We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

ECLI:NL:TNORSHE:2026:18 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2025/50

ECLI: ECLI:NL:TNORSHE:2026:18
Datum uitspraak: 08-06-2026
Datum publicatie: 29-06-2026
Zaaknummer(s): SHE/2025/50
Onderwerp: Personen- en Familierecht, subonderwerp: Nalatenschap
Beslissingen:
  • Klacht ongegrond
  • Klacht gegrond zonder maatregel
Inhoudsindicatie: Afwikkeling nalatenschap. De klager is executeur-afwikkelingsbewindvoerder en bevoegd om de verdeling van de nalatenschap zelfstandig tot stand te brengen. Zijn broer en zus – die allebei in het buitenland wonen – waren het ermee eens dat de nagelaten woning aan de klager werd toegedeeld. De kandidaat-notaris wilde eerst controleren of de broer en de zus bevoegd waren om de nalatenschap te aanvaarden, voordat zij de akte van verdeling wilde passeren. Daarom heeft zij een volmacht aan de broer en de zus gestuurd, maar volgens de klager was dat niet nodig. Klacht gedeeltelijk gegrond (zonder oplegging van een maatregel) omdat de kandidaat-notaris duidelijker met de klager had moeten communiceren. Overige klachtonderdelen ongegrond.

Klachtnummer    : SHE/2025/50
Datum uitspraak : 8 juni 2026

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ’s-HERTOGENBOSCH

Beslissing van de kamer voor het notariaat op de klacht van:

de heer [naam] (hierna: de klager)
wonende in [naam gemeente]

tegen

kandidaat-notaris mevrouw mr. [naam] (hierna:de kandidaat-notaris)
werkzaam in [naam gemeente]
gemachtigde: de heer mr. S.R. Baetens, advocaat in Eindhoven

1.         De zaak in het kort

De klager is executeur-afwikkelingsbewindvoerder van de nalatenschap van zijn moeder. Volgens haar testament is de klager bevoegd om de verdeling van de nalatenschap zelfstandig tot stand te brengen. De broer en de zus van de klager wonen allebei in het buitenland. Zij willen de nalatenschap  zuiver aanvaarden en zijn het ermee eens dat de woning van moeder voor een bepaald bedrag aan de klager wordt toegedeeld. De kandidaat-notaris maakt een conceptakte van verdeling en laat weten dat zij deze akte zal passeren zodra zij volmachten van de broer en de zus heeft ontvangen die in hun woonland zijn gelegaliseerd. Volgens de klager zijn deze volmachten niet nodig en hij heeft ook andere bezwaren tegen de manier waarop de kandidaat-notaris het dossier heeft behandeld.

2.          Het verloop van de procedure

2.1.      De beslissing van de kamer is gebaseerd op:

  • de klacht met bijlagen, ontvangen op 31 augustus 2025;
  • de reactie van de kandidaat-notaris op de klacht;
  • de e-mail met bijlagen van de gemachtigde van de kandidaat-notaris aan de kamer en de klager van 19 maart 2026;
  • de toelichting die de klager en de kandidaat-notaris op hun standpunt hebben gegeven bij de mondelinge behandeling van de klacht op 14 april 2026; deze toelichting is vastgelegd in het proces-verbaal (verslag) van die behandeling.

2.2.      De klager heeft een beroep gedaan op een bijlage bij de spreekaantekeningen die hij bij de mondelinge behandeling aan de kamer heeft overhandigd. De kandidaat-notaris heeft daar bezwaar tegen gemaakt omdat de klager de bijlage eerder had moeten toesturen. In artikel 17 van het Reglement omtrent de werkwijze van de kamers voor het notariaat is bepaald dat stukken waar een partij een beroep op wil doen uiterlijk op de tiende kalenderdag voor de zitting aan de kamer en aan de wederpartij moeten worden toegestuurd. Omdat de klager dat niet op tijd heeft gedaan, heeft de kamer de bijlage niet gelezen en is deze niet aan het dossier toegevoegd.

3.          De feiten

De feiten die de kamer van belang vindt voor de beoordeling van de klacht, worden hierna verkort weergegeven. Als dat nodig is, gaat de kamer onder 5 verder in op de feitelijke gang van zaken.

3.1.      De klager heeft een broer en een zus. De broer woont in India en de zus in Servië. Hun moeder is op 12 juli
2024 overleden. In haar testament had moeder haar kinderen ieder voor 1/3e deel benoemd als erfgenaam en zij had een uitsluitingsclausule opgenomen. Daardoor is hun aandeel in de erfenis privébezit en valt dit niet in een huwelijksgemeenschap. Moeder had de klager benoemd tot executeur en afwikkelingsbewindvoerder en daarbij het volgende bepaald:

“Op grond van artikel 4:171 Burgerlijk Wetboek ken ik de afwikkelingsbewindvoerder naast zijn in de wet vermelde taken en bevoegdheden, de bevoegdheid toe om over de goederen van mijn nalatenschap te beschikken, zonder medewerking van de rechthebbende(n) en zonder machtiging van de kantonrechter. (…) Aan de afwikkelingsbewindvoerder komen alle bevoegdheden toe die nodig zijn om een verdeling van de nalatenschap zelfstandig tot stand te brengen, zonder medewerking, machtiging of goedkeuring van welke aard dan ook.”

3.2.      De klager heeft het kantoor waar de kandidaat-notaris werkt opdracht gegeven om een verklaring van erfrecht op te stellen. Op 24 juli 2024 hebben de klager en de broer en de zus een gesprek gehad met de kandidaat-notaris. Zij hebben toen laten weten dat zij de nalatenschap zuiver wilden aanvaarden en de broer en de zus hebben ermee ingestemd dat de woning van moeder aan de klager zou worden toegedeeld. Bij dat gesprek hebben zij zich gelegitimeerd en zijn hun handtekeningen gecontroleerd.

3.3.      In een e-mail van 12 augustus 2024 heeft de kandidaat-notaris de klager laten weten:

“Bijgaand treft u een verklaring aan waarin u bevestigt dat de nalatenschap toereikend is om alle schulden te voldoen en de bijbehorende boedelbeschrijving.

Ik verzoek u de beide stukken te ondertekenen en bij ons af te geven/in de brievenbus te stoppen.

Het is dan niet nodig dat ik nu kan controleren of uw broer handelingsbekwaam is. Het terugsturen van de verklaring van zuivere aanvaarding door uw broer en zus heeft dan geen haast.

Indien in de toekomst de akte van verdeling wordt getekend waarbij de woning te [naam gemeente] aan u wordt toegedeeld, dan moet ik wél kunnen controleren dat uw broer handelingsbekwaam en -bevoegd is. Dus dat hij niet failliet is verklaard, niet onder curatele staat en dat zijn vermogen niet onder bewind is gesteld. Ook moet ik dan het adres kunnen controleren waar hij is ingeschreven. Indien dat zijn adres in [naam gemeente in Nederland] is dan kunnen wij die controles gemakkelijk uitvoeren. Indien hij niet in Nederland is ingeschreven dan zullen deze controles anders uitgevoerd dienen te worden.”

3.4.      Op 19 augustus 2024 heeft een kantoorgenoot van de kandidaat-notaris een verklaring van executele afgegeven (waarbij de klager zijn benoeming tot executeur en afwikkelingsbewindvoerder heeft aanvaard) zodat hij alvast de nodige werkzaamheden kon gaan verrichten.

3.5.      De klager heeft de woning in het najaar van 2024 laten taxeren en op 20 februari 2025 heeft hij de kandidaat-notaris gevraagd een akte van verdeling op te stellen. Zij hebben daar op 20 maart 2025 een bespreking over gehad.

3.6.      Op 7 april 2025 heeft de kandidaat-notaris een conceptakte van verdeling aan de klager gemaild op grond waarvan de woning voor de getaxeerde waarde van € 400.000,00 aan de klager zou worden toegedeeld.In de conceptakte is onder meer vermeld:

aanvaarding
Alle erfgenamen hebben kenbaar gemaakt de nalatenschap zuiver te aanvaarden door het ondertekenen van een verklaring.”

3.7.      Op 16 april 2025 heeft de klager met het notariskantoor gebeld omdat hij uit informatie van Chat GPT had begrepen dat niet hoefde te worden gecontroleerd of de broer en de zus handelings-bekwaam en beschikkingsbevoegd zijn en hij het idee had dat de kandidaat-notaris de verdeling bewust tegenhield. Diezelfde dag heeft de kandidaat-notaris de klager en de broer gemaild dat zij volmachten voor de broer en de zus kan opstellen zodra zij akkoord zijn met de conceptakte van verdeling en de overbedelingssom. Als de broer inderdaad ook in het buitenland is ingeschreven, gelden voor hem dezelfde regels als voor de zus, aldus de kandidaat-notaris, die heeft vermeld dat zij op de volmacht de gegevens zal vermelden die de (buitenlandse) notaris moet invullen in een “Notarial declaration of authenticity”. De inhoud van die verklaring heeft zij in de e-mail opgenomen en zij heeft daarbij het volgende laten weten:

“Het gaat dus om een verklaring die de notaris aflegt nadat hij de gegevens van uw zus heeft gecontroleerd. Vervolgens wordt de volmacht getekend door uw zus en verklaart de notaris dat het de persoon in de volmacht is die zelf heeft ondertekend.

De getekende en gelegaliseerd volmacht dient vervolgens voorzien te worden van een apostilleverklaring. (…)

Dit is de manier waarop het gaat. Graag verneem ik of het concept van de akte van verdeling akkoord is, zodat ik dat aan uw broer en zus kan sturen met de volmachten erbij.”

3.8.      Op 23 april 2025 heeft de kandidaat-notaris de conceptakte van verdeling met een vermogensoverzicht en een volmacht (power of attorney) aan de broer gemaild en in cc aan de klager. In de daarbij gevoegde mail aan de broer van 22 april 2025 heeft de kandidaat-notaris onder meer vermeld:

“Omdat u in India woonachtig bent, ga ik ervan uit dat u gebruik wenst te maken van bijgaande volmacht tot verdeling. Deze volmacht moet ondertekend worden in het bijzijn van een notaris/advocaat/solicitor (hierna te noemen ‘notaris’. Dit betekent ook dat de volmacht vertaald moet worden. Deze extra kosten zijn voor uw rekening.

Bij het verdelen van een woning moet de notaris verschillende controles uitvoeren. Hij moet bijvoorbeeld onderzoeken of u niet failliet bent, gescheiden bent, enzovoort.

Omdat u niet in Nederland woont, kunnen wij deze controles niet uitvoeren.

Daarom moet ik tijdig voor de ondertekening van de akte van verdeling in het bezit zijn van een document dat in het Nederlands of Engels is opgesteld (vertaald) door een bevoegde ambtenaar (notaris/advocaat), waarin voor u staat:

1. dat u handelingsbekwaam bent (dat u niet failliet bent, er geen surseance van betaling is aangevraagd, etc.);

2. op welk adres u momenteel woont;

3. uw burgerlijke staat;

4. dat de geplaatste handtekening daadwerkelijk van u is;

5. verificatie van uw persoonlijke gegevens, waaronder de geboortedatum en het geslacht, die vermeld staan op het geldige identiteitsbewijs dat door de notaris/advocaat/solicitor is overgelegd;

6. Verificatie van uw identiteit.

In bijgaande volmacht verklaart de notaris dit. (…)

De verdeling van de woning is pas definitief als u en uw zus de volmacht hebben ondertekend, voorzien van een legalisatieverklaring en een apostilleverklaring en de verklaring van de notaris in verband met uw burgerlijke staat, adres en uw niet-failliet, alsmede de verdelingsakte door uw broer [voornaam van de klager] en door de notaris is ondertekend en bij het kadaster is ingeschreven”.

3.9.      Op 29 april 2025 heeft de klager de kandidaat-notaris gemaild dat de hypotheekadviseur hem heeft geadviseerd om tegelijk met het passeren van de akte van verdeling en de hypotheekakte ook zijn huwelijkse voorwaarden te wijzigen in een algehele gemeenschap van goederen. Hij heeft haar gevraagd dit in gang te zetten en aan te geven welke stukken zij daarvoor nodig heeft.

3.10.     In reactie op dat verzoek heeft de kandidaat-notaris de klager op 1 mei 2025 per e-mail een prijsopgave gedaan voor de wijziging van de huwelijkse voorwaarden. Daarbij heeft zij ook het volgende laten weten:

“Ik wil u er uitdrukkelijk op wijzen dat u het aandeel in de woning heeft verkregen onder een uitsluitingsclausule. Datzelfde geldt voor uw broer en zus. Indien de gehele woning aan u wordt toegedeeld, valt de gehele woning onder de uitsluitingsclausule en valt derhalve niet in de algehele gemeenschap van goederen. Uw echtgenote heeft dus geen aanspraak op een deel van deze woning. Indien de hypotheekverstrekker voorschrijft dat uw echtgenote mede-eigenaar van de woning moet zijn dan kunt u eventueel overwegen om 1% van de woning aan haar te verkopen en te leveren. Ik weet niet of dat voor de bank voldoende is.

Graag verneem ik of u wil dat wij uw huwelijkse voorwaarden wijzigen in de algehele gemeenschap van goederen.

Graag ontvang ik dan een kopie van uw huidige huwelijkse voorwaarden en verzoek ik u en uw echtgenote een afspraak te maken over de gevolgen van het wijzigen van uw huwelijkse voorwaarden. Neemt u dan ook een overzicht mee van ieders privé en de gezamenlijke bezittingen en schulden?”

3.11.     Op 2 mei 2025 heeft de klager de kandidaat-notaris gemaild dat hij niet heeft gevraagd om zijn huwelijkse voorwaarden aan te passen, maar dat hij graag wil dat zijn vrouw mede-eigenaar wordt van de woning. De klager heeft daarbij onder meer ook zijn onvrede geuit over de hele gang van zaken en heeft (kort gezegd) laten weten dat hij het idee heeft dat de kandidaat-notaris telkens problemen opwerpt die hij dan weer moet oplossen terwijl zij gepeperde offertes stuurt. Hij heeft duidelijk gemaakt dat hij van de kandidaat-notaris verwacht dat zij alles nu snel afrondt. Daarbij heeft de klager ook gemeld dat hij van zijn hypotheekadviseur heeft begrepen dat de genoemde 1%-regeling in het algemeen niet wordt geaccepteerd en dat zijn dochter via Chat GPT een mogelijke oplossing heeft gevonden, namelijk een ”akte van vermogensverschuiving”. Hij heeft de kandidaat-notaris gevraagd hem te laten weten of dat een oplossing is en zo niet, wat dan wel de oplossing is.

3.12.     De kandidaat-notaris heeft de klager laten weten dat een akte van vermogensverschuiving geen oplossing biedt en dat de enige mogelijkheid om ervoor te zorgen dat zijn vrouw mede-eigenaar van de woning wordt, is dat hij een deel daarvan aan haar verkoopt. Op 8 mei 2025 heeft de kandidaat-notaris de klager gemaild dat zij de stellige indruk heeft dat hij geen vertrouwen heeft in haar uitleg en adviezen, dat de toon van zijn e-mails haar niet bevalt en dat zij niet van plan is om zich nog langer door hem te laten schofferen. Daarom heeft zij de klager voorgesteld dat hij een notaris zoekt bij een ander kantoor en dat zij haar dossier zal sluiten zonder een nota te sturen. De klager heeft haar diezelfde dag gemaild dat hij dit een uitstekende oplossing vindt.

3.13.     Daarna is de klager naar een ander notariskantoor gegaan. Nadat hij een onplezierig telefoongesprek had gehad met een medewerkster van dat kantoor, heeft hij ontdekt dat de kandidaat-notaris in het verleden op dat kantoor had gewerkt.

4.          De klacht

Bij de mondelinge behandeling heeft de klager bevestigd dat zijn klacht inhoudt dat hij de kandidaat-notaris – samengevat – verwijt:

1. dat zij aan het passeren van de akte van verdeling van de woning de voorwaarde heeft verbonden dat zijn broer en zus een in het buitenland gelegaliseerde volmacht moesten verstrekken, terwijl de klager op grond van het testament van moeder als executeur-afwikkelingsbewindvoerder bevoegd was om de verdeling van de nalatenschap zelfstandig tot stand te brengen;

2. dat zij de afwikkeling van de nalatenschap onnodig heeft vertraagd door het stellen van die voorwaarde;

3. dat zij tegen hem heeft gezegd dat hij de woning moest laten taxeren, terwijl dat niet nodig was;

4. dat zij telkens nieuwe problemen naar voren bracht, waar de klager dan zelf een oplossing voor moest zoeken;

5. dat zij over deze kwestie contact heeft gehad met het notariskantoor dat hij opdracht had gegeven om de nalatenschap verder af te wikkelen.

5.          De beoordeling

Is tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld?

De maatstaf

5.1.      De maatstaf die de tuchtrechter hanteert, is of notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen hebben gehandeld zoals een behoorlijk beroepsbeoefenaar volgens artikel 93 lid 1 Wet op het notarisambt (hierna: Wna) behoort te doen. De tuchtrechter toetst of:
 

  • hun handelen of nalaten in strijd is met het bepaalde in de Wna en andere wet- en regelgeving;
  • zij voldoende zorgvuldig hebben gehandeld ten opzichte van de (rechts)personen voor wie zij optreden.

Zo moet een (toegevoegd of kandidaat-) notaris het ambt in onafhankelijkheid uitoefenen en de belangen van alle bij de rechtshandeling betrokken (rechts)personen op onpartijdige wijze en met de grootst mogelijke zorgvuldigheid behartigen (artikel 17 lid 1 Wna).

5.2.      De kamer is van oordeel dat de kandidaat-notaris in deze zaak niet helemaal aan deze maatstaf heeft voldaan. Hierna legt de kamer per klachtonderdeel uit waarom zij tot dit oordeel komt.

Klachtonderdeel 1: volmachten

5.3.      Volgens de klager hoefden de broer en de zus geen volmacht te verstrekken omdat hij op grond van het testament als executeur-afwikkelingsbewindvoerder zelfstandig bevoegd was om de verdeling van de nalatenschap tot stand te brengen.

5.4.      De kandidaat-notaris heeft daar het volgende tegenin gebracht. De klager en de broer en de zus hebben bij het eerste gesprek inderdaad alle drie laten weten dat zij de nalatenschap zuiver wilden aanvaarden en toen is ook hun identiteit geverifieerd en zijn hun handtekeningen gecontroleerd. Volgens de kandidaat-notaris moest echter ook nog worden gecontroleerd of de erfgenamen handelingsbekwaam en beschikkingsbevoegd (hierna in verband met de leesbaarheid: bevoegd) waren om de nalatenschap te kunnen aanvaarden. Bij de klager kon de kandidaat-notaris dat controleren in de Nederlandse registers, maar bij de broer en de zus had zij die mogelijkheid niet en was zij aangewezen op informatie van de bevoegde instanties in Servië en India. Pas nadat de uitkomst van die controles bekend was, zou een verklaring van erfrecht kunnen worden opgesteld. Omdat dit een tijd zou kunnen duren, is ervoor gekozen om op 19 augustus 2024 een verklaring van executele af te geven. Toen de klager de kandidaat-notaris in februari 2025 vroeg om een akte van verdeling op te stellen, heeft zij ervoor gekozen om een volmacht op te stellen waarin de broer en de zus instemden met de verdeling van de nalatenschap zoals vastgelegd in de bijgevoegde conceptakte. In die volmacht was ook opgenomen dat zij toestemming verleenden om de genoemde controles te laten verrichten. Volgens de kandidaat-notaris heeft zij juist zorgvuldig gehandeld door aan de klager te laten weten dat de akte van verdeling pas kon worden gepasseerd als zij had gecontroleerd of de zuivere aanvaarding van de nalatenschap door de broer en de zus rechtsgeldig was.

5.5.      Bij de beoordeling van dit klachtonderdeel stelt de kamer voorop dat de klager terecht heeft aangevoerd dat hij als executeur-afwikkelingsbewindvoerder op grond van het testament geen medewerking, machtiging of goedkeuring van welke aard dan ook nodig had om de verdeling van de nalatenschap zelfstandig tot stand te brengen; de broer en de zus hoefden inderdaad niet in te stemmen met de toedeling van de woning aan hem.

5.6.      Voordat een nalatenschap daadwerkelijk kan worden verdeeld, moet echter wel vaststaan wie aanspraak maakt op de nalatenschap. In deze zaak staat niet ter discussie dat de broer en de zus de kandidaat-notaris hebben laten weten dat zij de nalatenschap zuiver wilden aanvaarden, maar naar het oordeel van de kamer is het in de gegeven omstandigheden verdedigbaar dat de notaris nog wel wilde (laten) controleren of de broer en de zus bevoegd waren om deze rechtshandeling zelf te verrichten. Als een erfgenaam bijvoorbeeld failliet is verklaard of onder bewind is gesteld, kan hij/zij de nalatenschap namelijk niet zelf (beneficiair) aanvaarden of verwerpen, maar moet de curator of bewindvoerder dat doen. Anders is de aanvaarding niet rechtsgeldig en zou dit gevolgen kunnen hebben voor de rechtsgeldigheid van de verdeling. Een van de kerntaken van het notariaat is dat de rechtszekerheid wordt gediend. Daarom is de kamer van oordeel dat het niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is dat de kandidaat-notaris zich op het standpunt heeft gesteld dat zij de akte van verdeling pas kon passeren als vast stond dat de broer en de zus bevoegd waren om de nalatenschap zuiver te aanvaarden.

5.7.      De kamer is wel van oordeel dat de kandidaat-notaris hierover duidelijker met de klager had moeten communiceren, zeker toen bleek dat de klager niet begreep waarom de akte van verdeling niet kon worden gepasseerd als de broer en de zus de volmachten niet hadden ondertekend, terwijl in het testament was bepaald dat hij van niemand toestemming nodig had om de verdeling tot stand te brengen. In de hiervoor onder 3.8. geciteerde brief aan de broer (die in cc aan de klager is gestuurd) heeft de kandidaat-notaris vermeld dat een notaris bij “het verdelen van een woning” verschillende controles moet uitvoeren, bijvoorbeeld of iemand niet failliet of gescheiden is en “dat de verdeling van de woning (…) pas definitief” is als de broer en de zus de volmacht hebben ondertekend. In de bij die brief gevoegde volmacht (power of attorney) is bovendien allereerst en uitdrukkelijk vermeld dat de broer verklaart dat hij instemt met de toedeling van de woning overeenkomstig de bijgevoegde conceptakte van verdeling, terwijl pas aan het einde van de volmacht ook toestemming wordt gevraagd voor het uitvoeren van de controles. Nu instemming met de toedeling van de woning op grond van het testament juist niet was vereist, is de kamer van oordeel dat de kandidaat-notaris wat dat betreft niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft gehandeld. Klachtonderdeel 1 is daarom gedeeltelijk gegrond.

Klachtonderdeel 2: onnodige vertraging

5.8.      De klager verwijt de kandidaat-notaris dat zij de afwikkeling van de nalatenschap onnodig heeft vertraagd door te stellen dat zij eerst de genoemde controles moest uitvoeren voordat de akte van verdeling kon worden gepasseerd.

5.9.      Uit de beoordeling van klachtonderdeel 1 volgt dat de kamer vindt dat de kandidaat-notaris zich in de gegeven omstandigheden terecht op het standpunt heeft gesteld dat zij eerst wilde controleren of de broer en de zus bevoegd waren om de nalatenschap te aanvaarden voordat zij de akte van verdeling zou passeren. Bovendien blijkt uit de hiervoor onder de feiten omschreven gang van zaken dat de notaris telkens voortvarend op de berichten van de klager heeft gereageerd. Van onnodige vertraging van de afwikkeling is naar het oordeel van de kamer dan ook geen sprake, zodat dit klachtonderdeel ongegrond is. 

Klachtonderdeel 3: taxatie

5.10.     De klager verwijt de notaris dat zij tegen hem heeft gezegd dat hij de woning moest laten taxeren in verband met de verdeling en de aangifte erfbelasting, terwijl dat niet nodig was.

5.11.     De kandidaat-notaris heeft gesteld dat zij de klager heeft gemaild dat een taxatierapport kón worden opgesteld in verband met de verdeling, maar dat zij niet heeft gezegd dat hij een taxatie moest laten verrichten. Voor de aangifte erfbelasting wordt bovendien uitgegaan van de WOZ-waarde, zodat een taxatie daarvoor sowieso niet nodig is, aldus de kandidaat-notaris.

5.12.     De kamer begrijpt uit de e-mail van de klager aan de kandidaat-notaris van 13 augustus 2024 dat zij hem had gevraagd of hij een idee had van de waarde van de woning. In die e-mail heeft de klager haar laten weten dat hij de waarde had opgezocht op internet en dat hij er op basis van die informatie van uitging dat het realistisch was om een marktwaarde van € 400.000,00 aan te houden  omdat de woning nogal wat achterstallig onderhoud had. Hij heeft de kandidaat notaris gevraagd die waarde op te nemen in de boedelbeschrijving.In reactie op dat bericht heeft de kandidaat-notaris diezelfde dag een aangepaste boedelbeschrijving aan de klager gemaild en hem als volgt bericht:

“Voor de verdeling zal te zijner tijd een taxatierapport opgesteld kunnen worden.”

5.13.     Uit die mededeling volgt niet dat de kandidaat-notaris de klager heeft laten weten dat hij een taxatierapport móest laten opstellen. Nu niet (voldoende) is komen vast te staan dat de kandidaat-notaris op een ander moment wel met zoveel woorden tegen de klager heeft gezegd dat hij de woning moest laten taxeren, is klachtonderdeel 3 ongegrond. De kamer merkt daarbij wel op dat de kandidaat-notaris duidelijker had kunnen zijn door in haar e-mail te vermelden onder welke omstandigheden (alsnog) een taxatierapport zou kunnen of moeten worden opgesteld. Omdat de kandidaat-notaris dit in het midden heeft gelaten, had de klager dit echter aan haar kunnen vragen voordat hij de opdracht gaf om de woning te laten taxeren.

Klachtonderdeel 4: nieuwe problemen opwerpen

5.14.     De klager verwijt de kandidaat-notaris dat zij telkens nieuwe problemen naar voren heeft gebracht, waar de klager dan zelf een oplossing voor moest zoeken. Dit verwijt gaat over haar handelwijze in verband met de genoemde controles en de volmachten en bij de mondelinge behandeling heeft de klager verklaard dat het ook gaat over haar handelwijze naar aanleiding van zijn verzoek van 29 april 2025 om de huwelijkse voorwaarden te wijzigen.

5.15.     In reactie op dit verwijt heeft de notaris in de kern naar voren gebracht dat het tot haar taak behoort om problemen te signaleren en dat zij daar invulling aan heeft gegeven.

5.16.     De kamer heeft bij klachtonderdeel 1 al geoordeeld over het verwijt in verband met de controles en de volmachten. Dit verwijt hoeft hier dus niet opnieuw te worden besproken.  

5.17.     Voor zover de klager de kandidaat-notaris verwijt dat zij ten onrechte vragen heeft opgeworpen naar aanleiding van zijn e-mail van 29 april 2025 zonder daar een oplossing voor aan te dragen, overweegt de kamer als volgt. In die e-mail heeft de klager de kandidaat-notaris letterlijk meegedeeld dat de hypotheekadviseur hem had geadviseerd om tegelijk met het passeren van de akte van verdeling en de hypotheekakte ook zijn huwelijkse voorwaarden te wijzigen in een algehele gemeenschap van goederen. De klager heeft de kandidaat-notaris daarbij gevraagd of zij dit in gang kon zetten. In haar e-mail van 1 mei 2025 heeft zij de ontvangst van dat verzoek bevestigd en een offerte uitgebracht voor de kosten die aan zo’n wijziging verbonden zijn. Dat de kandidaat-notaris de klager er in die e-mail (die hiervoor onder 3.10. gedeeltelijk is geciteerd) ook op heeft gewezen dat de woning door de uitsluitingsclausule uit het testament niet in een algehele gemeenschap van goederen zal vallen, getuigt naar het oordeel van de kamer van zorgvuldigheid, net als haar suggestie dat de klager zou kunnen overwegen om 1% van de woning aan zijn vrouw te verkopen en te leveren. Bij de mondelinge behandeling heeft de klager verklaard dat het verzoek om de huwelijkse voorwaarden te wijzigen erom ging dat de woning na zijn overlijden niet alleen naar zijn dochter zou gaan maar ook naar de kinderen uit een eerder huwelijk van zijn vrouw. De kamer is echter van oordeel dat deze bedoeling helemaal niet blijkt uit het verzoek van de klager van 29 april 2025 en overigens ook niet uit zijn e-mail van 2 mei 2025, zodat het verwijt dat de klager de kandidaat-notaris maakt niet terecht is. Het had op de weg van de klager gelegen om zijn verzoek te verduidelijken toen hem bleek dat de kandidaat-notaris dat kennelijk niet goed had begrepen en/of om toe te lichten waarom haar aannames niet juist waren. Klachtonderdeel 4 is daarom ongegrond.

Klachtonderdeel 5: contact met opvolgend notariskantoor

5.18.     De klager verwijt de kandidaat-notaris dat zij over deze kwestie contact heeft gehad met het notariskantoor – waar zij vroeger had gewerkt – dat hij opdracht heeft gegeven om de nalatenschap verder af te wikkelen. Hij vermoedt dat zij “de nodige valse dingen” over hem heeft verteld en dat hij daardoor zo’n onplezierig gesprek heeft gehad met een medewerkster van dat kantoor.  

5.19.     De kandidaat-notaris heeft uitdrukkelijk betwist dat zij over deze zaak contact heeft gehad met dat notariskantoor en zij heeft gesteld dat zij niet eens wist naar welk kantoor de klager was gegaan nadat zij haar werkzaamheden had beëindigd.

5.20.     Nu de klager zijn stelling niet nader heeft onderbouwd en hij bij de mondelinge behandeling heeft verklaard dat hij niet kan aantonen dat de kandidaat-notaris contact met dat notariskantoor heeft gehad, is niet komen vast te staan dat de kandidaat-notaris zich hieraan schuldig heeft gemaakt. Klachtonderdeel 5 is dan ook ongegrond.

Conclusie en maatregel

5.21.     Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat klachtonderdeel 1 gedeeltelijk gegrond is. Als een klacht (gedeeltelijk) gegrond wordt verklaard, kan de kamer afhankelijk van de aard en omvang van het verwijtbare handelen een (tucht)maatregel opleggen. De kamer rekent het de kandidaat-notaris aan dat zij niet duidelijk genoeg aan de klager heeft uitgelegd waarom zij de genoemde controles nog wilde laten uitvoeren. Daardoor heeft zij zelf bijgedragen aan de verwarring en de onvrede die helaas bij de klager is ontstaan. De kamer is echter van oordeel dat haar handelwijze van onvoldoende gewicht is om daarvoor een maatregel op te leggen. Daarom vindt de kamer het voldoende om klachtonderdeel 1 gedeeltelijk gegrond te verklaren zonder dat daarbij een maatregel wordt opgelegd.

Proceskosten

Terugbetaling griffierecht

5.22.     Omdat de kamer de klacht gedeeltelijk gegrond verklaart, moet de kandidaat-notaris op grond van artikel 99 lid 5 Wna het door de klager betaalde griffierecht van € 50,00 aan hem vergoeden. De kandidaat-notaris moet het griffierecht binnen vier weken nadat deze beslissing onherroepelijk is geworden aan de klager betalen. De klager moet daarvoor tijdig zijn rekeningnummer schriftelijk doorgeven aan de kandidaat-notaris.

6.          De beslissing

De kamer:

6.1.      verklaart klachtonderdeel 1 gedeeltelijk gegrond zonder oplegging van een maatregel;

6.2.      verklaart de overige klachtonderdelen ongegrond;

6.3.      veroordeelt de kandidaat-notaris tot betaling aan de klager van een bedrag van € 50,00 in verband met het genoemde griffierecht en bepaalt dat dit bedrag moet worden betaald op de wijze en binnen de termijn die hiervoor onder 5.22. is omschreven.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.F.J. Aalderink, voorzitter, en mr. S.H.L. Baggel en mr. Y.M.R. van der Voort, leden.

Uitgesproken in het openbaar op 8 juni 2026 door mr. J.H.L.M. Snijders, fungerend voorzitter, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Hoger beroep:
 

U kunt hoger beroep instellen tegen deze beslissing door een verzoekschrift in te dienen bij het gerechtshof in Amsterdam (postadres: Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam). Dit kunt u doen binnen dertig dagen na de datum (dagtekening) van de aangetekende brief waarbij de kamer deze beslissing aan u heeft toegestuurd.