ECLI:NL:TGZRZWO:2026:41 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8743
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2026:41 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 12-03-2026 |
| Datum publicatie: | 13-03-2026 |
| Zaaknummer(s): | Z2025/8743 |
| Onderwerp: | Geen of onvoldoende zorg |
| Beslissingen: | Gegrond, doorhaling inschrijving register |
| Inhoudsindicatie: | Klacht van de IGJ tegen een anesthesioloog-intensivist. De IGJ verwijt de anesthesioloog dat hij in strijd met de Geneesmiddelenwet enoximon in de thuissituatie heeft voorgeschreven terwijl het daar niet voor is geregistreerd. Ook heeft de anesthesioloog volgens de IGJ daarbij de zorgvuldigheidseisen niet in acht genomen door niet (vooraf) te overleggen met de huisarts van de patiënte en haar onvoldoende te monitoren tijdens het gebruik van het middel. Het college komt tot het oordeel dat de anesthesioloog tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en de klacht gegrond is. Het college legt de anesthesioloog de maatregel van doorhaling in het BIG-register met onmiddellijke ingang op. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
ZWOLLE
Beslissing van 12 maart 2026 op de klacht van:
Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd,
gevestigd in Utrecht,
vertegenwoordigd door: mr. A. Huber (senior juridisch adviseur) en mw. M. van Egmond-Cools
(senior inspecteur),
gemachtigde: mr. I. de Groot, advocaat te Utrecht,
klaagster, hierna ook: de inspectie,
tegen
A,
anesthesioloog-intensivist,
wonende in B,
verweerder, hierna ook: de anesthesioloog,
gemachtigde: mr. R.J. Peet, werkzaam in Utrecht.
1. De zaak in het kort
1.1 De klacht gaat over een anesthesioloog die in oktober 2023 bij een patiënte
met ernstige COPD enoximon heeft voorgeschreven. De inspectie verwijt de anesthesioloog
dat hij in strijd met de Geneesmiddelenwet enoximon in de thuissituatie heeft voorgeschreven
terwijl het daar niet voor is geregistreerd. Ook heeft de anesthesioloog volgens de
inspectie daarbij de zorgvuldigheidseisen niet in acht genomen door niet (vooraf)
te overleggen met de huisarts van de patiënte en haar onvoldoende te monitoren tijdens
het gebruik van het middel.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en legt aan de anesthesioloog
de maatregel van doorhaling in het BIG-register met onmiddellijke ingang op. Het college
licht hierna toe hoe het tot deze beslissing is gekomen.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 15 juli 2025;
- het verweerschrift, ontvangen op 1 oktober 2025.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het college met elkaar in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben
zij geen gebruik gemaakt.
2.3 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 30 januari 2026. De partijen
zijn verschenen. De anesthesioloog werd bijgestaan door zijn gemachtigde en werd vergezeld
door zijn echtgenote C, die is gehoord als informant. Namens de inspectie waren mevrouw
M. van Egmond-Cools en mevrouw I. de Groot aanwezig. De partijen en hun gemachtigden
hebben hun standpunten mondeling toegelicht. De gemachtigden en de anesthesioloog
hebben pleitnotities voorgelezen en aan het college en de andere partij overhandigd.
3. De feiten
3.1 De anesthesioloog is momenteel met pensioen. Hij begon in 1991 met het voorschrijven
van enoximon aan patiënten in de ziekenhuissituatie en in 2014 aan patiënten in de
thuissituatie. De anesthesioloog is slechthorend en werkt samen met zijn echtgenote
die de communicatie met patienten begeleidt, meegaat naar visites en recepten voorbereidt
voor ondertekening door de anesthesioloog.
Over dit off-label voorschrijven door de anesthesioloog van enoximon deed de inspectie
in de periode 2019-2021 onderzoek, waarna een aantal maatregelen werden opgesteld.
Het onderzoek werd gesloten omdat de anesthesioloog deze maatregelen had opgepakt.
3.2 Eind 2021 deed een huisarts melding over de anesthesioloog bij de inspectie
over het off-label voorschrijven van enoximon bij een patiënt met Covid-19 in de thuissituatie.
De inspectie startte een onderzoek dat eind 2022 werd afgerond. De conclusie was dat
er sprake is van risico’s voor de patiëntveiligheid bij het off-label toepassen van
enoximon door de anesthesioloog bij Covid-patiënten in de thuissituatie. Hierna diende
de inspectie een tuchtklacht in bij het Tuchtcollege. Bij beslissing van 23 juni 2023
(bekend onder zaaksnummer Z2023/5223 en gepubliceerd onder ECLI:NL:TGZRZWO:2023:126)
legde het college de anesthesioloog een berisping op.
3.3 De anesthesioloog kwam samen met zijn echtgenote op 16 oktober 2023 bij de onder 1.1 genoemde patiënte met COPD thuis voor een consult. Omdat de anesthesioloog slecht horend is, begeleidde zijn echtgenote als zijn assistente het gesprek en notuleerde zij. Nadat de anesthesioloog lichamelijk onderzoek had gedaan, kreeg patiënte een proefdosis enoximon. Ook werd aan patiënte uitgelegd hoe zij het middel moest gebruiken, tekende zij een artsenverklaring en kreeg zij een informatiefolder. Hierna schreef de anesthesioloog enoximon uit en stuurde hij het recept op naar de online apotheek waar hij een samenwerking mee heeft. Patiënte kreeg van de apotheek de enoximon thuis gestuurd. Patiënte nam daarna één keer telefonisch contact op met de anesthesioloog, omdat het overhevelen van het middel van het ene in het andere buisje niet goed ging. Verder was er geen contact meer tussen hen.
3.4 Op 26 oktober 2023 kwam er een nieuwe melding bij de inspectie binnen over
de anesthesioloog. Een huisarts meldde dat de anesthesioloog bij de patiënte met COPD
enoximon had voorgeschreven na een huisbezoek en hierover geen contact had opgenomen
met de huisarts. De inspectie startte een onderzoek en sprak (meerdere malen) met
de anesthesioloog, de apotheker, de patiënte en de huisarts van patiënte.
3.5 In mei 2025 rondde de inspectie het onderzoek af en stelde het rapport op.
4. De klacht en de reactie van de anesthesioloog
4.1 De inspectie verwijt de anesthesioloog dat hij niet heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwaam en redelijk handelend zorgverlener door in strijd met artikel 68 Geneesmiddelenwet (hierna: Gnw) aan een patiënt met COPD enoximon voor te schrijven en daarbij niet de zorgvuldigheidseisen in acht te nemen. De inspectie constateert na onderzoek dat de anesthesioloog opnieuw op grote schaal off-label enoximon aan patiënten (met de indicaties COPD, astma en long-covid) in de thuissituatie voorschrijft. In de handelswijze van de anesthesioloog ziet de inspectie een groot risico voor de zorg en de patiëntveiligheid. Ter zitting heeft de inspectie verzocht om de anesthesioloog de maatregel van doorhaling in het BIG-register op te leggen.
4.2 De anesthesioloog heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Volgens de anesthesioloog heeft hij bij de uitoefening van zijn zorgverlening de zorg van een goed hulpverlener in acht genomen en in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid die voortvloeit uit de door hem afgelegde artseneed gehandeld. Het niet vooraf contact opnemen met de huisarts van patiënte in dit specifieke geval betrof een uitzondering. De anesthesioloog heeft wel geprobeerd contact te krijgen met de huisarts voor het eerste consult, maar dat was niet gelukt. Verder vindt de anesthesioloog dat er geen gevaar voor de patiënt is bij een orale thuisbehandeling met enoximon in lage doseringen.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de anesthesioloog de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende anesthesioloog. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.
5.2 De anesthesioloog heeft tijdens de behandeling ter zitting op vragen van het college een duidelijk beeld geschetst hoe hij als arts tegen zijn vak en manier van werken aan kijkt. Het college zal die uitleg tot vertrekpunt nemen voor zijn oordeel over de klacht. De anesthesioloog heeft uitgelegd dat hij doorgaans patiënten behandelt waarbij sprake is van ernstige risico’s voor hun gezondheid en waarvoor andere middelen ontbreken dan wel patiënten die zijn uitbehandeld. Zijn patiënten zijn ook vaak tevreden over de bereikte resultaten. De anesthesioloog ziet het als zijn taak en missie om patiënten te helpen door off-label enoximon voor te schrijven.
Off-label voorschrijven enoximon niet toegestaan
5.3 Het off-label voorschrijven van geneesmiddelen is geregeld in artikel 68
Gnw. Deze bepaling staat off-label voorschrijven toe in een beperkt aantal situaties.
Het doel van artikel 68 Gnw is gelegen in het beschermen van de kwaliteit en veiligheid
van de zorg. De KNMG, FMS en het NHG hebben standpunten opgesteld, waarin zij de normen
rond het off-label voorschrijven van geneesmiddelen vertalen naar de praktijk. Ook
de inspectie draagt bij aan deze vertaalslag, door middel van haar standpunt over
het off-label voorschrijven van geneesmiddelen. Gezien recente ontwikkelingen in onder
meer de rechtspraak heeft de inspectie haar standpunt over het off-label voorschrijven
van geneesmiddelen in februari 2026 geactualiseerd, met daarin een stappenplan en
zorgvuldigheidseisen. Het college merkt hierbij op dat de klacht in deze zaak wordt
beoordeeld aan de hand van de geldende standaarden en normen ten tijde van het handelen
van de anesthesioloog. Verder is relevant dat een toetsing van off-label voorschrijven
van enoximon door de anesthesioloog aan het daarvoor geldende kader reeds plaatsvond
in de hiervoor onder 3.2 genoemde beslissing van het college, terwijl de huidige klacht
ziet op handelen van de anesthesioloog van na deze beslissing.
5.4 Het off-label voorschrijven van medicatie is in beginsel alleen toegestaan wanneer daarover binnen de beroepsgroep permissieve standaarden of protocollen bestaan. Indien een standaard of protocol nog in ontwikkeling is, is overleg en overeenstemming tussen de arts en de apotheker noodzakelijk. Als er geen standaarden of protocollen (in ontwikkeling) zijn, is off-label voorschrijven niet toegestaan. Alleen in uitzonderlijke (nood)situaties kan dit in een individueel geval anders zijn. Het CTG heeft in zijn uitspraak van 17 april 2024 (ECLI:NL:TGZCTG:2024:72) benadrukt dat het off-label voorschrijven van medicatie zonder dat dit in een richtlijn is beschreven gerechtvaardigd moet kunnen worden op basis van de stand van de wetenschap en de praktijk. Algemeen aanvaard is dat enkele aanvullende zorgvuldigheidseisen gelden bij off-label voorschrijven, waaronder een verzwaarde informatie- en dossierplicht voor de arts en de plicht om de patiënt na toediening van het geneesmiddel te monitoren.
5.5 Het college overweegt allereerst dat in deze casus vaststaat dat er ten tijde van het handelen door de anesthesioloog binnen de beroepsgroep geen protocollen of standaarden bestonden over het off-label voorschrijven van enoximon bij COPD, astma en Covid-19 in de thuissituatie en dat er ook geen protocollen of standaarden in ontwikkeling waren op dit punt. De huidige stand van de wetenschap en de prakijk kan dit off-label voorschrijven van enoximon niet rechtvaardigen, en er is geen beroep op artikel 68 Gnw mogelijk. De door de anesthesioloog aangehaalde studies en publicaties hebben geen of onvoldoende wetenschappelijke grondslag en maken dit oordeel niet anders. Van voldoende consensus in de beroepsgroep over het off-label voorschrijven van enoximon bij COPD in de thuissituatie kan op basis van deze studies geenszins worden gesproken. Daarbij maakt het geen verschil dat het hier niet ging om het voorschrijven van enoximon bij Covid-19 (long-covid), zoals bij de eerdere tuchtklacht, maar om het voorschrijven van enoximon bij COPD. In beide gevallen voldoet het off-label voorschrijven van enoximon niet aan de stand van de wetenschap en de praktijk. Het door de anesthesioloog genoemde eigen ontwikkelde protocol kan niet worden gezien als een door de beroepsgroep ontwikkelde richtlijn of protocol. Zijn protocol is niet formeel getoetst en beoordeeld, waardoor niet kan worden gegarandeerd dat deze aan de huidige wetenschappelijke inzichten en professionele standaarden voldoet. Verder was er geen sprake van een uitzonderlijke individuele (nood)situatie, nu de anesthesioloog dit niet aannemelijk heeft gemaakt en heeft verklaard dat de patiënte in casu onderdeel was van een omvangrijke patiëntengroep aan wie hij enoximon voorschrijft.
5.6 In die situatie is er naar het oordeel van het college gezien de tekst en strekking van artikel 68, eerste lid, van de Gnw geen ruimte voor het off-label voorschrijven van enoximon − ook niet in overleg met de apotheker −, omdat er geen protocollen of richtlijnen bestaan (of in ontwikkeling zijn) en er anderszins ook geen rechtvaardiging bestaat. De anesthesioloog had enoximon niet off-label mogen voorschrijven en hij heeft aldus tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.
Zorgvuldigheidseisen
5.7 Strikt genomen maakt het voorgaande een beoordeling van de handelwijze van de anesthesioloog met betrekking tot de aanvullende zorgvuldigheidseisen overbodig, nu de klacht gelet op hetgeen hiervoor overwogen reeds gegrond is. Toch wil het college hierover het volgende opmerken. In de eerdere uitspraak van het Tuchtcollege in 2023 over het handelen van de anesthesioloog is duidelijk opgenomen dat hij de huisarts (als hoofdbehandelaar) van een patiënt moet raadplegen voordat hij overgaat tot off-label voorschrijven van enoximon. Daarbij moet een behandelaar oog hebben voor eerdere behandelingen, bestaande behandelingen en het resultaat daarvan, rekening houden met eventuele andere ziekten, met eventuele wisselwerking met andere medicatie en met bijwerkingen. Over deze casus heeft de anesthesioloog ter zitting aangegeven dat het niet van tevoren contact opnemen met de huisarts van patiënte, niet per se een incident betrof maar dat dat wel vaker in de praktijk gebeurt. Naar zijn zeggen is een huisarts niet altijd (telefonisch) bereikbaar. De anesthesioloog heeft er, ondanks dat de geldende zorgvuldigheidseisen helder waren, voor gekozen om de afspraak bij patiënte thuis door te laten gaan zonder voorafgaand overleg met de huisarts. Dat de anesthesioloog huisbezoeken inplant ervan uitgaande dat het contact met de huisarts op enig moment mogelijk tot stand zal komen, getuigt niet van voldoende inspanning en zorgvuldigheid. Naast het feit dat niet altijd contact met de huisarts wordt gezocht, is er ook geen vangnet of achtervang voor de patiënt geregeld bij (langdurige) ziekte van de anesthesioloog en zijn assistente (tevens echtgenote), die beiden een kwetsbare gezondheid hebben en al eerder langdurig zijn uitgevallen. Op zo’n moment kan niemand de patiënt de benodigde zorg bieden en komt onder meer de monitoring bij het off-label voorschrijven van een medicijn in het gedrang. Het verweer van de anesthesioloog dat er geen risico zit aan het toedienen van enoximon in zulke lage doseringen als hij doet, is niet onderbouwd. Bovendien blijft het een volgens de anesthesioloog werkzame dosering van een geneesmiddel wat off-label wordt voorgeschreven.
Slotsom
5.8 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht gegrond is.
Maatregel
5.9 Met het gegrond zijn van de zojuist beoordeelde klacht komt het college
toe aan de vraag naar de aan de anesthesioloog op te leggen maatregel. Het college
constateert dat de anesthesioloog al eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld. Zo is
bij uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege van 23 juni 2023 aan de anesthesioloog
een berisping opgelegd omdat hij in strijd met de geldende regels enoximon heeft voorgeschreven
bij Covid-19 in de thuissituatie en niet heeft voldaan aan de zorgvuldigheidsvereisten.
Het college overweegt dat de anesthesioloog eerder gewaarschuwd was over het off-label voorschrijven van enoximon, maar dat dit geen effect heeft gehad. Van reflectie of inzicht is geen sprake. Hij heeft er namelijk bewust voor gekozen door te gaan met het veelvuldig en op grote schaal voorschrijven van dit middel, terwijl daar op grond van artikel 68 Gnw geen ruimte voor was. Ook heeft hij ter zitting verklaard door te willen gaan met zijn missie en de off-label behandeling van patiënten met enoximon voort te zullen zetten, waarin hij wordt ge- en ondersteund door zijn echtgenote. Daarbij komt dat de anesthesioloog de zorgvuldigheidseisen niet acht neemt nu overleg vooraf met de huisarts niet (altijd) plaatsvond en het aan een vangnet voor patiënten ontbreekt in het geval van reeds voorgekomen periodes van (landurige) ziekte of afwezigheid.
5.10 Tegen de achtergrond van de stellige uitlatingen van de anesthesioloog dat hij hoe dan ook zal doorgaan met het off-label voorschrijven van enoximon in de thuissituatie, ziet het college geen mogelijkheden om bijzondere waarborgen te stellen waaronder hij nog wel als arts zou kunnen werken zonder risico’s voor patiënten. Het college zal het verzoek van de inspectie dan ook volgen en de inschrijving van de anesthesioloog in het BIG-register doorhalen, ook voor wat betreft zijn registratie als arts. In het belang van de bescherming van de patiëntveiligheid, zal bij wijze van voorlopige maatregel voor de periode waarin, hangende (de mogelijkheid van) hoger beroep, de uitspraak nog niet onherroepelijk is en de maatregel dus nog niet in werking treedt, worden bepaald dat de anesthesioloog wordt geschorst in zijn bevoegdheid om de aan de inschrijving verbonden bevoegdheden uit te oefenen welke onmiddellijk van kracht wordt. Een en ander zoals bepaald in artikel 80 lid 5, in verbinding met artikel 48 lid 1 aanhef en onder d Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Dat betekent dat de anesthesioloog met onmiddellijke ingang niet meer als anesthesioloog of arts kan werken.
5.11 Dit leidt er dus toe dat het college gezien de ernst van de verwijten in samenhang met de eerdere tuchtrechtelijke veroordeling komt tot een doorhaling, dan wel zal aan de anesthesioloog, voor het geval hij op het moment van onherroepelijk worden van deze beslissing niet is ingeschreven in het BIG-register, het recht om weer in dit register te worden ingeschreven worden ontzegd.
Publicatie
5.12 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen
belang is erin gelegen dat andere zorgverleners kennisnemen van hetgeen het college
heeft overwogen over het off-label voorschrijven van geneesmiddelen. De publicatie
zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen of instanties
herleidbare gegevens.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht gegrond;
- bepaalt dat de inschrijvingen van de verweerder als anesthesioloog en arts in het BIG-register worden doorgehaald, dan wel ontzegt verweerder, voor het geval hij op het moment van onherroepelijk worden van deze beslissing niet is ingeschreven in het BIG-register, het recht om weer in dit register te worden ingeschreven als anesthesioloog of arts;
- schorst bij wijze van voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 80 lid 5 Wet BIG terstond de bevoegdheid van de verweerder om de aan de inschrijvingen als arts en anesthesioloog verbonden bevoegdheid uit te oefenen totdat de beslissing tot doorhaling van de inschrijving onherroepelijk is geworden dan wel in beroep is vernietigd;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding
van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden
bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan Medisch Contact.
Deze beslissing is gegeven door A.A.A.M. Schreuder, voorzitter, M. Mostert, lid-jurist,
H.D. de Boer, T.F. Veneman en C. Keijzer, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door
M.C. Sijtsema, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2026.
secretaris
voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
- Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
- het college kennelijk onbevoegd is, of
- voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
- Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
- Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg,
maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u
is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.