ECLI:NL:TNORSHE:2026:5 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/02 en SHE/2026/07
| ECLI: | ECLI:NL:TNORSHE:2026:5 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 13-02-2026 |
| Datum publicatie: | 04-03-2026 |
| Zaaknummer(s): | SHE/2026/02 en SHE/2026/07 |
| Onderwerp: | Overig, subonderwerp: Overig |
| Beslissingen: | Verzet ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | De voorzitter heeft de klacht van de klaagster buiten behandeling gesteld (SHE/2026/2). Van de voorzitter en de kamer kan in redelijkheid niet worden verlangd dat zij met de in totaal meer dan zestig losse e-mails en een veelvoud aan bijlagen van de klaagster gaan achterhalen wat klaagster met de indiening van deze stukken heeft bedoeld. Ook van de notarissen kan dit niet worden gevraagd. De chaotische wijze waarop de klaagster haar klacht heeft ingediend, maakt het voor de notarissen onmogelijk om deugdelijk verweer te voeren. Daarom heeft de voorzitter het niet nodig gevonden de notarissen in de gelegenheid te stellen om te reageren op de stukken van de klaagster.De klaagster heeft verzet ingesteld tegen de voorzittersbeslissing. De kamer heeft dat verzet ongegrond verklaard (SHE/2026/7). |
Klachtnummer : SHE/2026/7 (eerder SHE/2026/2)
Datum uitspraak : 13 februari 2026
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ’s-HERTOGENBOSCH
Beslissing van de kamer voor het notariaat (hierna: de kamer) op het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer (hierna: de voorzitter) van 6 januari 2026 op de klacht(en) van:
[de klaagster] (hierna: de klaagster)
wonende in [woonplaats], Duitsland
tegen
1. [notaris 1]
gevestigd in [vestigingsplaats]
en/of
2. [oud-notaris 2]
voorheen gevestigd in [vestigingsplaats]
en/of
3. [notaris 3]
gevestigd in [vestigingsplaats]
en/of
4. [notaris 4]
gevestigd in [vestigingsplaats]
hierna samen: de notarissen
1. De procedure
1.1. Voor het verloop van de procedure tot de bestreden beslissing van de voorzitter verwijst de kamer naar de omschrijving daarvan onder 1. van die beslissing. De voorzitter heeft de klacht bij die beslissing buiten behandeling gesteld.
1.2. De klaagster heeft van 6 tot en met 16 januari 2026 verschillende e-mails met bijlagen ingediend. Ook heeft de klaagster per post documenten aan de kamer toegestuurd, die de kamer op 16 januari 2026 heeft ontvangen. Deze stukken worden aangemerkt als een verzetschrift.
1.3. De klaagster heeft de kamer niet verzocht over haar verzet te worden gehoord zoals bedoeld in artikel 99 lid 15 Wet op het notarisambt (Wna). De klaagster is daarom niet over het verzet gehoord.
2. De beoordeling
Is het verzet ontvankelijk?
2.1. Als de voorzitter een klacht afwijst, kan een klager op grond van artikel 99 lid 15 Wna binnen veertien dagen na de dag van verzending van die beslissing daartegen schriftelijk verzet instellen bij de kamer. De kamer heeft de documenten van de klaagster, die tezamen worden aangemerkt als een verzetschrift, binnen die termijn ontvangen, zodat het verzet ontvankelijk is.
Is het verzet gegrond?
2.2. Vervolgens is de vraag aan de orde of het verzet gegrond of ongegrond is. Als de kamer van oordeel is dat de afwijzende beslissing van de voorzitter op goede gronden is gegeven, wordt het verzet ongegrond verklaard. Als de kamer oordeelt dat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter gegrond is, vervalt de beslissing van de voorzitter en neemt de kamer de klacht overeenkomstig artikel 99 lid 20 Wna in verdere behandeling.
2.3. De voorzitter heeft de klacht(en) buiten behandeling gesteld en is daarmee niet toegekomen aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht(en). Hij heeft daartoe het volgende overwogen:
“2.2. De klaagster heeft in het geheel niet voldaan aan het door de kamer gedane verzoek om per beklaagde (oud-)notaris een klachtformulier in te vullen met een duidelijke omschrijving van de klacht. De klaagster is de kamer daarentegen blijven overstelpen met onsamenhangende e-mails en ongenummerde bijlagen. Het enkel toezenden van allerlei stukken, zonder een daarbij begrijpelijke toelichting, acht de voorzitter onvoldoende om de klacht in behandeling te kunnen nemen. Van de voorzitter en de kamer kan in redelijkheid niet worden verlangd dat zij met de in totaal meer dan zestig losse e-mails en een veelvoud aan bijlagen van de klaagster gaan achterhalen wat klaagster met de indiening van deze stukken heeft bedoeld.
Ook van de notarissen kan dit niet worden gevraagd. De chaotische wijze waarop de klaagster haar klacht(en) heeft ingediend, maakt het voor de notarissen onmogelijk om deugdelijk verweer te voeren. Daarom heeft de voorzitter het niet nodig gevonden de notarissen in de gelegenheid te stellen om te reageren op de stukken van de klaagster.
2.3. Nu - ook nadat de klaagster in de gelegenheid is gesteld om haar klacht(en) opnieuw in te dienen - onduidelijk is gebleven over welke notaris(sen) precies wordt geklaagd, over welk concreet handelen en/of nalaten van de betreffende notaris(sen) wordt geklaagd en wanneer dat handelen en/of nalaten zou hebben plaatsgevonden, kan de voorzitter de klacht(en) van de klaagster niet in behandeling nemen. Zoals aangekondigd in de mail van 18 december 2025 zal de voorzitter de klacht(en) daarom buiten behandeling stellen.”
2.4. Op grond van artikel 99 lid 15 Wna moet een klager gemotiveerd aangeven met welke overwegingen van de voorzitter hij zich niet kan verenigen. De klaagster is hierop ook gewezen in de verklaring die onderaan de voorzittersbeslissing staat vermeld. In de mail van de klaagster van 6 januari 2026 om 13.44 uur staat vermeld: “Ik wil bij deze een gemotiveerd verweer inleggen want ik heb genoeg bewijs dat er Fraude is gepleegd en dit is een Mail belachelijke motivatie dat het teveel mails waren.”
De kamer begrijpt hieruit dat:
- de klaagster het niet eens is met de overweging van de voorzitter dat van hem en de kamer in redelijkheid niet kan worden verlangd dat zij met de in totaal meer dan zestig losse e-mails en een veelvoud aan bijlagen van de klaagster gaan achterhalen wat klaagster met de indiening van deze stukken heeft bedoeld;
- de klaagster dus van mening is dat de door haar indiende stukken wel degelijk als klacht(en) in behandeling kunnen worden genomen.
Uit de vanaf 6 januari 2026 door de klaagster ingediende stukken kan de kamer geen andere bezwaren tegen de overwegingen van de voorzitter destilleren.
2.5. De kamer volgt de klaagster niet in haar standpunt dat de door haar indiende stukken als klacht(en) in behandeling kunnen worden genomen en is daarom van oordeel dat de voorzitter de klacht(en) van de klaagster terecht buiten behandeling heeft gesteld. De kamer zal dit hieronder toelichten.
2.6. De kamer mag van een klager verwachten dat hij een klacht op ordentelijke wijze indient, zodat de kamer weet waar een klacht over gaat en een beklaagde notaris weet waartegen hij zich moet verweren.
Nu de kamer de klaagster in een e-mail van 18 december 2025, die in de voorzittersbeslissing is geciteerd, expliciet heeft uitgelegd waaraan haar klaagschriften moesten voldoen, had in dit geval van de klaagster mogen worden verlangd dat zij per beklaagde notaris - zoveel mogelijk als één ‘pakket’ - had aangeleverd:
- een duidelijke klacht;
- genummerde bijlagen die bij die klacht horen, voorzien van een korte toelichting waarom deze van belang zijn voor de beoordeling van de klacht tegen de betreffende notaris.
2.7. De klaagster heeft dit niet gedaan, maar heeft de kamer in plaats daarvan overstelpt met een grote hoeveelheid losse en onsamenhangende mails en een groot aantal ongenummerde en niet op chronologische of andere wijze geordende stukken, zonder duidelijk toe te lichten:
- op welke notaris/klacht de inhoud van haar e-mailberichten betrekking heeft;
- op welke notaris/klacht alle per e-mail en post meegezonden bijlagen betrekking hebben;
- waarom de meegezonden bijlagen van belang zijn voor de beoordeling van de klacht tegen de betreffende notaris.
2.8. Nadat de klaagster de voorzittersbeslissing op 6 januari 2026 per mail had ontvangen, heeft zij wederom verschillende mails met ongenummerde en niet op chronologische of andere wijze geordende bijlagen in het geding gebracht. Een groot aantal van die stukken had zij overigens (al dan niet gedeeltelijk) ook al eerder in het geding gebracht. Pas in de per post toegezonden stukken (door de kamer ontvangen op 16 januari 2026) heeft de klaagster enkele van de vele documenten genummerd.
2.9. De kamer is het met de voorzitter eens dat van hen in redelijkheid niet kan worden verlangd dat zij met de grote hoeveelheid losse e-mails en een veelvoud aan bijlagen van de klaagster gaan achterhalen op welke notaris/klacht deze stukken betrekking hebben en wat de klaagster hiermee heeft bedoeld. De chaotische wijze waarop de klaagster haar klacht(en) heeft ingediend, zorgt ervoor dat sprake is van een zoekplaatje. De voorzitter heeft de notarissen terecht niet met dat zoekplaatje geconfronteerd. Voor hen is het immers onmogelijk om op deze manier deugdelijk verweer te voeren.
2.10. Aangezien de kamer van oordeel is dat de voorzitter de klacht(en) terecht buiten behandeling heeft gesteld, zal het verzet ongegrond worden verklaard.
3. De beslissing
De kamer:
verklaart het verzet ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mr. C.T.M. Luijks, voorzitter, mr. H. van Waterschoot-van der Linden en mr. H.M.A. Albicher, leden.
Uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2026 door mr. C.T.M. Luijks, voorzitter, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Klachtnummer : SHE/2026/2
Datum uitspraak : 6 januari 2026
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ’s-HERTOGENBOSCH
Beslissing van de plaatsvervangend voorzitter (hierna: de voorzitter) van de kamer voor het notariaat in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de kamer) naar aanleiding van de klacht(en) van:
[de klaagster] (hierna: de klaagster)
wonende in [woonplaats], Duitsland
tegen
1. [notaris 1]
gevestigd in [vestigingsplaats]
en/of
2. [oud-notaris 2]
voorheen gevestigd in [vestigingsplaats]
en/of
3. [notaris 3]
gevestigd in [vestigingsplaats]
en/of
4. [notaris 4]
gevestigd in [vestigingsplaats]
hierna samen: de notarissen
1. Het verloop van de procedure
1.1. De klaagster heeft in de periode van 12 december tot en met 17 december 2025 ruim twintig mails (met bijlagen) naar de kamer gestuurd.
1.2. Op 18 december 2025 heeft de kamer de klaagster in een mail meegedeeld dat haar mails niet als een klacht tegen één of meerdere van de hiervoor genoemde notarissen in behandeling kunnen worden genomen. De klaagster is in de gelegenheid gesteld om haar klacht(en) binnen veertien dagen te verduidelijken.
1.3. Nadat de kamer de hiervoor genoemde mail naar de klaagster had verzonden, heeft de klaagster ruim veertig mails (met bijlagen) naar de kamer gestuurd.
2. De beoordeling
2.1. De voorzitter is van oordeel dat uit de e-mails (met bijlagen) die de klaagster vanaf 12 december tot en met 17 december naar de kamer heeft gestuurd, in het geheel niet kan worden opgemaakt tegen wie van de notarissen de klacht precies is gericht en wat de klaagster de betreffende notaris(sen) concreet verwijt.
In de mail van 18 december 2025 heeft de kamer de klaagster hierop gewezen en is de klaagster in de gelegenheid gesteld om haar klacht(en) te verduidelijken. In de mail staat het volgende vermeld:
“De kamer voor het notariaat heeft uw antwoordbericht van 15 december 2025 ontvangen. Uit uw klachtformulier van 15 december jl. (met bijlagen) maak ik op dat uw ouders samen eigenaar waren van het woonhuis aan [adresgegevens]. Uw vader is in 2014 is overleden, waarna er op 30 augustus 2018 een verklaring van erfrecht is opgemaakt, die is ingeschreven in de openbare registers van het kadaster. Daarmee is het woonhuis op naam gesteld van uw moeder. Ik begrijp dat uw moeder het woonhuis op 1 mei 2025 heeft verkocht.
Om uw klacht in behandeling te kunnen nemen moet de kamer in ieder geval het volgende
weten:
- tegen welke (oud-)notaris wilt u een klacht indienen en kunt u per (oud-)notaris
duidelijk maken wat uw klacht is?
Toelichting
In uw klachtformulier noemt u vier namen: [notaris 1], [oud-notaris 2], [notaris 3] en [notaris 4]. Elke notaris waarover u klaagt moet weten welk verwijt u deze notaris maakt, zodat
deze notaris in staat is hierop te reageren.
In dit verband wijs ik op art. 5 van het Reglement omtrent de werkwijze van de kamers
voor het notariaat:
“Artikel 5 Inhoud klaagschrift
Het klaagschrift vermeldt:
· (…)
· de voorletter(s), de naam, het kantooradres en de vestigingsplaats van de notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris (hierna: de notaris) tegen wie de klacht is gericht;
· een duidelijke omschrijving van de klacht en de gronden waarop de klacht berust, voor zoveel nodig onderbouwd met bewijsstukken.”
Ik wijs u er verder op dat, voordat de kamer uw klacht in behandeling kan nemen, u € 50,-- griffierecht per beklaagde notaris verschuldigd bent. Als u een klacht indient tegen vier (oud-)notarissen, dan bedraagt het griffierecht in totaal € 200,--.
- wanneer bent u op de hoogte geraakt van de handelingen waarover u klaagt?
Toelichting
Voor het indienen van een klacht geldt in principe een klachttermijn van drie jaar.
Dit betekent dat een klacht moet worden ingediend binnen drie jaar, na de dag waarop
een klager bekend is geworden met de handelingen waarover hij klaagt (artikel 99 lid
21 Wet op het notarisambt). Als een klacht te laat is ingediend, kan de kamer de klacht
niet inhoudelijk beoordelen.
- wat is het (woon)adres waarnaar de kamer post kan verzenden?
Toelichting
Op het klachtformulier staan nu twee adressen vermeld.
Verzoek aan u:
Zou u per (oud-)notaris opnieuw een klachtformulier willen invullen waarin u vermeldt:
- de voorletter(s), de naam, het kantooradres en de vestigingsplaats van de (oud-)notaris
tegen wie de klacht is gericht;
- een duidelijke omschrijving van de klacht over wie u klaagt:
- als u stukken meezendt graag deze stukken nummeren met een korte uitleg waarom
deze van belang zijn voor de beoordeling van de klacht.
Mocht de kamer de verzochte verduidelijking en uw (post)adres niet binnen 14 dagen na vandaag van u ontvangen, dan zal de klacht buiten behandeling worden gesteld. Een nieuwe gelegenheid om dit gebrek te herstellen zal u niet worden geboden.”
2.2. De klaagster heeft in het geheel niet voldaan aan het door de kamer gedane verzoek om per beklaagde (oud-)notaris een klachtformulier in te vullen met een duidelijke omschrijving van de klacht. De klaagster is de kamer daarentegen blijven overstelpen met onsamenhangende e-mails en ongenummerde bijlagen. Het enkel toezenden van allerlei stukken, zonder een daarbij begrijpelijke toelichting, acht de voorzitter onvoldoende om de klacht in behandeling te kunnen nemen. Van de voorzitter en de kamer kan in redelijkheid niet worden verlangd dat zij met de in totaal meer dan zestig losse e-mails en een veelvoud aan bijlagen van de klaagster gaan achterhalen wat klaagster met de indiening van deze stukken heeft bedoeld.
Ook van de notarissen kan dit niet worden gevraagd. De chaotische wijze waarop de klaagster haar klacht(en) heeft ingediend, maakt het voor de notarissen onmogelijk om deugdelijk verweer te voeren. Daarom heeft de voorzitter het niet nodig gevonden de notarissen in de gelegenheid te stellen om te reageren op de stukken van de klaagster.
2.3. Nu - ook nadat de klaagster in de gelegenheid is gesteld om haar klacht(en) opnieuw in te dienen - onduidelijk is gebleven over welke notaris(sen) precies wordt geklaagd, over welk concreet handelen en/of nalaten van de betreffende notaris(sen) wordt geklaagd en wanneer dat handelen en/of nalaten zou hebben plaatsgevonden, kan de voorzitter de klacht(en) van de klaagster niet in behandeling nemen. Zoals aangekondigd in de mail van 18 december 2025 zal de voorzitter de klacht(en) daarom buiten behandeling stellen.
3. De beslissing
De voorzitter:
stelt de klacht(en) buiten behandeling.
Deze beslissing is op 6 januari 2026 gegeven door mr. T. Zuidema, voorzitter.
Tegen deze beslissing van de voorzitter tot afwijzing van de klacht kan de klager
binnen veertien dagen na de dag van verzending van het afschrift van de beslissing
schriftelijk verzet doen bij deze kamer voor het notariaat (Postadres: Postbus 70584,
5201 CZ ’s-Hertogenbosch). De klager moet gemotiveerd aangeven met welke overweging(en) van de voorzitter hij/zij zich niet kan verenigen.
Hij/zij kan daarbij vragen over het verzet te worden gehoord (artikel 99, lid 15, Wna).
De voorzitter die de beslissing heeft gegeven waartegen verzet is gedaan, maakt geen deel uit van de kamer die beslist op het verzet.