ECLI:NL:TNORARL:2026:14 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/459357 KL RK 25-159
| ECLI: | ECLI:NL:TNORARL:2026:14 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 17-04-2026 |
| Datum publicatie: | 30-06-2026 |
| Zaaknummer(s): | C/05/459357 KL RK 25-159 |
| Onderwerp: | Overig, subonderwerp: Overig |
| Beslissingen: | Klacht niet-ontvankelijk |
| Inhoudsindicatie: | Klacht is te laat ingediend, ook al gaat het maar om 5 dagen. De vervaltermijn is een harde grens. De uitzonderingstermijn is niet van toepassing. |
KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT ARNHEM-LEEUWARDEN
Kenmerk: C/05/459357 KL RK 25-159
beslissing van de kamer voor het notariaat
op de klacht van
[Klaagster],
wonende in [woonplaats],
klaagster
gemachtigde: mr. A.C.M. Verhoeven te [plaats]
tegen
[Notaris],
toegevoegd-notaris in [plaats],
gemachtigde: mr. J.M. Gerretsen te [plaats]
Partijen worden hierna respectievelijk klaagster en de notaris genoemd.
1. Het verloop van de procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit
- de oorspronkelijke klacht, met bijlagen van 8 augustus 2025;
- de klacht, met bijlagen, van 12 augustus 2025;
- het verweer van de notaris van 21 oktober 2025.
1.2 De klachtzaak is ter zitting van 9 maart 2026 behandeld, waarbij zijn verschenen klaagster enerzijds en de notaris anderzijds.
2. De feiten
2.1 Klaagster is ruim 55 jaar getrouwd met de heer [echtgenoot], geboren op [geboortedatum]. In het voorjaar van 2022 is [echtgenoot] onderzocht door een geriater. Die heeft in brieven van 11 en 21 maart 2022 de diagnose dementie bij hem vastgesteld.
2.2 Op 16 maart 2022 is ten overstaan van de toegevoegd-notaris een akte houdende levenstestament ten behoeve van [echtgenoot] gepasseerd. Klaagster was daar op dat moment niet van op de hoogte.
2.3 Op 2 augustus 2022 heeft de gemachtigde van klaagster een e-mail aan de toegevoegd-notaris verzonden, met daarin klaagster in de cc. In deze e-mail staat:
“De heer [echtgenoot] wil cliënte deelgenoot maken van bedoeld levenstestament en wil daarom een kopie daarvan aan cliënte geven, maar als gezegd beschikt hij daar niet over. Cliënte heeft van hem begrepen dat het levenstestament waarschijnlijk ten overstaan van u of een van uw kantoorgenoten is opgemaakt, reden waarom ik mij tot u wend met het verzoek om, indien die veronderstelling juist is, een kopie van het levenstestament toe te zenden aan hogergenoemd adres van de heer [echtgenoot], dan wel aan het e-mailadres van cliënte (die in de cc van deze e-mail staat) of ondergetekende.
Wanneer u daartoe expliciete toestemming van de heer [echtgenoot] nodig hebt verneem
ik dat graag, alsmede in welke vorm u die toestemming wenst te ontvangen.”
2.4 Medio augustus 2022 heeft de toegevoegd-notaris een uittreksel van het levenstestament aan het echtpaar [echtgenoot] verstrekt. In dit levenstestament heeft [echtgenoot] een zakelijke volmacht aan de heer [naam medebestuurder], medebestuurder van zijn bedrijf Indiana Finance, en zijn oudste zoon [naam oudste zoon], gezamenlijk, verleend. Voor geneeskundige aangelegenheden is klaagster als gevolmachtigde aangewezen.
3. De klacht en het verweer
3.1 Klaagster verwijt de toegevoegd notaris dat hij onvoldoende zorgvuldig en niet integer en onafhankelijk gehandeld heeft zoals van een redelijk, vakbekwaam en betamelijk handelen notaris mag worden verwacht. De toegevoegd-notaris had niet – zonder het Stappenplan te doorlopen – kunnen concluderen tot wilsbekwaamheid van [echtgenoot].
3.2 Op het verweer van de notaris zal de kamer hierna, voor zover het verweer van belang is voor de beoordeling, nader ingaan.
4. De beoordeling
4.1 Voordat de kamer aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht kan toekomen, moet (ambtshalve) worden beoordeeld of de klacht ontvankelijk is. Op grond van artikel 99 lid 21 Wna kan een klacht slechts worden ingediend gedurende drie jaren na de dag waarop de tot klacht gerechtigde (hierna: de klager) kennis heeft genomen van het handelen of nalaten van een notaris dat tot tuchtrechtelijke maatregelen aanleiding kan geven. Als de klacht wordt ingediend na verloop van drie jaren na de dag waarop de klager kennis heeft genomen of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het handelen of nalaten van de notaris waarop de klacht betrekking heeft, wordt de klacht niet-ontvankelijk verklaard.
4.2 Het is vaste rechtspraak van het gerechtshof Amsterdam (de hoogste notariële tuchtrechter, hierna: het hof) dat de wettelijke driejaarstermijn begint te lopen op de dag na de dag waarop de klager daadwerkelijk bekend is met het verweten handelen of nalaten van de notaris. Voor de aanvang van de klachttermijn is de feitelijke (objectieve) kennis van klager van het handelen of nalaten van de notaris bepalend en niet de persoonlijke (subjectieve) kennis dat dit handelen of nalaten mogelijk tuchtrechtelijk onjuist zou kunnen zijn (vergelijk Gerechtshof Amsterdam 27 februari 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:354).
4.3 Klaagster heeft zich voor het eerst bij brief van 8 augustus 2025 bij de kamer voor het notariaat in het arrondissement Den Haag gemeld met een klacht over de toegevoegd-notaris, zodat voor het bepalen van de klachttermijn van die datum zal worden uitgegaan. Dit betekent dat de klacht alleen ontvankelijk is voor zover deze betrekking heeft op het handelen of nalaten van de toegevoegd-notaris waarvan klaagster op 7 augustus 2022 of later kennis heeft genomen, de periode van drie jaar als genoemd in artikel 99 lid 21 Wna.
4.4 De kamer stelt vast dat de klacht betrekking heeft op handelen of nalaten van de toegevoegd-notaris waar klaagster al vóór 7 augustus 2022 kennis van heeft genomen. Immers heeft haar gemachtigde al op 2 augustus 2022 een e-mail aan de toegevoegd-notaris verzonden met daarin de boodschap dat klaagster van [echtgenoot]heeft vernomen dat hij zijn levenstestament waarschijnlijk bij de toegevoegd-notaris heeft laten aanpassen en passeren. Die veronderstelling bleek juist. Dat betekent dat klaagster, ook al gaat het maar om een overschrijding van de termijn met vijf dagen, haar klacht te laat heeft ingediend.
4.5 De beslissing tot niet-ontvankelijkheid kan enkel achterwege blijven als de gevolgen of het handelen van de toegevoegd-notaris redelijkerwijs pas na het verstrijken van de driejaarstermijn bekend zijn geworden. In dat geval verloopt de termijn voor het indienen van een klacht een jaar na de datum waarop de gevolgen redelijkerwijs als bekend geworden zijn aan te merken. Een omstandigheid als deze is echter niet gesteld, noch gebleken. De uitzonderingstermijn is daarom niet van toepassing.
4.6 Gelet op het voorgaande is de kamer van oordeel dat de klacht te laat is ingediend. Dit leidt tot de volgende beslissing.
5. De beslissing
De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden
- verklaart klaagster niet ontvankelijk in haar klacht
|
Deze beslissing is gegeven door mr. A.E. Zweers, voorzitter, mr. O. Nijhuis en mr. M.R.H Goossens leden, en in tegenwoordigheid van mr. E.W.A Nabbe, secretaris, door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 17 april 2026. | ||
|
De secretaris |
De voorzitter | |
|
Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam, Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam. | ||