ECLI:NL:TGZRSHE:2026:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8186
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2026:66 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 08-04-2026 |
| Datum publicatie: | 08-04-2026 |
| Zaaknummer(s): | H2025/8186 |
| Onderwerp: | Onvoldoende informatie |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen MDL-arts. Klaagster klaagt over de keuze van verweerder een sigmoïdoscopie uit te voeren en dat hij op 12 en 26 januari 2024 zijn informatieplicht heeft geschonden. Geen schending informatieplicht. Verweerder is voorafgaand aan het verrichten van de sigmoïdoscopie op 12 januari 2024 nagegaan of deze in het geval van klaagster was geïndiceerd. Hij heeft bovendien de voorgeschreven time out-procedure, waarvan het hebben verkregen van informed consent onderdeel is, zorgvuldig en correct doorlopen. Op 26 januari 2024 heeft verweerder klaagster geïnformeerd over het risico van een stoma als bij de ingreep sprake blijkt te zijn van een perforatie. Ook de assistent chirurgie heeft dit risico met klaagster besproken. Klaagster heeft bovendien zelf, tijdens het mondelinge vooronderzoek, erkend dat haar voorafgaand aan de operatie is gezegd dat zij na de operatie wakker kon worden met een stoma. Ook is er voorafgaand aan de operatie bij klaagster een stomastip op haar buik gezet. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’s-HERTOGENBOSCH
Beslissing in raadkamer van 8 april 2026 op de klacht van:
[A],
wonende in [B],
klaagster,
tegen
[C],
MDL-arts,
werkzaam in [B],
verweerder, hierna ook: (de) chirurg,
gemachtigde: mr. D. Schut-Wolfs, werkzaam in Amsterdam.
1. Waar gaat de zaak over?
1.1 Klaagster is op 11 januari 2024, via de afdeling spoedeisende hulp, in het
ziekenhuis
opgenomen in verband met darmklachten. Op 12 januari 2024 heeft een sigmoïdoscopie
plaatsgevonden.
Klaagster is op 14 januari 2024 ontslagen uit het ziekenhuis. Klaagster is op 26
januari 2024
opnieuw opgenomen. Op 28 januari 2024 is klaagster geopereerd. Er bleek sprake van
een perforatie
van de darm. Bij klaagster is toen een ileostoma aangelegd.
Op 28 februari 2024 is klaagster uit het ziekenhuis ontslagen.
1.2 Klaagster verwijt verweerder dat hij er ten onrechte voor heeft gekozen een
sigmoïdoscopie
uit te voeren en dat hij op 12 en 26 januari 2024 zijn informatieplicht heeft geschonden.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
1.3 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze
beslissing is
gekomen.
2. De procedure
2.1 Het dossier bevat de volgende stukken:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 21 februari 2025;
- de aanvullende informatie van klaagster, ontvangen op 2 april 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 10 april 2025;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 26 augustus
2025;
- het aanvullende proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek.
2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
2.3 Klaagster heeft, naast de klacht tegen verweerder, ook een klacht ingediend
tegen een andere
MDL-arts, collega van verweerder. Deze klacht is ingeschreven onder het zaaknummer
H2025/8187. Op
beide klachten is bij afzonderlijke beslissingen op dezelfde datum beslist.
3. Wat is er gebeurd?
3.1 Klaagster is op 11 januari 2024, via de afdeling spoedeisende hulp in het
ziekenhuis
opgenomen in verband met darmklachten. Er heeft onderzoek plaatsgevonden, waaronder
een CT-scan en
een echo. Er bleek sprake van een colitis (ontsteking).
3.2 In het medisch dossier heeft de physician assistant op 12 januari 2024 (9:22
uur) genoteerd
(alle citaten voor zover van belang en letterlijk weergegeven):
“(…) Uitleg hoog CRP + beeld pancolitis dus advies MDL is toch endoscopie ter beoordeling
slijmvlies. Wil dit nu nog niet. Besproken wat consequenties kunnen zijn indien
zeer ontstoken darm
zonder behandeling: perforatie. Uiteindelijk toch akkoord voor sigmoidoscopie met
sedatie (risico
endoscopie zijn besproken). (…)”
Onder het kopje beleid heeft de physician assistant genoteerd:
“(…) Sigmoidoscopie + sedatie vandaag. Informed consent verkregen. (…)”
De physician assistant heeft vervolgens de sigmoïdoscopie aangevraagd.
3.3 Op 12 januari 2024 heeft verweerder de sigmoïdoscopie verricht. In het verslag
daarvan heeft
verweerder genoteerd:
"(…) Bij de patiënt is informed consent verkregen. Time out procedure is uitgevoerd
voor aanvang
van de scopie. (…)”
3.4 Klaagster is op 14 januari 2024 ontslagen uit het ziekenhuis.
3.5 Klaagster is op 26 januari 2024 opnieuw opgenomen, wederom in verband met darmklachten.
Er
heeft opnieuw onderzoek plaatsgevonden, waaronder een CT-scan en het maken van een
X-thoraxfoto.
3.6 Op 27 januari 2024, in de avond, uitte klaagster pijn in de schouders. Deze
pijn was de
ochtend erop, 28 januari 2024, nog aanwezig. Daarop heeft de arts-assistent aanvullend
onderzoek
verricht en het volgende genoteerd om 13:56 uur:
“(…) Abd: volgens patiënt iets bollere buike dan normaal, niet pral gespannen, levendige
peristaltiek, hypertympaane percussie, geen percussiepijn. Diffuus drukpijn, PM
mogelijk linker hemi-abdomen (echter moeilijk te duiden). Geen loslaatpijn. (…)”
3.7 Op 28 januari 2024 (13:20 uur) heeft verweerder in het medisch dossier genoteerd:
“(…)
Anamnese: zorgwekkende uitslag X-thorax meegedeeld. Indien inderdaad colon perforatie
dan is
coloresectie geïndiceerd met ileostoma”.
Onder het kopje conclusie heeft verweerder genoteerd: “(…) Mogelijk perforatie van
colon
(…)”.
3.8 De chirurgisch assistent heeft op 28 januari 2024 (13:56 uur) in het medisch
dossier onder het
kopje beleid genoteerd:
“Stoma vpk wordt geïnformeerd door dr. [naam chirurg]”.
Onder het kopje conclusie heeft de chirurgisch assistent genoteerd:
“Perforatie bij pancolitis”.
3.9 Over de CT scan van 28 januari 2024 is die dag in het medisch dossier genoteerd:
“(…)
Klinische gegevens: ernstige colitis ulcerosa. Nieuw ontstane pijn in schouders.
Vraagstelling: (…)
Perforatie colon ?
CT ABDOMEN+C (…) geen zekere locatie van de perforatie. (...) vermoedelijk locatie
perforatie
ascendens.
3.10 Een collega-chirurg heeft op 28 januari 2024 (17:20 uur) genoteerd:
“(…) Patient beoordeeld ivm toename buikpijn en vrij lucht pop beeldvorming (…)
Sinds vanochtend
toename pijn in de buik. Ook pijn in schouders. Is erg huiverig voor ingreep. Broer
subtotale
colectomie gehad (…) nooit meer de oude geworden. (…)”
3.11 De chirurg heeft op 28 januari 2024 (17:20 uur) in het medisch dossier genoteerd:
“(…) Beleid
Aanmelden diagn laparoscopie, indien colon perforatie subtotale colectomie met aanleg
eindstandig
ileostoma (zo ook besproken me [verweerder]). Anders handelen naar bevinden. Verder
benoemd:
conversie, bleoding, infectie iatrogeen letsel, opname duur, AB behandeling, cardiopulmonale
complicaties. Wordt aangemeld als code B. Stoma stip zetten via verpleegkundige
C3. (…)”
3.12 Klaagster is vervolgens geopereerd, waarbij een ileostoma is aangelegd. In het
verslag van de
operatie is genoteerd dat sprake was van een perforatie.
3.13 Op 28 februari 2024 is klaagster uit het ziekenhuis ontslagen.
4. De klacht en de reactie van verweerder
4.1 Klaagster verwijt verweerder dat hij:
a) zijn informatieplicht heeft geschonden door klaagster op 26 januari 2024 niet
te informeren over het risico van een
stoma;
b) ervoor heeft gekozen op 12 januari 2024 een sigmoïdoscopie uit te voeren terwijl
de darm gevoelig/ontstoken was.
Hierdoor is een darmperforatie ontstaan;
c) zijn informatieplicht heeft geschonden door het risico op een darmperforatie
niet te bespreken met klaagster
voorafgaand aan de scopie op 12 januari 2024.
4.2 Verweerder heeft het college verzocht klaagster (kennelijk) niet-ontvankelijk
te verklaren en
in het geval de klacht inhoudelijk wordt beoordeeld, de klacht (kennelijk) ongegrond
te verklaren.
5. De overwegingen van het college
Ontvankelijkheid
5.1 Het college komt tot het oordeel dat, anders dan verweerder heeft aangevoerd,
klaagster niet
kennelijk niet-ontvankelijk is. Op grond van artikel 47 juncto artikel 1 van de
Wet op de Beroepen
in de individuele Gezondheidszorg (Wet BIG) kan namelijk worden geklaagd over handelingen
op het
gebied van de individuele gezondheidszorg die rechtstreeks betrekking hebben op
een persoon en
ertoe strekken diens gezondheid te bevorderen of te bewaken, dan wel te beoordelen.
Er is in dit
geval sprake van zo’n behandelrelatie tussen klaagster en verweerder.
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.2 De vraag is of verweerder de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht
worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende MDL-arts. Bij de beoordeling
wordt rekening
gehouden met de voor de verweerder geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden. Als
uitgangspunt geldt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn
voor hun eigen
handelen.
Klachtonderdeel a) niet informeren over stoma op 26 januari 2024
5.3 Het college komt wat betreft klachtonderdeel a) tot het oordeel dat verweerder
niet
tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Verweerder heeft de informatieplicht
namelijk niet
geschonden. Uit het medisch dossier blijkt dat verweerder met klaagster heeft gesproken
over de
uitslagen van het verrichte onderzoek, waaronder de X-thoraxfoto, en haar toen heeft
geïnformeerd
over het risico dat een stoma moet worden aangelegd als daadwerkelijk sprake blijkt
van een
perforatie. Uit het medisch dossier blijkt verder dat – naast verweerder – ook de
assistent chirurgie dit risico met klaagster heeft besproken. Klaagster heeft bovendien
zelf, tijdens het mondelinge vooronderzoek, erkend dat haar voorafgaand aan de operatie
is gezegd dat zij na de operatie wakker kon worden met een stoma. Ook is er voorafgaand aan
de operatie bij klaagster een stomastip op haar buik gezet. Op basis van het voorgaande
is vast
komen te staan dat klaagster voorafgaand aan de operatie is geïnformeerd over de
mogelijkheid van
een stoma. Het voorgaande betekent dat klachtonderdeel a) ongegrond is.
Klachtonderdeel b) ten onrechte uitvoeren sigmoïdoscopie op 12 januari 2024
5.4 Het college komt ook wat betreft klachtonderdeel b) tot het oordeel dat verweerder
niet
tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
5.5 Uit de richtlijn inflammatoire darmziekten blijkt dat een sigmoïdoscopie, gericht
op het
inschatten van de ernst en de uitgebreidheid van een ontsteking, is geïndiceerd
voor patiënten met
een ernstig actieve colitis, zoals bij klaagster mogelijk aan de orde was. Juist
bij het niet
verrichten van deze scopie is immers de kans op een perforatie van de darm verhoogd.
In zoverre is
klachtonderdeel b) ongegrond. Daar komt bij dat verweerder, zoals van hem mocht
worden verwacht,
voorafgaand aan het verrichten van de sigmoïdoscopie is nagegaan of deze scopie
in het geval van
klaagster was geïndiceerd. Verweerder heeft de voorgeschreven time out-procedure
zorgvuldig en
correct doorlopen en heeft mogen concluderen dat er geen aanleiding was om deze
scopie niet te
verrichten en dat de scopie was geïndiceerd.
5.6 Het college volgt klaagster niet in haar stelling dat door de sigmoïdoscopie
een perforatie
van de darm is ontstaan. De kans dat door de sigmoïdoscopie een perforatie van de
darm ontstaat is
naar het oordeel van het college nihil. Het tijdsverloop maakt de stelling van klaagster
in de
eerste plaats heel onwaarschijnlijk. De sigmoïdoscopie vond immers plaats op 12
januari 2024,
terwijl de perforatie van de darm, inclusief de daarbij gebruikelijke klachten,
volgde iets meer
dan twee weken later, op 27 en 28 januari 2024. Een perforatie van de darm treedt
in vrijwel alle
gevallen veel eerder op dan na meer dan twee weken. In de tweede plaats is gebleken
dat sprake was
van een perforatie van de darm op plekken waar verweerder met de sigmoïdoscopie
niet is geweest. In
de derde plaats bleek tijdens het onderzoek op 27 en 28 januari 2024 dat sprake
was van een soepele
buik, zonder tekenen van buikvliesprikkeling. Daaruit valt af te leiden dat de perforatie
nog niet
heel lang bestond.
5.7 Het voorgaande betekent dat klachtonderdeel b) ook voor het overige ongegrond is.
Klachtonderdeel c) schending informatieplicht op 12 januari 2024
5.8 Het college komt ook wat betreft klachtonderdeel c) tot het oordeel dat verweerder
niet
tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Verweerder was niet verantwoordelijk
voor het
informeren van klaagster over de risico’s en het verkrijgen van informed consent.
Verweerder was
slechts belast met het verrichten van de sigmoïdoscopie en het checken of het informed
consent was
verkregen. Hij heeft de daarvoor voorgeschreven time out-procedure zorgvuldig doorlopen.
Verweerder
heeft toegelicht dat hij onder meer heeft gecontroleerd en opnieuw genoteerd dat
informed consent
was verkregen. Naar het oordeel van het college heeft verweerder mogen vertrouwen
op de eerdere
notitie van de physician assistant dat informed consent was verkregen en hoefde
verweerder niet na
te gaan of zijn collega op alle onderdelen van het informed consent van klaagster
had verkregen.
Het voorgaande betekent dat klachtonderdeel c) ongegrond is.
Slotsom
5.9 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht ongegrond is.
6. De beslissing
Het college verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door R.A. Steenbergen, voorzitter, J.W. Poley en M.A.C.
Meijssen,
leden-beroepsgenoten, bijgestaan door G.J. Stoepker, secretaris, en in het openbaar
uitgesproken
door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk op 8 april 2026.