ECLI:NL:TGZRZWO:2026:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8974

ECLI: ECLI:NL:TGZRZWO:2026:56
Datum uitspraak: 07-04-2026
Datum publicatie: 07-04-2026
Zaaknummer(s): Z2025/8974
Onderwerp: Onjuiste declaratie
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegronde klacht van een patiënt tegen een tandarts. Klacht gaat over het – volgens klager – onjuiste gebruik van declaratiecode H35 (moeizaam trekken tand of kies met behulp van chirurgie) en onwaarheden in het patiëntendossier van klager.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

ZWOLLE

Beslissing in raadkamer van 7 april 2026 op de klacht van:

A,

wonende in B,

klager,

tegen

C, tandarts,

werkzaam in D,

verweerster, hierna ook: de tandarts.

1. De zaak in het kort

1.1     De tandarts heeft een kies van klager getrokken en deze verrichting gedeclareerd op basis van de declaratiecode H35 (moeizaam trekken tand of kies met behulp van chirurgie). Klager verwijt de tandarts het gebruik van een onjuiste declaratiecode en (het laten staan van) onwaarheden in zijn patiëntendossier.
 

1.2     Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze beslissing is gekomen.
 

2. De procedure

2.1     Het college heeft de volgende stukken ontvangen:

  • het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 2 september 2025, waarin de vijfde bladzijde is vervangen door een op 14 september 2025 door klager verzonden vervangende bladzijde;
  • het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 13 november 2025;
  • de toevoeging op de klacht van klager, ontvangen op 1 december 2025;
  • het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 26 januari 2026, met daaraan gehecht de door klager voorgelezen pleitnota;
  • de e-mail van klager van 12 februari 2026.

2.2     Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren. 
 

3. De feiten

3.1       De tandarts werkt als tandarts voor tandartspraktijk D (hierna: de praktijk).

3.2       Klager meldde zich op 14 augustus 2025 bij de praktijk met het verzoek een kies te trekken vanwege pijn. Klager kreeg een afspraak voor dezelfde dag aangeboden bij de tandarts. Van het contact op de praktijk op 14 augustus 2025 dat aan de afspraak met de tandarts voorafging maakte de mondhygiëniste een notitie. Daarin beschreef deze – kort weergegeven – dat klager boos op de praktijk was gekomen en direct geholpen wilde worden. Ook beschreef ze dat klager opdringerig was, dat hij niet wilde weggaan voordat hij een afspraak had en dat hem een afspraak bij de tandarts was gegeven.

3.3       Die middag werd klager door de tandarts gezien. De pijnlijke kies (element 45) werd getrokken. De tandarts noteerde hiervan “Moeizaam trekken tand of kies met behulp van chirurgie” en bracht de verrichting onder declaratiecode H35 in rekening.

3.4       Klager maakte via Infomedics bezwaar tegen de declaratie.

3.5       Op 18 augustus 2025 noteerde een medewerker van de praktijk dat klager het niet eens was met de rekening omdat het allemaal heel makkelijk was gegaan en de assistente had gezegd dat het zonder complicaties was verlopen. Genoteerd werd verder dat klager de nota mee zou nemen naar de (controle)afspraak op 28 augustus 2025.

3.6       Van het consult op 28 augustus 2025 werd genoteerd dat klager vond dat het geen moeilijke extractie was geweest en dat de tandarts niets aan het tandvlees had gedaan. Ook zou klager er volgens de notitie op hebben gewezen dat de vorige tandarts een goedkopere code gebruikte en er geen verschil was in behandeling. Genoteerd werd dat het een discussie met woord tegen woord werd en dat klager een brief zou gaan schrijven naar de KNMT.

3.7       De praktijk liet Infomedics per e-mail weten waarom declaratiecode H35 was gebruikt en waarom dit volgens de praktijk correct was. Infomedics informeerde klager dat het door hem ingediende bezwaar was afgewezen.

3.8       Op 28 augustus 2025 werd in het dossier genoteerd: “mr belde omdat hij persoonsgegevens wil van de tandarts: Naam en afkomst ?!, niet gegeven, ging verder met dreigen, gesprek beeindigd!”

De praktijkmanager noteerde hierna:

“Aangezien dat dhr toch agressief blijft tegen iedereen [ …] en nu dit weer! En vandaag ook nog agressief tegen [naam tandarts] […]”

3.9       Op 28 augustus 2025 in de avond e-mailde de praktijkmanager klager de naam en het BIG-registratienummer van de tandarts. In haar e-mail verwees de praktijkmanager naar een melding van de mondhygiëniste dat klager zich agressief had gedragen en dat zij zich daardoor bedreigd had gevoeld. Ook gaf de praktijkmanager aan dat klager die dag (28 augustus 2025) weer agressief was geweest, zowel tijdens de afspraak als telefonisch en dat dergelijk gedrag niet kon worden geaccepteerd.

3.10     Klager liet per e-mail van 29 augustus 2025 weten dat van agressief gedrag van zijn kant geen sprake was geweest en dat juist de tandarts zich schuldig had gemaakt aan agressie door hem in de rede te vallen, haar stem te verheffen en hem luid na te roepen. Ook schreef klager zich niet te herkennen in de in de reactie aan Infomedics beschreven behandeling, die volgens klager volledig uit de lucht was gegrepen.

3.11     Op 1 september 2025 noteerde de praktijkmanager:

“patient heeft klacht tegen [naam tandarts] ingediend bij tuchtcollege Zwolle. Tot een uitspraak graag geen conversatie aan beginnen met patient. Aangezien dat patient zo agressief en dominant is, mocht hij naar de praktijk komen en niet accepteren dat we niks aan gaan beginnen dan politie bellen.”

Onder het kopje “Behandelplan” werd genoteerd:

“BIJ AGRESSIVITEIT POLITIE BELLEN

ERG MOEILIJK PERSOON”.

4. De klacht en de reactie van de tandarts

4.1     Klager verwijt de tandarts dat:

  1. zij een onjuiste declaratie heeft ingediend bij de zorgverzekeraar. Deze declaratie kan niet kloppen, gelet op het feit dat het een simpele en korte behandeling was;
  2. er in zijn patiëntendossier dingen staan genoteerd die totaal niet waar zijn, namelijk dat klager agressief en onbehoorlijk zou zijn en dat de tandarts deze dingen in het dossier heeft laten staan.

4.2     De tandarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren aangezien de declaratie correct en transparant is en er wel sprake was van grensoverschrijdend gedrag van de patiënt richting zorgverleners. De tandarts is niet verantwoordelijk voor de inhoud van door anderen in de patiëntenkaart geschreven notities.
 

4.3     Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
 

De criteria voor de beoordeling

5.1     De vraag is of de tandarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende tandarts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de tandarts geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.

5.2     Het college oordeelt dat de tandarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en overweegt daarover voor de afzonderlijke klachtonderdelen als volgt.

Klachtonderdeel a) het gebruik van declaratiecode H35
5.3     In de Prestatie- en tariefbeschikking tandheelkundige zorg – RB/REG-25612-01 (geldig van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025) staat declaratiecode H35 (moeizaam trekken tand of kies met behulp van chirurgie) als volgt beschreven:
“Een chirurgische verwijdering van een tand of kies waarbij tenminste twee van de onderstaande zaken zijn uitgevoerd:
-Splitsen van de wortel(s);
-Wegboren van kaakbot;
-Het opklappen van het tandvlees (mucoperiostale opklap).
Inclusief zo nodig hechten en wondtoilet.”

5.4     De tandarts voert aan dat zij om de kies te kunnen verwijderen het tandvlees heeft moeten opklappen en een stuk bot heeft moeten wegboren om ruimte te maken om de afgebroken kies te kunnen trekken. Klager bestrijdt dat deze handelingen zijn uitgevoerd. Het trekken verliep snel, eenvoudig en ongecompliceerd. De door de tandarts genoemde handelingen zijn volledig uit de lucht gegrepen, aldus klager. 

5.5     Het college overweegt dat voor de vraag of code H35 mag worden gedeclareerd niet van belang is hoe lang het trekken heeft geduurd. Het gaat er bij de te declareren verrichting om of aan de in de code beschreven prestatie is voldaan. Een chirurgische extractie als bedoeld in code H35 en zoals door de tandarts beschreven kan ook heel goed in korte tijd plaatsvinden. De omstandigheid dat de extractie volgens klager binnen enkele minuten klaar was, is dan ook geen reden om aan te nemen dat van een moeizame extractie geen sprake kán zijn geweest.

5.6     De omstandigheid dat klager de door de tandarts genoemde handelingen (het opklappen van tandvlees en het wegboren van bot) niet herkent is onvoldoende om vast te kunnen stellen dat deze handelingen niet zijn verricht. De verklaringen van klager en die van de tandarts staan daarin tegenover elkaar. Het college overweegt dat in gevallen waarin de lezingen van partijen over de aan een klachtonderdeel ten grondslag gelegde feiten uiteenlopen en niet goed kan worden vastgesteld welke van beide lezingen het meest aannemelijk is, dat klachtonderdeel in beginsel niet gegrond kan worden verklaard. Dit heeft te maken met de omstandigheid dat voor het oordeel dat bepaalde gedragingen van een zorgverlener hem tuchtrechtelijk kunnen worden verweten, eerst moet worden vastgesteld dat de feitelijke grondslag voor dat oordeel aanwezig is. Dat wil zeggen dat aannemelijk is geworden dat feitelijk sprake is van zodanige gedragingen. In deze zaak is niet vast te stellen dat de door de tandarts genoemde handelingen (het opklappen van tandvlees en het boren in het kaakbot) niet hebben plaatsgevonden. Dat betekent dat er geen feitelijke grondslag is voor de conclusie dat sprake is van het ten onrechte gebruiken van declaratiecode H35.

5.7     Klachtonderdeel a) is daarmee kennelijk ongegrond.

Klachtonderdeel b) notities in het patiëntendossier
5.8     Klager heeft naar voren gebracht dat de tandarts verantwoordelijk is voor het laten bestaan van de dossiernotities waarin hij als een agressief persoon wordt beschreven. De tandarts heeft naar voren gebracht dat zij als ZZP’er bij de praktijk betrokken is en niet verantwoordelijk is voor wat andere medewerkers in het dossier hebben genoteerd.

5.9     Het college constateert dat door verschillende medewerkers van de praktijk in het dossier melding is gemaakt van boosheid bij klager dan wel agressief en/of dominant gedrag door klager. De tandarts is niet verantwoordelijk voor het bestaan en de inhoud van deze door collega’s gemaakte notities. Het is niet geheel duidelijk wie de notitie van het consult met de tandarts op 28 augustus 2025 heeft gemaakt. Ook als moet worden aangenomen dat dit een notitie van de tandarts zelf is, kan dit niet tot de conclusie leiden dat de inhoud daarvan tuchtrechtelijk verwijtbaar is. In genoemde dossiernotitie wordt alleen beschreven dat er een discussie was geweest over de rekening, dat klager het geen moeilijke extractie vond en dat er een discussie was ontstaan met “woord tegen woord”. Een referentie aan onbehoorlijk, dominant of agressief gedrag van de zijde van klager komt in deze notitie niet voor.

5.10     Gelet op het voorgaande is ook klachtonderdeel b) kennelijk ongegrond.

Slotsom
5.11     Uit de overwegingen hiervoor volgt dat klachtonderdelen a) en b) beide kennelijk ongegrond zijn.

6. De beslissing

De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
 

Deze beslissing is gegeven op 7 april 2026 door J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme voorzitter, 
J.W. Prakken en M.E. Geertman, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door M. Keukenmeester, secretaris.

secretaris                                                                                           voorzitter


 


Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

  1. Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
  • het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
  • als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
  • het college kennelijk onbevoegd is, of
  • voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
     

Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.

  1. Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
  1. Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.


U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.
 

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.