ECLI:NL:TGZRZWO:2026:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8219
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2026:54 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 07-04-2026 |
| Datum publicatie: | 07-04-2026 |
| Zaaknummer(s): | Z2025/8219 |
| Onderwerp: | Geen of onvoldoende zorg |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen een internist kennelijk ongegrond. Klager was vanwege een hiv-infectie onder behandeling bij de internist. De behandelrelatie verslechterde, totdat klager uiteindelijk de toegang tot het ziekenhuis werd ontzegd. Klager verwijt de internist, samengevat, dat zij weigerde medicatie voor te schrijven en dat zij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over het beëindigen van de behandelingsovereenkomst en onvoldoende tijdig heeft doorverwezen. Het college is van oordeel dat de internist niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en dat het in het belang van goede zorgverlening is dat klager zich laat monitoren. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
ZWOLLE
Beslissing in raadkamer van 7 april 2026 op de klacht van:
A,
(destijds) wonende in B,
klager,
tegen
D,
internist,
werkzaam in B,
verweerster, hierna ook: de internist,
gemachtigde: mr. D. Zwartjens.
1. De zaak in het kort
1.1 Klager was vanwege een hiv-infectie onder behandeling bij de internist. De
behandelrelatie verslechterde, totdat klager uiteindelijk de toegang tot het ziekenhuis
werd ontzegd. Klager verwijt de internist, samengevat, dat zij weigerde medicatie
voor te schrijven en dat zij hem onvoldoende heeft geïnformeerd over het beëindigen
van de behandelingsovereenkomst en onvoldoende tijdig heeft doorverwezen.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe
het tot deze beslissing is gekomen.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 27 februari 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 3 juli 2025.
2.2 Klager heeft gelijktijdig met deze klacht, nog twee klachten ingediend tegen
andere zorgverleners. Deze klachten staan geregistreerd onder zaaknummers Z2025/8217
(huisarts) en Z2025/8220 (verpleegkundige). In alle zaken wordt afzonderlijk uitspraak
gedaan.
2.3 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen
gebruik gemaakt.
2.4 Klager heeft het college op 9 oktober 2025 bericht dat hij de hiervoor genoemde
klachten wil intrekken. Daarbij heeft hij gezegd dat hij de klachten op een later
moment opnieuw zal indienen, als hij voldoende aanvullende informatie heeft. Op grond
van artikel 65d lid 2 sub a van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg
wordt de behandeling gestaakt, tenzij de aangeklaagde zorgverlener schriftelijk verklaart
voortzetting van de klacht te verlangen. De gemachtigde van de internist heeft bij
e-mail van 28 oktober 2025 aan het college bericht dat de internist voorzetting van
de klachtbehandeling wenst.
2.5 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. Wat is er gebeurd?
3.1 Klager is al geruime tijd geïnfecteerd met hiv en stond sindsdien onder behandeling bij F (hierna: het ziekenhuis), waar de internist sinds december 2012 zijn hoofdbehandelaar was.
3.2 Op 19 november 2021 had de internist een telefonisch consult met klager. Uit de anamnese volgt dat de medicatie goed ging. Verder noteerde de internist (alle citaten letterlijk opgenomen): “Vraagt naar advies mbt Covid vaccin. Is het niet eens met dit advies, wordt verbaal erg agressief en dreigend. Wenst niet meer naar het ziekenhuis te komen, wil geen mondkapje op. Gesprek uiteindelijk beeindigd, gezegd de recepten op te sturen en een vervolgcontrole (voor als hij toch wil) volgt.” De conclusie van het (laboratorium)onderzoek was dat klager een goede respons had op de antiretrovirale therapie, en het beleid bleef ongewijzigd. Klager kreeg een vervolgafspraak over zes maanden, met laboratoriumonderzoek vooraf. De internist plaatste een nieuwe order voor medicatie.
3.3 Vanaf november 2021 tot en met mei 2023 hadden klager en de internist geen
contact. Toen klager niet verscheen op een consult in januari 2023 vond overleg plaats
tussen de internist en de verpleegkundig consulent. Uiteindelijk belde de verpleegkundig
consulent in mei 2023 de huisarts van klager om te informeren of klager wellicht elders
onder controle was of verhuisd was. Tijdens dit contact bleek dat klager via de huisarts
de medicatievoorschriften ontving, waarvan de meest recente van mei 2023 was. De verpleegkundig
consulent sprak klager op 22 mei 2023. Zij noteerde:
“Dhr belt, blijft erg onvriendelijk, wil niets horen over controle en lab prikken,
behandel relatie arts patiënt zo niet mogelijk.laatste contact novemner 2021
Zegt elke 30 dagen een nieuw tel nummer te hebben. Kan nu niet in G.
Aangegeven dat het noodzakelijk is dat hij langs komt voor consult internist, en
hoofdbehandelaar hiv. Heeft Cart door huisarts verkregen, nu 17 mei nog voor 3 mnd
uitgifte.(apotheek centrale) Dhr heeft nog oude lab form in huis. Staat niet open
voor uitleg en procedure gang. Verbinding verbroken.”
3.4 Klager stuurde de internist op 22 mei 2023 ook een bericht. Hij schreef:
“Zie nu in mijn F dat u mij wil gaan bellen, in dat geval niet wederom de hoorn op
de haak gooien, want er was heel veel wat ik nog te zeggen had en dan was ook heel
veel duidelijk geworden. Ik zie voor de goede orde helemaal niet verlegen om medicatie,
alleen een labtest is op dit moment belangrijk.
Ik heb reeds in buitenland 2 labtesten ondergaan, en wou nu een laatste vergelijking
maken, dit heeft te maken met mogelijk rechtszaken die ik tegen Fwil gaan voeren.
De reden hier voor is dat na 2 HIV testen is gebleken dat ik geen HIV heb.
Dus jarenlang iemand onnodige zware medicatie geven is zware lichamelijke enpsychische
mmidhandeling.
Ik heb nu nog 1 lap report nodig plus 1 HIV test, als dat wederom negatief is kunnen
jullie je borst nat maken.
Normaal zou ik nooit overwogen hebben om aan F te twijfelen, echter nu we gezien
hebben wat een vreselijke hoax en verdienmodel de covid gekte was, leek het mij een
goed idee om zelf maar eens wat onderzoeken te laten verrichten.
Conclusie de gezondheidszorg is zwaar ziek! Gevaarlijk ziek!”
3.5 In verband met afwezigheid van de internist, reageerde een collega van
haar op 25 mei 2023 op dit bericht. Deze collega schreef dat zij graag een nieuwe
afspraak zou willen inplannen, liefst persoonlijk, aangezien klager al langere tijd
niet aanwezig was geweest. Verder schreef zij dat klager wel degelijk hiv had, maar
dat de virusdeeltjes door de behandeling zo laag waren dat deze onder de detectiegrens
waren. In de hierop volgende correspondentie van klager met deze collega van de internist
werd door de collega herhaaldelijk het aanbod voor een gesprek gedaan. Klager schreef,
samengevat, geen vragen meer te hebben en geen medici meer te vertrouwen.
3.6 Klager richt zich vervolgens tot de ombudsfunctionaris van het ziekenhuis.
In overleg tussen klager en de ombudsfunctionaris werd besloten een nieuwe poliklinische
afspraak in te plannen voor de begeleiding van de hiv-infectie en voor te schrijven
medicatie. Deze afspraak werd ingepland op 27 juli 2023. Klager zegde deze afspraak
op 24 juli 2023 af. Hij schreef dat hij niet om een afspraak had gevraagd, enkel om
noodmedicatie en wilde op zoek naar een nieuwe internist en huisarts. Ook schreef
hij dat zijn medicatie al tien dagen op was, terwijl hij aanvankelijk meende nog voor
twee weken voorraad te hebben. De internist reageerde de volgende dag en schreef dat
het belangrijk was dat klager zijn medicatie wel had. Verder stelde zij voor dat klager
op 27 juli 2023 een telefonische afspraak kon krijgen om de uitslagen te bespreken
en een nieuw recept voor de hiv-medicatie te maken.
3.7 Tijdens het telefonische consult op 27 juli 2023 van de internist met
klager werden de bloeduitslagen besproken en adviseerde de internist klager de medicatie
te hervatten. De internist besprak met klager ook wat voor haar de randvoorwaarden
waren voor een behandelrelatie (namelijk minimaal tweemaal per jaar contact en bloedonderzoek),
en dat er wederzijds respect zou zijn. Klager zou de toon van zijn berichten matigen,
en zei alleen niet meer bij de verpleegkundig consulent te willen komen. Klager kon
de volgende dag het recept ophalen en over zes maanden zou een controle, inclusief
laboratoriumonderzoek, plaatsvinden. Ook werden de zorgen over de therapie onderbreking
besproken, en zei de internist dat de kans op resistentie bij nu snel hervatten van
de medicatie klein was.
3.8 Op 7 september 2023 stuurde klager via mijn F een melding van klachten na
hervatting van zijn medicatie naar de internist. Vanwege haar afwezigheid reageerde
een collega van de internist op dit bericht; namelijk dat de klachten niet goed te
relateren waren aan de medicatie.
3.9 Klager stuurde op 19 oktober 2023 een bericht naar de internist met het
verzoek deze vragen naar eer en geweten te beantwoorden. De vragen gingen over de
weigering van medicatie, het beleid en de gegevens van de verpleegkundig consulent.
De internist schreef dezelfde dag dat de medicatie alleen voorgeschreven kon worden
als er een behandelrelatie was, en dat een voorwaarde daarvoor is dat er regelmatig
controles zijn. Als klager hierover in gesprek wilde, kon hij een afspraak inplannen
via de ombudsfunctionaris.
3.10 Daarop stuurde klager nog een aantal berichten via F, met onder meer de volgende
inhoud: (deel 1) “de vragen zijn zo simpel als het kan maar, het lijkt wel alsof u wat te verberegen
heeft. Ik neem met uw antwoord dan ook geen genoegen. (…) en ach u weet zelf ook wel
dat dit een prive rancuneuze actie was van een persoon die u hoog in het vaandel heeft
staan, maar of dat andersom ook zo is heb ik mijn twijfels. Ik zou mijn collega’s
niet betrekken of belasten bij een slechte dag met de bokkenpruik op. (…) maak niet
de fout om te denken dat dit wel even onder het tapijt kan worden geveegd.”
En (deel 2): “Jullie zijn met deze houding bezig je eigen graf te graven, arrogantie, obstructie,
tijd rekken, geen vragen willen beantwoorden, zware schade aan patient toe brengen.
Hoe denkt u nu hoe een onpartijdig persoon hier naar zal kijken?”
Ook schreef klager (deel 3): “Nu wil ik achteraf de boel analiseren wat er nu allemaal heeft plaatsgevonden en nu
weigerd u opnieuw alle medewerking, dat doe je alleen als je een slechte geweten hebt,
of iets te verbergen hebt, en dat heeft toch niet dr. [naam internist]?” en: “Je mij uiterst irritant vinden maar dat is geen reden om uit pure emotie dan maar
medicatie te weigeren. En u ziet nu het resultaat. Uw patient is door deze acties
ziek geworden, u behoord eigenlijk wroeging te hebben maar ik denk niet dat dat er
in zit.”
3.11 De internist schreef klager vervolgens dat het via dit medium niet mogelijk
was om op alle berichten te reageren, en bood een persoonlijk gesprek aan. Daarnaast
schreef zij de toon van de berichten als onaangenaam te ervaren en vroeg klager hiermee
te stoppen.
3.12 Klager reageerde hier op met drie berichten en schreef onder andere de indruk te hebben dat de internist geen vragen wilde beantwoorden, dat zij een arrogante houding had en een zeer ernstig delict pleegde. Verder schreef klager dat hij de verpleegkundig consulent, de internist en de ‘volstrekt waardeloze huisarts’ aan zou klagen voor samenzwering met als doel een patiënt bewust noodzakelijke medicatie te weigeren en dat de BIG-registratie van de internist wat hem betreft ingenomen moest worden.
3.13 Op 20 oktober 2023 ontving klager van de Manager Zorgeenheid Beschouwend
een officiële waarschuwing (gele kaart) wegens het vertonen van ontoelaatbaar gedrag,
in strijd met de huisregels van het ziekenhuis.
3.14 Klager bleef vervolgens op 20 oktober 2023 berichten sturen, waarin hij
onder meer schreef: (deel 04) “F heeft een legertje aan advocaten die zo glad als een paling in een emmer snot zijn
en elke mogelijke vieze truc uit de mouw schudden om uw delicten te bagetelliseren
dan wel niet als geheel onschuldig te bestempelen. Zo werken deze vieze spelletjes
nu eenmaal. Maar dat zal mij er niet van weerhouden aktie tegen u en uw medeplegers
te ondernemen.” En: “Ik heb meerdere malen contact met H hier over gehad dat ik een andere huisarts wil
en een andere internist, dit mag zelfs ook nog in een andere stad zijn” (…) “En artsen
die de eed van Hippocrates schenden zijn in mijn visie geen knip voor de neus waard.”
De jurist en ombudsfunctionaris adviseerden bij herhaling van berichten op deze toon
over te gaan op een rode kaart. De internist noteerde later in de week overdracht
naar het dichtstbijzijnde hiv-behandelcentrum voor te stellen aan klager.
3.15 Klager stuurde op 26 oktober 2023 nog een bericht waarin hij onder meer
verzocht om een andere internist, en de internist persoonlijk verweet de bokkenpruik
weer op te zetten en hem te negeren.
3.16 Bij (aangetekende) brief van 26 oktober 2023 kreeg klager een toegangsontzegging
tot het ziekenhuis, een rode kaart omdat hij opnieuw en op dreigende toon een bericht
had gestuurd. Klagers behandeling was hiermee beëindigd, wel kon klager nog in het
ziekenhuis terecht voor spoedzorg. In de brief, die wederom namens de Raad van Bestuur
van het ziekenhuis werd verstuurd, werd klager voor verdere behandeling doorverwezen
naar een andere zorgorganisatie. Het dichtstbijzijnde ziekenhuis was het Universitair
Medisch Centrum in G. Klager werd verzocht het te laten weten als hij daar of elders
zijn behandeling ging vervolgen.
3.17 Op verzoek van klager werden de gele en rode kaart ook via mijn F naar
hem toegestuurd. De internist berichtte klager nog dat als hij zou laten weten waar
hij de behandeling gaat voortzetten, een medische overdracht geregeld zou worden.
Op 1 november 2023 verzocht de internist klager te laten weten in welk ziekenhuis
hij zijn behandeling wenste voort te zetten. Tevens schreef de internist dat het berichten-account
zou worden geblokkeerd.
3.18 Omdat klager wel berichten bleef sturen, maar niet liet weten waar hij
zijn behandeling wenste voort te zetten, stuurde de internist klager op 30 januari
2024 nog een bericht. Hierin schreef zij dat er geen vertrouwensbasis meer was voor
het aangaan van een behandelrelatie met het team. Omdat het laatst voorgeschreven
recept van juli 2023 was, verwachtte zij dat de medicatie binnenkort op was. Het belang
van ononderbroken gebruik van de medicatie werd benadrukt, en voor een laatste maal
werd een recept voor drie maanden medicatie verstrekt. Ook werd klager verzocht zijn
keuze voor een nieuw behandelcentrum door te geven. Dit bericht aan klager werd tevens
per aangetekende post naar hem verstuurd.
3.19 Op 10 oktober 2024 werd klager door de internist op zijn verzoek doorverwezen naar I.
4. De klacht en de reactie van de internist
4.1 Klager verwijt de internist dat zij:
- ongeoorloofd/abrupt zijn medicatie heeft geweigerd en klager daarvan niet op de hoogte heeft gesteld;
- verzuimd heeft klager door te verwijzen naar een andere zorgverlener;
- klager niet op de hoogte heeft gesteld van beëindiging van de behandelingsovereenkomst.
4.2 De internist heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
Klager heeft steeds de benodigde medicatie gehad. Verder gaf klager pas een jaar later
toestemming voor overdracht van zijn dossier, zodat hij niet eerder doorverwezen kon
worden. Tot slot stelt de internist dat klager voldoende op de hoogte is gesteld van
de beëindiging van de behandelingsovereenkomst.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de internist de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende internist. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de internist geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.
5.2 Het ziekenhuis heeft een erkend hiv-behandelcentrum. Conform de werkafspraken dienen patiënten met een hiv-infectie minimaal twee contactmomenten per jaar met het hiv-behandelteam te hebben, waarvan minimaal één met een internist-infectioloog. Voorafgaand aan deze contactmomenten vindt laboratoriumonderzoek plaats. Klager verbleef regelmatig in het buitenland waardoor fysieke controles, waar mogelijk, werden vervangen door telefonische consulten. Uit het dossier volgt dat klager regelmatig van telefoonnummer wisselde zonder dit door te geven, waardoor contact opnemen met klager lastig was.
5.3 Het college oordeelt dat de internist niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en zal dat hieronder nader uitleggen
Klachtonderdeel a) weigering medicatie
5.4 De internist stelt zich op het standpunt dat dit verwijt iedere grondslag
mist. Zij heeft, ondanks het feit dat het contact met klager in de loop der tijd ernstig
verstoord raakte (onder andere door niet op afspraken te verschijnen en zich volledig
aan medische controles te onttrekken), steeds het belang van ononderbroken medicatievoorziening
voor ogen gehouden. Het college volgt de internist in haar betoog. Uit de feiten,
zoals hierboven onder 3. beschreven, volgt dat de internist zich steeds heeft ingespannen
om klager van de benodigde hiv-medicatie te voorzien, ondanks de uitdagingen die het
contact met klager met zich meebracht. Klager liet de verpleegkundig consulent op
22 mei 2023 telefonisch weten dat hij op 17 mei 2023 nog voor drie maanden medicatie
had ontvangen via de huisarts, dus tot 17 augustus 2023. In overleg met de ombudsfunctionaris
werd op 27 juli 2023 een afspraak gemaakt met klager en de internist. Op 24 juli 2023
melde klager zich af voor deze afspraak en liet hij tevens weten dat hij al tien dagen
zonder medicatie zat, terwijl hij meende nog voor twee weken voorraad te hebben. Dit
kan de internist niet verweten worden, aangezien zij uitging van de eerdere mededeling
van klager. Daarnaast heeft de internist zich ingespannen voor klager door er toch
op aan te dringen op 27 juli 2023 een telefonische afspraak te hebben, zodat de medicatie
kon worden voortgezet. Dat klager een korte periode zonder hiv-medicatie zat, was
door zijn eigen toedoen en niet door handelen of nalaten van de internist. Bovendien
is op 27 juli 2023 opnieuw de medicatie voorgeschreven voor een periode van drie maanden,
met een herhaalrecept voor nog een keer drie maanden. Daarna verslechterde de communicatie
van klager met het ziekenhuis en de internist verder, wat resulteerde in een gele
en rode kaart voor klager vanuit het
management van het ziekenhuis. Ook nadat klager de toegang tot het ziekenhuis was
ontzegd, bleef de internist zich inspannen voor zijn medicatievoorziening en werd
hem in januari 2024 nogmaals een recept voor drie maanden verstrekt omdat de zorg
nog niet kon worden overgedragen. Klager schrijft zelf dat hij in 2024 de medicatie
niet langer nodig had omdat hij zelf voor nieuwe medicatie had gezorgd. Van ongeoorloofde/abrupte
medicatieweigering zoals klager stelt, is gelet op het bovenstaande niet gebleken.
Bovendien is het ook in het belang van goede zorgverlening dat klager zich laat monitoren.
Het voorschrijven van medicatie zonder in contact met klager te zijn, is niet conform
de professionele standaard zodat dit (behoudens noodsituaties) niet van de internist
verwacht had kunnen worden. Klager heeft zich in algemene zin over een langere tijd
onttrokken aan de juiste medische zorg. Hoewel dat zijn goed recht is, is het de plicht
van de behandelend arts om hem vervolgens op de mogelijke consequenties te wijzen.
Dit heeft de internist ook gedaan. Dit klachtonderdeel is kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel b) weigering doorverwijzing
5.5 Ten aanzien van klagers stelling dat de internist weigerde klager door te
verwijzen naar een andere zorgverlener, overweegt het college dat dit verwijt feitelijke
grondslag mist. Klager schreef weliswaar via mijn F een andere internist te willen,
maar dit verzoek kwam in de (korte) periode tussen de gele (20 oktober 2023) en rode
kaart (26 oktober 2023). In de brief waarin klager de toegang tot het ziekenhuis uiteindelijk
is ontzegd (rode kaart), is bovendien vermeld dat de behandeling moet worden overgenomen
door een ander ziekenhuis. Het dichtstbijzijnde ziekenhuis met expertise als hiv-behandelcentrum
was I. Klager heeft vervolgens geen toestemming gegeven voor overdracht van zijn dossier
aan dit ziekenhuis. Klager is er meerdere malen op gewezen dat hij zijn keuze voor
een behandelcentrum door moest geven en daarbij ook gewezen op zijn eigen verantwoordelijkheid,
laatstelijk op 30 januari 2024 door de internist. Op het moment dat klager zijn keuze
doorgaf (de internist schrijft op 8 oktober 2024), is twee dagen later door de internist
een doorverwijzing geschreven voor dit ziekenhuis. De internist heeft hiermee adequaat
gehandeld. De klacht is kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel c) onvoldoende informeren over beëindiging behandelingsovereenkomst
5.6 Uit de overgelegde stukken volgt dat de behandelrelatie met klager ingewikkeld
was, door zijn verblijf in het buitenland en regelmatige onbereikbaarheid en wisselende
telefoonnummers. Klager wilde niet altijd langskomen en consulten zijn voornamelijk
telefonisch geweest. Ook was klager dwingend in zijn communicatie en liet zich bij
herhaling op een negatieve manier uit over diverse zorgverleners, waarbij hij regelmatig
de grenzen van het betamelijke overschreed, ook nadat hij daarop schriftelijk en mondeling
was gewezen. Deze combinatie van factoren resulteerde uiteindelijk in een rode kaart,
waardoor klager namens de Raad van Bestuur de toegang tot het ziekenhuis werd ontzegd.
De internist heeft steeds het belang van klager voor ogen gehad en wees hem ook diverse
malen op de noodzaak van het vervolgen van zijn behandeling en medicatie. De gele
kaart is op 20 oktober 2023 per aangetekende post naar het adres van klager gestuurd.
De daarop volgende rode kaart, die vanwege het aanhoudende ontoelaatbare gedrag op
26 oktober 2023 per aangetekende post naar klager is gestuurd, geeft ook een vangnetadvies.
Op
31 oktober 2023 zijn zowel de gele als de rode kaart via mijn F naar klager gestuurd.
Dat klager onvoldoende is geïnformeerd over de beëindiging van de behandelingsovereenkomst,
volgt dan ook niet uit de stukken zodat ook deze klacht kennelijk ongegrond is.
5.7 Voor zover klager de internist, althans de internistenafdeling, verwijt dat zij de berichtenfolder in mijn F heeft vernietigd, overweegt het college als volgt. Het tuchtrecht gaat uit van persoonlijke verwijtbaarheid van de zorgverlener. Dat de afdeling alle berichten van klager heeft gewist, wat daar ook van zij, kan de internist niet persoonlijk verweten worden. De internist schrijft in haar verweer dat de stelling dat de berichtenbox verwijderd is, feitelijk onjuist is. Enkel de mogelijkheid om nieuwe berichten aan de internist te versturen, is geblokkeerd. Dit volgt ook uit de overgelegde stukken. Op verzoek van klager is de volledige inhoud van de berichtenbox uitgeprint en per aangetekende post naar hem toegestuurd, zo stelt de internist. Het college overweegt als volgt. Nu de lezingen van partijen over deze berichtenbox uiteenlopen, kan het college niet vaststellen dát alle berichten van klager verwijderd zijn, en als dat al zo is, dat de internist daar betrokkenheid bij heeft gehad. Nu dit niet kan worden vastgesteld, kan de internist hiervan geen persoonlijk, tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Slotsom
5.8 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht kennelijk ongegrond zijn.
6. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 7 april 2026 door P.A.H. Lemaire, voorzitter, A.D.J. van Empel en P.J.M. van Gurp, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door M.H. van Ham, secretaris.
secretaris
voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld
bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
- Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
- het college kennelijk onbevoegd is, of
- voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
- Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
- Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg,
maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u
is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.