ECLI:NL:TGZRZWO:2026:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8285
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2026:8 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 13-01-2026 |
| Datum publicatie: | 15-01-2026 |
| Zaaknummer(s): | Z2025/8285 |
| Onderwerp: | Geen of onvoldoende zorg |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen tandarts kennelijk ongegrond. Klager is door de tandarts op consult gezien in verband met een recent afgebroken voortand. Klager verwijt de tandarts dat weigering van zorgverlening tijdens dit consult en het niet op de juiste wijze doorverwijzen naar een andere tandarts. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
ZWOLLE
Beslissing in raadkamer van 13 januari 2026 op de klacht van:
A,
wonende in B,
klager,
tegen
C,
tandarts,
(destijds) werkzaam in D,
verweerder, hierna ook: de tandarts,
gemachtigde: mr. C.J. van den Ham, werkzaam in Utrecht.
1. De zaak in het kort
1.1 Klager is door de tandarts op consult gezien in verband met een recent afgebroken
voortand. Klager verwijt de tandarts weigering van zorgverlening tijdens dit consult
en het niet op de juiste wijze doorverwijzen naar een andere tandarts.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe
het tot deze beslissing is gekomen.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 18 maart 2025;
- het verweerschrift met bijlagen;
- de repliek van klager, ontvangen op 22 juli 2025;
- de dupliek van verweerder, ontvangen op 20 augustus 2025;
- de aanvullende stukken van klager, per e-mail ontvangen op 10 en 11 september 2025.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek).
Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.
2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. De feiten
3.1 Verweerder heeft een eigen tandartsenpraktijk in D. Klager heeft zich in juli 2024 via de website van de praktijk als nieuwe patiënt ingeschreven. Het eerste consult bij de tandarts vond plaats op 12 juli 2024. Het consult had betrekking op een afgebroken voortand, waarvoor klager een etsbrug wenste.
3.2 De tandarts heeft van dit consult de volgende notitie gemaakt (taal- en typefouten zijn in het citaat overgenomen):
“12-07-2024: heeft zich aangemeld. Jaren niet naar ta geweest ivm verblijf buitenland.
Klachten/Wensen
Recent de 21 kwijtgeraakt wil aanvulling met vaste oplossing.
Globale mondinspectie
Verwaarloosde dentitie, heel veel tst, mobiliteiten.
- Heb voorgesteld OPG te maken.
- Pt wil dit beslist niet. Solo Bf zou voor hem oke zijn, niet gehele opt . Hij is niet geintereseerd in het in kaart brengen van dentale status. Hij wil niet weten of hij bv een cyste heeft. Ook twijfel aan kwaliteit foto regio front
- Een gesprek met uitleg waarom ik als zorgverlener wel geintereseerd ben in gehele dentitie, wil maatadvies geven passend in een zorgplan. Ik wil een maatoplossing bieden die in een context/integraal geheel past.
Vb genoemd van een oud huis met wens nieuwe voordeur. Aannemer wil graag status vh huis kennen om maatadvies te geven voor specifiek onderdeel. Solofot geeft info over een beperkt gebied.
Hedendaagse opg aparaten zijn meer nauwkeurig in frontgebied.
Evt geconstateerde problemen worden altijd met pt besproken, gezamenlijk beslissen.
- Om vertrouwen in voorstel te versterken aangegeven dat ondergetekende sedert geruimte tijd bij verwijs centrum ziekenhuis werkzaam is waarbij complexe thk-ige vraagstukken aan bod komen. Pt mag erop vertrouwen dat ondergetekende doelmatige zorg kan bieden
- NA een uitgebreid gesprek met heen en weer aanvoer argumentaen heb ik geconstateerd dat zijn wens niet binnen mijn thk-ige normen past. Zie website visie in E. Ik kan hem dan ook niet helpen.
- Pt vindt het jammer. Vraagt hoe dan met zijn probleem. Hij kan evt bij zorgverlener in D terecht…er zijn praktijken in D die nieuwe pt aannemen. Dat wil hij niet, daarom geen verdere info gegeven.
- Consult beeindigd
- Totael consult langer dan 30 min. Aanwezig F”
4. De klacht en de reactie van de tandarts
4.1 Klager verwijt de tandarts:
- weigering van zorgverlening;
- het niet op de juiste wijze doorverwijzen naar een collega voor zorg.
4.2 De tandarts heeft het college primair verzocht klager niet-ontvankelijk te
verklaren en de klacht dus niet inhoudelijk te behandelen. Voor het geval het college
de klacht wel inhoudelijk gaat beoordelen, heeft de tandarts het college verzocht
de klacht ongegrond te verklaren.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
Ontvankelijkheid
5.1 De tandarts heeft naar voren gebracht dat klager niet-ontvankelijk is in de klacht, omdat de klacht over het consult van 12 juli 2024 al is behandeld door de klachtenfunctionaris van de KNMT. Het college komt tot het oordeel dat de klacht wel ontvankelijk is. Een eventuele andere klachtprocedure heeft geen invloed op de mogelijkheid om een wettelijke tuchtklacht in te dienen.
Dit betekent dat het college de klacht inhoudelijk zal beoordelen.
De criteria voor de beoordeling
5.2 De vraag is of de tandarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende tandarts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de tandarts geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt.
Klachtonderdeel a) weigering zorgverlening
5.3 Klager verwijt de tandarts dat hij hem niet wilde behandelen omdat klager geen toestemming gaf voor een OPG. Het klopt niet dat klager enkel een solofoto wilde laten maken. Volgens klager wilde hij ook wel akkoord gaan met intraorale röntgenopnamen van het gebit. Voor de tandarts was er echter maar één optie: een OPG. Dit is volgens klager weigering van zorgverlening.
5.4 De tandarts voert – samengevat – aan dat sprake was van een nieuwe patiënt bij wie bij globale inspectie sprake was van ongesaneerde gemutileerde dentitie. Gelet hierop en omdat de tandarts niet over röntgenonderzoek van klager beschikte, achtte hij het van groot belang om eerst in kaart te brengen welke problematiek er precies speelde in de mond van klager. Het meest aangewezen middel daartoe was volgens de tandarts op dat moment het maken van een onderzoeksfoto. Het door klager aangedragen alternatief van een solofoto zou volgens de tandarts onvoldoende informatie hebben gegeven over de gezondheidsstatus van klagers gebit. De maatoplossing die klager wenste, waarbij onomkeerbare schade aan weefsel zou worden toegebracht, past volgens de tandarts alleen in een dentitie waarbij de status quo bekend is.
5.5 Het college acht de uitleg van de tandarts navolgbaar. Gelet op de door klager gewenste oplossing in de vorm van een etsbrug, zou het maken van een solofoto in deze situatie (en bij het ontbreken van enige voorgeschiedenis) geen goede zorgverlening zijn: voor een dergelijke oplossing dient de conditie van het gehele gebit duidelijk te zijn. Het college volgt de tandarts dan ook in zijn standpunt dat het maken van een overzichtsfoto in dit geval was aangewezen.
5.6 Dat de tandarts niet akkoord wilde gaan met de door klager voorgestelde – en naar het oordeel van het college in deze situatie onvolledige – beeldvorming door middel van een solofoto, maakt niet dat de tandarts geweigerd heeft aan klager zorg te verlenen. Op basis van de beschikbare informatie komt het college tot de conclusie dat de tandarts klager wel degelijk wilde helpen, echter dat klager geen gebruik wilde maken van de door de tandarts aangeboden – en door het college passend geachte – beeldvorming. Overigens kan het college uit het tandheelkundig dossier niet afleiden dat tijdens het consult gesproken zou zijn over het maken van intraorale röntgenopnamen en dat dit door de tandarts zou zijn geweigerd. Volgens de tandarts gaf klager tijdens het consult juist duidelijk aan niet open te staan voor meer röntgeninformatie dan alleen de voortandregio. Dit wordt bevestigd door de aantekening hierover in het dossier:
“Heb voorgesteld OPG te maken. Pt wil dit beslist niet. Solo Bf zou voor hem oke zijn, niet gehele opt. Hij is niet geintereseerd in het in kaart brengen van dentale status. Hij wil niet weten of hij bv een cyste heeft.”
Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is het college in zoverre dan ook niet gebleken.
Klachtonderdeel a) is hiermee kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel b) niet op de juiste wijze doorverwijzen
5.7 Volgens klager verliet de tandarts na zijn uitleg de behandelkamer en riep hij tijdens
het weglopen dat klager maar een prothesemaker moest zoeken voor een plaatje. Klager maakt de tandarts het verwijt dat hij hem hiermee niet op een juiste wijze heeft doorverwezen.
5.8 Volgens de tandarts heeft hij klager aan het einde van het consult laten weten dat hij
een tandartsenpraktijk en een tandprotetische praktijk in D kende waar hij zich tot kon wenden. Aangezien klager echter geen behoefte had aan nadere informatie, bestond voor verweerder geen aanleiding om een schriftelijke verwijzing in orde te maken.
5.9 Het college constateert dat de lezingen van partijen over het afsluiten van het consult uiteenlopen. Klagers stelling dat de tandarts zou zijn weggelopen en daarbij zou hebben geroepen dat hij maar een prothesemaker moest zoeken, is door hem niet nader onderbouwd of geobjectiveerd. Daarom dient het college uit te gaan van hetgeen hierover in het tandheelkundig dossier is vermeld:
“Hij kan evt bij zorgverlener in D terecht…er zijn praktijken in D die nieuwe pt aannemen. Dat wil hij niet, daarom geen verdere info gegeven.”
Deze aantekening bevestigt de lezing van de tandarts dat geen aanleiding bestond om
een schriftelijke verwijzing in orde te maken, omdat klager geen behoefte had aan
nadere informatie. Van een daadwerkelijke verwijzing is het dus nooit gekomen, zodat
om die reden dit klachtonderdeel al niet kan slagen.
Ook klachtonderdeel b) is hiermee kennelijk ongegrond.
Slotsom
5.10 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat beide onderdelen van de klacht kennelijk ongegrond zijn.
6. De beslissing
De klacht is in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 13 januari 2026 door M.J.C. Dijkstra, voorzitter,
M.E. Geertman en J.W. Prakken, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door M.D. Moeke, secretaris.
secretaris
voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
- Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
- het college kennelijk onbevoegd is, of
- voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
- Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
- Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg,
maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u
is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.