ECLI:NL:TNORSHE:2026:6 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/01

ECLI: ECLI:NL:TNORSHE:2026:6
Datum uitspraak: 25-02-2026
Datum publicatie: 09-03-2026
Zaaknummer(s): SHE/2026/01
Onderwerp: Registergoed, subonderwerp: Overig
Beslissingen: Klacht niet-ontvankelijk
Inhoudsindicatie: De klager heeft meerdere klachten ingediend over het handelen van de notaris als privépersoon. Daarbij heeft de klager zich grievend en respectloos uitgelaten over de notaris. Voorzittersbeslissing: klacht kennelijk niet-ontvankelijk wegens misbruik van klachtrecht. Van de notaris kan in redelijkheid niet langer worden gevraagd dat hij zich blijft verweren tegen dit soort “processtukken”. Mogelijke volgende klachten die voortvloeien uit of samenhangen met de bestaande privégeschillen en processtukken waarin de klager zich grievend en respectloos uitlaat over de notaris zal de kamer niet meer in behandeling nemen.

Klachtnummer    : SHE/2026/01
Datum uitspraak : 25 februari 2026

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ’s-HERTOGENBOSCH

Beslissing van de plaatsvervangend voorzitter (hierna: de voorzitter) van de kamer voor het notariaat in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de kamer) naar aanleiding van de klacht van:

de heer [naam] (hierna: de klager)
wonende in [woonplaats]

tegen

notaris de heer mr. drs. [naam] (hierna: de notaris)
gevestigd in [vestigingsplaats]
gemachtigde: de heer mr. V.J.N. van Oijen, advocaat in Amsterdam


1.          De zaak in het kort

1.1.      De klacht vloeit voort uit onenigheid tussen de klager en de notaris, die allebei eigenaar zijn van appartementsrechten in “[naam]” (hierna: de villa).

2.          De procedure

2.1.      De klager heeft op 31 december 2025 een klacht (met bijlagen) ingediend.

2.2.      De notaris heeft op 4 februari 2026 een verweerschrift (met bijlagen) ingediend.

2.3.      De klager heeft op 5 februari 2026 en 6 februari 2026 e-mailberichten (met een bijlage) aan de kamer en aan de (gemachtigde van de) notaris gestuurd.

3.          De feiten

De voorzitter vindt de volgende feiten van belang voor de beoordeling van de klacht.

3.1.      In de loop van de jaren hebben de klager en de notaris een diepgaand conflict gekregen over – kort gezegd – het gebruik van de villa en de besluitvorming in de Vereniging van Eigenaren (hierna: de VvE). Zo is er onder meer discussie ontstaan over de bijdrage van de notaris in de energiekosten. De appartementen hebben geen afzonderlijke tussenmeters en de gemeenschappelijke meterkast van de villa bevindt zich in de kelder, die eigendom is van de notaris en (inmiddels) door hem is verhuurd. De klager en de notaris hebben veel met elkaar gecorrespondeerd over hun geschillen en de klager heeft zich daarbij regelmatig zeer grievend uitgelaten over de notaris. 

3.2.      Op 15 oktober 2022 heeft de klager een (eerste) klacht tegen de notaris ingediend (SHE/2022/43). Deze klacht ging over het gebruik van de villa – waaronder de bijdrage van de notaris in de (energie)kosten – en over zijn handelwijze in zijn hoedanigheid van notaris. Hij was betrokken bij de ondersplitsing en levering van een appartementsrecht in de villa en de inschrijving van een wijziging van het bestuur van de VvE bij de Kamer van Koophandel. De kamer heeft de klacht op 17 april 2023 gedeeltelijk gegrond verklaard in verband met zijn handelen als notaris en de tuchtmaatregel van een waarschuwing aan hem opgelegd. De notaris is daarbij veroordeeld om een bedrag van € 100,00 aan de klager te betalen. Tegen die beslissing is geen hoger beroep ingesteld. In de beslissing heeft de kamer overwogen dat het de klager had gesierd als hij zich in zijn klaagschrift had beperkt tot een zakelijke weergave van het geschil dat tussen hem en de notaris was ontstaan. Volgens de kamer gaven de uitlatingen van de klager in de overgelegde correspondentie blijk van een denigrerende grofheid.  

3.3.      Op 19 juni 2023 heeft de klager een (tweede) klacht tegen de notaris ingediend omdat hij het bedrag van € 100,00 niet binnen de gestelde termijn aan de klager had betaald (SHE/2023/27). De notaris heeft verweer gevoerd tegen die klacht en het bedrag alsnog betaald. De voorzitter heeft de klacht op 19 juli 2023 terstond afgewezen. In de beslissing heeft de voorzitter overwogen dat de te late betaling niet de schoonheidsprijs verdient, maar dat hij dit nalaten van de notaris in de gegeven omstandigheden van onvoldoende gewicht vindt om de notaris daarvan een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Daarbij heeft de voorzitter de notaris uitdrukkelijk in overweging gegeven om het griffierecht dat de klager voor de indiening van de tweede klacht had moeten betalen, aan de klager te vergoeden.

De voorzitter heeft ten overvloede overwogen:

“In een processtuk, zoals een klaagschrift, kan een klager zijn standpunt over een geschil met een notaris toelichten. Klager behoort zich daarbij te beperken tot een zakelijke weergave van het handelen en/of nalaten van de notaris waarover wordt geklaagd. De kamer heeft in de beslissing op de eerste klacht hier al op gewezen. De voorzitter constateert dat de klager zich desondanks ook in het tweede klaagschrift zeer beledigend en tendentieus over de notaris heeft uitgelaten. Nu klager te kennen geeft dat hij op termijn mogelijk een volgende klacht tegen de notaris zal indienen, acht de voorzitter het van belang om klager erop te wijzen dat hij er rekening mee moet houden dat de kamer soortgelijke respectloze processtukken in het vervolg niet meer in behandeling zal nemen.”

3.4.      De klager heeft verzet ingesteld tegen die beslissing van de voorzitter. De kamer heeft dit verzet op 18 december 2023 ongegrond verklaard (SHE/2023/36).

3.5.      Omdat de klager zijn appartement (nummer [..]) wilde renoveren om daar zelf te gaan wonen, heeft hij in 2024 in een vergadering van de VvE aan de orde gesteld dat hij de elektra voor dat appartement wilde aanpassen en een tussenmeter wilde plaatsen. Om dat te realiseren, was het nodig om toegang te krijgen tot de kelder van de notaris.

3.6.      Op 3 september 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [naam gemeente] aan de klager een omgevingsvergunning verleend, waardoor de bestaande kantoorbestemming van (een deel van) de begane grond werd gewijzigd in een gecombineerde functie van wonen en kantoor. De (vennootschap van de) notaris heeft beroep aangetekend tegen die vergunning.

3.7.      De klager was van plan om in mei 2025 in zijn appartement ([..]) te gaan wonen. In het voorjaar van 2025 is een conflict ontstaan tussen de klager en de notaris over de (wijze van) aanleg van de door de klager gewenste elektriciteitskabel en de tussenmeter.

3.8.      Op 2 maart 2025 heeft de klager een (derde) klacht ingediend tegen de notaris in verband met het gebruik van de villa (SHE/2025/11). Die klacht ging over het geschil over de aanleg van de elektra en het beroep dat de notaris tegen de omgevingsvergunning had aangetekend.

3.9.      Op 26 april 2025 heeft de klager een (vierde) klacht ingediend tegen de notaris in verband met het gebruik van de villa (SHE/2025/21). Ook die klacht ging over het geschil over de aanleg van de elektra en het beroep dat de notaris tegen de omgevingsvergunning had aangetekend.

3.10.     De kamer heeft de klager in een e-mail van 20 mei 2025 geïnformeerd over het verdere verloop van de procedure bij de behandeling van de derde en de vierde klacht. De kamer heeft onder meer laten weten dat de klager en de notaris zullen worden uitgenodigd voor de (gecombineerde) behandeling van die klachten, dat zij hun standpunt dan nader kunnen toelichten en dat – overeenkomstig het Reglement omtrent de werkwijze van de kamers van het notariaat – geen acht wordt geslagen op een nagekomen e-mail van de klager waarin hij inhoudelijk reageert op het standpunt van de notaris.

3.11.     De klager heeft de kamer in een e-mail van 21 mei 2025 onder meer bericht:

“In mijn mail van 19-05-2025 toon ik met bewijs aan dat de notaris richting uw kamer zit te liegen en tevens dat hij geld van mij steelt. Dat lijkt me relevante informatie.

(…)

Maar u wil dit allemaal niet weten, u wil mij niet horen, u doet uw uiterste best om valide argumenten en harde feiten zo veel mogelijk te negeren en u meent mij zelfs min of meer te mogen beledigen alsof ik niet de waarheid spreek. [Achternaam notaris] liegt alles bij elkaar, bij de laatste VVE vergadering gaf hij ook aan dat hij wel de meterstanden overlegd had bij de factuur uit 2021, hetgeen een 100% leugen is.

Mijn vraag is of ik een derde klacht moet indienen of dat u bij voorbaat al heeft besloten dat ik een vervelende burger ben, dat u uw amice uit het good old boys netwerk zoveel mogelijk gaat beschermen en dat het zonde van mijn tijd is. Ik hoor graag van u.”

3.12.     De klager heeft de kamer op 25 mei 2025 gemaild dat hij de klachten SHE/2025/11 en SHE/2025/21 intrekt omdat hij (samengevat) de indruk heeft dat de kamer “niet objectief in de zaak zit”, de objectieve bewijzen die hij aanbiedt niet wil zien en moeilijk doet als hij extra bewijs stuurt. Iedere dag doet “dat mannetje” weer wat nieuws, aldus de klager. In die e-mail heeft de klager onder meer laten weten:

“Het is daarom denk ik zonde van mijn tijd en energie om richting uw kamer nog aan te geven welke gedrag [achternaam notaris] vertoont, Met 30 jaar ervaring zie ik hier een hele dikke persoonlijkheidsstoornis, ronduit autistisch gedrag waarbij de gevaarlijke component is dat hij totaal geen zelfreflectie heeft, zich verheven voelt boven het normale klootjesvolk en ook binnen de VVE keer op keer zaken flikt die niet kunnen (bijv. aan de meterkast werken) maar hij tot op het bot probeert dezelfde regels te misbruiken als het niet in zijn voordeel is. Dat zijn bijzonder gevaarlijke eigenschappen voor iemand die een dusdanige functie heeft.

Maar niet mijn probleem. We gaan binnenkort voor kort geding, misschien nodig ik de pers wel uit. Die stroom komt er wel in mijn appartement, geen probleem, als [achternaam notaris] dat via de rechtbank will, so bei t.

En ik verheug me op de komende 20 jaar VVE vergaderingen, waarin als je hem probeert te behandelen als een volwassen vent en een discussie wil voeren op basis van objectieve argumenten, hij begint te liegen, hij dichtslaat en zijn lipje begint te trillen. (…)

Ik los het zelf wel op beste kamer. Wees trots op uw rol in dit conflict en het feit dat u normale vragen van mij gewoon negeert.”

Na de intrekking van de beide klachten heeft de kamer de dossiers gesloten.

3.13.     De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft het beroep van de notaris tegen de genoemde omgevingsvergunning op 9 december 2025 gegrond verklaard.

3.14.     Zoals vermeld, heeft de klager op 31 december 2025 deze (vijfde) klacht ingediend. In deze klacht laat hij onder meer weten:

“Nogmaals, het blijft mij verbazen dat deze man zijn vak mag uitoefenen als notaris maar waarschijnlijk wordt dit ingegeven doordat u stug de andere kant op kijkt bij eerder niet integer gedrag, ik ben heel benieuwd naar uw mening over deze 2 situaties waarin hij zijn meerderheid in de VVE flagrant misbruikt om mij hele forse financiële schade toe te brengen,”

3.15.     In zijn e-mail van 5 februari 2026 heeft de klager de kamer en de (gemachtigde van de) notaris onder meer bericht:

“Waarom hij dat doet is een volkomen raadsel, kennelijk slechts gemotiveerd door een blinde haat en een narcistische krenking, enige logica zit niet achter zijn handelen.

Dit is het patroon van iemand met een dikke persoonlijkheidsstoornis of een aan autisme gerelateerde aandoening. De man voelt zich ver verheven boven iedereen, voor hem gelden geen wetten, wordt hij terecht aangesproken op ronduit bizar gedrag dat gaat hij uit alle macht wraak nemen, Dat zo’n man notaris kan zijn verbaast me, dit is gedrag wat niet past binnen een beroepsgroep die 100% integer zou moeten zijn. U zou met alle gegevens die u heeft eens een psychiatrische expertise moeten laten doen en onderzoek naar persoonlijkheidsstoornissen, ik lever het materiaal wel aan.”

4.          De klacht

4.1.      De klager stelt dat de notaris hem in strijd met artikel 2 van de Verordening beroeps- en gedragsregels 2011 (hierna: Vbg) in privé tijd bewust financiële schade toebrengt. Samengevat verwijt de klager de notaris dat hij:

1. flagrant misbruik maakt van zijn meerderheidspositie in de VvE door aan de klager geen toestemming te verlenen voor het aanleggen van stroom en een tussenmeter voor zijn appartement ([..]);

2. beroep heeft aangetekend tegen de omgevingsvergunning die de gemeente aan de klager had verleend: omdat dit beroep gegrond is verklaard, is het appartement zonder die vergunning minder waard en de klager stelt dat hij daardoor voor minimaal € 150.000,00 is benadeeld.

4.2.      Het verweer van de notaris komt hierna aan de orde.

5.          De beoordeling

5.1.      Als de voorzitter na een summier onderzoek van oordeel is dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht is, kan hij de klacht op grond van artikel 99 lid 11 Wna direct afwijzen. De voorzitter is van oordeel dat de klacht direct moet worden afgewezen omdat deze kennelijk niet-ontvankelijk is en legt hierna uit waarom hij tot dat oordeel is gekomen.

5.2.      De voorzitter stelt vast dat:

  • deze klacht inmiddels de vijfde klacht is die de klager tegen deze notaris bij de kamer heeft ingediend;
  • alleen de eerste twee klachten betrekking hebben op zijn handelwijze als notaris en alle daaropvolgende klachten betrekking hebben op de notaris in een andere hoedanigheid, namelijk als privépersoon;
  • de klager zich in de eerdere klachten op respectloze wijze heeft uitgelaten over de notaris;
  • (de voorzitter van) de kamer hier in eerdere beslissingen (herhaaldelijk) op heeft gewezen;
  • de klager duidelijk heeft gemaakt dat hij geen enkel vertrouwen heeft in de integriteit van (de voorzitter van) deze kamer;
  • het voorgaande de klager er niet van heeft weerhouden om weer een klacht over deze notaris bij deze kamer in te dienen en dat opnieuw op een respectloze wijze te doen, zowel richting de notaris als de kamer.

5.3.      Met het (wettelijke) notariële tuchtrecht wordt beoogd in het algemeen belang de kwaliteit van de beroepsuitoefening door notarissen te bewaken en te bevorderen. Hoewel het van groot belang is dat aan iedereen een laagdrempelige toegang tot het tuchtrecht wordt geboden, is de voorzitter van oordeel dat deze toegang niet langer aan de klager moet worden verleend.

5.4.      Deze klacht ziet namelijk niet op het handelen of nalaten van de notaris bij de uitoefening van zijn beroep. De notaris houdt ook geen kantoor in de villa. Het gaat nu – net als bij de klachten SHE/2025/11 en SHE/2025/21 – om handelen van de notaris als privépersoon, namelijk als lid van de VvE waarvan de klager ook deel uitmaakt en als partij in een bestuursrechtelijke procedure over het afgeven van een omgevingsvergunning. Dat handelen gaat de reikwijdte van het notariële tuchtrecht te buiten. De klager maakt misbruik van het klachtrecht door dit recht in te zetten voor een ander doel. De klacht lijkt enkel te zijn ingediend om de notaris opnieuw een hak te zetten in dit (buren)conflict en de klager doet dit weer op een wijze die alle perken te buiten gaan. Van de notaris kan in redelijkheid niet langer worden gevraagd dat hij zich blijft verweren tegen dit soort “processtukken”. Daarbij komt dat de klager bij herhaling en in niet mis te verstane bewoordingen te kennen heeft gegeven dat hij geen enkel vertrouwen heeft in de wijze waarop de (voorzitter van de) kamer tuchtklachten behandelt. Om die reden heeft hij de klachten SHE/2025/11 en SHE/2025/21 ook ingetrokken.

5.5.      Als de klager meent dat de notaris misbruik maakt van zijn meerderheidspositie in de VvE en ten onrechte beroep aantekent tegen een aan de klager verleende omgevingsvergunning op grond waarvan hij voor minimaal € 150.000,00 benadeeld meent te zijn, zal de klager de bestuursrechtelijke weg moeten vervolgen en/of een civielrechtelijke weg moeten inslaan. Het notariële tuchtrecht (waaronder artikel 2 Vbg dat ziet op een integere beroepsuitoefening) is niet bedoeld om te klagen over onenigheid in een VvE waar de notaris als privépersoon in verwikkeld is en zeker niet op deze wijze.

5.6.      Daarom is de voorzitter van oordeel dat de klager door de indiening van deze klacht misbruik heeft gemaakt van het klachtrecht. Daaruit volgt dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is. De voorzitter wijst de klager erop dat de kamer mogelijke volgende klachten van de klager tegen de notaris, die voortvloeien uit of samenhangen met geschillen tussen de klager en de notaris over het gebruik van de villa en de besluitvorming in de VvE, niet in behandeling zal nemen. Ook processtukken waarin de klager zich grievend en respectloos uitlaat over de notaris zal de kamer niet in behandeling nemen.

5.7.      De voorzitter zal de klacht direct afwijzen.

6.          De beslissing

De voorzitter:

wijst de klacht direct af.

Deze beslissing is op 25 februari 2026 gegeven door mr. T. Zuidema, voorzitter.

Tegen deze beslissing van de voorzitter tot afwijzing van de klacht kan de klager binnen veertien dagen na de dag van verzending van het afschrift van de beslissing schriftelijk verzet doen bij deze kamer voor het notariaat (Postadres: Postbus 70584, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch). De klager moet gemotiveerd aangeven met welke overweging(en) van de voorzitter hij zich niet kan verenigen.
Hij kan daarbij vragen over het verzet te worden gehoord (artikel 99, lid 15, Wna).
De voorzitter die de beslissing heeft gegeven waartegen verzet is ingesteld, maakt geen deel uit van de kamer die beslist op het verzet.