ECLI:NL:TNORSHE:2026:1 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE-2025-19

ECLI: ECLI:NL:TNORSHE:2026:1
Datum uitspraak: 26-01-2026
Datum publicatie: 10-02-2026
Zaaknummer(s): SHE-2025-19
Onderwerp:
  • Registergoed, subonderwerp: leveringsakte
  • Registergoed, subonderwerp: Hypotheekakte
Beslissingen:
  • Klacht niet-ontvankelijk
  • Klacht ongegrond
Inhoudsindicatie: Klaagster en haar ex-echtgenoot zijn gescheiden. Tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap behoorde onder andere de voormalige echtelijke woning. In hoger beroep heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch geoordeeld dat de woning aan de ex-echtgenoot moet worden geleverd. De notaris heeft de akte van verdeling gepasseerd, waarbij de woning is geleverd aan de ex-echtgenoot. Klaagster verwijt de notaris in de kern dat hij onzorgvuldig en partijdig heeft gehandeld rondom de totstandkoming van die akte. Dat klachtonderdeel is ongegrond verklaard. Bij het tweede klachtonderdeel (over een fout in de hypotheekakte van de ex-echtgenoot) heeft klaagster geen redelijk belang. Dat klachtonderdeel is daarom niet-ontvankelijk verklaard.

Klachtnummer    : SHE/2025/19

Datum uitspraak : 26 januari 2026

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ’s-HERTOGENBOSCH

Beslissing van de kamer voor het notariaat op de klacht van:


[klaagster] (hierna: klaagster)

wonende in [woonplaats]

gemachtigde: de heer mr. G.F.M.G. Heutink van Rechtshulp & Incasso in Apeldoorn (voorheen de heer mr. J. Peters, advocaat in Roermond)

tegen

[de notaris] (hierna:de notaris)

gevestigd in [vestigingsplaats]

gemachtigde: de heer mr. W. Knoester, advocaat in Rotterdam

1.          De procedure

1.1.      De kamer baseert het oordeel op de informatie uit de volgende stukken:

  • de klacht (met bijlagen), door de kamer per e-mail ontvangen van mr. Peters op 24 april 2025;
  • het verweerschrift (met bijlagen) van de notaris (ingediend door mr. Knoester);
  • de repliek (met bijlagen) van klaagster (ingediend door mr. Peters);
  • de dupliek (met bijlage) van de notaris (ingediend door mr. Knoester);
  • de brief van mr. Heutink van 13 augustus 2025, waarin hij aangeeft dat hij klaagster verder zal bijstaan in plaats van mr. Peters.

1.2.      De klacht is mondeling behandeld op de openbare zitting van de kamer van 24 november 2025. Klaagster en de notaris (bijgestaan door hun gemachtigden) zijn daarbij aanwezig geweest en hebben hun standpunt over en weer toegelicht. Klaagster heeft daarbij pleitaantekeningen gebruikt, die aan het verslag (proces-verbaal) van de zitting (mondelinge behandeling) zijn toegevoegd.

2.          De zaak in het kort

Klaagster en haar ex-echtgenoot zijn in 2021 gescheiden. Tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap behoorde onder andere de voormalige echtelijke woning. Zowel klaagster als de ex-echtgenoot wilden de woning toebedeeld en geleverd krijgen. In de echtscheidingsprocedure in hoger beroep hebben klaagster en de ex-echtgenoot ter beëindiging van hun geschil een vaststellingsovereenkomst gesloten. In die vaststellingsovereenkomst is - kort gezegd - vastgelegd onder welke voorwaarden de woning aan klaagster dan wel de ex-echtgenoot zou worden toebedeeld. Aangezien klaagster en de ex-echtgenoot het niet eens waren over het al dan niet in vervulling gaan van die voorwaarden, is klaagster een kort geding procedure gestart tegen de ex-echtgenoot. In hoger beroep heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch geoordeeld dat aan de voorwaarden voor toedeling van de woning aan de ex-echtgenoot is voldaan en dat de woning dus aan de ex-echtgenoot moet worden geleverd. De notaris heeft op 9 november 2022 de akte van verdeling gepasseerd, waarbij de woning is geleverd aan de ex-echtgenoot. Klaagster verwijt de notaris in de kern dat hij onzorgvuldig en partijdig heeft gehandeld rondom de totstandkoming van die akte.         

3.          De relevante feiten

3.1.      Klaagster en de heer [naam ex-echtgenoot] (hierna: de ex-echtgenoot) zijn in 2003 gehuwd in de wettelijke gemeenschap van goederen.

3.2.      In de beschikking van 7 mei 2021 heeft de rechtbank Oost-Brabant de echtscheiding tussen klaagster en de ex-echtgenoot uitgesproken en verder o.a. de wijze van verdeling van de tussen partijen bestaande gemeenschap gelast op de wijze als in die beschikking bepaald in rechtsoverweging 2.45. tot en met 2.71. Deze echtscheidingsbeschikking is vervolgens ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap behoorde onder andere de woning aan de [adresgegevens woning] (hierna: de woning).

3.3.      Zowel klaagster als de ex-echtgenoot zijn in hoger beroep gegaan van de echtscheidingsbeschikking. Zij wilden allebei de woning toebedeeld en geleverd krijgen. In hoger beroep hebben klaagster en de ex-echtgenoot ter beëindiging van hun geschil een vaststellingsovereenkomst gesloten. Die vaststellingsovereenkomst is opgenomen in een proces-verbaal van de mondelinge behandeling van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 2 februari 2022.

In die vaststellingsovereenkomst is - kort gezegd - aan klaagster een termijn van twee maanden gegund om aan de ex-echtgenoot mee te delen of zij de toedeling van de woning aan haar kon financieren. Mocht zij die mededeling niet uiterlijk op 2 april 2022 hebben gedaan, dan zou de woning aan de ex-echtgenoot worden toebedeeld. Ook staat in de vaststellingsovereenkomst dat - indien de woning wordt toebedeeld en geleverd aan de ex-echtgenoot - klaagster de woning gedurende één jaar na de levering mag blijven bewonen.

3.4.      Klaagster heeft de ex-echtgenoot niet uiterlijk op 2 april 2022 meegedeeld of zij de toedeling van de woning aan haar kon financieren. Volgens klaagster was hiermee echter nog niet voldaan aan de tussen haar en de ex-echtgenoot overeengekomen voorwaarden voor toedeling van de woning aan de ex-echtgenoot.

3.5.      Klaagster heeft de notaris op 7 april 2022 opdracht gegeven om de akte van verdeling voor te bereiden, waarbij de woning aan haar wordt geleverd. De ex-echtgenoot heeft geweigerd om aan de levering van de woning aan klaagster mee te werken.

3.6.      Klaagster is een kort geding procedure tegen de ex-echtgenoot gestart. Haar vorderingen in die procedure strekten tot levering van de woning aan haar. In reconventie vorderde de ex-echtgenoot samengevat veroordeling van klaagster tot levering van de woning aan hem.   

3.7.      Op 27 mei 2022 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant vonnis gewezen en de vorderingen zowel in conventie als in reconventie afgewezen. Naar aanleiding van dat vonnis heeft de ex-echtgenoot de notaris opdracht gegeven om de akte van verdeling voor te bereiden, waarbij de woning aan hem wordt geleverd. Een medewerker van de notaris, notarisklerk de heer [naam medewerker] (hierna: de medewerker), heeft klaagster daarvan op de hoogte gebracht in zijn e-mail van 27 juni 2022. Hij heeft haar ook meegedeeld dat een concept-akte van verdeling klaarstaat in haar online dossier. 

3.8.      Klaagster en de ex-echtgenoot hebben hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 27 mei 2022.

3.9.      Klaagster heeft de notaris opnieuw gevraagd om de akte van verdeling voor te bereiden, waarbij de woning aan haar wordt geleverd. Zij heeft ook een hypotheekaanvraag bij de SNS Bank gedaan. 

3.10.     In zijn e-mail van 23 september 2022 heeft de medewerker aan klaagster laten weten dat hij de hypotheekstukken van de SNS Bank heeft ontvangen en heeft hij klaagster gevraagd naar de status van de procedure in hoger beroep.

3.11.     In haar e-mail van 24 september 2022 heeft klaagster geantwoord dat zij wordt bijgestaan door advocaat mevrouw mr. [naam advocaat] (hierna: mr. [X]) en dat de mondelinge behandeling van het hoger beroep waarschijnlijk op 12 oktober 2022 zal plaatsvinden.

3.12.     In haar e-mail van 17 oktober 2022 heeft mr. [X] aan de medewerker meegedeeld dat het gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 25 oktober 2022 uitspraak zal doen in hoger beroep. Op haar verzoek heeft de medewerker alvast een afspraak gemaakt voor het passeren van de akte van verdeling op 7 november 2022.

3.13.     In zijn e-mail van 25 oktober 2022 heeft de notaris aan klaagster en de ex-echtgenoot gevraagd om contact met hem op te nemen.

3.14.     In het arrest van 25 oktober 2022 heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch het volgende geoordeeld:

“5.6.       De man heeft in hoger beroep met stukken onderbouwd dat aan de tussen partijen overeengekomen voorwaarden voor toedeling van de woning aan hem is voldaan en dat daarbij de overeengekomen uitgangspunten worden gehanteerd. De vrouw heeft dit ook niet betwist. Dit een en ander betekent dat de woning aan de man moet worden geleverd (verdeling is een rechtshandeling die tot levering verplicht). De vordering die de man heeft ingesteld, namelijk te bepalen dat het arrest van het hof in de plaats treedt van alle rechtshandelingen die de vrouw dient te verrichten om tot die levering te geraken, zal het hof afwijzen. Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat de vrouw niet zal meewerken aan de levering waartoe de overeenkomst haar verplicht.”

3.15.     Later op die dag heeft klaagster aan de notaris laten weten dat de passeerafspraak op advies van mr. [X] afgezegd mag worden en heeft zij hem bedankt voor zijn inzet en de moeite die hij voor haar heeft gedaan.

3.16.     Naar aanleiding van het (onherroepelijke) arrest van 25 oktober 2022 heeft de ex-echtgenoot aan de notaris opdracht gegeven om de akte van verdeling voor te bereiden, waarbij de woning aan hem wordt geleverd.

3.17.     De medewerker heeft klaagster daarvan op de hoogte gesteld en haar erop gewezen dat er een concept-akte van verdeling klaarstaat in het online portaal.  

3.18.     In zijn e-mail van 2 november 2022 heeft de medewerker aan klaagster laten weten dat de concept-akte van verdeling is aangepast naar aanleiding van opmerkingen van mr. [X]. Verder heeft de medewerker het volgende aangegeven:

“Verder heb ik begrepen dat u een volmacht wenst te ondertekenen. 

U bent welkom op ons kantoor voor de ondertekening tijdens kantooruren.

In uw online portal treft u de volgende documenten aan:

- ontwerp van de gewijzigde akte van verdeling;

- ontwerp van de gewijzigde afrekening;

- ontwerp van de volmacht.”

3.19.     Op vrijdagochtend 4 november 2022 heeft klaagster de medewerker verzocht om na te gaan of de hypotheekleningverstrekker van de ex-echtgenoot (de SNS Bank) problemen heeft met het feit dat zij (op grond van de vaststellingsovereenkomst) nog één jaar in de woning mag blijven wonen.

De medewerker heeft direct contact opgenomen met de SNS Bank en daarna klaagster en mr. [X] per mail onder andere het volgende laten weten:

“Van de hypotheek adviseur heb ik het onderstaande bericht ontvangen.

Naar zijn zeggen heeft de juridische afdeling van de SNS Bank de beschikking gehad over dit document.

Dit zal volgens hem niet leiden tot een opzegging van het hypotheekrecht door de SNS Bank.

Indien dit dossier opnieuw moet worden beoordeeld door de juridische afdeling, zal dit leiden tot aanzienlijke

vertraging.

[Klaagster] heeft mij verzocht om in de akte van verdeling melding te maken van het voortgezet gebruik van de woning van 1 jaar.

Het is mijn veronderstelling, dat het voortgezet gebruik voldoende is vastgelegd in de uitspraak.

Een wijziging in de tekst van de akte van verdeling moet ik ook voorleggen aan de SNS Bank.

Dit leidt tot hetzelfde issue als beschreven in de vorige alinea.

De [ex-echtgenoot] en zijn raadsdame heb ik in de CC opgenomen om wellicht snel tot een gezamenlijke oplossing te komen, zodat de akte van verdeling alsnog op 7 november 2022 kan worden ondertekend.”

3.20.     De medewerker heeft op 4 november 2022 een aangepaste concept-akte van verdeling naar klaagster en de ex-echtgenoot gemaild. In die concept-akte is artikel 3 als volgt aangepast:

“Vervreemder [kamer: klaagster] heeft het recht om gedurende een periode van één () jaar na heden het registergoed te blijven bewonen. Gedurende deze periode neemt vervreemder de gebruikerslasten (partijen genoegzaam bekend) voor zijn rekening. Daarnaast voldoet vervreemder aan verkrijger gedurende die periode een bijdrage voor de bewoning, die gelijk staat aan het door verkrijger aan de hypotheekverstrekker verschuldigde bedrag aan hypotheekrente. Vervreemder zal de gebruikerslasten en de bijdrage op de eerste va de betreffende maand aan verkrijger voldoen.

Verder komen vanaf heden de baten de verkrijger ten goede, zijn de lasten voor rekening van de verkrijger en draagt de verkrijger het risico van het registergoed.”

De medewerker heeft aangegeven dat deze aanpassing aan de SNS Bank ter goedkeuring is voorgelegd en hij heeft klaagster en de ex-echtgenoot gevraagd naar hun mening over de aanpassing.

3.21.     De SNS Bank heeft nog op dezelfde middag aan de medewerker laten weten akkoord te gaan met de aangepaste concept-akte van verdeling. De medewerker heeft die e-mail op maandagochtend 7 november 2022 aan klaagster doorgestuurd.

3.22.     De medewerker heeft klaagster in zijn e-mail van maandagmiddag 7 november 2022 meegedeeld dat hij met de SNS Bank communiceert via een portaal. De medewerker heeft het door de SNS Bank in dat portaal geplaatste bericht aan klaagster doorgestuurd met de vraag of dit voldoende is om de akte van verdeling te ondertekenen. Het betreffende bericht van de SNS Bank luidt:

“Gezien de rechterlijke uitspraak is het akkoord dat mevrouw 1 jaar na overdracht in de woning blijft wonen.”

3.23.     Daarna heeft de SNS Bank in een rechtstreekse e-mail aan klaagster (en in cc aan de medewerker) laten weten dat de bank akkoord gaat met de aangepaste concept-akte van verdeling.

3.24.     Op 8 november 2022 heeft klaagster op het kantoor van de notaris de volmacht ondertekend waarin zij de medewerkers van het notariskantoor heeft gemachtigd om namens haar de akte van verdeling te ondertekenen.

3.25.     Op 9 november 2022 heeft de notaris de akte van verdeling gepasseerd, waarbij de woning aan de ex-echtgenoot is geleverd. Op dezelfde dag heeft de notaris de akte van hypotheek gepasseerd, waarbij de ex-echtgenoot een hypotheekrecht heeft gevestigd op de woning. In die akte is per ongeluk het hypotheeknummer vermeld dat hoorde bij de hypotheekaanvraag van klaagster.

3.26.     In haar e-mail van 11 november 2022 heeft mr. [X] aan de medewerker laten weten dat klaagster na 8 november 2022 niets meer heeft gehoord en heeft zij gevraagd of de akte van verdeling is gepasseerd. 

3.27.     De medewerker heeft mr. [X] op 11 november 2022 geantwoord dat de akte van verdeling op 9 november 2022 is gepasseerd en dat de gelden nog diezelfde dag aan klaagster zullen worden overgemaakt. 

3.28.     Mr. [X] heeft dezelfde middag als volgt gereageerd:

“Hartelijk dank voor de snelle reactie.” 

3.29.     Op 23 november 2022 heeft klaagster aan de medewerker laten weten dat ze haar volmacht aan de medewerkers van het notariskantoor intrekt. Op dezelfde dag heeft de medewerker per mail aan klaagster geantwoord dat de volmacht niet meer nodig is, omdat de akte van verdeling al is getekend en de gelden op 11 november 2022 aan haar zijn overgemaakt.

3.30.     In reactie hierop heeft klaagster de medewerker laten weten dat de overdracht van de woning nooit had mogen plaatsvinden.

3.31.     Op 5 december 2022 heeft mr. [X] de medewerker gemaild over het onjuiste hypotheeknummer in de hypotheekakte van de ex-echtgenoot. Zij heeft de medewerker gevraagd of er inmiddels een nieuwe akte is gepasseerd en of dat gevolgen heeft (gehad) voor de gepasseerde akte van verdeling.

3.32.     In mei 2024 heeft mr. Peters de notaris namens klaagster aansprakelijk gesteld.

4.          De klacht

4.1.      Klaagster verwijt de notaris dat hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Samengevat bestaat de klacht uit de volgende twee onderdelen.

1. De notaris heeft onzorgvuldig en partijdig gehandeld rondom de totstandkoming van de akte van verdeling van de woning van 9 november 2022. Hij heeft de belangen van klaagster niet in acht genomen.

2. De notaris heeft onzorgvuldig gehandeld door in de hypotheekakte van de ex-echtgenoot van 9 november 2022 het hypotheeknummer te vermelden dat hoorde bij de hypotheekaanvraag van klaagster.

4.2.      De notaris heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen de klacht. Voor zover dit verweer van belang is voor de beoordeling, zal dit hierna worden besproken.

5.          De beoordeling

Ontvankelijkheid

5.1.      Voordat de kamer aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht kan toekomen, moet eerst (ambtshalve) worden beoordeeld of de klacht ontvankelijk is. Bij klachten moet altijd eerst worden beoordeeld of aan de voorwaarden is voldaan om de klacht te mogen behandelen.

            Nieuwe klacht 

5.2.      Tijdens de mondelinge behandeling heeft klaagster gesteld dat haar klacht ook inhoudt dat de notaris haar te laat een afschrift van de akte van verdeling en een nota van afrekening heeft verstrekt. Dit verwijt staat, anders dan klaagster meent, niet vermeld in het klaagschrift en is dus een nieuwe klacht. Uit artikel 9 van het Reglement omtrent de werkwijze van de kamers voor het notariaat volgt dat na indiening van het klaagschrift geen nieuwe klachten meer kunnen worden ingediend. De nieuwe klacht zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

             Klachtonderdeel 2 (fout in hypotheekakte van de ex-echtgenoot)

5.3.      Klagers moeten ‘enig redelijk belang’ hebben bij de klacht (artikel 99 lid 1 Wet op het notarisambt (hierna: Wna)). Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat dit begrip ruim moet worden uitgelegd. Een rechtstreeks belang bij de klacht is niet zonder meer vereist. Ook een indirect of afgeleid belang van klagers kan grond zijn voor ontvankelijkheid. Hiermee is een ruime toegang tot de tuchtrechtelijke klachtprocedure door de wetgever beoogd.

5.4.      Klachtonderdeel 2 gaat over de door de notaris gepasseerde hypotheekakte van de ex-echtgenoot op 9 november 2022. Klaagster was geen partij bij deze akte. Een rechtstreeks belang van klaagster bij een klacht over de hypotheekakte ontbreekt daarom. Het enkele feit dat de notaris per ongeluk het hypotheeknummer van klaagster in de hypotheekakte van de ex-echtgenoot heeft vermeld, betekent niet dat klaagster daardoor rechten aan de hypotheekakte ontleent of verplichtingen heeft gekregen. Een indirect of afgeleid (financieel) belang bij klachtonderdeel 2 ontbreekt dus ook.

5.5.      Omdat klaagster geen redelijk belang heeft bij klachtonderdeel 2, zal dit klachtonderdeel niet-ontvankelijk worden verklaard.

5.6.      Daarmee komt de kamer alleen toe aan een inhoudelijke beoordeling van klachtonderdeel 1. De kamer zal hieronder ook toelichten welke maatstaf zij daarbij hanteert.

De maatstaf

5.7.      Op grond van artikel 93 lid 1 Wna zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan het tuchtrecht onderworpen. De maatstaf die de tuchtrechter hanteert, is of notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan de professionele standaard voldoen. De tuchtrechter toetst of:

  • hun handelen of nalaten in strijd is met het bepaalde in de Wna en andere toepasselijke bepalingen;
  • zij voldoende zorg in acht hebben genomen ten opzichte van de (rechts)personen voor wie zij optreden en of zij daarbij hebben gehandeld zoals een behoorlijk beroepsbeoefenaar behoort te doen.

Zo moet een notaris het ambt in onafhankelijkheid uitoefenen en de belangen van alle bij de rechtshandeling betrokken personen op onpartijdige wijze en met de grootst mogelijke zorgvuldigheid behartigen (artikel 17 lid 1 Wna).

Klachtonderdeel 1 (akte van verdeling van 9 november 2022)

Standpunt klaagster

5.8.      Op vrijdag 4 november 2022 heeft klaagster een aangepaste concept-akte van verdeling van de medewerker ontvangen. Diezelfde dag heeft klaagster hem meegedeeld dat zij hierop op zijn vroegst op maandag 7 november 2022 zou reageren. Haar tussenpersoon van de SNS Bank zou namelijk pas op die dag bereikbaar zijn. Op 7 november 2022 heeft klaagsters tussenpersoon haar laten weten dat hij zich niet bekwaam achtte om op de aangepaste concept-akte van verdeling te reageren. Hij heeft klaagster geadviseerd om een deskundig jurist in te schakelen en die jurist te laten aangeven welke wijzingen nog doorgevoerd dienden te worden in de concept-akte.

5.9.      Klaagster heeft het advies van haar tussenpersoon op 7 november 2022 aan de medewerker doorgegeven. Er zijn vervolgens afspraken gemaakt dat klaagsters commentaar op de aangepaste tekst in de concept-akte zou worden afgewacht. De notaris wist dus dat er opmerkingen zouden komen en dat er om aanpassingen zou worden verzocht. Klaagster heeft die gelegenheid echter niet gekregen. De notaris heeft de akte van verdeling op 9 november 2022 gepasseerd zonder goedkeuring en medeweten van klaagster.

Klaagster was die dag nog bezig met het inwinnen van advies over aanpassingen in de concept-akte van verdeling. Daarmee wilde zij goedkeuring krijgen voor een hypotheekleningverstrekking om de woning te kunnen overnemen.

Klaagster heeft pas op 23 november 2022 van de medewerker te horen gekregen dat de akte van verdeling eerder die maand was gepasseerd.

5.10.     Klaagster heeft weliswaar op advies van haar toenmalige advocaat, mr. [X], op 8 november 2022 een volmacht getekend, maar zij had er geen rekening mee gehouden dat die volmacht te maken zou hebben met een levering van de woning op 7 of 9 november 2022.

5.11.     De notaris heeft de belangen van de ex-echtgenoot vooropgesteld en de belangen van klaagster veronachtzaamd. Klaagster is door de handelwijze van de notaris zwaar gedupeerd. De notaris heeft ervoor gezorgd dat klaagster een hypotheeklening is misgelopen en de woning niet heeft kunnen behouden. Klaagster en haar drie kinderen zijn van het ene op het andere moment uit de woning gezet. De kinderen zijn hierdoor ernstig getraumatiseerd en ondergaan daarvoor nog steeds een behandeling. Daarnaast zijn de inkomsten van de onderneming van klaagster stevig gekelderd en heeft zij hoge kosten moeten maken voor een nieuwe woonruimte.

Standpunt notaris

5.12.     Klaagster doet het voorkomen alsof de notaris zonder enige aanleiding en zonder haar medeweten de akte van verdeling heeft gepasseerd. Die suggestie is onjuist. De transactie vindt namelijk haar grondslag in het arrest van 25 oktober 2022. Klaagster heeft dit arrest bewust niet genoemd en niet overgelegd in deze klachtprocedure. Uit de feiten volgt dat klaagster adequaat is geïnformeerd over alle ontwikkelingen. In april 2022 en in aanloop naar het arrest van 25 oktober 2022 en de akte van verdeling van 9 november 2022 heeft de notaris transparant gecommuniceerd met klaagster en is hij zorgvuldig omgegaan met haar zorgen en belangen. Uit de feiten volgt dat van (de schijn van) partijdigheid geen sprake is geweest.

5.13.     Het was voor klaagster helder dat de woning aan de ex-echtgenoot zou worden geleverd en dat de door haar op 8 november 2022 ondertekende volmacht daarop zag. Er was geen sprake van dat klaagster de woning nog zou overnemen en dat wist klaagster ook. De notaris betwist de (niet onderbouwde) stelling van klaagster, dat het hem (tuchtrechtelijk) te verwijten valt dat klaagster een financiering is misgelopen, de woning niet heeft kunnen behouden en van het ene op het andere moment uit de woning is gezet.

5.14.     Op 11 november 2022 heeft de medewerker mr. [X] desgevraagd laten weten dat de akte van verdeling op 9 november was gepasseerd. Op 11 november 2022 heeft de notaris ook de aan klaagster toekomende gelden naar haar overgemaakt. Als klaagster tegen het passeren van de akte van verdeling was geweest, dan had mr. [X] de medewerker op 11 november 2022 niet bedankt voor de snelle reactie, maar had zij anders gereageerd. Ook in de e-mail van mr. [X] van 5 december 2022 wordt niet aangegeven dat de akte van verdeling niet (met de volmacht van klaagster) gepasseerd had mogen worden.

Oordeel kamer

5.15.     De kamer is van oordeel dat de handelwijze van de notaris voldoet aan de hiervoor in 5.7. genoemde maatstaf. De kamer zal dit hieronder toelichten.

5.16.     De notaris werd geconfronteerd met twee personen die het niet eens waren over de toedeling en de levering van de woning. Het was niet aan de notaris om vast te stellen aan wie de woning was toegedeeld en moest worden geleverd. Een oordeel hierover was voorbehouden aan de civiele rechter. De notaris heeft zorgvuldig gehandeld en zijn onafhankelijke positie voldoende bewaakt door niet mee te werken aan de levering van de woning aan klaagster dan wel de ex-echtgenoot, vóórdat het gerechtshof ’s-Hertogenbosch uitspraak had gedaan. Op 25 oktober 2022 heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch in een (onherroepelijk) arrest geoordeeld dat:

  • klaagster op grond van de vaststellingsovereenkomst te laat was met haar mededeling dat zij de woning kon overnemen;
  • de woning op grond van de vaststellingsovereenkomst dus is toebedeeld aan de ex-echtgenoot; en
  • de woning daarom moet worden geleverd aan de ex-echtgenoot.

Op dezelfde dag heeft klaagster de medewerker laten weten dat de al met haar gemaakte passeerafspraak (voor het passeren van de akte van verdeling, waarbij de woning aan klaagster zou worden geleverd) afgezegd mag worden. De ex-echtgenoot heeft de notaris opdracht gegeven om de akte van verdeling voor te bereiden, waarbij de woning conform het arrest aan hem wordt geleverd.

Aan de zijde van de notaris zijn vervolgens de volgende acties uitgevoerd.

  1. De medewerker heeft klaagster op de hoogte gesteld van de door de ex-echtgenoot gegeven opdracht en haar erop gewezen dat er een concept-akte van verdeling klaarstaat in het online portaal.
  2. De medewerker heeft klaagster op 2 november 2022 laten weten dat de concept-akte van verdeling is aangepast naar aanleiding van opmerkingen van klaagsters advocaat (mr. [X]). Ook heeft hij meegedeeld dat hij heeft begrepen dat klaagster een volmacht wenst te ondertekenen. De medewerker heeft klaagster erop gewezen dat de aangepaste concept-akte van verdeling, de aangepaste concept-nota van afrekening en de concept-volmacht klaarstaan in het online portaal. 
  3. Nadat klaagster haar zorg had geuit dat de hypotheekleningverstrekker van de ex-echtgenoot (de SNS Bank) mogelijk niet akkoord zou gaan met de in de vaststellingsovereenkomst neergelegde afspraak dat klaagster en de kinderen - na levering van de woning aan de ex-echtgenoot - nog een jaar in de woning mogen blijven wonen, heeft de notaris de tekst van artikel 3 in de concept-akte van verdeling aangepast. Hij heeft deze aangepaste concept-akte op 4 november 2022 ter goedkeuring voorgelegd aan klaagster, de ex-echtgenoot en de SNS Bank. De SNS Bank is hiermee akkoord gegaan en klaagster is daarvan op 7 november 2022 op de hoogte gesteld.

Met deze handelwijze heeft de notaris de belangen van klaagster op onpartijdige en zorgvuldige wijze behartigd. Hij heeft klaagster steeds geïnformeerd over de stand van zaken en hij heeft oog gehad voor haar zorgen over de nakoming van de afspraak om de woning nog een jaar te mogen bewonen.

5.17.     Vast staat dat klaagster vervolgens op 8 november 2022 op het kantoor van de notaris een volmacht heeft getekend voor het passeren van de akte van verdeling. Klaagster stelt echter dat de notaris niet van deze volmacht gebruik had mogen maken. Zo heeft klaagster in haar klaagschrift uitgelegd dat zij destijds nog bezig was met het regelen van een financiering om de woning zelf te kunnen overnemen. Daarnaast heeft klaagster tijdens de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat zij het niet eens was met de in de concept-akte van verdeling van 4 november 2022 opgenomen verrekenposten en dat zij hierover herhaaldelijk telefonisch contact heeft gehad met de notaris.

De notaris betwist dat hij van klaagsters bezwaren op de hoogte was. Uit de overgelegde stukken blijkt ook niet dat klaagster voorwaarden heeft verbonden aan het gebruik van haar volmacht. De kamer is daarom van oordeel dat klaagster, gelet op het gemotiveerde verweer van de notaris, onvoldoende aanknopingspunten heeft aangedragen ter onderbouwing van haar stelling dat de notaris op de hoogte was van haar bezwaren en dat hij wist dat hij haar volmacht niet mocht gebruiken. De kamer gaat dus aan deze stelling van klaagster voorbij.

Los hiervan begrijpt de kamer - in het licht van het arrest van 25 oktober 2022 - niet dat klaagster (naar eigen zeggen) in november 2022 in de veronderstelling verkeerde dat zij de woning alsnog mocht overnemen. Dit strookt ook niet met de hiervoor in 5.16. beschreven gang van zaken na het arrest.

5.18.     Sterker nog, naar het oordeel van de kamer mocht de notaris er op basis van de hiervoor in 5.16. beschreven gang van zaken op vertrouwen dat klaagster, die werd bijgestaan door een advocaat, zich had neergelegd bij het oordeel van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. De notaris mocht ervan uitgaan dat klaagster bereid was om door middel van de door haar getekende volmacht mee te werken aan de levering van de woning aan de ex-echtgenoot conform de laatstelijk aan klaagster verzonden concept-akte van verdeling van 4 november 2022. Deze concept-akte had klaagster immers ontvangen, vóórdat zij de volmacht ondertekende en zij heeft de inhoud van deze concept-akte, waarin op haar verzoek nog aanpassingen waren gedaan, dus kunnen verdisconteren in haar afweging om al dan niet een volmacht te geven.

Tijdens de mondelinge behandeling is komen vast te staan dat de akte van verdeling van 9 november 2022 overeenkomt met de concept-akte van verdeling van 4 november 2022 en de al eerder aan klaagster verstrekte concept-nota van afrekening. In deze stukken waren ook de verrekenposten verwerkt die klaagster pas tijdens de mondelinge behandeling ter discussie heeft gesteld. Anders dan klaagster stelt, is bovendien niet gebleken dat de akte van verdeling op dit punt in strijd zou zijn met het arrest van 25 oktober 2022.

5.19.     De kamer komt tot de conclusie dat de notaris gebruik heeft mogen maken van de door klaagster getekende volmacht, toen hij de akte van verdeling op 9 november 2022 passeerde. De kamer vindt een bevestiging van dit oordeel in het feit dat de toenmalige advocaat van klaagster in haar e-mails van 11 november 2022 en 5 december 2022 (zie 3.28. en 3.31.) geen bezwaar heeft gemaakt tegen de - op dat moment bij haar bekend zijnde - levering van de woning aan de ex-echtgenoot. Klachtonderdeel 1 zal dus ongegrond worden verklaard.

6.                      De beslissing

De kamer:

6.1.      verklaart de klacht niet-ontvankelijk voor zover deze voor het eerst tijdens de mondelinge behandeling is ingediend;

6.2.      verklaart klachtonderdeel 2 niet-ontvankelijk;

6.3.      verklaart de klacht voor het overige ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. C.T.M. Luijks, voorzitter, mr. S.H.L. Baggel en mr. E.J.W.M. van Egeraat, leden.

Uitgesproken in het openbaar op 26 januari 2026 door mr. T. Zuidema, fungerend voorzitter, in tegenwoordigheid van de secretaris.

Hoger beroep tegen deze beslissing is mogelijk door indiening van een verzoekschrift - binnen dertig dagen na dagtekening van de aangetekende brief waarbij van deze beslissing kennis is gegeven - bij het gerechtshof in Amsterdam, postadres: Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.