tijdens haar zwangerschap vanwege haar belaste obstetrische geschiedenis verwezen naar het ziekenhuis. Verweerster deed de intake en werd daarmee hoofdbehandelaar. Hierna is klaagster meemalen gezien in het ziekenhuis, echter niet meer door verweerster. Uiteindelijk is klaagster bevallen via een spoedsectio van een kindje dat na reanimatie hersendood bleek te zijn en enkele dagen later overleed. Klagers (klaagster en haar echtgenoot) verwijten verweerster dat zij als hoofdbehandelaar onvoldoende de regie heeft gevoerd ten aanzien van de behandeling. Het college is van oordeel dat behandeling van klaagster door een behandelteam niet op onzorgvuldige wijze is geschied en dat niet gebleken is dat deze wijze van behandeling het beloop van de zwangerschap ongunstig heeft beïnvloed. De klacht is daardoor ongegrond. Deze procedure hangt samen met de procedures met de kenmerken V2017/02, G2017/153 en G2017/155.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/155

    Klacht tegen gynaecoloog. Klaagster is gedurende haar zwangerschap meermalen gezien, door onder meer verweerster, wegens vaginaal bloedverlies. Uiteindelijk is klaagster bevallen via een spoedsectio van een kindje dat na reanimatie hersendood bleek te zijn en enkele dagen later overleed. Klagers (klaagster en haar echtgenoot) verwijten verweerster dat zij onvoldoende onderzoek heeft verricht. Het college is van oordeel dat het verwijt onterecht is. De klacht is daardoor in zijn geheel ongegrond. Deze procedure hangt samen met de procedures met de kenmerken V2017/02, G2017/153 en G2017/154.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/173

    Klacht tegen gynaecoloog. Klaagster heeft zich tot een AIOS gynaecologie gewend met vaginaal bloedverlies. Volgens klaagster heeft zij een ovariumcarcinoom en had zij onmiddellijk geholpen moeten worden. De AIOS heeft echter een vervolgafspraak gemaakt. Daarnaast heeft de AIOS verzuimd een echo te maken. De AIOS heeft een brief naar de huisarts gestuurd over het voorgaande die tevens door verweerster is ondertekend. Daarom maakt klaagster verweerster dezelfde verwijten als de betreffende AIOS (de procedure tegen de AIOS heeft kenmerk G2017/174). Het college is van oordeel dat de AIOS gezien de gegeven omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Hierbij speelt mee dat niet is vastgesteld dat bij klaagster sprake is van een ovariumcarcinoom en klaagster heeft geweigerd zich fysiek te laten onderzoeken. Verweerster heeft als supervisor van de AIOS evenmin tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/126T

    Klaagster was tandartsassistente in de praktijk van verweerder en verwijt hem seksueel grensoverschrijdend gedrag. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/174

    Klacht tegen voormalig AIOS gynaecologie. Klaagster heeft zich tot verweerster gewend met vaginaal bloedverlies. Volgens klaagster heeft zij een ovariumcarcinoom en had zij onmiddellijk geholpen moeten worden. Verweerster heeft echter een vervolgafspraak gemaakt. Daarnaast heeft verweerster verzuimd een echo te maken. Tevens verwijt klaagster verweerster dat het verslag van het consult onvolledig is. Het college is van oordeel dat verweerster gezien de gegeven omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Hierbij speelt mee dat niet is vastgesteld dat bij klaagster sprake is van een ovariumcarcinoom en klaagster heeft geweigerd zich fysiek te laten onderzoeken. Wat het verslag van het consult betreft, is het college van oordeel dat het aan verweerster is om te bepalen wat zij daarin vastlegt. Zij is niet gehouden de letterlijke weergave van klaagster te volgen. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-205

    Deels gegronde klacht tegen een fysiotherapeut. Vast is komen te staan dat er gedurende de behandelrelatie sprake was van seksueel contact tussen klaagster en de fysiotherapeut, terwijl de fysiotherapeut wist dat klaagster onder behandeling was van een psycholoog. Het seksueel contact heeft gedurende meerdere jaren en structureel tijdens behandelcontacten plaatsgevonden en is niet door de fysiotherapeut zelf beëindigd. De fysiotherapeut toont weinig inzicht in zijn eigen handelen en zelfreflectie. Ook sprake van gebrekkige dossiervoering en onjuiste declaraties. Doorhaling van de inschrijving in het BIG-register.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:18 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen V2017/02

    Klacht tegen verloskundige. Verweerster heeft een vaginaal toucher verricht bij klaagster toen zij bijna 39 weken zwanger was. Aanleiding hiervoor was vaginaal bloedverlies. Vervolgens heeft verweerster de gynaecoloog gebeld en is er een spoedsectio verricht. Het kindje dat geboren werd, bleek na reanimatie hersendood te zijn en overleed enkele dagen later. Klagers (klaagster en haar echtgenoot) zijn van mening dat verweerster het vaginaal toucher niet had mogen verrichten. Zij achten het niet onwaarschijnlijk dat dit het fatale beloop heeft bespoedigd of zelfs veroorzaakt. Het college is van oordeel dat er juist een medische indicatie was voor een vaginaal toucher en dat niet gebleken is dat dit op onzorgvuldige wijze heeft plaatsgevonden. Evenmin is gebleken dat het vaginaal toucher om een andere reden het beloop van de zwangerschap negatief heeft beïnvloed. De klacht is ongegrond. Deze procedure hangt samen met de procedures met de kenmerken G2017/153, G2017/154 en G2017/155.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-248

    Gegronde klacht tegen een apotheker. De apotheker heeft zonder toestemming van klager zijn reisdocument en afleverhistorie van medicatie aan een derde meegegeven. Het in een gesloten enveloppe meegeven van deze medische informatie is niet voldoende om de privacy van een patiënt te waarborgen. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/153

    Klacht tegen gynaecoloog. Klaagster is gedurende haar zwangerschap meermalen gezien, door onder andere verweerder, wegens vaginaal bloedverlies. Uiteindelijk is klaagster bevallen via een spoedsectio van een kindje dat na reanimatie hersendood bleek te zijn en enkele dagen later overleed. Klagers (klaagster en haar echtgenoot) verwijten verweerder onder meer dat hij onvoldoende onderzoek heeft verricht en te lang heeft vastgehouden aan een foute diagnose. Het college is van oordeel dat de verwijten onterecht zijn. De klacht is daardoor in zijn geheel ongegrond. Deze procedure hangt samen met de procedures met de kenmerken V2017/02, G2017/154 en G2017/155.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:64 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170303

    Dekenbezwaar.Schrapping. Verweerster is in twee instanties veroordeeld tot een gevangenisstraf van aanzienlijke duur. ZIj heeft brieven en beschikkingen van gerechtelijke instanties vervalst en het tegenover haar cliënten doen voorkomen dat gigantische bedragen aan depot voor deskundigenonderzoeken, voor advieswerkzaamheden of voor waarborgsommen betaald moesten worden. Verweerster heeft facturen met hoge bedragen voor procureurswerkzaamheden vervalst en aan haar cliënten doorbelast, een aan haar door de wederpartij overgemaakt groot depotbedrag niet aan haar cliënt doorbetaald en niet teruggestort, bij een juwelier sieraden gekocht maar deze niet betaald noch teruggegeven. Schending kernwaarden. Het verweer van verweerster dat zij ofwel deze feiten niet zelf heeft gepleegd ofwel dat zij deze feiten wel zelf heeft gepleegd maar onder druk en invloed van haar overleden echtgenoot, kan verweerster tegenover het tuchtrechtelijke verwijt niet baten. Verweerster is als advocaat zeer nauw betrokken geweest bij de omvangrijke fraude op haar eigen kantoor, gedurende vier jaar. Als het verweer van verweerster opgaat, moet in tuchtrechtelijke zin de conclusie worden getrokken dat verweerster geen enkel overzicht en geen controle over haar eigen kantoor had. Het verzoek van verweerster tot aanhouding van de tuchtzaak totdat de Hoge Raad heeft beslist op het cassatieverzoek wordt afgewezen. Ook als de cassatiemiddelen slagen doet dat niet af aan de tuchtrechtelijke verwijtbaarheid van de vaststaande feiten. Bekrachtiging.