ECLI:NL:TGZRZWO:2026:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8217

ECLI: ECLI:NL:TGZRZWO:2026:53
Datum uitspraak: 07-04-2026
Datum publicatie: 07-04-2026
Zaaknummer(s): Z2025/8217
Onderwerp: Geen of onvoldoende zorg
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Klacht tegen een huisarts kennelijk ongegrond. Klager ontving via de huisartsenpraktijk van verweerder zijn hiv-medicatie. Het ziekenhuis was verantwoordelijk voor de medische controles en behandeling van de hiv-infectie. Toen uit de informatie van de behandelend specialist bleek dat klager zich aan de ziekenhuiscontroles onttrok, besloot de huisarts de medicatie niet langer voor te schrijven en verwees klager naar de specialist voor controle en hiv-medicatie. Klager verwijt de huisarts dat hij plotseling en onrechte weigerde deze vervolgmedicatie te verstrekken. Het college oordeelt dat de huisarts geen tuchtrechtelijk verwijt gemaakt kan worden.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

ZWOLLE

Beslissing in raadkamer van 7 april 2026 op de klacht van:

A,

(destijds) wonende in B,

klager,

tegen

C,

huisarts,

werkzaam in B,

verweerder, hierna ook: de huisarts,

gemachtigde: mr. V.C.A.A.V. Daniels.

1. De zaak in het kort
 

1.1     Klager ontving via de huisartsenpraktijk van verweerder zijn hiv-medicatie. Het ziekenhuis was verantwoordelijk voor de medische controles en behandeling van de hiv-infectie. Toen uit de informatie van de behandelend specialist bleek dat klager zich aan de ziekenhuiscontroles onttrok, besloot de huisarts de medicatie niet langer voor te schrijven en verwees klager naar de specialist voor controle en hiv-medicatie. Klager verwijt de huisarts dat hij plotseling en onrechte weigerde deze vervolgmedicatie te verstrekken. 
 

1.2     Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze beslissing is gekomen.
 

2. De procedure
 

2.1     Het college heeft de volgende stukken ontvangen:

  • het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 27 februari 2025;
  • het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 23 juni 2025.
     

2.2     Klager heeft gelijktijdig met deze klacht, nog twee klachten ingediend tegen andere zorgverleners. Deze klachten staan geregistreerd onder zaaknummers Z2025/8219 (internist) en Z2025/8220 (verpleegkundige). In alle zaken wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.
 

2.3     De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.
 

2.4     Klager heeft het college op 9 oktober 2025 bericht dat hij de hiervoor genoemde klachten wil intrekken. Daarbij heeft hij gezegd dat hij de klachten op een later moment opnieuw zal indienen, als hij voldoende aanvullende informatie heeft. Op grond van artikel 65d lid 2 sub a van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg wordt de behandeling gestaakt, tenzij de aangeklaagde zorgverlener schriftelijk verklaart voortzetting van de klacht te verlangen. De gemachtigde van de huisarts heeft bij e-mail van 17 oktober 2025 aan het college bericht dat de huisarts voorzetting van de klachtbehandeling wenst.
 

2.5     Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren. 
 

3. De feiten
 

3.1  Klager is al geruime tijd geïnfecteerd met hiv en stond sindsdien onder behandeling bij het hiv-behandelcentrum, waar de internist zijn hoofdbehandelaar was. Op 22 mei 2023 belde de verpleegkundig consulent van het hiv-behandelcentrum naar de huisartsenpraktijk, en informeerde de huisarts dat klager niet op zijn afspraken verscheen. In dit gesprek werd duidelijk dat klager de hiv-medicatie via zijn eigen huisarts ontving. Omdat de internist hoofdbehandelaar was van de hiv-infectie werd afgesproken dat de huisarts geen recept meer zou verstrekken voor de hiv-medicatie.

3.2  Op 25 juni 2023 bestelde klager zijn hiv-medicatie via het portaal van de huisarts. Dit verzoek werd afgewezen. Klager berichtte de huisarts op 26 juni 2023 met het verzoek de hiv-medicatie opnieuw toe te voegen aan de lijst die verstuurd was naar de apotheek. De huisarts e-mailde terug en schreef (alle citaten letterlijk opgenomen):
Beste heer [naam klager], zoals u weet is dit een medicijn wat u niet bij ons kunt bestellen. U moet daarvoor de internist bellen of mailen. Groet [naam huisarts]”.

3.3  Klager stuurde dezelfde dag nog een bericht naar de huisarts en schreef:
Goedendag beste, ik heb gisteren aan u gevraagd om van lijst plotseling verdwenen medicijn bij nieuwe aangevraagde medicijnen toe te voegen, ik krijg echter vandaag bericht dat aanvraag is afgekeurd, wat is afgekeurd en waarom wordt er niet bij vermeld. Maar het gaat vermoedelijk om de Tivivcay 50 mg wat onderdeel is van een ander middel wat sinds vandaag tot mijn verbazing ook van de lijst is verdwenen. Dat eveneens verdwenenen combinatiemiddel is Emtricitabine/Tenofovirdisoproxit 200 mg/245 mg. Ik mag hier uit concluderen dat u het niet langer noodzakelijk acht dat ik deze medicijnen nodig langer nodig heb,. Hoewel verrast ben Ik ben hier natuurlijk erg blij mee. Betere communicatie over het zo maar weghalen en zelfs weigeringen van medicijnen van uw kant, is van harte aan te bevelen. Ik heb dit al eens eerder met oogdruppels gehad, je mag dan gaan gissen wat er aan de hand is. Dit is heel slechte communicatie. U kunt heel simpel mij een berichtje sturen maar dat wordt achterwege gelaten.”

3.4  De huisarts reageerde hier op als volgt:
“Beste heer [naam klager], De medicatie staat niet meer op uw lijst van medicijnen die u zelf kunt bestellen. In uw medicatieoverzicht zult u de medicijnen nog gewoon zien staan. In het kader van de hiv behandeling is natuurlijk wel van belang dat u doorgaat met deze medicijnen. Voor deze medicatie kunt u contact opnemen met de internist.”

3.5       Klager stuurde op 28 juni 2023 een e-mail met onder meer de volgende inhoud:
Een medicijn wat u niet bij ons kunt bestellen? Waar haalt u deze wijsheid vandaan ik doe dit al jaren zo, todat u mijn medicijnlijst gemanipuleerd heeft (…)”.

3.6       De huisarts liet in reactie hierop aan klager weten:
Beste [naam klager], we hebben inderdaad in het verleden de medicatie wel verstrekt. Dat hebben wij steeds gedaan vanuit een servicedachte naar u toe. Op het moment dat wij medicatie herhalen worden we wettelijk gezien ook gelijk hoofdbehandelaar. Dat is een situatie die niet klopt omdat wij niet de knowhow hebben rondom de behandeling van hiv. Daar heeft de assistente van de internisten ons recent nog op gewezen. Vandaar dat ik de medicatie voor u niet mag herhalen. Ik ga ervan uit dat de internist na controle u de medicatie weer kan verstrekken.”

3.7       Vervolgens stuurde klager een aantal berichten waarin hij dreigde met de klachtencommissie en het tuchtcollege. De huisarts adviseerde klager de controles rondom de hiv-infectie weer op te pakken of te vragen om een doorverwijzing naar een ander ziekenhuis, eventueel met bemiddeling door de zorgverzekeraar. Klager liet de huisarts op

4 juli 2023 weten dat hij de behandelingsovereenkomst wilde opzeggen en kondigde aan een tuchtklacht in te dienen.

4. De klacht en de reactie van de huisarts
 

4.1     Klager verwijt de huisarts dat hij ten onrechte en zonder melding na 18 jaar opeens de vervolgmedicatie van de internist weigerde te verstrekken. Tevens weigerde de huisarts volgens klager noodmedicatie te verstrekken.  
 

4.2    De huisarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
 

4.3     Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
 

De criteria voor de beoordeling

5.1     De vraag is of de huisarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de huisarts geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.

5.2     Het college oordeelt dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en zal dat hieronder nader uitleggen.

Weigering (vervolg)medicatie

5.3     Klager heeft onbetwist gesteld dat hij vele jaren zijn medicatie via de praktijk van de huisarts bestelde. De huisarts schrijft dat hij door het voorschrijven van deze medicatie formeel als hoofdbehandelaar werd beschouwd, maar in de praktijk ging het om een situatie waarbij het ziekenhuis verantwoordelijk was voor de medische controles en behandeling in het kader van de hiv-infectie van klager. Ook beschrijft de huisarts de historische achtergrond van deze werkwijze. Toen bleek dat klager zich structureel aan deze controles onttrok, heeft de huisarts, zo schrijft hij in zijn verweer, besloten om deze specialistische medicatie op verzoek en advies van de behandelend specialist niet langer voor te schrijven. Wel had klager volgens de huisarts op 17 mei 2023 nog een voorraad van 90 tabletten ontvangen, welke toereikend was tot ten minste 15 augustus 2023. Hierdoor was volgens de huisarts geen sprake van een acuut tekort of een noodsituatie. 5.4 Het college kan de werkwijze voor de huisarts, waarbij hij uit pragmatische reden jaren geleden de medicatie heeft verstrekt zonder dat hij daadwerkelijk hoofdbehandelaar was, billijken. Op het moment dat de verpleegkundig consulent contact met de huisartsenpraktijk opnam omdat klager zich aan de afspraken bij de internist onttrok, heeft de huisarts juist gehandeld door de vervolgmedicatie stop te zetten. Voortzetting van de op instigatie van de behandelend internist gegeven medicatie zou onder deze omstandigheden niet verantwoord zijn geweest. Klager had op dat moment nog genoeg medicatie op voorraad en kon dus zelf contact opnemen met de internist voor de vervolgmedicatie. Noodmedicatie was dan ook niet noodzakelijk. Wel was het beter geweest als de huisarts of diens assistent(e) klager vooraf had geïnformeerd over deze wijziging, omdat dit al jaren de bestaande werkwijze van de verstrekking van de hiv-medicatie aan klager betrof. Het betreft hier echter een onhandigheid. Het college vindt het te ver voeren om de huisarts hiervan een tuchtrechtelijk verwijt te maken. Daarnaast heeft de huisarts nadien, ondanks de felle toon van de berichten van klager, steeds geprobeerd de situatie uit te leggen en klager te motiveren actie te ondernemen om wel zijn medicatie te verkrijgen en in te nemen. De klacht is gelet op het voorgaande kennelijk ongegrond. Slotsom

5.4     Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht kennelijk ongegrond is.

6. De beslissing

De klacht is kennelijk ongegrond.
 

Deze beslissing is gegeven op 7 april 2026 door P.A.H. Lemaire, voorzitter, A.D.J. van Empel en P.J.M. van Gurp, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door M.H. van Ham, secretaris.

secretaris                                                                                           voorzitter


 


Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

  1. Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
  • het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
  • als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
  • het college kennelijk onbevoegd is, of
  • voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
     

Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.

  1. Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
  1. Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.


U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.
 

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.