ECLI:NL:TGZRZWO:2026:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8801
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2026:31 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 20-02-2026 |
| Datum publicatie: | 24-02-2026 |
| Zaaknummer(s): | Z2025/8801 |
| Onderwerp: | Onvoldoende informatie |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen een bedrijfsarts ongegrond. Als superviserend bedrijfsarts van de arbo-arts begeleidde zij klager in het kader van de verzuimbegeleiding. Er vond een (video)consult plaats met klager. Volgens Klager waren onder andere de uitleg en informatieverstrekking over de rol van de arbo-arts en de bedrijfsarts als supervisor niet in orde. Op basis van het dossier en hetgeen ter zitting is besproken acht het college het aannemelijk dat de rollen van de arbo-arts en de bedrijfsarts aan het begin van het consult zijn uitgelegd. Het college kan niet vaststellen dat de arbo-arts zich als bedrijfsarts heeft voorgedaan. Daarnaast staat in de rapportage vermeld dat de bedrijfsarts de supervisor is. Hoewel het beter geweest als de supervisieconstructie van tevoren expliciet was aangekondigd en in het medisch dossier was genoteerd levert dat geen tuchtrechtelijk verwijt op. De bedrijfsarts heeft zorgvuldig gehandeld. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
ZWOLLE
Beslissing van 20 februari 2026 op de klacht van:
A,
wonende in B,
klager,
tegen
C,
bedrijfsarts,
werkzaam in D,
verweerster, hierna ook: de bedrijfsarts,
gemachtigden: mr. L. Boor en mr. G. Jaggan, werkzaam in Rotterdam.
1. De zaak in het kort
1.1 De klacht gaat over een bedrijfsarts, die werkzaam is bij E, en als superviserend
bedrijfsarts van een arbo-arts klager begeleidde in het kader van de verzuimbegeleiding.
Op 15 juli 2025 vond er een (video)consult plaats. Klager heeft verschillende klachten
ten aanzien van de arbo-arts en haar supervisor die hij in deze tuchtprocedure richt
tegen de supervisor. Volgens klager was onder andere de uitleg en informatieverstrekking
over de rol van de arbo-arts en de bedrijfsarts als supervisor niet in orde.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de bedrijfsartsniet tuchtrechtelijk verwijtbaar
heeft gehandeld en de klacht dus ongegrond is. Hieronder vermeldt het college eerst
hoe de procedure is verlopen. Daarna legt het college de beslissing uit.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 22 juli 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 30 september 2025;
- de aanvullende stukken van (de gemachtigde van) de bedrijfsarts van 3 november 2025;
- de e-mail van de gemachtigde van verweerster van 29 december 2025, met daarin de mededeling
dat mevrouw F ter zitting aanwezig zal zijn als getuige.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het college met elkaar in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben
zij geen gebruik gemaakt.
2.3 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 16 januari 2026. De bedrijfsarts
is verschenen. Zij werd bijgestaan door haar gemachtigden. Klager was afwezig met
bericht van verhindering. Verweerster en haar gemachtigden hebben hun standpunten
mondeling toegelicht. De bedrijfsarts heeft F, betrokken arbo-arts bij de verzuimbegeleiding
van klager (hierna: de arbo-arts), meegebracht als getuige. Ter zitting heeft de gemachtigde
van de bedrijfsarts het verzoek om de getuige te horen ingetrokken, waarna zij niet
is gehoord.
3. De feiten
3.1 Verweerster is als bedrijfsarts verbonden aan E. Zij werkte daar als superviserend
bedrijfsarts van de arbo-arts.
3.2 Klager werd op 18 september 2024 ziekgemeld door zijn werkgever. Er was al
langere tijd sprake van werkgerelateerde spanningen wegens een arbeidsconflict. Op
20 juni 2025 verzocht klager om een andere bedrijfsarts en is zijn dossier overgedragen
aan de arbo-arts. Verweerster was hierbij betrokken als supervisor.
3.3 Bij uitnodigingsbrief van 4 juli 2025 werd klager uitgenodigd voor een
(video)consultgesprek op 15 juli 2025 in het kader van verzuimbegeleiding. In die
brief staat vermeld dat het gesprek zou plaatsvinden met ‘our professional F, Praktijkondersteuner
bedrijfsarts.’
3.4 Tijdens het videoconsult waren klager, de arbo-arts en de bedrijfsarts aanwezig.
Naar aanleiding van het consultstelde de arbo-arts een rapport op voor
klager en zijn werkgever. Hierin staat onder andere genoteerd (letterlijk weergegeven):
’’2. Conflict Evaluation
Given the strained working relationship, I recommend that the employer and employee
engage in a constructive dialogue in the near future. This conversation may benefit
from the involvement of an impartial third party from outside the organization. I
consider the employee fit to take part in such a discussion as of the first week of
September 2025. In such cases, the involvement of a mediator may also be helpful.
If the employer and employee are unable to reach agreement based on this advice,
I recommend requesting an expert opinion (deskundigenoordeel) from the UWV.
(..)
Kind regards,
F
Praktijkondersteuner bedrijfsarts
Supervisor: C
4. De klacht en de reactie van de bedrijfsarts
4.1 Klager verwijt de bedrijfsarts:
1. een onjuiste uitnodiging waarin de transparantie ontbreekt over de status van de gedelegeerde medewerker (arbo-arts);
2. dat de arbo-arts zich voordeed als bedrijfsarts tijdens het consult, terwijl zij dat niet is, en klager niet werd geïnformeerd over haar hoedanigheid/rol;
3. dat zij het rapport als supervisor heeft goedgekeurd en er in het rapport geen melding wordt gemaakt van supervisie door de bedrijfsarts wat in strijd is met de richtlijn van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB-richtlijn);
4. dat er onder haar supervisie op geen enkel moment tijdens het consult uitleg is gegeven over de juridische rechten van de werknemer;
5. dat ten onrechte mediation is geadviseerd.
4.2 De bedrijfsarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Klager is tijdens het consult gewezen op zijn rechten als werknemer. Ook heeft de bedrijfsarts klager uitleg gegeven en kenbaar gemaakt in welke hoedanigheid zij bij het consult zat en wat de onderlinge rol- en taakverdeling was tussen haar en de arbo-arts. Het was beter geweest als de supervisieconstructie meteen in de uitnodigingsbrief was toegelicht in plaats van bij aanvang van het consult maar dit is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, aldus de bedrijfsarts. Met de ondertekening in het rapport is volgens de bedrijfsarts duidelijk dat deze onder supervisie van de bedrijfsarts is opgesteld en dat zij het rapport inhoudelijk heeft goedgekeurd.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de bedrijfsarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht
mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende bedrijfsarts.
Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen
en andere professionele standaarden. Het college stelt vast dat de norm waaraan het
handelen van de bedrijfsarts moet worden getoetst nader is uitgewerkt in de toepasselijke
NVAB-richtlijnen. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen is niet altijd
genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners
alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.
Klachtonderdeel 1 tot en met 3. Transparantie supervisie
5.2 De klachtonderdelen 1, 2 en 3 zien op het optreden van de bedrijfsarts als
supervisor. Klager verwijt de bedrijfsarts dat de transparantie ontbreekt over de
rol/hoedanigheden van de arbo-arts en de bedrijfsarts in de uitnodigingsbrief van
4 juli 2025 en tijdens het consult van 15 juli 2025. Ook vindt klager dat de supervisie
en de goedkeuring door de bedrijfsarts niet duidelijk staan vermeld in het consultrapport.
5.3 Overeenkomstig het Standpunt Delegatie van taken door de bedrijfsarts en supervisie (NVAB 2022) worden de taken en bevoegdheden van de arbo-arts en de bedrijfsarts beschreven in een supervisieovereenkomst. Dat is in de onderhavige zaak ook gebeurd en deze is opgenomen in de bijlage bij het verweerschrift (taakdelegatieformulier).
5.4 Op basis van het dossier en hetgeen ter zitting is besproken acht het college het aannemelijk dat de rollen van de arbo-arts en de bedrijfsarts aan het begin van het consult aan klager zijn uitgelegd. Dat de arbo-arts zich als bedrijfsarts heeft voorgedaan kan het college niet vaststellen. Daarnaast staat in het rapport bij de ondertekening dat de bedrijfsarts de supervisor is. Er is dan ook geen sprake van onvoldoende transparantie over de supervisie of het ontbreken van goedkeuring van het rapport. Hoewel in de uitnodigingsbrief een link naar de website wordt vermeld met onder andere daarin uitleg over taakdelegatie en wat een taakgedelegeerde doet, was het beter geweest als de supervisieconstructie van tevoren expliciet was aangekondigd en in het medisch dossier was genoteerd. Dit levert als zodanig geen tuchtrechtelijk verwijt op. Deze klachtonderdelen zijn ongegrond.
Klachtonderdeel 4. Geen uitleg tijdens consult over juridische rechten
5.5 Het college volgt klager niet in zijn standpunt dat hij niet is ingelicht
over zijn juridische rechten als werknemer. Uit het medisch dossier, met daarin notities
over het consult, blijkt dat er uitleg is gegeven over de Wet Verbetering Poortwachter
(WVP) en over de STECR-richtlijn Werkwijzer Arbeidsconflicten. Het college gaat uit
van de juistheid van het medisch dossier en ziet geen aanleiding om daaraan te twijfelen.
Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Klachtonderdeel 5. Ten onrechte advies mediation
5.6 In het rapport wordt geconstateerd dat er een medische beperking was wegens
werkgerelateerde spanningsklachten bij klager. De bedrijfsarts heeft verder vastgesteld
dat sprake was van een verstoorde arbeidsrelatie en adviseerde om bijvoorbeeld via
mediation tot een oplossing van het arbeidsconflict te komen. Deze conclusie is navolgbaar,
evenals het advies om te proberen via constructieve gesprekken begeleid door een onafhankelijke
derde het arbeidsconflict met de werkgever op te lossen. Het advies om dit conflict
door middel van mediation op te lossen is in overeenstemming met de toepasselijke
beroepsnorm. De bedrijfsarts heeft zorgvuldig gehandeld en van tuchtrechtelijk verwijtbaar
handelen is op geen enkele manier gebleken.
Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Slotsom
5.7 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht ongegrond
zijn.
Publicatie
5.8 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen
belang is erin gelegen dat andere zorgverleners mogelijk iets van deze zaak kunnen
leren. De publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen
of instanties herleidbare gegevens.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht ongegrond;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Gezondheidszorg Jurisprudentie en Medisch contact.
Deze beslissing is gegeven door P.E.M. Messer-Dinnissen, voorzitter, W.R. Kastelein,
lid-jurist, C.W.M. Hosmus, M. Prenger en H.A.M. Veneman, leden-beroepsgenoten,
bijgestaan door M.C. Sijtsema, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 20
februari 2026.
secretaris
voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
- Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
- het college kennelijk onbevoegd is, of
- voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
- Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
- Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg,
maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u
is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.