ECLI:NL:TGZRZWO:2026:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8220
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2026:55 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 07-04-2026 |
| Datum publicatie: | 07-04-2026 |
| Zaaknummer(s): | Z2025/8220 |
| Onderwerp: | Geen of onvoldoende zorg |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige is verpleegkundig expert hiv in het ziekenhuis. Klager heeft al geruime tijd een hiv-infectie en verwijt de verpleegkundige, samengevat, het ten onrechte weigeren van medicatie en bloedonderzoek en het instellen van een toegangsverbod en het doen van melding bij justitie. Het college is van oordeel dat de verpleegkundige de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
ZWOLLE
Beslissing in raadkamer van 7 april 2026 op de klacht van:
A,
(destijds) wonende in B,
klager,
tegen
E,
verpleegkundige,
werkzaam in B,
verweerster, hierna ook: de verpleegkundige,
gemachtigde: mr. C. Grondsma.
1. De zaak in het kort
1.1 De verpleegkundige is verpleegkundig expert hiv in het ziekenhuis. Klager
heeft al geruime tijd een hiv-infectie en verwijt de verpleegkundige, samengevat,
het ten onrechte weigeren van medicatie en bloedonderzoek en het instellen van een
toegangsverbod en het doen van melding bij justitie.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe
het tot deze beslissing is gekomen.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 27 februari 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 10 juni 2025.
2.2 Klager heeft gelijktijdig met deze klacht, nog twee klachten ingediend tegen
andere zorgverleners. Deze klachten staan geregistreerd onder zaaknummers Z2025/8217
(huisarts) en Z2025/8219 (internist). In alle zaken wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.
2.3 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen
gebruik gemaakt.
2.4 Klager heeft het college op 9 oktober 2025 bericht dat hij de hiervoor genoemde
klachten wil intrekken. Daarbij heeft hij gezegd dat hij de klachten op een later
moment opnieuw zal indienen, als hij voldoende aanvullende informatie heeft. Op grond
van artikel 65d lid 2 sub a van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg
wordt de behandeling gestaakt, tenzij de aangeklaagde zorgverlener schriftelijk verklaart
voortzetting van de klacht te verlangen. De gemachtigde van de verpleegkundige heeft
bij e-mail van 16 oktober 2025 aan het college bericht dat de verpleegkundige voorzetting
van de klachtbehandeling wenst.
2.5 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. De feiten
3.1 De verpleegkundige is werkzaam als verpleegkundig expert hiv (ook: consulent) bij F (hierna: het ziekenhuis). Klager is al geruime tijd geïnfecteerd met hiv en sindsdien onder behandeling bij het ziekenhuis.
3.2 Uit het medisch dossier zoals is overgelegd blijkt dat de verpleegkundige de
afgelopen jaren vier keer contact heeft gehad met klager. Op 6 april 2020 heeft de
verpleegkundige een orderformulier gemaakt waarbij een lab order en een ‘afspraak
zes maanden’ zijn toegestuurd.
3.3 Verder had de verpleegkundige op 13 oktober 2020 telefonisch contact met klager.
In de notitie in het medisch dossier van klager staat (letterlijk weergegeven):
“Gaat goed, covid tijd is saai. Is soms iets vergeetachtig vraagt zich af of dit door
de statine komt. Mogelijk denkt hij aan een combi hiervan met de leeftijd. Deze gedachte
gang zo gelaten. Verder gaat het goed, blij met lab uitslagen die goed zijn, slikt
medicatie trouw. Is goed gestemd aan de telefoon, is anders wel minder toegankelijk
voor gesprek. Recept zal worden gefaxt naar de centrale apotheek en lab order met
cholesterol voor 6 maand.”
3.4 Op 22 mei 2023 belde klager naar het secretariaat om een labformulier te vragen. In de telefoonnotitie staat dat de consulent hem niet kon bellen omdat het telefoonnummer niet vermeld is. Verder is genoteerd dat klager in november 2021 voor het laatst contact heeft gehad met de poli, dit was ook een onaangenaam gesprek. In januari 2023 was klager niet verschenen op de oproep en er zou overleg zijn met de internist ‘hoe nu verder’. Vervolgens blijkt uit de notitie dat er contact met de huisarts en apotheek was waaruit bleek dat de huisarts de medicatie voorschreef, maar dat dit niet het geval zou moeten zijn.
3.5 De verpleegkundige sprak klager eveneens op 22 mei 2023. Zij noteerde:
“Dhr belt, blijft erg onvriendelijk, wil niets horen over controle en lab prikken,
behandel relatie arts patiënt zo niet mogelijk.laatste contact novemner 2021
Zegt elke 30 dagen een nieuw tel nummer te hebben. Kan nu niet in mijn Fl.
Aangegeven dat het noodzakelijk is dat hij langs komt voor consult internist, en
hoofdbehandelaar hiv. Heeft Cart door huisarts verkregen, nu 17 mei nog voor 3 mnd
uitgifte.(apotheek centrale) Dhr heeft nog oude lab form in huis. Staat niet open
voor uitleg en procedure gang. Verbinding verbroken.”
4. De klacht en de reactie van de verpleegkundige
4.1 Klager verwijt de verpleegkundige dat zij:
- ongeoorloofd/abrupt zijn medicatie heeft geweigerd en bloedonderzoek heeft geweigerd;
- een toegangsverbod voor de duur van een jaar heeft ingesteld;
- ten onrechte een melding bij justitie heeft gedaan.
4.2 De verpleegkundige heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
Zij heeft geen bemoeienis gehad met het toegangsverbod en de melding bij justitie,
en verder heeft zij klager geen medicatie of onderzoek geweigerd; een consulent schrijft
geen medicatie voor.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de verpleegkundige de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende verpleegkundige. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de verpleegkundige geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.
5.2
Het college oordeelt dat de verpleegkundige niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft
gehandeld en zal dat hieronder nader uitleggen.
Klachtonderdeel a) weigering medicatie en bloedonderzoek
5.3 De verpleegkundige heeft bij haar verweerschrift de ‘Werkafspraken behandeling
en begeleiding mensen die leven met hiv’ van het ziekenhuis overgelegd. Uit deze werkafspraken
volgt dat een patiënt met hiv minimaal éénmaal per jaar contact dient te hebben met
de internist (twee keer per jaar is wenselijk). Telefonisch contact met de internist
kan een passend alternatief zijn, als de patiënt in het buitenland verblijft. De internist
schrijft de medicatie voor; consulenten hebben deze bevoegdheid niet. De consulenten
bewaken de behandeling en begeleiding en zijn er in geval van vragen en problemen.
Bij patiënten die niet verschijnen of geen bloed laten prikken, proberen consulenten
dit contact met de patiënt actief op te pakken en ontvangen deze patiënten een no-show
brief.
5.4 De verpleegkundige is, gelet op het voorgaande, niet bevoegd om hiv-medicatie voor te schrijven. Klagers stelling dat de verpleegkundige dit hem abrupt weigerde, faalt reeds hierom. Verder volgt uit de overgelegde stukken niet dat bloedonderzoek bij klager door de verpleegkundige is geweigerd; sterker nog, uit de telefoonnotitie van 22 mei 2023 volgt dat klager niets wilde weten van contact met de internist of bloedonderzoek. Wel vergewiste de verpleegkundige zich ervan dat klager nog voldoende medicatie had en dat hij nog een oud labformulier in huis had. Dit klachtonderdeel is kennelijk ongegrond.
Klachtonderdelen b) en c) toegangsverbod en melding bij justitie
5.5 Vanwege de samenhang zal het college deze klachtonderdelen gezamenlijk bespreken.
Klager stelt dat de verpleegkundige ten onrechte een melding bij justitie heeft gedaan
en een toegangsverbod voor het ziekenhuis voor de duur van een jaar heeft ingesteld.
De verpleegkundige stelt in haar verweer dat het toegangsverbod en de melding bij
justitie eind 2023, en dus ruime tijd na het laatste contact tussen de verpleegkundige
en klager (22 mei 2023) hebben plaatsgevonden, en dat zij hier geen bemoeienis mee
heeft gehad. Het college kan niet vaststellen dat de verpleegkundige enige betrokkenheid
heeft gehad met het toegangsverbod en de melding bij justitie. Nu dit niet kan worden
vastgesteld, kan niet de conclusie worden getrokken dat de verpleegkundige tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld. Deze klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond.
Slotsom
5.6
Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht kennelijk ongegrond is.
6. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 7 april 2026 door P.A.H. Lemaire, voorzitter, B. Nijhuis-Prigge en B.F.A. Goosselink, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door M.H. van Ham, secretaris.
secretaris
voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld
bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
- Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
- het college kennelijk onbevoegd is, of
- voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
- Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
- Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg,
maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u
is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.