ECLI:NL:TGZRSHE:2026:8 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7370

ECLI: ECLI:NL:TGZRSHE:2026:8
Datum uitspraak: 12-01-2026
Datum publicatie: 12-01-2026
Zaaknummer(s): H2024/7370
Onderwerp: Geen of onvoldoende zorg
Beslissingen: Gegrond, waarschuwing
Inhoudsindicatie: Klacht tegen huisarts gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing. Klagers zijn patiënten van de huisarts. Zij verwijten haar onder meer dat zij ten onrechte heeft geweigerd om verzoeken tot selectieve vernietiging te honoreren en onzorgvuldige en onrechtmatige gegevensverwerking. Klager is in een aantal klachtonderdelen niet-ontvankelijk. Het oorspronkelijke verzoek van klaagster tot selectieve vernietiging was overzichtelijk en concreet. Van de huisarts kon redelijkerwijs worden gevergd hieraan gevolg te geven. Verschillende notities van de huisarts in het dossier van klaagster betreffen de visie van de huisarts op de gang van zaken rondom een consult en haar visie op de verzoeken tot vernietiging en correctie die daarna zijn gedaan. Deze gegevens en correspondentie horen niet thuis in het medisch dossier. Er bestond geen enkele noodzaak voor het maken van een notitie over de geestelijke gesteldheid van klaagster. 

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
TE ’S-HERTOGENBOSCH

Beslissing van 12 januari 2026 op de klacht van:

[A],

en

[B],
ten tijde van het indienen van de klacht beiden wonende in [C],
klagers,

tegen

[D],
huisarts, werkzaam in [E],
verweerster, hierna: de huisarts,
gemachtigde ter zitting: mr. A.W. Hielkema, werkzaam in Utrecht.

1. Waar gaat de zaak over?
1.1   Klagers zijn patiënt in de huisartsenpraktijk van de huisarts. Zij zijn ontevreden over een 
aantal zaken. Volgens klagers heeft de huisarts bij klaagster onvoldoende onderzoek verricht en een 
incomplete dan wel verkeerde diagnose gesteld. Daarnaast is volgens klagers sprake van 
ongeoorloofde beïnvloeding van een opvolgend zorgverlener. Ook heeft de huisarts zich volgens hen 
schuldig gemaakt aan het plegen van smaad en laster. Verder heeft de huisarts volgens klagers de 
gelegenheid gegeven tot misbruik van het elektronisch systeem en heeft zij onvoldoende geïnstrueerd 
tegen en onvoldoende gewaakt voor misbruik van UZI-passen. Tevens heeft de huisarts volgens klagers 
ten onrechte geweigerd om verzoeken tot selectieve vernietiging van het dossier van klaagster te 
honoreren. Ten slotte is volgens klagers sprake van onzorgvuldige en onrechtmatige 
gegevensverwerking.

1.2  De huisarts voert verweer.

1.3  Het college is van oordeel dat klager in een aantal klachtonderdelen
niet-ontvankelijk is. Voor klaagster ligt dat anders. Zij kan in alle klachtonderdelen worden 
ontvangen. Voor zover klaagster dan wel klagers in hun klacht kunnen worden ontvangen, geldt dat 
deze deels gegrond en deels ongegrond is. Hierna licht het college dat toe.
2. De procedure
2.1  De procedure blijkt uit:

-  De brief van 13 augustus 2024 van de secretaris aan klagers;
-  Het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 6 september 2024;
-  De USB-stick, ontvangen van klagers op 6 september 2024;
-  De brief van 12 oktober 2024 met de bijlagen, ontvangen van klagers op 15 oktober 2024;
-  Het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 12 november 2024;
-  De brief van 25 november 2024, ontvangen van klagers op 28 november 2024;
-  De brief van 3 december 2024 van de secretaris aan de huisarts;
-  Het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 14 januari 2025;
-  De USB-stick, ontvangen van klagers op 17 februari 2025;
-  De repliek met de bijlagen, ontvangen op 17 februari 2025;
-  De dupliek met de bijlagen, ontvangen op 2 april 2025;
-  De brief van 16 mei 2025 met de bijlagen, ontvangen van klagers op 23 mei 2025;
-  De brief van 8 juli 2025 met de bijlagen, ontvangen van de huisarts op 10 juli 2025;
-  Het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 29 juli 2025;
-  De brief van 18 augustus 2025 van de secretaris aan de huisarts;
-  De brief van 25 augustus 2025 met de bijlagen, ontvangen van de huisarts op 28 augustus 2025;
-  De brief van 27 oktober 2025 met de bijlagen, ontvangen van klagers op 28 oktober 2025.

2.2   De zaak is behandeld op de openbare zitting van 12 november 2025. De partijen zijn 
verschenen. De huisarts werd bijgestaan door haar gemachtigde. De partijen en de gemachtigde van de 
huisarts hebben hun standpunten mondeling toegelicht. De gemachtigde van de huisarts heeft een 
pleitnotitie voorgelezen en aan het college en de andere partij overhandigd.

3. Wat is er gebeurd?
3.1   Het college beschikt over meerdere versies van het medisch dossier van klaagster. De hierna 
opgenomen citaten zijn wat betreft de periode tot en met 9 april 2021 ontleend aan het medisch 
dossier van 9 april 2021. Over de periode vanaf 9 april 2021 tot en met 1 juli 2021 zijn de citaten 
ontleend aan het dossier van 1 juli 2021.

3.2   Klagers staan ingeschreven in de huisartsenpraktijk van de huisarts. De huisarts heeft in 
2017 de huisartsenpraktijk overgenomen van haar voorganger, die in 2012 bij klaagster de diagnose 
depressie had gesteld.

3.3   Op 1 maart 2019 heeft klaagster telefonisch contact opgenomen met de huisartsenpraktijk. Zij 
heeft toen de assistente aan de telefoon gekregen. De assistente heeft naar aanleiding van dit 
contact in het dossier van klaagster genoteerd (alle citaten voor zover van belang en letterlijk 
weergegeven):

“plotseling opgestaan met ergedraaiduizeligheid,misslijk,geen dubbelzien,geenpob,geen koorts, wel 
wat transpireren,geenuitval,praat goed,helder,geenhoofdpijn.al eenpaar nachten slecht 
geslapen,gevoel van braken.”

3.4   Op basis van de verkregen informatie heeft de huisarts vervolgens op 1 maart 2019 de 
waarschijnlijkheidsdiagnose Benigne Paroxismale Positie Duizeligheid (BPPD) bij klaagster gesteld.

3.5  Op 22 mei 2019 is in het dossier van klaagster genoteerd:
“Subjectief  Ongeclassificeerd INeens uitslag in de hals jeukt flink,desloratadine doet
niks, is niet echt gekendmet eczeem, het schilfert, heeft geen andereketting/ creme gebruikt, niks 
opgekomen, heeftkoelzalf gehaald brandde erop
Objectief   Ongeclassificeerd streperige schilferend iets erythemateuze uitslagin de hals
gaat bijna helemaal rond, niet bij CWK Evaluatie   Ongeclassificeerd eczeem
Plan     Ongeclassificeerd nu daktacort met vaseline smeren, over paar dagenwel weer koelzalf 
proberen
Plan     Diagnose R/15 g miconazol/hydrocort cr 2/ (2. AB)’’.

3.6   Op 21 oktober 2020 heeft klaagster een telefonisch consult bij de huisarts gehad. Onder 
“subjectief” staat op deze datum in het dossier van klaagster genoteerd: “Info:graag even bellen 
,bespreken pijn kalchten,rug ,nek hoofd, achter de oren, graag bellen,sinds 3 weken tinnitus, 
daarvoor duizeligheid,hoofdpijn op verschillende plaatsen,
knopen opdie plaatsen, pijn in nek, koorts-, hoesten-,snotteren-, maandenlang slaaptekort, 
oververmoeidgeweest, veel stress, sinds corona sprayt ze opalle producten die in huis komen 80% 
alcohol, 4dgndiclo innemen en voltarengel smeren, man massage,wil bloedprikken, ook op virussen 
gordelroos, wilnaar KNO oorsuizen moet snel weg”.

3.7   De huisarts heeft klaagster op 21 oktober 2020 naar de fysiotherapeut verwezen, 
bloedonderzoek aangevraagd, klaagster geadviseerd dagelijks te wandelen/fietsen en haar gewezen op 
de website thuisarts.nl voor wat betreft het oorsuizen. Zij heeft klaagster medegedeeld dat zij op 
het spreekuur moest komen nadat bij haar bloed was afgenomen. Als waarschijnlijkheidsdiagnose heeft 
de huisarts spanningshoofdpijn in het dossier van klaagster genoteerd.

3.8   Nadat klaagster de uitslag van het bloedonderzoek had ontvangen, heeft zij telefonisch 
contact opgenomen met de huisartsenpraktijk voor het maken van een afspraak.

3.9  Op 30 oktober 2020 is in het dossier van klaagster genoteerd:
“Plan     Ongeclassificeerd Van:LAB ,in [plaatsnaam] laten prikkenlab varicella zoster
IG positief; ze heeft ooitgordelroos/ waterpokken gehad niet te zeggenwanneer, er zijn nu 
beschermende stoffen in hetbloed aanwezig
Plan     Doorverwijzing’’.

3.10  Op 2 november 2020 heeft klaagster een (dubbel)consult gehad bij een waarnemend huisarts 
(hierna: de waarnemend huisarts). Klaagster wilde vanwege haar klachten gelijktijdig worden 
verwezen naar de neuroloog en de KNO-arts. De waarnemend huisarts heeft klaagster op 2 november 
2020 uitsluitend naar de KNO-arts verwezen. In de verwijsbrief aan de KNO-arts staat onder meer 
vermeld:
“           al langer tinnitus klachten linkeroor, gebruikt chronisch neusspray zonder
Reden van      effect, alsof er een trein door het oor
verwijzing,      raast, non stop en hoofdpijn, gehoor vraagstelling      goed, neurol global zonder 
afw, graag
uw verdere diagnostiek


Journaal

Overige       ziejournaal journaalinformatie

(S) - [naam waarnemend huisarts]: patiente komt met een lijst aan klachten en eist twee
verwijzingen naar de KNo arts en naar de neuroloog maar weet niet naar welke. Heeft een arts 
geraadpleegd in
het [naam ziekenhuis] Dr [naam arts] een professor die zegtdat ze naar allebei de specialismen
tegelijk moet. Heeft lang gewacht met komen naar de Ha vanwege angst voor covid. ziekte beloop: 
september bulten nek en hoofd. oktober hard geluid continue in het linkeroor. Vertelt ook dat ze in 
2019 draaiduizelig is geweest met verlammingen.
deelcontact      (0) - Rr 180/100 mm Hg ( boos) KNo 02-11-2020      ADs gave Tv HZ lobaal intact
coordinatie kracht gevoel gang geen afw
(E) - tinnitus
(P) - Dd tinnitus, hoofdpijn, geen manueel therapie gedaan, neusspray continue gebruikt, eerste vwb 
KNo arts maken patiente belt door naar welk ziekenhuis ze wilt gaan, verlaat de spreekkamer zeer boos op mij omdat ik de verwijsbrieven liever een voor een maak, ik denk dat het meer zin heeft de specialisten een voor een dan 
tegelijkertijd raad te plegen

deelcontact      (S) - [naam waarnemend huisarts] : tc ( (…): echtgenoot 02-11-2020      
terugbellen [telefoonnummer])

(S) - echtgenoot:wil een verwijzing naar kno-arts in [naam ziekenhuis], dr. [naam arts]. Hoe 
krijgen ze de verwijsbrief? Hoe horen ze iets over de afspraak? Al aan de huisarts doorgegeven om 
terug gebeld te worden?
(P) - uitleg dat de verwijzing digitaal
deelcontact      gaat via een beveiligde site. Vanuit
02-11-2020      [plaatsnaam] komt er dan bericht of ze
haar kunnen helpen en wanneer. Toegezegd om een kopie van het zorgdomein nummer naar hun toe te 
mailen. Gevraagd of er vanuit de zorgverzekering toestemming is om hiernaar toe te gaan -> mevr. 
moet hierheen en zal dit dan verder met de verzekering regelen. Huisarts nog niet terug gezien maar 
ik zal het doorgeven.

(S) - echtgenoot eist teruggebeld te
deelcontact      worden door de huisarts. Gaat haar
02-11-2020      anders helemaal door de mangel trekken. Hun zijn de klant.

(…)


Contra-indicaties   DEPRESSIE
m.b.t. medicatie

Met collegiale groet,
Verwezen door: [naam van een andere waarnemend huisarts]
Uit naam van: [naam waarnemend huisarts]”.

3.11  Op 28 februari 2021 heeft klaagster de huisarts een brief geschreven, waarin klaagster haar 
heeft verzocht om vier onjuistheden en vier omissies in het dossier van klaagster te verwijderen 
dan wel te corrigeren en aan te vullen, waarbij de datum van de aantekening in het dossier is 
vermeld. Verder heeft klaagster de huisarts verzocht een verwijsbrief uit het dossier van klaagster 
te verwijderen en andere verwijsbrieven inhoudelijk met klaagster te delen. Klaagster heeft in haar 
brief vermeld dat de huisarts een maand heeft om de gevraagde aanpassingen door te voeren.

3.12  Op 31 maart 2021 hebben klagers de huisarts een brief geschreven, waarin staat vermeld dat 
zij voornemens zijn zich te laten uitschrijven uit de huisartsenpraktijk. Verder staat in de brief 
vermeld dat de huisarts de verzochte aanpassingen in het dossier nog niet heeft doorgevoerd en dat 
klagers de huisarts dringend verzoeken om dit alsnog binnen één week na dagtekening van de brief te 
doen.

3.13  Op 6 april 2021 heeft de huisarts over onder andere het consult op 2 november 2020 bij de 
waarnemend huisarts onder meer in het dossier van klaagster genoteerd:
“Het consultheeft meer dan 30minuten geduurd, ook na allevolgende telefoontjes van mevr en 
dhrschreeuwend naar de assistente en dr [naam waarnemend huisarts] daarnadie dag. Ook verscheidene 
over de spoedlijn; ditis ongeoorloofd gebruik van de spoedlijn; deze isvoor levensbedreigende 
situaties en niet voorwensen en ontevredenheid van een patient. dit isaan dhr en mevr uitgebreid 
gemeld. desondanksbleven ze op de spoedlijn bellen”.

3.14  Op 21 april 2021 heeft klaagster de huisarts een brief geschreven, waarin klaagster haar 
heeft verzocht om veertien contactreferenties te verwijderen dan wel daarin aanpassingen te doen.

3.15  Op 23 april 2021 heeft de huisarts onder “subjectief” in het dossier van klaagster genoteerd:
“mevr geeft aan dat ze niet verscheidene keren opde spoedlijn hebben gebeld op 2-11-20, datde 
consultatie van mevr niet meer dan30minuten heeft geduurd. Dat er emotie in hetconsult voorkomt; 
wat geen medische informatie isen daarom niet in het dossier vermeld magworden”.

3.16  Onder “plan’’ heeft de huisarts op 23 april 2021 in het dossier van klaagster genoteerd:
“De assistente wijst een patient er ALTIJD opdat iemand bij bellen op de spoedlijn naar hetgewone 
praktijknummer moet bellen als het geenspoed betreft. dhr (die op dat moment niet debetreffende 
patient was) belde op de spoedlijn entoen de assistente aangaf dat mevr hierzelf voor moet bellen 
werd hij boos. hij wildenu de dokter spreken, de dokter moest nu degeeiste verwijzingen schrijven voor zijn vrouw.mevr kon niet aan de telefoon komen. Mevr waseerder in de ochtend ook in staat zelf opconsultatie bij de dokter te komen. Er is bij dede eerste keer bellen op de spoedlijn aangegevendat er voor deze zaken op de gewone lijn gebelddient 
te worden. in het 2de telefoontje op de spoedlijn is het nog explicieter aangegeven. Deassistente 
gaf toen ook aan dat de dokter opvisite was en niet aan de lijn kon komen. Dhr wasdegene die de 2de 
keer weer belde op de spoedlijn.Hij zei ook dat de assistente de dokter nu maar opvisite moest 
bellen daar is de dokter ooktelefonisch bereikbaar, dit moet nu geregeldworden. Ik noem 2x bellen 
op de spoedlijnverscheidene keren; Woordenboek Van dale zegt overhet woord verscheidene= vele; meer 
dan een!.Overigens is het strafbaar om de spoedlijnoneigenlijk te gebruiken, en al helemaal 
geziendit 2x is gebeurd en aangegeven. Daarnaast betreftdit geen spoed en dient de patient en 
familieledenzich correct naar ons te gedragen. Wij hebben ookhuisregels waar patienten zich aan 
dienen tehouden. Een dokterkan niet binnen 10minuten een anamnese afnemen,uitgebreid lichamelijk 
onderzoek doen en het inhet dossier vermeld hebben; dus dat u zegt dat deconsultatie van 2-11-20 
minder dan 10minuten heeftgeduurd klopt niet.
Daarnaast; Consultatietijd vanonze zorgverleners gaat over de tijd opgeteld vanconsult op spreekuur 
en verwerken hiervan,consultatie aan de balie, telefoontjes van dhr enmevr naar doktersassistente 
en dokter [naam waarnemend huisarts] en hetverwerken van dit alles in het dossier en nog hetmaken 
van de verwijsbrief; dit heeft allemaalsamen meer dan 30 minuten geduurd, u contact metons gaat 
allemaal over medische consultatie; wijzijn een huisartspraktijk =zorgverlenersinstelling. Een 
emotie en gedrag ispsychische (=medische) informatie. de correctiesop uw verzoek vandaag toegepast 
hebbem mij weer>30minuten gekost. U verdoet met al uw mails enverzoeken onze kostbare schaarse 
zorgverlenerstijddie we daardoor niet aan zorg van onze patientenkunnen besteden. Ik ben hier niet 
van gediend enverzoek u dringend een andere huisarts te zoeken,er is wederzijds geen vertrouwen”.

3.17  Op 15 september 2021 hebben klagers een vijftien pagina’s tellende brief aan de huisarts 
geschreven. Daarin staat onder meer vermeld dat een aantal verzoeken om aanpassingen in het dossier 
aan te brengen, nog niet waren opgevolgd en dat de huisarts na de verzoeken ongevraagd, zonder 
toestemming van klaagster en onbevoegd gegevens heeft toegevoegd aan het dossier zonder dat sprake 
was van een consult. Het dossier van klaagster heeft de huisarts volgens klagers als 
correspondentieplatform gebruikt. Klagers hebben de huisarts in hun brief verzocht om de eerder 
verzochte correcties en verwijderingen alsnog uit te voeren, de nieuwe referenties of toevoegingen 
te corrigeren dan wel te verwijderen en nog andere correcties door te voeren.

3.18  De huisarts heeft op 16 september 2021 in het dossier van klaagster genoteerd:
“>20 min bezig geweest met het lezen van de mail, Voor beantwoorden van vragen/ wijzigen hebben we 
per keer een maand de tijd. Dhr en mevr dienen een andere huisarts te zoeken en te stoppen met deze 
tijdrovende verwijtende nutteloze correspondentie op ons mailadres; mevrouw begrijpt blijkbaar niet 
waarvoor wij als huisarts zijn en dat wij per probleem (er staan er meer dan 100 in de brief) 10 
minuten de tijd hebben, dit alles slaat op geen vertrouwen en bij mij is het vertrouwen ondertussen al lang weg. Deze verzoeken zijn onredelijk bezwarend en dragen niet bij aan goede zorg maar dit alles en de afgelopen jaren geven mij een medisch vermoeden van een persoonlijkheidsstoornis/ depressie bij mevr waarvoor mevr hulp dient te zoeken bij een psycholoog en psychiater”.

3.19  Op 17 september 2021 heeft de huisarts in het dossier van klaagster opgenomen:
“Sommige zaken uit dossier verwijderd, Overleg artseninfo: Deze 15 pagina’s tellende mail met 
verzoeken tot correcties en verwijderingen uit het dossier zijn een onredelijk verzoek tot 
vernietigen en correcties in het dossier, dit is geen toevoegende zorg die ik als huisarts lever en 
gaat over uw visie en hier hoef ik niet aan te voldoen, het staat u vrij om het hele dossier te 
laten
vernietigen, mevr dient in haar eentje op het spreekuur te komen en we hebben max 20minuten de tijd 
om 1 of 2 zaken uit het dossier te bespreken; u dient de meest urgente zaken uit te zoeken en het 
moet een gesprek zonder verwijten en met respect zijn anders beeindig ik het gesprek”.

3.20  Klaagster is niet bij de huisarts op consult geweest om haar verzoek om aanpassingen in het 
dossier aan te brengen, te bespreken. De huisarts heeft gedeeltelijk voldaan aan de verzoeken van 
klagers om aanpassingen aan te brengen in het dossier.

4. De klacht en de reactie van de huisarts
4.1  Klagers verwijten de huisarts, heel kort samengevat:
a) handelen in strijd met de zorgplicht;
b) ongeoorloofde beïnvloeding van een opvolgende zorgverlener;
c) het plegen van smaad en laster;
d) ongeoorloofd systeemgebruik;
e) onrechtmatige weigering van verzoeken om selectieve vernietiging;
f) onzorgvuldige en onrechtmatige gegevensverwerking.


4.2   De huisarts voert verweer en heeft het college, zo begrijpt het college, verzocht de klacht 
in alle onderdelen ongegrond te verklaren.

4.3  Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
Is klager ontvankelijk in de klachtonderdelen?
5.1   Het college zal eerst moeten beoordelen of klager in zijn klacht kan worden ontvangen. In 
artikel 65 lid 1 sub a van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) is 
bepaald dat een klacht aanhangig kan worden gemaakt door een rechtstreeks belanghebbende. Om als 
rechtstreeks belanghebbende te kunnen worden aangemerkt, dient sprake te zijn van een concreet 
eigen belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. Klager heeft 
ten aanzien van de a, b, d, e en f geen concreet eigen belang (gesteld). Het betreft klachten die 
uitsluitend zien op dan wel verband houden met de zorgverlening aan klaagster. Dat betekent dat 
klager niet-ontvankelijk is in zijn klacht als het gaat om de klachtonderdelen a, b, d, e, en f.

5.2   Dat is anders waar het gaat om klachtonderdeel c, voor zover het ziet op het verwijt dat de 
huisarts valselijk in het dossier heeft genoteerd dat klager de spoedlijn bleef bellen, ondanks dat 
daarvan iets was gezegd, dat klager naar de assistente en de waarnemend huisarts heeft geschreeuwd 
en voor zover het erop ziet dat de huisarts in het dossier van klaagster heeft gesuggereerd dat 
klager psychisch niet in orde zou zijn. Klager kan in zoverre wel in klachtonderdeel c worden 
ontvangen. Wat betreft de hiervoor genoemde onderdelen ziet het klachtonderdeel namelijk op 
handelen of nalaten in strijd met de zorg die de huisarts behoort te betrachten ten opzichte van 
klager als echtgenoot (en dus naaste betrekking) van klaagster. Deze onderdelen zullen daarom ook 
wat betreft het belang van klager inhoudelijk worden beoordeeld.

Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.3   De vraag is of de huisarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm 
daarvoor is die van een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling wordt 
rekening gehouden met de voor de huisarts geldende beroepsnormen en andere professionele 
standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen is niet altijd genoeg voor het 
maken van een tuchtrechtelijk verwijt. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen 
tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.

Klachtonderdeel a) handelen in strijd met de zorgplicht
5.4   Volgens klaagster heeft de huisarts onvoldoende onderzoek gedaan tijdens twee telefonische 
consulten. Het betreft het telefonisch consult op 1 maart 2019 dat klaagster met de assistente 
heeft gehad en waarbij de huisarts is geraadpleegd en het telefonisch consult op 21 oktober 2020 
dat klaagster met de huisarts heeft gehad. Tijdens het consult op
1 maart 2019 is volgens klaagster bovendien de NHG-standaard Duizeligheid niet gevolgd en tijdens 
het consult op 21 oktober 2020 is volgens klaagster de NHG-standaard Hoofdpijn niet gevolgd. In het 
verlengde hiervan verwijt klaagster de huisarts dat zij tijdens de consulten een incomplete dan wel 
verkeerde diagnose heeft gesteld. De huisarts betwist dat zij onvoldoende onderzoek heeft gedaan, 
dat zij de NHG-standaarden niet heeft gevolgd en dat zij incomplete en/of onjuiste diagnoses heeft 
gesteld.

5.5   Het college stelt voorop dat het contact met de assistente op 1 maart 2019 een triagecontact 
betreft waarop de NHG-triagewijzer van toepassing is. Het college stelt aan de hand van de notitie 
die hiervan in het dossier is gemaakt, vast dat de klachten van klaagster door de assistente goed 
zijn uitgevraagd. Bij het uitvragen van die klachten is ook aan de orde geweest of klaagster 
uitvalverschijnselen had. In de notitie die naar aanleiding van dit contact is gemaakt, is namelijk 
vermeld “geen uitval”. Dat dit in weerwil van hetgeen uit het dossier blijkt, lukraak dan wel ten onrechte is genoteerd zoals klaagster stelt, kan het college niet vaststellen. Het uitgangspunt is dat het college uitgaat van de juistheid van de notities in het medisch dossier. Klaagster heeft geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht op basis 
waarvan kan worden geconcludeerd dat de assistente ten onrechte, hoewel zij daar niet naar heeft 
gevraagd, heeft genoteerd dat geen sprake was van verlammingsverschijnselen. Ook heeft klaagster 
geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht op basis waarvan kan worden aangenomen dat zij 
heeft gezegd dat ze wél uitvalverschijnselen had. Ook het verwijt dat de huisarts het contact met 
klaagster, ten onrechte zo begrijpt het college, aan de assistente heeft overgelaten, treft geen 
doel. Uit het dossier blijkt dat de assistente overleg heeft gevoerd met de huisarts. Daar komt bij 
dat de door klaagster gemelde klachten niet vergden dat de huisarts klaagster op dat moment zelf 
zou spreken of zien. Het college heeft geen aanleiding om te veronderstellen dat de huisarts bij de 
beoordeling van de door klaagster (via de assistente) gepresenteerde klachten niet conform de 
NHG-triagewijzer heeft gehandeld en dat zij met de conclusie draaiduizeligheid in plaats van de 
diagnose “draaiduizeligheid + verlamming” onvolledig is geweest.
Volledigheidshalve merkt het college op dat de NHG-standaard Duizeligheid op dit triagecontact niet 
van toepassing was.

5.6   Voor het telefonisch consult op 21 oktober 2020 geldt dat niet kan worden geconcludeerd dat 
de huisarts onvoldoende onderzoek heeft verricht en dat zij de
NHG-standaard Hoofdpijn niet heeft gevolgd. Blijkens de van dit consult gemaakte notitie, heeft de 
huisarts een zorgvuldige anamnese afgenomen. Op basis van de door klaagster gepresenteerde klachten 
kon de (waarschijnlijkheids-)diagnose spanningshoofdpijn worden gesteld. Dat klaagster de hoofdpijn 
omschrijft als “repeterende, stekende pijnscheuten” doet daaraan niet af. Stekende pijnscheuten 
kunnen passen bij spanningshoofdpijn. Het stellen van een verkeerde of onvolledige diagnose is dus 
niet aan de orde. De huisarts heeft gezegd dat klaagster op het spreekuur moest komen en zij heeft 
een overbruggingsadvies gegeven dat passend is bij de door klaagster gepresenteerde klachten. 
Daarmee heeft de huisarts gehandeld conform de NHG-Standaard Hoofdpijn.

5.7   Dit klachtonderdeel is daarom ongegrond ten aanzien van beide contacten. Voor zover klaagster 
in de sleutel van dit klachtonderdeel (de opsomming onder dit klachtonderdeel in het klaagschrift 
vanaf 4 tot en met 11) meer of andere volgens haar tuchtrechtelijk verwijtbare gedragingen noemt, 
behoeven deze hier geen afzonderlijke bespreking, omdat deze bij de bespreking van andere 
klachtonderdelen aan de orde komen.

Klachtonderdeel b) ongeoorloofde beïnvloeding van een opvolgende zorgverlener
5.8   Klachtonderdeel b houdt het volgende in. Klaagster verwijt de huisarts het medeplegen van 
ongeoorloofde beïnvloeding van een opvolgend zorgverlener. Volgens klaagster heeft de waarnemend 
huisarts, die haar naar de KNO-arts heeft verwezen, met de huisarts afgestemd over het 
verwijzingsbeleid, de inhoud van de verwijsbrief en over het besluit van de waarnemend huisarts om 
haar niet gelijktijdig ook naar de neuroloog te verwijzen. De huisarts betwist dat zij inhoudelijk betrokken is geweest bij de verwijzing naar de KNO-arts en meer in het bijzonder bij de inhoud van de verwijsbrief.

5.9   Dit klachtonderdeel is ongegrond. Het staat vast dat de verwijsbrief voor de KNO-arts is 
opgesteld door de waarnemend huisarts. De waarnemend huisarts is verantwoordelijk voor de inhoud 
van de verwijsbrief. Klaagster heeft geen feiten of omstandigheden aangedragen op basis waarvan zou 
kunnen worden geconcludeerd dat de inhoud van de verwijsbrief ook aan de huisarts is toe te 
schrijven. De huisarts kan dan ook niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden voor de 
inhoud van deze brief. Alleen al hierom kan dus niet worden geoordeeld dat sprake is van 
ongeoorloofde beïnvloeding van een opvolgend zorgverlener door de huisarts. De overige verwijten 
die klaagster de huisarts in dit verband maakt, te weten het afstemmen over het verwijzingsbeleid 
en de weigering om klaagster gelijktijdig zowel naar de KNO-arts als naar de neuroloog te 
verwijzen, behoeven geen bespreking. Deze verwijten kunnen gelet op de inhoud daarvan hoe dan ook 
niet het oordeel dragen dat sprake is van ongeoorloofde beïnvloeding van een opvolgend zorgverlener 
door de huisarts.

Klachtonderdeel c) het plegen van smaad en laster
5.10  Dit klachtonderdeel houdt het volgende in. Klagers verwijten de huisarts dat sprake is van 
lasterlijke dossiervorming ten aanzien van klager, omdat de huisarts valselijk in het dossier heeft 
genoteerd dat hij op de spoedlijn bleef bellen ondanks dat door de assistente is gezegd dat de 
spoedlijn daarvoor niet is bedoeld. Ook heeft de huisarts volgens klagers valselijk in het dossier 
genoteerd dat klager tegen de assistente en tegen de waarnemend huisarts heeft geschreeuwd. Verder 
verwijten zij de huisarts dat zij in het medisch dossier van klaagster heeft gesuggereerd dat 
klager psychisch niet in orde is. Hiernaast verwijt klaagster de huisarts het medeplegen van het 
opmaken van een smadelijke verwijsbrief en smadelijke dossiervorming. Wat betreft de dossiervorming 
is deze volgens klaagster, zo begrijpt het college, in algemene zin smadelijk en specifiek ten 
aanzien van de in het klaagschrift genoemde referentiecontacten, alsook wat betreft de door de 
huisarts op 16 en 17 september 2021 verwerkte gegevens. Ten slotte stelt klaagster zich op het 
standpunt dat de door de huisarts op 16 september 2021 in het medisch dossier geplaatste notitie 
over de geestelijke gezondheid van klaagster, lasterlijk is. De huisarts betwist dat zij smadelijk 
dan wel lasterlijk heeft gehandeld.

5.11  Het college bespreekt eerst het klachtonderdeel voor zover het ziet op het belang van klager. 
Het staat vast, want de huisarts heeft dat erkend, dat de huisarts naar aanleiding van door haar 
van de waarnemend huisarts en de assistente ontvangen informatie, in het dossier heeft genoteerd 
dat klager op de spoedlijn bleef bellen en dat hij heeft geschreeuwd tegen de waarnemend huisarts 
en de assistente. Wat er ook zij van de juistheid van deze notities, zelfs als het college 
veronderstellenderwijs ervan uit zou gaan dat deze notities niet juist zijn, levert dat geen laster 
op. Laster is het opzettelijk verspreiden van een valse beschuldiging om iemands reputatie te 
schaden, waarbij de dader weet dat de beschuldigingen onwaar zijn. Nog los van het feit dat het 
college niet kan vaststellen dat de huisarts opzettelijk een notitie in het dossier heeft gemaakt waarvan ze weet dat deze niet waar is – klagers hebben namelijk geen feiten of omstandigheden aangedragen die dit oordeel kunnen dragen, terwijl de huisarts stelt dat zij de informatie heeft genoteerd die zij van de assistente en de 
waarnemend huisarts heeft verkregen - geldt dat het college ook geen aanknopingspunt heeft om te 
veronderstellen dat de huisarts hiermee de reputatie van klager heeft willen schaden. Hetzelfde 
geldt ten aanzien van het - in reactie op het verzoek van klaagster om de notitie over het bellen 
op de spoedlijn en het schreeuwen te verwijderen
- noteren “een emotie en gedrag is psychische (=medische) informatie". Deze opmerking, wat hiervan 
verder ook zij, kwalificeert niet als een beschuldiging. Afgezien daarvan kan het college niet 
vaststellen dat de huisarts deze notitie heeft gemaakt om de reputatie van klager te schaden. In 
zoverre is dit klachtonderdeel ongegrond.

5.12  Smaad betreft het opzettelijk de eer of goede naam van een ander aantasten door een concrete 
beschuldiging te uiten met het doel daar ruchtbaarheid aan te geven. Onder
5.9 is al geoordeeld dat niet kan worden vastgesteld dat de huisarts op enigerlei wijze betrokken 
is geweest bij het opmaken van de verwijsbrief. In het verlengde hiervan kan dan ook niet worden 
geconcludeerd dat de huisarts op dit punt smadelijk heeft gehandeld. Voor de gestelde smadelijke 
dossiervorming geldt het volgende. Klaagster heeft heel duidelijk gemaakt dat zij het volstrekt 
oneens is met de door de huisarts in het medisch dossier gemaakte notities naar aanleiding van (de 
gang van zaken rondom) het consult bij de waarnemend huisarts en met de overige notities zoals door 
haar in het klaagschrift in verband met dit klachtonderdeel genoemd. Dit betekent echter niet dat 
die notities smadelijk zijn dan wel dat het in het dossier laten staan van notities (na 
verwijdering uit het dossier van de verwijsbrief) smadelijk is. Er zijn in het geheel geen feiten 
of omstandigheden naar voren gebracht op basis waarvan het college kan concluderen dat de huisarts 
met deze notities opzettelijk de eer of goede naam van klaagster heeft aangetast. Er zijn geen 
beschuldigingen jegens klaagster geuit, laat staan dat dit is gebeurd met het doel daar 
ruchtbaarheid aan te geven.

5.13  Tot slot kan de notitie die de huisarts op 16 september 2021 heeft gemaakt over de 
geestelijke gezondheid van klaagster niet als lasterlijk worden gekwalificeerd. Het college 
begrijpt dat deze notitie, die is gemaakt zonder dat klaagster in verband met haar geestelijke 
gezondheid een hulpvraag bij de huisarts heeft neergelegd, klaagster onwelgevallig is. Dit betekent 
echter niet dat sprake is van lasterlijke dossiervorming. Ook hier geldt dat geen sprake is van een 
situatie waarin de huisarts opzettelijk een valse beschuldiging heeft verspreid om de reputatie van 
klaagster te schaden. Feiten of omstandigheden die deze conclusie kunnen rechtvaardigen heeft 
klaagster niet aangedragen. Ook in zoverre is dit klachtonderdeel ongegrond.

Klachtonderdeel d) ongeoorloofd systeemgebruik
5.14  Dit klachtonderdeel houdt het volgende in. Klaagster verwijt de huisarts dat zij de 
gelegenheid heeft gegeven tot misbruik van het elektronisch systeem van de huisartsenpraktijk. De 
huisarts heeft volgens klaagster onvoldoende geïnstrueerd tegen en gewaakt voor het misbruik van UZI-passen. Hierin is de huisarts volgens klaagster zodanig tekortgeschoten dat het gebruik van de UZI-pas van een ander kennelijk vanzelfsprekend en geoorloofd was. De huisarts betwist dat sprake is geweest van misbruik van het elektronisch 
systeem. In het verlengde hiervan betwist zij ook dat zij onvoldoende heeft geïnstrueerd tegen en 
gewaakt voor het misbruik van UZI-passen.

5.15  Dit klachtonderdeel is ongegrond. Het college stelt voorop dat het technisch mogelijk is om 
zonder gebruik te maken van een UZI-pas toegang te verkrijgen tot de systemen waarmee huisartsen 
werken. Die toegang kan ook worden verkregen door gebruik te maken van een (waarnemers)code. In dit 
geval is niet komen vast te staan dat de waarnemend huisarts door middel van het gebruik van een 
UZI-pas van een collega toegang heeft verkregen tot het elektronisch systeem. Afgezien daarvan 
geldt dat het college, ongeacht of de waarnemend huisarts door middel van een waarnemerscode of 
door middel van de UZI-pas van een collega toegang heeft verkregen tot het elektronisch systeem, 
niet kan vaststellen dat sprake was van misbruik van het systeem. De huisarts heeft onweersproken 
gesteld dat de waarnemend huisarts met haar eigen account geen toegang verkreeg tot het systeem. 
Ook heeft de huisarts onweersproken gesteld dat de waarnemend huisarts het account van een collega 
heeft gebruikt om aan klaagster zorg te kunnen verlenen, waaronder het opstellen van een 
verwijsbrief. Bij deze stand van zaken kan niet worden volgehouden dat sprake was van misbruik van 
het elektronisch systeem. In het verlengde hiervan kan de huisarts als praktijkhouder dan ook niet 
worden verweten dat zij onvoldoende heeft geacteerd om het gestelde misbruik tegen te gaan.

Klachtonderdeel e) onrechtmatige weigering van verzoeken om selectieve vernietiging
5.16  Dit klachtonderdeel ziet op het verzoek tot selectieve vernietiging dat klaagster bij brief 
van 28 februari 2021 heeft gedaan en op de gang van zaken daarna. Klaagster verwijt de huisarts dat 
zij geen gehoor heeft gegeven aan dit eerste verzoek, althans dat zij dit verzoek niet volledig 
heeft uitgevoerd. Ook verwijt klaagster de huisarts dat zij naar aanleiding van herhaalde verzoeken 
van klaagster om alsnog volledig uitvoering te geven aan het verzoek om selectieve vernietiging, 
ook de discussie die in dit kader tussen klaagster en de huisarts is ontstaan in het medisch 
dossier heeft opgenomen en, ondanks verzoek daartoe van klaagster, niet heeft verwijderd. Verder 
verwijt klaagster de huisarts dat zij gepoogd heeft haar te misleiden en dat zij klaagster ten 
onrechte voor de keuze heeft gesteld slechts een of twee verzoeken om vernietiging te bespreken óf 
het gehele medisch dossier te laten vernietigen. Ook verwijt klaagster de huisarts dat zij door 
aldus te handelen een ordentelijke dossieroverdracht naar een andere huisarts heeft belemmerd. Tot 
slot verwijt klaagster de huisarts dat zij heeft geweigerd twee verwijsbrieven en een “aanvullend 
deel verwijsbrief” aan haar te verstrekken.

5.17  De huisarts bestrijdt dat zij het verzoek tot selectieve vernietiging heeft geweigerd. 
Volgens de huisarts betrof het een complex verzoek, waarover zij contact heeft opgenomen met de 
KNMG. Zij heeft op een zorgvuldige wijze aan het verzoek willen voldoen, maar dit heeft geleid tot 
nieuwe verzoeken. Een complicerende factor daarbij is geweest dat het dossier, zoals dat voor klaagster zichtbaar was in het patiëntenportaal, niet exact hetzelfde is als het dossier zoals de huisarts dat in beeld kreeg. Dit heeft, zonder dat de huisarts dat volgens haar te verwijten valt, ertoe geleid dat notities die door huisarts waren verwijderd en voor haar 
niet meer zichtbaar waren, in het patiëntenportaal wel nog zichtbaar waren, hetgeen tot ongenoegen 
bij klaagster en tot nieuwe verzoeken heeft geleid. Om die reden heeft de huisarts klaagster, na 
advies van de opnieuw door haar geraadpleegde KNMG, uitgenodigd op het spreekuur om gezamenlijk het 
dossier door te lopen en meteen aan de wens van klaagster te voldoen. De huisarts meent dat de 
jurisprudentie van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg over het recht op selectieve 
vernietiging bijstelling behoeft. Deze strookt niet met de geest van de wet en heeft onvoldoende 
oog voor de uitvoeringsproblemen waarmee de zorgverlener in de praktijk wordt geconfronteerd, aldus 
nog steeds de huisarts.

5.18  Het college stelt aan de hand van het dossier vast dat het eerste verzoek om selectieve 
vernietiging bij brief van 28 februari 2021 is gedaan. In die brief heeft klaagster verzocht om 
vier onjuistheden en vier omissies in het dossier te verwijderen dan wel te corrigeren en aan te 
vullen, waarbij de datum van de aantekening in het dossier is vermeld. Verder heeft klaagster de 
huisarts verzocht een verwijsbrief uit het dossier van klaagster te verwijderen en andere 
verwijsbrieven inhoudelijk met klaagster te delen. Het college stelt vast dat klaagster in deze 
brief concreet noemt wat volgens haar onjuist is, waar volgens haar sprake is van een omissie, van 
welke notities zij verwijdering verlangt en van welke notities zij aanpassing wenst. Het staat vast 
dat de huisarts aan dit verzoek geen volledige uitvoering heeft gegeven. Ook staat vast dat de 
huisarts in dit verband geen beroep heeft gedaan op de in artikel 7:455 lid 2 van het Burgerlijk 
Wetboek genoemde uitzonderingen. Klaagster heeft vervolgens herhaaldelijk gerappelleerd. Vervolgens 
is een discussie ontstaan tussen klaagster en de huisarts, waarbij de huisarts haar visie op de 
verzoeken van klaagster, haar onvrede hierover en haar wens dat klaagster een andere huisarts zou 
zoeken in het medisch dossier van klaagster heeft genoteerd. Dit heeft vervolgens weer geleid tot 
verzoeken van klaagster tot verwijdering van díe notities.

5.19  Het college ziet in hetgeen door de huisarts is aangevoerd geen aanleiding om op dit punt in 
afwijking te oordelen van de rechtspraak van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, die 
kort gezegd inhoud dat een verzoek als bedoeld in artikel 7:455 BW betrekking kan hebben op een 
deel van een dossier, waarbij te denken valt aan een woord, een zinsnede, een alinea of bepaald 
onderdeel (zoals een brief). Het oorspronkelijke verzoek was overzichtelijk en concreet, zodat niet 
kan worden volgehouden dat het van de huisarts redelijkerwijs niet kon worden gevergd om hieraan 
gevolg te geven. Daarna is weliswaar een onoverzichtelijke situatie ontstaan, maar het college kan 
niet anders dan vaststellen dat het feit dat de huisarts het medisch dossier als platform heeft 
gebruikt om te reageren op het oorspronkelijke verzoek en de daaropvolgende verzoeken mede debet 
hieraan is geweest. Dit terwijl dergelijke communicatie c.q. correspondentie juist niet in het 
medisch dossier thuishoort. Het college verwijst naar de KNMG-richtlijn “Omgaan met medische 
gegevens”.

5.20  Overigens neemt het college wel aan dat sommige verwijderingen die de huisarts wel heeft 
doorgevoerd niet op diezelfde manier voor klaagster zichtbaar waren. Dergelijke (technische) 
onvolkomenheden in het digitale portaal die hiertoe leiden, zijn de huisarts niet te verwijten. 
Klaagster stelt in dit verband weliswaar dat de huisarts haar heeft geprobeerd te misleiden, maar 
die stelling is niet onderbouwd. Het college heeft geen reden om te veronderstellen dat de huisarts 
op de ene plek gegevens heeft verwijderd om de indruk te wekken dat ze gehoor heeft gegeven aan het 
verzoek, om die gegevens vervolgens op een andere plaats in het dossier op te nemen.

5.21  Nadat zij al geruime tijd schriftelijk hadden gecommuniceerd over de verwijderingsverzoeken, 
heeft de huisarts klaagster op enig moment uitgenodigd op het spreekuur om de 
verwijderingsverzoeken te bespreken. Dat was verstandig. De huisarts heeft evenwel ten onrechte de 
voorwaarde gesteld dat klaagster alleen naar het spreekuur moest komen. Hetzelfde geldt voor het 
feit dat de huisarts klaagster voor de keuze heeft gesteld om één of twee vernietigingsverzoeken te 
bespreken ofwel het gehele medisch dossier te laten vernietigen. Hoewel blijkens de notities in het 
dossier duidelijk is dat de verstandhouding tussen de huisarts en klaagster ernstig verstoord is 
geraakt en de huisarts herhaaldelijk aan klaagster heeft laten weten dat zij beter een andere 
huisarts kon zoeken, moet het college concluderen dat het niet uitvoeren van het oorspronkelijke 
verzoek, geformuleerd in de brief van 28 februari 2021 en de wijze waarop vervolgens de 
communicatie hierover via het medisch dossier heeft plaatsgevonden, hieraan in de weg heeft 
gestaan. Voor zover in de stellingen van klaagster besloten zou liggen dat de huisarts dit 
moedwillig heeft gedaan, volgt het college klaagster hierin niet. Het is duidelijk dat de 
frustratie (ook) bij de huisarts hoog was opgelopen, maar het college heeft geen aanleiding om te 
veronderstellen dat de huisarts moedwillig de overstap naar een andere huisarts heeft belemmerd. 
Integendeel. Nog los van het feit dat de huisarts zelf ook herhaaldelijk heeft laten weten dat 
klaagster beter een andere huisarts kon zoeken, geldt dat zij blijkens de notities in het dossier 
herhaaldelijk contact heeft gehad met de KNMG om advies in te winnen over hoe om te gaan met de 
verzoeken van klaagster.

5.22  Ten slotte stelt het college vast dat de huisarts niet heeft weersproken dat zij geen gehoor 
heeft gegeven aan het verzoek om twee verwijsbrieven en een “aanvullend deel verwijsbrief” te 
verstrekken. Volgens de huisarts staan deze in het digitale dossier van de patiënt en als dat niet 
zo is kunnen dergelijke gegevens via de assistente worden opgevraagd. Het college volgt de huisarts 
op dit punt niet. In het geval de betreffende verwijsbrieven in het digitale dossier van klaagster 
staan, dan had het in de rede gelegen dat de huisarts klaagster hierover zou informeren en zou 
nagaan of zij desondanks nog verstrekking hiervan wenste. Dit is niet gebeurd. Voor zover het 
college heeft kunnen nagaan, is niet op dit verzoek van klaagster gereageerd. Dat had wel gemoeten. 
De stelling dat klaagster hiervoor bij de assistente had moeten zijn, is onjuist.

5.23  De conclusie van het voorgaande is dat dit klachtonderdeel gegrond is.

Klachtonderdeel f) onzorgvuldige en onrechtmatige gegevensverwerking
5.24  Met dit laatste klachtonderdeel verwijt klaagster de huisarts onzorgvuldige dossiervorming. 
Volgens klaagster heeft de huisarts onjuiste diagnoses verwerkt door het niet volgen van de 
NHG-standaard Draaiduizeligheid en de NHG-standaard Hoofdpijn. Daarnaast verwijt klaagster de 
huisarts dat haar achternaam onjuist in het dossier is vermeld en dat ten onrechte “ziekenfonds” in 
het dossier is vermeld, terwijl klaagster nimmer bij het ziekenfonds verzekerd is geweest. Verder 
verwijt klaagster de huisarts dat zij steeds nieuwe gegevens heeft verwerkt, terwijl geen sprake 
was van een hulpvraag, consult of behandelingsovereenkomst. Tot slot verwijt klaagster de huisarts 
(opnieuw) smadelijke dossiervorming en het verwerken van smadelijke en lasterlijke gegevens in haar 
dossier. De huisarts betwist dit alles.

5.25  Het college verwijst wat betreft de gestelde smadelijke dossiervorming en het verwerken van 
smadelijke en lasterlijke gegevens in het dossier, naar hetgeen hiervoor onder klachtonderdeel c is 
overwogen. Aangezien het plegen van smaad en laster niet aan de orde is, is ook geen sprake van het 
verwerken van smadelijke en lasterlijke gegevens. In zoverre is ook geen sprake van onzorgvuldige 
of onrechtmatige gegevensverwerking. Dit geldt ook voor zover de onzorgvuldige dossiervorming zou 
zijn gelegen in het verwerken van onjuiste diagnoses. Zoals hiervoor onder klachtonderdeel a is 
overwogen heeft de huisarts geen onjuiste diagnoses gesteld. Over het niet gebruiken van een umlaut 
(ö) in de achternaam van klaagster, heeft de huisarts onweersproken gesteld dat dit in het systeem 
niet mogelijk is en dat zij daarop geen invloed heeft. Ook op dit punt is dan ook geen sprake van 
onzorgvuldige en onrechtmatige gegevensverwerking door de huisarts. Dit geldt ook voor de 
vermelding “ziekenfonds” is het medisch dossier. De huisarts heeft namelijk onweersproken gesteld 
dat zij deze vermelding niet in het dossier heeft genoteerd.

5.26  Ten slotte geldt het volgende voor de verwerking van de door klaagster genoemde “nieuwe 
gegevens”. Het college stelt vast dat de in dit verband door klaagster in het klaagschrift genoemde 
referentiecontacten (die als bijlage daaraan zijn gehecht) zien op de notitie van het consult bij 
de waarnemend huisarts op 2 november 2020, de telefonische contacten die diezelfde dag en twee 
dagen later hebben plaatsgevonden met de assistente en de waarnemend huisarts en op de notities van 
contacten die daarna hebben plaatsgevonden. Voor laatstgenoemde notities geldt dat het gaat om 
notities van telefonische contacten, verzoeken van klaagster en reacties op die verzoeken van de 
huisarts. De huisarts is niet verantwoordelijk voor de notitie van de waarnemend huisarts op 2 
november 2020. Die notitie is immers door de waarnemend huisarts in het medisch dossier van 
klaagster opgenomen.

5.27  Voor de notities die diezelfde dag door de assistente in het medisch dossier zijn opgenomen, 
geldt dat niet valt in te zien dat en op grond waarvan sprake is van onzorgvuldige en onrechtmatige 
gegevensverwerking. Het gaat om notities van telefonische contacten die na het consult hebben 
plaatsgevonden. Deze betreffen de behandeling van klaagster en houden verband met de verwijzing 
naar de KNO-arts en met het niet gelijktijdig verwijzen naar de neuroloog. Het getuigt dan ook van zorgvuldigheid dat van deze telefonische contacten notities zijn gemaakt in het medisch dossier. Dit geldt ook voor de contacten waarvan op 1 maart 2019, 22 mei 2019 en 30 oktober 2020 notities zijn gemaakt, aangezien deze gegevens bij de 
volgende behandeling of een volgend onderzoek van de patiënt relevant zijn. Tot zover is dit 
klachtonderdeel ongegrond.

5.28  Voor de notities met referentienummers 1, 2, 4 t/m 6, 8 tot en met 15 en 17 (ontleend aan het 
deel van het dossier dat als bijlage aan het klaagschrift is gehecht) geldt het volgende. Het 
betreft notities gemaakt van 3 maart 2021 tot en met 1 juli 2021 naar aanleiding van verzoeken van 
klaagster tot verwijdering en correctie van gegevens in haar dossier. Ook betreft het 
correspondentie tussen klaagster en de huisarts hierover. Een en ander houdt ook verband met de 
onvrede van klaagster over de gang van zaken tijdens het consult bij de waarnemend huisarts op 2 
november 2020 en de telefonische contacten die die dag hebben plaatsgevonden. Hier gaat het niet 
meer om gegevens die de gezondheid van klaagster en haar medische behandeling betreffen. Ook zijn 
het geen gegevens waarvan kan worden gezegd dat het opnemen daarvan voor een goede hulpverlening 
aan klaagster noodzakelijk is. Het zijn geen gegevens die een rol spelen bij het borgen van de 
continuïteit van de zorg en het gaat ook niet om gegevens die ook bij de volgende behandeling of 
een volgend onderzoek van de patiënt relevant zijn. Het betreft de visie van de huisarts op de gang 
van zaken rondom het consult van 2 november 2020 en haar visie op de verzoeken tot vernietiging en 
correctie die daarna zijn gedaan. Deze gegevens en correspondentie horen, zoals hiervoor al is 
overwogen, niet thuis in het medisch dossier. Dit geldt tot slot ook voor de notities van 16 en 17 
september 2021. Daarbij geldt voor de notitie van 16 september 2021 dat er geen enkele noodzaak 
bestond voor het maken van deze notitie over de geestelijke gesteldheid van klaagster. Er was geen 
hulpvraag van klaagster op dit punt. Het voor een constructieve arts-patiëntrelatie benodigde 
vertrouwen was zowel bij klaagster als bij de huisarts niet meer aanwezig. Sterker nog, inmiddels 
was sprake van een conflictueuze situatie. In zoverre is dit klachtonderdeel gegrond.

Slotsom
5.29  Uit de overwegingen hiervoor volgt dat klager niet-ontvankelijk is in klachtonderdelen a, b, 
d, e, en f. Klachtonderdeel c is voor zover het ziet op klager ongegrond. Daarnaast volgt hieruit 
dat klachtonderdelen a tot en met d ongegrond zijn. Klachtonderdeel e is gegrond en klachtonderdeel 
f is deels gegrond.

Maatregel
5.30  De gegrond verklaarde klachtonderdelen hebben betrekking op het niet volledig inwilligen van 
het verzoek om selectieve vernietiging, de dossiervorming en de op
16 september 2021 gemaakte notitie. Bij de beantwoording van de vraag of en zo ja welke maatregel 
moet worden opgelegd, weegt het college het volgende mee. Voor het verzoek om selectieve 
vernietiging geldt dat het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in de uitspraak van 19 
maart 2021 (ECLI:NL:TGZCTG:2021:61) duidelijkheid heeft verschaft over hoe om te gaan met een 
verzoek om selectieve vernietiging. Gelet hierop, op het feit dat het oorspronkelijke verzoek op 28 februari 2021 is gedaan – toen die duidelijkheid nog niet was gegeven – ziet het college in navolging van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in de genoemde uitspraak, aanleiding om in verband hiermee geen maatregel op te leggen. Dit laat echter onverlet dat de huisarts gehoor had moeten geven aan het verzoek tot afgifte van de verwijsbrieven. 
Daar komt bij, en dat is voor het college het meest zwaarwegend, dat de huisarts na het consult bij 
de waarnemend huisarts op 2 november 2020, waarover klaagster zeer ontevreden was en waarin zij zich niet gehoord voelde, anders had kunnen en moeten optreden. Via het medisch dossier is, hoewel dat niet daarin 
thuishoort, een debat gevoerd over de gang van zaken op 2 november 2020. Dit heeft zichtbaar tot 
toenemende frustratie en onvrede geleid, zowel bij klaagster als bij de huisarts. De dossiervorming 
in deze periode verdient geen schoonheidsprijs. Hoewel het college begrijpt dat de gang van zaken 
ook bij de huisarts emotie heeft opgeroepen en tot frustratie heeft geleid, moet het college ook 
vaststellen dat die emoties op enig moment de overhand hebben gekregen, hetgeen ertoe heeft geleid 
dat notities in het dossier zijn opgenomen die daarin niet thuishoren. Het college ziet in het 
handelen van de huisarts geen patroon. Het ziet een huisarts die zorgvuldig en met inachtneming van 
de geldende richtlijnen medische zorg aan klaagster heeft verleend, maar op enig moment – als 
gevolg van de ontstane dynamiek - niet meer met de in acht te nemen professionele distantie heeft 
gehandeld. Het college acht een waarschuwing in deze omstandigheden passend.

6. De beslissing
Het college:
-  verklaart klager niet-ontvankelijk in klachtonderdelen a, b, d, e en f,
-  verklaart klachtonderdeel e gegrond,
-  verklaart klachtonderdeel f deels gegrond,
-  legt de huisarts een waarschuwing op,
-  verklaart de klacht voor het overige ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door N.H.J. Lafghani, voorzitter, L.A.B.M. Wijntjens, lid-jurist,
B.L.J. Versteijnen, M. van Mesdag en B.C.A.M. van Casteren-van Gils, leden-beroepsgenoten, 
bijgestaan door D. van Grootveld, secretaris, en in het openbaar uitgesproken door
K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk op 12 januari 2026.