ECLI:NL:TGZRZWO:2026:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2026/9813
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2026:82 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 05-06-2026 |
| Datum publicatie: | 05-06-2026 |
| Zaaknummer(s): | Z2026/9813 |
| Onderwerp: | Onjuiste verklaring of rapport |
| Beslissingen: | Niet-ontvankelijk |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen een arts kennelijk niet-ontvankelijk. Aangeklaagde heeft in opdracht van de politie als deskundige onderzoek gedaan naar letsel, opgelopen door een buurtgenoot met wie klaagster in een handgemeen verwikkeld is geweest. Volgens klaagster heeft de aangeklaagde verkeerde aannames gedaan en ten onrechte geen scheurwond beschreven. De voorzitter oordeelt dat klaagster niet in haar klacht kan worden ontvangen omdat zij geen rechtstreeks belanghebbende is in de zin van de Wet BIG. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
ZWOLLE
Voorzittersbeslissingvan 5 juni 2026 op de klacht van:
A,
wonende in B,
klaagster,
tegen
C,
arts,
aangeklaagde.
1. De zaak in het kort
Aangeklaagde heeft in opdracht van D als deskundige onderzoek gedaan naar letsel opgelopen door een buurtgenoot, met wie klaagster in een handgemeen verwikkeld is geweest. Klaagster meent dat aangeklaagde verkeerde aannames heeft gedaan en ten onrechte geen scheurwond beschrijft. De voorzitter is van oordeel dat klaagster in haar klacht niet kan worden ontvangen, nu zij geen rechtstreeks belanghebbende is in de zin van de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG).
Deze zaak hangt samen met een klacht in zaak Z2026/9815 tegen een andere forensisch arts, die eveneens een letselrapportage heeft opgesteld. In beide zaken wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.
2. De procedure
Het college heeft het klaagschrift met bijlagen ontvangen op 19 maart 2026.
3. De beoordeling
3.1 Klaagster is op 18 juli 2019 in B betrokken geweest in een confrontatie met een bewoner uit haar straat. Deze persoon heeft letsel opgelopen, dat volgens klaagster is veroorzaakt door een val in de laurierstruiken. Klaagster is vervolgd op verdenking deze persoon met een rubberen hamer te hebben geslagen. In zijn rapportage heeft aangeklaagde onder andere aangegeven dat het letsel aan het hoofd een driehoekige losgelaten huidflap betreft, dat het een gecombineerde scheur/barstwond is en dat een barstwond wordt veroorzaakt door stomp inwerkend geweld. Klaagster voert aan dat aangeklaagde heeft nagelaten het verslag van de SEH toe te voegen aan zijn rapportage, zich heeft laten leiden door de verklaring van het slachtoffer en een ziekenhuisbezoek beschrijft, terwijl betrokkene thuis is bezocht.
3.2 De voorzitter merkt op dat artikel 65, eerste lid, onderdeel a., van de Wet BIG bepaalt dat een rechtstreeksbelanghebbende een klaagschrift kan indienen. Klaagster is in deze zaak aan te merken als indirect belanghebbende en is dus niet klachtgerechtigd. Klaagster is immers niet de verwonde persoon op wie het onderzoek van aangeklaagde betrekking had noch is zij opdrachtgever tot het onderzoek. Ook heeft aangeklaagde zich in het rapport niet rechtstreeks uitgelaten over klaagster. Haar belang is indirect, nu zij strafrechtelijk vervolgd werd wegens verdenking de betrokken persoon met een hamer te hebben geslagen. Dat maakt haar in tuchtrechtelijke zin nog niet tot een rechtstreeks belanghebbende in de zin van de Wet BIG. De voorzitter zal de klacht daarom kennelijk niet-ontvankelijk verklaren.
4. De beslissing
De voorzitter verklaart de klacht kennelijk niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is gegeven op 5 juni 2026 door P.A.H. Lemaire, voorzitter, bijgestaan door
M.H. van Ham, secretaris.
secretaris voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
- Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
- het college kennelijk onbevoegd is, of
- voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
- Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
- Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg,
maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u
is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.