ECLI:NL:TGZRZWO:2026:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8625
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2026:36 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 03-03-2026 |
| Datum publicatie: | 12-03-2026 |
| Zaaknummer(s): | Z2025/8625 |
| Onderwerp: | Geen of onvoldoende zorg |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen een tandarts kennelijk ongegrond. Klager verbleef in de PI en bezocht een paar keer de tandarts. Hij verwijt de tandarts, samengevat, ernstige en aanhoudende nalatigheid in de tandheelkundige zorg. Verzoeken om hulp zouden zijn afgewezen met als argument dat klager deze zorg buiten de PI moest organiseren. Het college is van oordeel dat de tandarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
ZWOLLE
Beslissing in raadkamer van 3 maart 2026 op de klacht van:
A,
wonende in B,
klager,
gemachtigde: mr. H.J. Oosterhagen, werkzaam in Bodegraven,
tegen
C,
tandarts,
destijds werkzaam in B,
verweerder, hierna ook: de tandarts.
1. De zaak in het kort
1.1 Klager verbleef in de PenitentiaireInrichting (PI) en bezocht daar een paar
keer de tandarts. Hij verwijt de tandarts, samengevat, ernstige en aanhoudende nalatigheid
in de tandheelkundige zorg. Verzoeken om hulp zouden zijn afgewezen met als argument
dat klager deze zorg buiten de PI moest organiseren.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe
het tot deze beslissing is gekomen.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlage, ontvangen op 16 juni 2026;
- een brief van de secretaris van 6 augustus 2025 aan de eerste gemachtigde van klager met het verzoek de achternaam en/of het BIG-nummer van de tandarts door te geven;
- een e-mail namens klager van 16 augustus 2025 met de mededeling dat de gegevens niet aan hem worden verstrekt;
- een brief van de secretaris van 19 augustus 2025 gericht aan de directeur van de PI B, met het verzoek om nadere informatie;
- een reactie van de directeur van de PI B met daarin de benodigde informatie, ontvangen op 1 september 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 14 september 2025;
- een e-mail van verweerder met bijlagen, ontvangen op 19 november 2025;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 19 januari 2026.
2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. De feiten
3.1 Klager verbleef in de PI te B. In het medisch dossier, zoals overgelegd
bij het verweerschrift, volgt dat klager vanaf zijn detentie meerdere malen de tandarts
heeft bezocht. Op 28 september en 9 november 2023 vond er een tweevlaksrestauratie
plaats. Op 2 november 2023, 25 april 2024 en 2 januari 2025 staat er een niet nagekomen
afspraak in het dossier genoteerd, om uiteenlopende redenen.
3.2 Klager bezocht de tandarts op 13 februari 2025 voor een incidenteel consult.
Hij had links boven en onder pijn zonder duidelijk één element aan te kunnen wijzen.
De tandarts zag dat het tandvlees tussen de tanden in ontstoken was en adviseerde
klager om te stokeren of ragen. Verder maakte de tandarts een röntgenfoto, ter vergelijking
met een eerder gemaakte foto in 2023, om een plek tussen de kiezen extra te kunnen
beoordelen. De röntgenfoto’s lieten weinig veranderingen zien ten opzichte van de
eerdere foto. Ook werd extra fluoride aangebracht tegen gevoelige tandhalzen.
3.3 Op 24 april 2025 bezocht klager weer de tandarts en sprak met hem over
stokeren, mondwater en zijn spalkje. Daarnaast adviseerde de tandarts klager eventueel
wat tandpasta te laten zitten ’s avonds. Klager zou in oktober 2025 de PI verlaten,
dan zou eventueel het spalkje eruit kunnen.
3.4 Klager werd daarna overgeplaatst naar de PI te D. Daar bezocht hij op
23 juli 2025 een collega van verweerder voor een preventief periodiek onderzoek. Tijdens
die afspraak werd zijn gebit gereinigd en werd er wederom een instructie gegeven.
Verdere behandeling bleef uit.
4. De klacht en de reactie van de tandarts
4.1 Klager verwijt de tandarts ernstige en aanhoudende nalatigheid in de tandheelkundige zorg in de periode van juli 2024 tot 24 april 2025. Verzoeken om tandheelkundige hulp zijn afgewezen met het argument dat klager die zorg buiten de PI moet organiseren (na voorziene vrijheid op korte termijn).
4.2 De tandarts stelt dat klager misbruik maakt van zijn klachtrecht. Verder heeft
hij het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. In tegenstelling tot de
verklaringen van klager bevat het tandheelkundig dossier diverse gebitscontroles,
gemaakte vullingen en gebitsreinigingen. Verder zijn er diverse niet nagekomen afspraken
geweest. Klager moest zich daarna opnieuw aanmelden.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
5.1 Door verweerder is aangevoerd dat klager misbruik van zijn klachtrecht maakt. Daartoe stelt hij dat klager opzettelijk onwaarheden heeft verteld, wist dat de beschuldigingen niet klopten, bewust feiten heeft verzonnen en schade lijkt te willen berokkenen.
Het college stelt voorop dat het indienen van een tuchtklacht slechts onder bijzondere omstandigheden als misbruik van recht kan worden aangemerkt. Uit het klaagschrift en uit hetgeen tijdens het vooronderzoek is besproken volgt dat klager aanhoudende pijnklachten aan zijn gebit en tandvlees heeft ervaren. Hij stelt dat hij meerdere verzoeken heeft gedaan aan medewerkers van de PI om de tandarts te mogen bezoeken die niet zijn ingewilligd. Nu klager heeft ervaren dat hij onvoldoende tandheelkundige zorg heeft ontvangen en het college in het dossier geen aanknopingspunten vindt voor het oordeel dat klager misbruik van zijn klachtrecht maakt, oordeelt het college dat dit verweer niet wordt gevolgd.
De criteria voor de beoordeling
5.2 De vraag is of de de tandarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende tandarts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de tandarts geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.
5.3 Het college oordeelt dat de tandarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en zal dat hieronder verder uitleggen. In het Vademedum Verstrekkingenpakket medische zorg van de Dienst Justitiële Inrichtingen (versie 2025) staat het volgende vermeld over de mondzorg die in de PI wordt verstrekt:
“Het verlenen van alle mondzorg is gebaseerd op:
Uitvoering met eenvoudige en doelmatige middelen op indicatie van de justitieel geneeskundigen, justitieel tandarts of op toegeleiding van de verpleegkundige. De hulp betreft noodzakelijke en niet uitstelbare zorg en is primair niet gericht op sanering van het gebit.
Bij het aanbieden van mondzorg houdt de tandarts rekening met de volgende uitgangspunten:
- Niet minder dan noodzakelijk, niet meer dan nodig. Dat betekent dat de mondzorg medisch
en of tandheelkundig noodzakelijk is en niet verantwoord kan worden uitgesteld. Dit
bepaalt de tandarts.”
5.4 Klager had in de periode van juli 2024 tot en met april 2025 naar eigen
zeggen heftige pijnklachten aan zijn gebit en tandvlees. Uit het medisch dossier volgt
dat in die periode verschillende behandelingen hebben plaatsgevonden. Uit niets blijkt
dat verweerder behandelingen zou hebben geweigerd met als reden dat de detentie van
klager op korte termijn zou worden beëindigd, behalve voor zover het de verwijdering
van een spalkje betreft. De verwijdering van het spalkje kon worden uitgesteld en
hoefde daarom niet door verweerder te worden gedaan. Tijdens het vooronderzoek heeft
klager aangegeven dat zijn klacht met name ziet op de tandvleesontstekingen. De behandelingen
die door verweerder zijn uitgevoerd en de adviezen die door hem zijn verstrekt over
de tandvleesontstekingen zijn adequaat en voldoen aan hetgeen van een redelijke bekwame
en redelijke handelende tandarts mag worden verwacht. Er is daarbij geen sprake van
nalatigheid. Dat verzoeken van klager om de tandarts nog vaker te zien niet zouden
zijn ingewilligd, zoals hij stelt, kan verweerder niet worden verweten. Voor zover
deze verzoeken daadwerkelijk zijn gedaan waren die immers niet aan hem gericht, maar
aan medewerkers van de PI danwel de medische dienst, zonder dat verweerder daarvan
op de hoogte was.
Slotsom
5.5 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht kennelijk ongegrond is.
6. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 3 maart 2026 door P.E.M. Messer-Dinnissen voorzitter,
M.E. Geertman en Th.J.M. Hoppenreijs, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door M.H. van Ham, secretaris.
secretaris
voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
- Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
- het college kennelijk onbevoegd is, of
- voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
- Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
- Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg,
maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u
is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.