Zoekresultaten 37451-37460 van de 44778 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2790 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3685/11.87

    Klacht behelst meerdere verwijten, waaronder dat de advocaat heeft verzuimd deugdelijk en schriftelijk over de aanpak en voortgang van de zaak te communiceren, dat de verstrekte declaraties onvoldoende gespecificeerd zijn, ook na uitdrukkelijk verzoek, en dat de belangenbehartiging niet naar behoren is geweest. De advocaat is tekort geschoten in zijn verplichting om belangrijke afspraken en feiten schriftelijk te bevestigen. Dit had behoren plaats te vinden zeker nu de advocaat in eerste aanleg en in hoger beroep zowel in de bodemzaak als in kort geding heeft geprocedeerd. Over de stand en het verloop van de procedure is voldoende gecommuniceerd. Het niet tijdig indienen van een memorie kan de advocaat in de gegeven omstandigheden niet worden verweten; hij heeft de nog over te leggen stukken bij schriftelijk pleidooi in het geding gebracht. Ook overigens niet gebleken dat de advocaat in de belangenbehartiging tekort is geschoten. De op verzoek van klagers verstrekte specificatie van de declaraties geeft onvoldoende inzicht in de opbouw van de declaraties. Klacht in onderdelen gegrond; enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2797 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3921/12.55

    Verweerder heeft gehandeld binnen de beleidsvrijheid die hem als advocaat toekomt. De stukken geven geen aanleiding aan te nemen dat het advies van verweerder om niet over te gaan tot het uitbrengen van de dagvaarding kennelijk onjuist is. Onder deze omstandigheid kan en mag van verweerder niet worden verwacht dat hij overgaat tot het voeren van een procedure die naar zijn mening kansloos of in ieder geval te weinig kansrijk is. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2860 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3683/11.85

    Het zonder overleg met de wederpartij en consultatie van de deken overleggen van confraternele correspondentie, is niet handelen zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Dat het belang van de cliënt overlegging van confraternele correspondentie bepaaldelijk vorderde, doet niet ter zake. Het klachtonderdeel is gegrond. Het klachtonderdeel dat ziet op het uitbrengen van een appeldagvaarding bij de cliënt van klager en niet op het kantooradres van de advocaat in eerste aanleg (klager)zelf is ongegrond. Anders dan verweerder stelt is het uit laten brengen van een appeldagvaarding niet gelijk te stellen met een aanzegging met rechtsgevolg. Verweerder wordt de maatregel van enkele waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2841 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3632/11.34

    De advocaat heeft nagelaten klager schriftelijk te berichten dat zij de opdracht niet zou aanvaarden. Dit wordt de advocaat tuchtrechtelijk verweten, temeer nu sprake was van een vervaltermijn en er door klager stukken waren afgegeven aan verweerster. Klacht gegrond, maatregel een enkele waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2822 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3980/12.114

    Verzoek ex artt. 60ab en 60b Advocatenwet. Verdenking van het plegen van ernstige strafbare feiten en inbreuken op de financiële integriteit. Onbehoorlijke praktijkuitoefening. Schorsing voor onbepaalde tijd. Benoeming waarnemers.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2803 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3762/11.164

    In casu is sprake van onnodig grievende opmerkingen in de brief van verweerder aan de advocaat van de wederpartij. Deze opmerkingen dienden ook geen zakelijk doel, zodat de klacht gegrond is. De stelling van verweerder dat de geuite beschuldigingen in de betreffende brief juist zijn en zijn gebaseerd op stukken van zijn client, neemt niet weg dat de wijze waarop verweerder zich heeft uitgelaten, ongepast is voor een advocaat. Maatregel: een enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2854 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3943/12.77

    Niet kan worden vastgesteld dat verweerster verantwoordelijk kan worden gehouden voor het door klagers gestelde gedrag van haar broer. Uit de door klagers overgelegde brieven van de Centrale Raad van Toezicht van de NVM van 23 november 2011 en 13 januari 2012 volgt dat de Raad van Toezicht en de Centrale Raad van Toezicht NVM beslissingen hebben genomen, die zo niet genomen hadden mogen worden, vanwege het feit dat de broer van verweerster ten tijde van deze beslissingen geen lid van de NVM was. Dit oordeel van de Centrale Raad van Toezicht van de NVM regardeert geenszins het handelen van verweerster. De klacht van klagers mist dan ook feitelijke grondslag. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2835 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3899/12.33

    De enkele vermelding van de naam van klager achter de tekst “ingediend namens partij” op het B-2 formulier impliceert niet dat de advocaat aan de Rechtbank heeft bericht dat klager hem opdracht heeft gegeven zich te onttrekken. Daaruit blijkt slechts dat verweerder voor klager optrad. De voorzitter acht de klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2816 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3788/11.190

    Klacht over optreden van verweerster als advocaat van klagers wederpartij. Verwijt dat het briefpapier van verweerster niet de bankrekening van de Stichting Derdengelden vermeldt; voorts dat verweerster geen rekening en verantwoording aflegt van door klagers uit hoofde van een vonnis op de derdengeldrekening van verweerster betaald bedrag; nevenklachten. Op grond van artikel 6 lid 2 van de Verordening op de administratie en de financiële integriteit is vermelding van een rekeningnummer van de Stichting Derdengelden geen verplichting. Verweerster is niet gehouden jegens klagers om rekening en verantwoording af te leggen over betalingen die zij op de derdenrekening hebben gedaan. De vrees dat die betalingen niet op de juiste plaats terecht zijn gekomen is niet onderbouwd. Een teveel door klagers betaald bedrag is teruggestort naar hun advocaat. Deze klachten en nevenklachten kennelijk ongegrond. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA2848 Raad van Discipline 's-Gravenhage R.3678/11.80

    Klacht dat de advocaat belangrijke informatie van de rechtbank aan klaagster heeft onthouden (in casu het voornemen van de rechtbank om de zaak naar de sector kanton te verwijzen en de gelegenheid voor de advocaat om op dat voornemen te reageren), dat de belangen van klaagsters dochter niet naar behoren zijn behartigd, dat de behandeling van de zaak onnodig is vertraagd en dat de advocaat weigert schriftelijk te reageren op een door klaagster kenbaar gemaakte klacht. De advocaat heeft verwijtbaar onzorgvuldig gehandeld door de brief van de rechtbank waarin het voornemen tot verwijzing kenbaar werd gemaakt, niet aan klaagster voor te leggen. In zoverre is de klacht gegrond. Het niet schriftelijk reageren op vragen in een door klaagster kenbaar gemaakte klacht is verwijtbaar onzorgvuldig, daar in de omstandigheden van het geval van de advocaat mocht worden verwacht dat hij eerst schriftelijk op de vragen van klaagster zou antwoorden, te meer daar die beantwoording kort en zakelijk kon zijn. De vragen hadden onder meer betrekking op de verwijzing door de rechtbank naar de sector kanton. Ook in zoverre is de klacht gegrond. De overige klachtonderdelen ongegrond. Maatregel: enkele waarschuwing.