ECLI:NL:TGZRZWO:2026:11 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8335
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRZWO:2026:11 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 16-01-2026 |
| Datum publicatie: | 22-01-2026 |
| Zaaknummer(s): | Z2025/8335 |
| Onderwerp: | Onjuiste verklaring of rapport |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Klacht tegen een arts kennelijk ongegrond. Klager is door verweerster gezien in het kader van een arbeidsmedische keuring. Klager maakt verweerster meerdere verwijten over onder meer het verrichte onderzoek, de informatieverstrekking en het door haar opgestelde verslag. Het college oordeelt dat de arts zorgvuldig onderzoek heeft verricht en niet gehouden was de door klager genoemde kwalen in het verslag op te nemen. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
ZWOLLE
Beslissing in raadkamer van 16 januari 2026 op de klacht van:
A,
wonende in B,
klager,
tegen
C,
arts,
(destijds) werkzaam in D,
verweerster,
gemachtigde: mr. H. Versluis, advocaat te Almelo.
1. De zaak in het kort
1.1 Klager is door verweerster gezien in het kader van een arbeidsmedische keuring. Klager maakt verweerster meerdere verwijten over onder meer het verrichte onderzoek, de informatieverstrekking en het door haar opgestelde verslag.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze beslissing is gekomen.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 26 maart 2025;
- de brief van de secretaris aan klager van 6 mei 2025;
- het aanvullende klaagschrift, ontvangen op 13 mei 2025;
- het verweerschrift, ontvangen op 25 juni 2025;
- de repliek, ontvangen op 17 juli 2025;
- de dupliek, ontvangen op 11 augustus 2025;
- het proces-verbaal van het op 13 oktober 2025 gehouden mondelinge vooronderzoek, opgesteld op 13 oktober 2025;
- het herstelproces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, opgesteld op 10 november 2025.
2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.
3. De feiten
3.1 Klager ontvangt een bijstandsuitkering van de gemeente E.
3.2 Verweerster is als arts sociaal domein werkzaam bij een arbeidsmedisch adviesbureau.
In die hoedanigheid en in het kader van een onderzoek naar klagers belastbaarheid
voor werk heeft zij in opdracht van de gemeente E op
4 februari 2025 bij klager een arbeidsmedische keuring verricht.
3.3 Op basis van het door haar verrichte onderzoek heeft verweerster diezelfde dag een verslag en Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld. Door verweerster is in het verslag omschreven dat klager een geobjectiveerde medische aandoening van blijvende aard heeft aan de voeten, het hoofd en het oor waarvoor hij onder behandeling is. De aangegeven klachten en beperkingen stemmen volgens verweerster overeen met de aard van de aandoeningen en bevindingen bij het onderzoek. Als gevolg hiervan zijn er volgens verweerster structurele beperkingen op het vlak van sociaal functioneren, zijn er fysieke omgevingseisen en structurele beperkingen op dynamisch handelen en statische houdingen. Een en ander is door verweerster vastgelegd in de FML. Daarbij heeft verweerster aangenomen dat de klachten en bijbehorende beperkingen in de toekomst niet gaan verbeteren.
Verweerster heeft in het verslag genoteerd dat zij de visie zoals in het verslag omschreven in hoofdlijnen met klager heeft besproken, dat hij het eens was met het advies en dat hij toestemming gaf om dit zo met de aanvrager te delen.
3.4 Per e-mail van 6 februari 2025 heeft klager richting het arbeidsmedisch adviesbureau op het verslag gereageerd en een aantal punten benoemd waar hij het niet mee eens was. Door hem is opgemerkt dat verweerster niet heeft genoemd dat klager diabetes type 2 heeft, wat volgens hem wel had gemoeten en op basis hiervan had volgens hem ook geconcludeerd moeten worden dat nachtdiensten niet geschikt zijn in verband met een verhoogde kans op een verstoorde bloedsuikerspiegel. Verder had volgens klager in het verslag gemeld moeten worden dat hij migraine heeft in plaats van hoofdpijn en had benoemd moeten worden dat zijn voetklachten veroorzaakt worden door artrose.
3.5 De operationeel manager van het arbeidsmedisch adviesbureau heeft bij brief van 12 februari 2025 op de e-mail van klager gereageerd. In de betreffende brief is de reactie van verweerster op klagers e-mail weergegeven, kort gezegd inhoudende dat zij volgens de wet geen diagnoses mag delen met de gemeente, dat er geen reden is om voor de diabetes beperkingen aan te nemen omdat deze met dieet onder controle is en dat klager voor de migraine, buiten de dagen dat hij daar last van heeft, geen beperkingen heeft. Verweerster heeft om die reden geen aanleiding gezien om haar advies aan te passen.
3.6 Bij brief van 16 februari 2025 heeft klager nogmaals zijn bezwaren tegen het verslag kenbaar gemaakt en nogmaals gewezen op het volgens hem bij diabetes bestaande verhoogde risico op gezondheidsklachten bij iemand die langdurig nachtwerk verricht. In dat verband heeft klager ook gewezen op het feit dat een andere keuringsarts bij een eerder arbeidsmedisch onderzoek (in 2021) hiervoor wél beperkingen had aangenomen.
3.7 Verweerster heeft vervolgens op 28 februari 2025 haar verslag en FML gewijzigd, in die zin dat zij op uitdrukkelijk verzoek van klager alsnog de diagnose migraine heeft genoemd en dat zij aanvullend een beperking voor nachtdiensten heeft aangenomen.
3.8 Klager heeft bij brief van 3 maart 2025 onder meer laten weten de aanpassingen onvoldoende te vinden en ook te willen dat de andere kwalen (artrose met neuropatische klachten in de voeten, hoge bloeddruk en diabetes mellitus type 2) op zijn nadrukkelijke verzoek worden beschreven. Ook heeft hij nadrukkelijk verzocht om de bevindingen van de keuringsarts uit 2021 over zijn diabetes in het verslag op te nemen.
Verder heeft klager op 4 maart 2025 nog een e-mail gestuurd.
3.9 Door de operationeel manager is vervolgens op 4 maart 2025 gereageerd op klagers wensen ten aanzien van aanpassing van het rapport. Volgens de operationeel manager had verweerster de door haar gemaakte aanpassingen gedaan om klager tegemoet te komen. Verder heeft de operationeel manager klager meegedeeld dat zijn verzoek voorbij gaat aan zijn correctierecht. Aan klager is meegedeeld dat het rapport niet verder zal worden aangepast.
3.10 Klager was hiermee niet tevreden en heeft in reactie bij brief van 4 maart 2025 als laatste voorstel nogmaals geëist dat de verschillende diagnoses in het verslag benoemd zouden worden.
3.11 Door de operationeel manager is bij e-mail van diezelfde dag aan klager meegedeeld dat het adviesrapport in de laatste versie gedeeld zou worden met de opdrachtgever. Wanneer klager daarvoor expliciet toestemming zou geven, zou daarbij ook de onderlinge communicatie naar aanleiding van inzage- en correctierecht worden toegevoegd. Voor het geval klager het niet eens zou zijn met deze gang van zaken, is hij gewezen op de mogelijkheid van het indienen van een klacht bij de externe onafhankelijke klachtencommissie.
3.12 Vervolgens heeft klager deze tuchtklacht ingediend.
4. De klacht en de reactie van verweerster
4.1 Klager heeft een veelheid aan klachten ingediend tegen verweerster die niet alle even duidelijk zijn en elkaar ook grotendeels overlappen. In een dergelijke situatie dient het college te komen tot een voor de beoordeling van de klacht bruikbare samenvatting van de geuite klachtonderdelen. Het college stelt vast dat klager zich hoofdzakelijk niet kan vinden in het verslag en de daarin vervatte conclusies over zijn belastbaarheid. De verwijten die klager verweerster maakt komen, kort gezegd en zakelijk weergegeven, op het volgende neer.
- Klager verwijt verweerster dat het verslag onzorgvuldig tot stand is gekomen, onder
andere door diverse kwalen niet te benoemen c.q. geen diagnose te stellen, gebrek aan kennis over diabetes, ten onrechte geen contact zoeken met de huisarts en onvoldoende voorlichting. - Klager verwijt verweerster verder dat zij een onethische opmerking heeft gemaakt
tijdens de keuring en haar verantwoordelijkheid heeft ontlopen door de klachtafhandeling aan een ander over te laten.
Over deze klachtonderdelen zal het college een oordeel geven.
4.2 Verweerster heeft de aan haar gemaakte verwijten gemotiveerd weersproken en het college verzocht de klacht (kennelijk) ongegrond te verklaren.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of verweerster de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende arts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de arts geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.
5.2 Daarnaast zijn er eisen die aan een rapportage worden gesteld:
a.het rapport vermeldt de feiten, omstandigheden en bevindingen waarop het berust;
b. het rapport geeft blijk van een geschikte methode van onderzoek om de voorgelegde
vraagstelling te beantwoorden;
c. in het rapport wordt op inzichtelijke en consistente wijze uiteengezet op welke
gronden de conclusies van het rapport steunen;
d. het rapport vermeldt de bronnen waarop het berust, daaronder begrepen de gebruikte
literatuur en de geconsulteerde personen;
e. de rapporteur blijft bij het rapporteren binnen de grenzen van zijn deskundigheid.
Het college toetst ten volle of het onderzoek door verweerster uit het oogpunt van vakkundigheid en zorgvuldigheid de tuchtrechtelijke toets kan doorstaan. Ten aanzien van de conclusie van de rapportage wordt beoordeeld of verweerster in redelijkheid tot haar conclusie heeft kunnen komen.
5.3 Het college komt tot het oordeel dat de arts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Hieronder legt het college dat uit.
Klachtonderdeel a) totstandkoming en inhoud verslag
5.4 Het verslag dat door verweerster is opgesteld moest de vraag beantwoorden
wat de medische belastbaarheid van klager is in relatie tot werk. Hierbij diende verweerster
een antwoord te geven op de vragen wat de beperkingen van klager zijn, in welke mate
en wat de mogelijkheden voor klager waren. Uit het verslag volgt dat verweerster onderzoek
heeft verricht en zij klager lichamelijk en psychisch heeft onderzocht. Zij heeft
klager verder zelf gesproken en heeft een anamnese afgenomen. Verweerster heeft geconcludeerd
dat sprake is van objectief medisch vastgestelde aandoeningen die gepaard gaan met
stoornissen en beperkingen die in de toekomt niet zullen gaan verbeteren. Deze beperkingen
zijn vastgelegd in de opgestelde FML. Het college komt tot de conclusie dat het verslag/rapport
voldoet aan de vijf criteria zoals benoemd onder 5.2 en dat daarmee vast komt te staan
dat er sprake is van een zorgvuldig onderzoek.
5.5 Het college begrijpt uit de klacht dat het er klager voornamelijk om gaat dat diverse kwalen (zoals diabetes type 2, hoge bloeddruk en artrose) niet zijn benoemd, ondanks een uitdrukkelijk verzoek van klager daartoe. Ter informatie aan klager licht het college toe dat medische gegevens privacygevoelige informatie zijn. De (contactpersoon bij een) gemeente mag om die reden alleen algemene informatie delen, geen informatie zoals namen van ziektes of therapieën. Daarom stelt de arts sociaal domein een algemeen rapport op, zonder diagnoses te noemen; ook niet als iemand hier expliciet toestemming voor geeft. Het blijft aan de arts om te bepalen of hij/zij deze informatie deelt. In dit specifieke geval is navolgbaar dat verweerster deze gegevens niet op heeft genomen, aangezien de gemeente ook niet over een medisch dossier van klager beschikte.
5.6 Het college overweegt verder als volgt. Bij een onderzoek zoals dit bij
klager is verricht en verslaglegging van dat onderzoek, gaat het niet om wat klager
ervaart, maar wat medisch gezien objectiveerbaar is en welke beperkingen daaruit voortvloeien
ten aanzien van de belastbaarheid van klager. Het is verder niet aan klager om hierop
naar eigen inzicht aanvullingen te maken of te eisen, maar aan verweerster in haar
deskundigheid van arts om dit te beoordelen. Als de medische voorgeschiedenis van
klager naar het professionele oordeel van verweerster niet relevant is voor de belastbaarheid,
is zij niet gehouden deze toch in het rapport te vermelden. Verweerster heeft dit
voldoende onderbouwd. Zij is met haar beoordeling van de klachten van klager binnen
de grenzen van haar deskundigheid als arts gebleven. Bij deze beoordeling is verweerster
overigens niet gehouden aan een eerder deskundigenoordeel, zij heeft een eigen verantwoordelijkheid
voor de beoordeling op dat moment. Verder heeft verweerster bij de totstandkoming
van het verslag voldoende zorgvuldig gehandeld, en zij behoefde klager niet actief
te informeren over haar geheimhoudingsplicht en klagers recht op inzage en correctie.
Klager heeft direct zijn verslag ontvangen toen hij daar naar vroeg, en heeft bovendien
op verschillende momenten geprobeerd het verslag te laten corrigeren. Dit recht op
correctie ziet enkel op het corrigeren van feitelijke onjuistheden, en is niet niet
bedoeld om een onwelgevallig (medisch) oordeel te wijzigen. Uit het verslag volgt
verder dat klager het op dat moment eens was met de inhoud van het advies en gaf hij
toestemming dit zo met de aanvrager (de gemeente) te delen. Het college ziet geen
aanknopingspunten om hieraan te twijfelen. Tot slot heeft verweerster in redelijkheid
kunnen afzien van het opvragen van informatie bij de huisarts, nu dit niet noodzakelijk
was voor dit onderzoek en verweerster afdoende de gestelde vragen kon beantwoorden.
Het college is, samengevat, van oordeel dat het door verweerster opgestelde rapport
zorgvuldig tot stand is gekomen en dat verweerster hierbij niet tuchtrechtelijk verwijtbaar
heeft gehandeld.
Klachtonderdeel b) onethische opmerking en klachtafhandeling
5.7 Volgens klager zou verweerster gezegd hebben dat het in het voordeel van
klager zou zijn als de huisarts zijn beperkingen zou beschrijven, voordat de functiespecialist
haar onderzoek zou doen. Verweerster betwist dat zij dit zou hebben gezegd. Het college
kan niet vaststellen wat er precies door verweerster gezegd zou zijn, nu de lezingen
van partijen hierover uiteenlopen. Verder heeft verweerster conform de gebruikelijke
werkwijze in samenspraak met de operationeel manager de door klager ingediende klacht
kunnen beantwoorden. Dat verweerster hiermee haar medische verantwoordelijkheid ontloopt,
zoals klager stelt, is niet gebleken. Dit klachtonderdeel is kennelijk ongegrond.
Slotsom
5.8 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht kennelijk ongegrond zijn.
6. De beslissing
De klacht is in alle onderdelen kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 16 januari 2026 door J. Sap, voorzitter, M. Prenger en
M.L.A. Kleinjan-Lüschen, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door M.H. van Ham, secretaris.
secretaris
voorzitter
Tegen deze beslissing kan in de volgende gevallen schriftelijk beroep worden ingesteld
bij het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
- Heeft u de klacht ingediend? Dan kunt u in beroep als
- het college u of uw klacht geheel of gedeeltelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, of
- als de klacht geheel of gedeeltelijk ongegrond is verklaard,
- het college kennelijk onbevoegd is, of
- voor zover de klacht kennelijk van onvoldoende gewicht is.
Bij een gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring of een gedeeltelijke ongegrondverklaring kan uw beroep alleen betrekking hebben op dat deel van de beslissing.
- Is de klacht tegen u gericht? Dan kunt u altijd in beroep.
- Ook de inspecteur van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan beroep instellen.
U moet het beroepschrift richten aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg,
maar opsturen naar de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg
te Zwolle. Daar moet het zijn ontvangen binnen zes weken nadat de beslissing aan u
is verstuurd.
Als u beroep instelt, moet u € 50,- griffierecht betalen aan het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. U ontvangt hierover bericht. Als u geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, wordt het griffierecht aan u terugbetaald.