ECLI:NL:TGZRZWO:2026:30 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8675

ECLI: ECLI:NL:TGZRZWO:2026:30
Datum uitspraak: 20-02-2026
Datum publicatie: 24-02-2026
Zaaknummer(s): Z2025/8675
Onderwerp: Geen of onvoldoende zorg
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Klacht tegen een verpleegkundige kennelijk ongegrond. De verpleegkundige werkte bij een bemoeizorg-team. Naar aanleiding van een melding dat er veel overlast was door en van klaagster werd besloten een huisbezoek bij klaagster af te leggen. De verpleegkundige ging met een wijkcoach naar de woning van klaagster. Klaagster verwijt de verpleegkundige, samengevat, dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij dit bezoek. Het college oordeelt dat de verpleegkundige niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG

ZWOLLE

Beslissing in raadkamer van 20 februari 2026 op de klacht van:

A,

wonende in B,

klaagster,

tegen

C,

sociaal psychiatrisch verpleegkundige,

(destijds) werkzaam in D,

verweerder, hierna ook: de verpleegkundige,

gemachtigde: mr. S. Dik.

1. De zaak in het kort
 

1.1     De verpleegkundige werkte bij het bemoeizorg-team in de regio E. Naar aanleiding van een melding dat er veel overlast was door en van klaagster werd besloten een huisbezoek bij klaagster af te leggen. De verpleegkundige ging met een wijkcoach naar de woning van klaagster. Klaagster verwijt de verpleegkundige, samengevat, dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld bij dit bezoek.
 

1.2     Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze beslissing is gekomen.
 

2. De procedure
 

2.1     Het college heeft de volgende stukken ontvangen:

  • het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 1 juli 2025;
  • de brief van de secretaris van 23 juli 2025, met het verzoek de klacht aan te vullen;
  • het aanvullende klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 1 augustus 2025;
  • het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 22 oktober 2025.
     

2.2     De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.
 

2.3     Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren. 
 

3. Wat is er gebeurd?
 

3.1       Klaagster woont in een woning van F (hierna: de woningcorporatie).  Verweerder is werkzaam als sociaal psychiatrisch verpleegkundige bij G te D. G voert in opdracht van de gemeente samen met H bemoeizorg uit in de regio, en verweerder was lid van het team bemoeizorg.

3.2       Verweerder ontving op 15 februari 2024 een melding van de woningcorporatie over klaagster. Deze melding hield in dat er veel overlast was door en van klaagster; omwonenden klaagden dat klaagster stelselmatig bij hen aanbelde en klaagster uitte veel klachten over omwonenden. Bij de woningcorporatie bestond de indruk dat klaagster achterdochtig was. De melding werd besproken in een multidisciplinair overleg (MDO), en hieruit volgde dat de melding een indicatie was voor de inzet van bemoeizorg. Verweerder werd gevraagd de melding op te pakken.

3.3       Na overleg tussen verweerder en de wijkcoach, werd besloten een huisbezoek af te leggen bij klaagster om de melding te onderzoeken, met klaagster te spreken en mogelijk tot een oplossing te komen. Bij brief van 21 februari 2024 kondigde de wijkcoach het huisbezoek aan. Hij schreef (letterlijk weergegeven):

U ontvangt deze brief als aankondiging voor een huisbezoek.

Op maandag 26 februari 2024 kom ik om 13:00 bij u thuis
Tijdens dit huisbezoek wil ik met u in gesprek over de meldingen die u bij F doet en de klachten die F van omwonenden over u ontvangt.

Overlast en klachten
F ontvangt regelmatig meldingen van en over u. U meldt zelf regelmatig (over)last die
F tot op heden niet heeft kunnen vaststellen. Daarnaast ontvangt F ook meldingen over u. Dit gaat voornamelijk over de bejegening richting andere omwonenden. F wil met u tot een oplossing voor alle partijen komen, maar dit loopt erg moeizaam. Daarom neemt F iemand mee bij het huisbezoek.

Bij dit huisbezoek neem ik C mee.
C sluit in de opdracht van de gemeente B vaker aan bij zaken waarin we moeilijk tot een oplossing komen. Ik heb hem gevraagd om aan te sluiten bij dit huisbezoek om de situatie wat beter in beeld te krijgen en hopelijk samen tot een oplossing te komen.

 

3.4       Klaagster e-mailde de klantenservice van de woningcorporatie op 22 februari 2024 dat zij geen aangekondigd gesprek wenste omdat zij daar geen vertrouwen in had.

3.5       Op 26 februari 2024 gingen verweerder en de wijkcoach naar de woning van klaagster. De wijkcoach opende de hoofdtoegangsdeur van de algemene ruimte van het gebouw waarin de woning van klaagster zich bevond. Zij liepen vervolgens naar de woning van klaagster, waar de wijkcoach aanbelde en op de deur klopte met de mededeling dat hij namens de woningcorporatie kwam. Klaagster deed de deur niet open, waardoor verweerder en de wijkcoach klaagster niet spraken en onverrichterzake vertrokken.

3.6       Klaagster informeerde op 28 februari 2024 de woningcorporatie dat zij alleen nog schriftelijk wilde corresponderen. Nu er geen andere ingang bleek te zijn om met klaagster in contact te komen, werd op het MDO van 21 maart 2024 besloten de melding af te sluiten omdat de situatie op dat moment niet meer zo zorgwekkend leek dat indicatie voor een vervolg noodzakelijk was.

4. De klacht en de reactie van de verpleegkundige
 

4.1     Klaagster verwijt de verpleegkundige:

  1. nalatigheid met betrekking tot het verifiëren of de noodzaak tot een huisbezoek bestond;
  2. gebrek aan transparantie voorafgaand aan het gesprek;
  3. huisvredebreuk;
  4. dat hij zichzelf niet heeft geïdentificeerd toen hij aanklopte bij haar huis;
  5. medeplichtigheid aan het intimideren en manipuleren van huurders en hiermee misbruik van gemeenschapsgeld.
     

4.2     De verpleegkundige heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
 

4.3     Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college

De criteria voor de beoordeling

5.1
De vraag is of de verpleegkundige de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende verpleegkundige
Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.

5.2     Het college oordeelt dat de verpleegkundige niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en zal dat hieronder nader uitleggen.

Klachtonderdelen a) tot en met e) nalatigheid, gebrek aan transparantie, huisvredebreuk, niet identificeren en medeplichtigheid aan intimidatie

5.3     Vanwege de samenhang zal het college de klachtonderdelen gezamenlijk bespreken. Het college stelt voorop dat een bemoeizorg-team mensen benadert die uit zichzelf geen hulp vragen of accepteren, maar wel hulp nodig hebben. Bemoeizorg kan worden ingezet bij verschillende hulpvragen, bijvoorbeeld bij sociale of psychische problemen. Een bemoeizorg-team begint met voorzichtig contact leggen met de desbetreffende persoon, en als er vertrouwen is, wordt gezocht naar passende hulpverlening.

5.4     Verweerder schrijft in zijn verweerschrift dat hij niet zelfstandig beslist over de noodzaak tot inzet van bemoeizorg, maar dit bespreekt in een MDO. In dit geval is tijdens een MDO op 19 februari 2024 besloten om het bemoeizorg-team in te zetten vanwege de door de woningcorporatie gemelde, aanhoudende overlast voor omwonenden en omdat er mogelijk sprake was van overmatige achterdocht bij klaagster. De noodzaak tot een gesprek is hiermee voldoende onderzocht. Verdere uitleg en onderzoek zou aan de orde zijn tijdens het gesprek met klaagster. Aangezien het op 26 februari 2024 niet tot een gesprek is gekomen, heeft verweerder deze uitleg niet aan klaagster kunnen geven. Daarnaast is in de brief van 21 februari 2024, geschreven door de wijkcoach, het bezoek aan klaagster aangekondigd en hierbij is ook de naam van verweerder genoemd. Verweerder heeft hier zelf geen betrokkenheid bij gehad, zodat dit geen persoonlijk, tuchtrechtelijk verwijt kan opleveren. Verweerder en de wijkcoach waren niet op de hoogte van het feit dat klaagster al eerder de afspraak had geannuleerd. Dat verweerder zich bij het bezoek aan klaagster niet heeft geïdentificeerd kan hem verder niet verweten worden, aangezien klaagster de deur niet open heeft gedaan. Verweerder heeft zich op dat moment niet aan klaagster kunnen voorstellen en ook niet kunnen identificeren. Het verwijt van huisvredebreuk gaat niet op, aangezien verweerder niet in het huis van klaagster is geweest. Tot slot heeft klaagster niet onderbouwd waarom verweerder medeplichtig zou zijn aan het intimideren en manipuleren van huurders van de woningcorporatie, zodat dit reeds daarom geen tuchtrechtelijk verwijt oplevert. De klachtonderdelen zijn, gelet op het voorgaande, ongegrond.

Slotsom
5.5     Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht kennelijk ongegrond is.

6. De beslissing

De klacht is kennelijk ongegrond.
 

Deze beslissing is gegeven op 20 februari 2026 door J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter, R. Broeren-Woudstra en G.C. van der Weerd, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door M.H. van Ham, secretaris.

secretaris                                                                                           voorzitter


 


Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

  1. Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
  • het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
  • als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
  • het college kennelijk onbevoegd is, of
  • voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
     

Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.

  1. Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
  1. Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.


U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verstuurd.
 

Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.