ECLI:NL:TGZRZWO:2026:12 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8430
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2026:12 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 16-01-2026 |
| Datum publicatie: | 22-01-2026 |
| Zaaknummer(s): | Z2025/8430 |
| Onderwerp: | Schending beroepsgeheim |
| Beslissingen: | Gegrond, waarschuwing |
| Inhoudsindicatie: | Gegronde klacht tegen fysiotherapeut. Klaagster verwijt de fysiotherapeut dat hij zijn beroepsgeheim en het informed consent heeft geschonden. Verder verwijt klaagster de fysiotherapeut dat hij haar medisch dossier per onbeveiligde e-mail heeft verzonden. Het college oordeelt dat de fysiotherapeut onvoldoende zorgvuldig gehandeld heeft. Daar tegenover staat dat het college ervan overtuigd is dat de fysiotherapeut zich heeft ingespannen om klaagster goede zorg te leveren en gedurende de behandelperiode steeds voor klaagster heeft klaargestaan. Maatregel: waarschuwing. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
ZWOLLE
Beslissing van 16 januari 2026 op de klacht van:
A,
wonende in B,
klaagster,
gemachtigde: mr. J.G. Verpaalen, advocaat te ‘s-Hertogenbosch,
tegen
C,
fysiotherapeut,
destijds werkzaam in B,
verweerder, hierna ook: de fysiotherapeut,
gemachtigde: mr. T.A.M. van Oosterhout, advocaat te Utrecht.
1. De zaak in het kort
1.1 Klaagster was in behandeling bij de fysiotherapeut. Zij verwijt de fysiotherapeut,
samengevat, dat hij zonder haar toestemming een brief aan de huisarts heeft gestuurd
en dat hij haar medisch dossier ten onrechte onbeveiligd heeft verzonden naar het
e-mailadres van haar moeder. Ook verwijt klaagster de fysiotherapeut dat hij klaagster
onvoldoende bij de behandeling heeft betrokken.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is en legt de maatregel
van een waarschuwing op. Hierna licht het college dat toe.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 24 april 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 1 augustus 2025;
- het proces-verbaal van het op 31 oktober 2025 gehouden mondelinge vooronderzoek;
- aanvullende stukken uit het patiëntendossier van klaagster, op verzoek van het college
opgestuurd door de gemachtigde van de fysiotherapeut, ontvangen op
28 november 2025.
2.2 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 9 december 2025. Partijen
zijn verschenen. Zij werden bijgestaan door hun gemachtigden. De partijen en hun gemachtigden
hebben hun standpunten mondeling toegelicht. De gemachtigden hebben pleitnotities
voorgelezen en aan het college en de andere partij overhandigd.
3. Wat is er gebeurd?
3.1 De moeder van klaagster belde op 3 maart 2022 met de praktijk waar de fysiotherapeut werkzaam is. Klaagster had sinds een paar dagen liesklachten en kon amper lopen. Haar hulpvraag was het volledig pijnvrij kunnen uitvoeren van vier kilometer hardlopen. Klaagster meldde zich op 7 maart 2022 daadwerkelijk aan en werd behandeld door een collega van de fysiotherapeut.
3.2 In het medisch dossier van klaagster staat voor zover hier relevant (alle
citaten letterlijk opgenomen en bij weergave van namen degene die het betreft):
“Datum: 19-05-2022 Therapeut [RTG: collega van de fysiotherapeut]
(S)ubjectief Na behandeling napijn li lwk.
Later zijn klachten
verminderd in li lies,
niet over. Op dit moment moeite
(sinds 3 weken) met beenheffen
en hardlopen rechts:
pijn re lies/os pubis
en adductoren.
(O)bjectief heup re endo 10< en antefl
110o
(E)valuatie
(klachtenbeloop)
(P)lan van sig mob/mt , heup re blijft
beperkt: huisarts leiden.
aanpak/ consulteren [RTG: naam huisarts]
uitgevoerde verrichtingen
Opmerkingen 01/0-6 huisarts gebeld, verslag gedaan”
3.3 Klaagster had op 27 juli 2022 een intake bij de fysiotherapeut wegens
last van haar kuit links met hardlopen. Tijdens deze intake bleek dat de klachten
van de kuit vooral uit de heup kwamen. Op 3 augustus 2022 had klaagster een nieuwe
afspraak bij de fysiotherapeut. In het medisch dossier staat:
“Datum: 3-8-2022 Therapeut [RTG: de fysiotherapeut]
(S)ubjectief wel 2 dagen last gehad van de heupen, fors klachten. Beiderzijds. Kuit beetje pijnlijk maar viel in het niet bij de heupen.
1x hardgelopen gister.
(O)bjectief forse pijnklachten heup, moeite met lopen/belasten.
(E)valuatie neg beloop
(klachtenbeloop)
(P)lan van ddf glut li en massage kuitmusc Stop behandeling,
aanpak/ eindevaluatie en rapportage
uitgevoerde verrichtingen
Opmerkingen [RTG: klaagster] bijna flauw gevallen
in de
behandelkamer.
Moeder heeft auto gehaald en dichterbij gezet. Aan
lichaamstaal D was duidelijk dat ze alleen zijn in
de behandelkamer niet fijn vind. Voor nu geen nieuwe
afspraak aangezien klachten meer compensatie vanuit
heup lijkt te zijn”
3.4 De fysiotherapeut stuurde op 3 augustus 2022 een brief aan de huisarts
van klaagster. In deze brief schreef hij onder andere:
“ 21 jarige dame meld zich via dtf ivm kuitklachten links. Ervaart stijfheid en stekende
pijnklachten in de kuit en knieholte sinds 1 jaar recidiverend zonder duidelijke oorzaak.
Mw wil graag advies behandeling van de ft met als doel reductie van de klachten tijdens
hardlopen en zwemmen.
Historie:
sinds een jaar wisselende klachten linker kuit.
AL geprobeerd te koelen, rekken strekken.
Scherpe pijn, spanning in de kuit.
Schiet er echt in.
Nooit verkleuring zwelling gehad.
Linker heup ook vervelend, orthopeed geweest.
Vermoeden op impingement en labrum letsel, krijgt nog MRI.
Afgelopen week weer klachten gekregen.
Conclusie:
kuit klachten links vermoedelijk obv hypertonie compensatie vanuit heupklachten
Hoofddoel:
Volledig herstel binnen 3 maanden zodat er functieverbetering optreedt en zij weer
het onderbeen mediale zijde links kan gebruiken bij Hardlopen >5km met een PSK<20
te bereiken middels mobilisatie, massage, oefentherapie en voorlichting
Datum: afsluiting therapie
3-8-2022
Resultaat van de behandeling:
Geen verbetering klachten. Fors beperkt door pijn heupen, pijncoping bijzonder.
Na behandeling strompelend naar buiten alsof mw flauwvalt.
Pijnmedicatie? Pijnscholing?
Mw neemt contact met u op voor overleg. Toch puur orthopedische klachten waarvoor
misschien aanpassing medicatie of mogelijk ook pijncoping waarvoor mogelijk pijnscholing
en of multidisciplinair behandelen?”
3.5 Op 15 augustus 2022 behandelde de fysiotherapeut klaagster voor het eerst
zelf voor haar heupklachten. Klaagster had veel last van haar heupen, kon niet meer
goed buigen en zelf niet meer haar broek aan- en uittrekken. In januari 2023 volgde
mogelijk een operatie bij de orthopeed. De fysiotherapeut schreef in het dossier op
dat moment nog geen contact te hebben gehad met de huisarts over mogelijke pijnmedicatie.
3.6 Op 24 augustus 2022 had de fysiotherapeut weer een consult met klaagster
en schreef hij in het dossier dat klaagster in de wachtkamer al moeilijk uit haar
stoel kwam, wel had ze die week al hardgelopen. De fysiotherapeut noteerde vervolgens:
“coping? achterliggende oorzaak?”. Klaagster gaf toestemming voor contact met de huisarts over de pijnmedicatie.
In het dossier staat verder genoteerd:
“… na behandeling forse pijnklachten, valt ook bijna flauw, uiteindelijk moeder auto
dichterbij laten zetten. Psychosomatisch vermoedelijk van invloed. Negatieve ervaring
met huisarts in het verleden wilt hier niet meer naar toe, en (psychische) hulp uit
verleden helpt hier niet voor volgens moeder. 5/9 D wil klacht indienen ivm brief
naar huisarts zonder teoestemming, hierin ook nog bijzondere pijncoping beschreven
wat heel erg gevoelig licht. Moeder telefonisch gesproken en excuses aangeboden.”
3.7 De fysiotherapeut bleef klaagster vervolgens regelmatig (gemiddeld elke
1,5 week) behandelen voor haar (heup)klachten.
3.8 Op 20 oktober 2023 diende klaagster een klacht in bij de fysiotherapiepraktijk
waar de fysiotherapeut werkzaam is. De inhoud van de klacht ging over de verzending
van de brief van 3 augustus 2022 aan de huisarts en de ‘bijzondere coping’ die benoemd
was. Op
6 december 2023 hadden klaagster, haar moeder en de fysiotherapeut een gesprek.
Dit gesprek ging met name over de inhoud van de brief die de fysiotherapeut op
3 augustus 2022 aan de huisarts gestuurd had. Hierna volgde nog een e-mailwisseling.
Ter voorbereiding op een gesprek met klaagster stuurde de fysiotherapeut op verzoek
van klaagsters moeder op 3 november 2023 het medisch dossier van klaagster per e-mail
naar klaagsters moeder. Op 17 januari 2024 stuurde de fysiotherapeut een brief aan
de huisarts, met het verzoek de rapportage van 3 augustus 2022 als niet verzonden
te beschouwen omdat klaagster geen toestemming heeft gegeven voor de verzending hiervan.
3.9 Hierna volgde nog een e-mailwisseling over een eventueel te plannen tweede
gesprek. Klaagster heeft vervolgens onderhavige tuchtklacht ingediend.
4. De klacht en de reactie van de fysiotherapeut
4.1 Klaagster verwijt de fysiotherapeut dat hij:
- zijn beroepsgeheim heeft geschonden door de brief van 3 augustus 2022 zonder toestemming van klaagster aan de huisarts te sturen;
- het informed consent heeft geschonden door klaagster niet te informeren over zijn bevindingen, waaronder het behandelplan, bestaande uit pijnmedicatie, pijnscholing en multidisciplinaire behandeling;
- ten onrechte en in strijd met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) haar medisch dossier per onbeveiligde e-mail naar het e-mail adres van haar moeder heeft verzonden.
4.2 De fysiotherapeut refereert zich aan het oordeel van het college. Hij erkent dat hij het dossier van klaagster niet per onbeveiligde e-mail had mogen versturen en handelde te goeder trouw in het contact met de huisarts. Achteraf realiseert hij zich dat het beter was geweest als hij klaagster uitdrukkelijk om toestemming had gevraagd voor het verzenden van de brief aan de huisarts. Tot slot stelt de fysiotherapeut dat klaagster voldoende is geïnformeerd over zijn bevindingen.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de fysiotherapeut de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende fysiotherapeut. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt.
Klachtonderdeel a) schending beroepsgeheim
5.2 De fysiotherapeut erkent dat hij de brief naar de huisarts niet had mogen
versturen zonder expliciet bij klaagster toestemming te vragen, maar hij ging ervan
uit dat deze toestemming al gegeven was. Klaagster was immers al eerder onder behandeling
geweest bij een collega en deze collega had contact gehad met de huisarts, zo blijkt
ook uit het dossier. Uit de dossieraantekeningen blijkt niet dat klaagster toestemming
heeft gegeven voor het verstrekken van informatie aan de huisarts. In het patiëntdossier
is de vraag ‘Toestemming voor overleg en bericht aan huisarts’ open gelaten. De fysiotherapeut
erkent ook dat hij deze toestemming op 27 juli 2022 en/of 3 augustus 2022 niet heeft
gevraagd en dat het zorgvuldiger was geweest als hij dit nogmaals bij klaagster gecheckt
had. De fysiotherapeut
heeft excuses aangeboden en in een later stadium op verzoek van klaagster de brief
ingetrokken. Aangezien de toestemming van klaagster ontbreekt, is dit klachtonderdeel
gegrond.
Klachtonderdeel b) schending informed consent
5.3 Klaagster verwijt de fysiotherapeut met name dat hij haar op of vóór 3 augustus
2022 niet heeft geïnformeerd over het behandelplan waaronder de pijnmedicatie, de
bijzondere pijncoping en eventuele multidisciplinaire behandeling waarvan hij melding
maakt in de brief aan de huisarts. In het mondeling vooronderzoek en ter zitting heeft
de fysiotherapeut erkend dat hij de aan klaagster gegeven informatie uitgebreider
had mogen noteren, maar gesteld dat deze onderwerpen waaronder de pijnproblematiek
en -medicatie meerdere keren met klaagster zijn besproken (bijvoorbeeld op 24 augustus
2022). De fysiotherapeut heeft in het dossier geen concrete aantekening gemaakt van
een gesprek met klaagster over het behandelplan. Tijdens de zitting heeft hij erkend
dat hij het behandelplan, in ieder geval tijdens de eerste consulten, niet volledig
met haar besproken heeft. Dit klachtonderdeel is daarom gegrond.
Klachtonderdeel c) verzending dossier per onbeveiligde e-mail
5.4 Ook dit punt wordt door de fysiotherapeut erkend. Er waren op dat moment
binnen de praktijk niet echt afspraken over het verstrekken van een dossier, alleen
dat het aan de patiënt zelf verstrekt moest worden. De fysiotherapeut heeft in strijd
met deze afspraak (in overleg met de klachtenfunctionaris van de praktijk) gehandeld.
Hij heeft het dossier naar de moeder van klaagster gestuurd, omdat zij de correspondentie
voor/namens klaagster deed. Moeder was ook bij alle consulten aanwezig. Het onbeveiligd
versturen van een medisch dossier is in strijd met de beroepsnormen en de AVG. Deze
klacht is gegrond.
Slotsom
5.5 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht gegrond
zijn.
Maatregel
5.6 Bij het beantwoorden van de vraag of, en zo ja, welke maatregel passend
en nodig is, vindt het college het volgende van belang. De fysiotherapeut heeft onvoldoende
zorgvuldig gehandeld bij de gegrond verklaarde klachtonderdelen. Daar tegenover staat
dat het college ervan overtuigd is dat de fysiotherapeut zich heeft ingespannen om
klaagster goede zorg te leveren en gedurende de behandelperiode steeds voor klaagster
heeft klaargestaan. Over die zorg was klaagster ook tevreden. Verder heeft de fysiotherapeut
zelfreflectie getoond onder meer ten aanzien van de (niet) door hem gemaakte aantekeningen
in het dossier en zijn in de praktijk verbetermaatregelen doorgevoerd. Inmiddels is
de bedrijfsvoering in de praktijk aangepast, in die zin dat, voordat een patiënt op
intake komt, aan de telefoon al wordt gevraagd of iemand toestemming geeft om gegevens
te delen met de huisarts, en moeten patiënten actief een vinkje zetten in het portaal
om gegevens te delen met de huisarts voordat de behandeling start. De
fysiotherapeut gaf tijdens het vooronderzoek nog aan dat hij zelf tegenwoordig ook
altijd nog
naar toestemming voor het verstrekken van gegevens aan de huisarts vraagt voordat
de behandeling start. Op het zorgvuldig verstrekken van het dossier aan patiënten
is inmiddels actie ondernomen binnen de praktijk. Een patiëntendossier wordt niet
meer per e-mail verzonden. Een patiënt kan alleen zijn eigen medisch dossier ophalen
met het tonen van een ID bewijs aan de balie. Het college is van oordeel dat onder
de hierboven beschreven omstandigheden de maatregel van waarschuwing passend is. Dit
is de lichtste maatregel die het tuchtrecht kent, kort samengevat, als zakelijke feedback
dat in de toekomst anders gehandeld moet worden.
Publicatie
5.7 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen
belang is erin gelegen dat andere fysiotherapeuten mogelijk iets kunnen leren van
wat hiervoor onder 5.2 tot en met 5.6 is overwogen. De publicatie zal plaatsvinden
zonder vermelding van namen of andere tot personen of instanties herleidbare gegevens.
Kostenveroordeling
5.8 Klaagster heeft verzocht de fysiotherapeut te veroordelen in de kosten die
zij heeft gemaakt in deze procedure. Het college ziet in de omstandigheden van dit
geval geen aanleiding om te bepalen dat de door klaagster voor de behandeling van
de klacht gemaakte kosten moeten worden vergoed.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht gegrond;
- legt de fysiotherapeut de maatregel van een waarschuwing op;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, de Gezondheidszorg Jurisprudentie, enFysiopraxis.
Deze beslissing is gegeven door H.L. Wattel, voorzitter, W.R. Kastelein, lid-jurist,
S.E. Dekker, K.C. van Beek en J.L. Keijzer, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door
M. H. van Ham, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2026.
secretaris
voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
- Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
- het college kennelijk onbevoegd is, of
- voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
- Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
- Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg,
maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u
is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.