ECLI:NL:TGZRSHE:2026:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8944

ECLI: ECLI:NL:TGZRSHE:2026:48
Datum uitspraak: 11-03-2026
Datum publicatie: 11-03-2026
Zaaknummer(s): H2025/8944
Onderwerp: Geen of onvoldoende zorg
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegronde klacht tegen KNO-arts. Klager verwijt de arts dat zij hem heeft gediscrimineerd door hem zorg te onthouden omdat klager rookt. Ook zou zij een ongepaste opmerking hebben gemaakt. In- en uitwendige scheefstand en gezwollen slijmvliezen. Medicatie vanwege gezwollen slijmvliezen. Behandelplan primair gericht op verhelpen van de neusblokkade, met een inwendige neuscorrectie als mogelijke oplossing. Belang van stoppen met roken besproken, gelet op de mogelijkheid van complicaties. Beleid navolgbaar en in overeenstemming met de geldende richtlijnen. Ongepaste opmerking kan niet worden vastgesteld.

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
TE ’s-HERTOGENBOSCH

Beslissing in raadkamer van 11 maart 2026 op de klacht van:

[A],
wonende in [B],
klager,

tegen

[C],
KNO-arts
werkzaam in [D],
verweerster, hierna ook: KNO-arts,
gemachtigde: mr. L.A.P. Arends, werkzaam in Arnhem.

1. De zaak in het kort
1.1   Vanwege neuspassageklachten kwam klager in juni 2025 bij de KNO-arts op consult. Na onderzoek 
constateerde de KNO-arts een in- en uitwendige scheefstand, een neustrauma en onrustig gezwollen 
slijmvlies. Tijdens dit consult gaf klager onder meer aan dat hij 25 sigaretten per dag rookt. De 
KNO-arts stelde klager enkele behandelingen voor. Klager verwijt de KNO-arts dat zij hem heeft 
gediscrimineerd door hem zorg te onthouden omdat hij rookt en dat zij hem tijdens het consult heeft 
gezegd dat als klager niet met roken zou stoppen, ‘de kanker hem wel zou inhalen’.

1.2   Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent 
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht 
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze
beslissing is gekomen.

2. De procedure
2.1  De procedure blijkt uit:
-  het klaagschrift, ontvangen op 26 augustus 2025;
-  de brief van 15 september 2025 van de secretaris aan klager;
-  het aanvullend klaagschrift, ontvangen op 29 september 2025;
-  het verweerschrift, ontvangen per e-mail op 7 november 2025 en ontvangen per post op
11 november 2025.

2.2   De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het 
college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.

2.3   Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak 
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.

3. Wat is er gebeurd?
3.1   Klager heeft 30 jaar geleden tijdens het sporten zijn neus gebroken, waarna enkele operaties 
volgden. Vanwege scheefstand van de neus ervaart klager sindsdien ernstige problemen met ademhalen. 
Klager werd door de huisarts verwezen naar de KNO-poli van het ziekenhuis. Op 16 juni 2025 werd hij 
gezien door een collega van de KNO-arts (hierna: de collega). Deze collega verwees klager door naar 
de KNO-arts en noteerde in het dossier (alle citaten voor zover van belang en ongecorrigeerd 
weergegeven):
“   Conclusie:
Neuspassageklachten beiderzijds bij traumatische scheefstand septum en neusdorsum bij status na 
eerdere septumcorrectie
Beleid:
Uitleg over bovenstaande. Gezien scheefstand m.i. meeste te verwachten van externe rhinoplastiek om 
doorgankelijkheid te verbeteren. Verwijzing naar coll [naam KNO-arts].”

3.2   Op 27 juni 2025 kwam klager bij de KNO-arts op consult. Na anamnese en lichamelijk onderzoek 
schreef zij zalf en een neusspray voor en noteerde in het dossier: “    Reden voor komst: 
Neusobstructie bij in en uitwendige scheefstand
(…)
Nasal obstruction symptom evaluation (NOSE)
-Verstopte Neus of vol gevoel: Ernstig probleem
-Neusblokkade of obstructie: Ernstig probleem
-Moeite met ademen door de neus: Ernstig probleem
-Problemen met slapen: Ernstig probleem
-Niet voldoende lucht door de neus krijgen bij sport of inspanning: Redelijk ernstig
(…)
Roken: 25 sigaretten per dag Medicatie: geen
(…)
Lichamelijk onderzoek:
Inwendige neus:
Rhinoscopia anterior: septum breed dubbel blad met deviatie naar beiderzijds, conchae wel 
hypertrofisch

Nasendoscopie: zeer onrustig vestibulum, geen poliepen , geen pus, nasopharynx niet afwijkend
(…)
Conclusie:
Neusobstructie st na trauma en eerdere septumcorrectie met in en uitwendige scheefstand
Beleid:
Gegevens [naam ziekenhuis] opvragen Stoppen met roken
R/bactroban 3dd dun in neus 14 dagen R/fixonase 2dd2, 12 weken
Bij onvoldoende baat week voor controle xylomethazoline 0,1% op proef tbv eventuele concha inferior 
coblatie
Medische afspraken:
Poliklinische afspraak; controle 3 maanden”

3.3  De KNO-arts heeft medische informatie opgevraagd en ontvangen van het ziekenhuis waar klager 
in het verleden onder behandeling was.

3.4  Klager is niet meer bij de KNO-arts op controle geweest.


4. De klacht en de reactie van de KNO-arts
4.1  Klager verwijt de KNO-arts dat zij:
a) klager heeft gediscrimineerd door hem zorg te onthouden vanwege het feit dat hij rookt;
b) heeft gezegd dat klager maar moest stoppen met roken en zo niet, dat de kanker hem wel zou 
inhalen.

4.2  De KNO-arts heeft het college verzocht de klacht (kennelijk) ongegrond te verklaren.

4.3   Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1   De vraag is of de KNO-arts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm 
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende KNO-arts. Bij de beoordeling wordt rekening 
gehouden met de voor de KNO-arts geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden, 
waaronder de richtlijn ‘Septumcorrectie’ van de Federatie van Medisch Specialisten (hierna: de 
richtlijn).

5.2  Het college oordeelt dat de KNO-arts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

Uitleg
Klachtonderdeel a) discriminatie en het niet verlenen van zorg omdat klager rookt
5.3   Volgens klager heeft de KNO arts, toen zij tijdens het consult hoorde dat klager rookt, 
gezegd dat het eventueel herstellen van de scheefstand door haar niet uitgevoerd zou worden en dat 
klager met roken moest stoppen. Hij werd vervolgens met een neusspray en een zalfje naar huis 
gestuurd ‘om over 3 maanden te kijken of dit werkt tegen scheefstand’.

5.4   De KNO-arts betwist dat zij klager heeft gediscrimineerd en hem zorg heeft onthouden. De 
collega-arts die klager op 16 juni 2025 onderzocht, schatte in dat een uitwendige neuscorrectie de 
meeste kans zou bieden op verbetering van de neusademhaling. Daarom verwees hij klager naar haar, 
vanwege haar expertise. Het behandelbeleid is door de KNO-arts vastgesteld en gebaseerd op een 
zorgvuldige diagnosestelling op basis van de subjectieve klachten (onder meer via een NOSE-score en 
een anamnese) en lichamelijk onderzoek. Klager is niet op voorhand uitgesloten van enige 
behandeling. Het beleid is conform de gangbare richtlijnen, waarin wordt geadviseerd om een 
conservatieve behandeling te starten en niet zonder meer tot een neuscorrectie over te gaan. De 
KNO-arts heeft nooit gezegd dat zij klager niet zou opereren. Zij heeft klager wel gewezen op de 
extra risico’s die een operatie meebrengt als klager niet zou stoppen met roken. Ze heeft ook 
gezegd dat het noodzakelijk was dat klager vóór de ingreep zou stoppen om deze succesvol te laten 
zijn. Uit de van het vorige ziekenhuis ontvangen medische informatie volgt dat klager destijds ook 
was aangeraden te stoppen met roken om zijn klachten te verminderen en dat het stoppen met roken 
destijds effectief was.

5.5   Het college oordeelt als volgt. De KNO-arts heeft bij klager de anamnese en een vragenlijst 
voor neusklachten (NOSE) afgenomen en daarnaast uitwendig en inwendig lichamelijk onderzoek gedaan. 
Daarbij constateerde de KNO-arts - onder meer - een inwendige en een uitwendige scheefstand en 
sterk gezwollen slijmvliezen. Ook zag zij dat al eerder een neuscorrectie-operatie had 
plaatsgevonden. Op grond van haar bevindingen stelde de KNO-arts een behandelplan op dat primair 
gericht was op het verhelpen van de (inwendige) neusblokkade. Ook schreef zij klager medicatie 
voor, in de vorm van een spray en een zalf. Dit met het oog op de gezwollen slijmvliezen die 
eveneens een oorzaak van neusobstructieklachten kunnen zijn. Zou de medicatie na 12 weken 
onvoldoende baat hebben, dan zou met het oog op een eventuele inwendige neuscorrectie, op proef nog 
een andere spray worden voorgeschreven. Bij het bepalen van het beleid heeft de KNO-arts eveneens 
overwogen dat bij een operatieve ingreep in een eerder geopereerd gebied, complicaties mogelijk 
zijn. In het kader daarvan besprak zij met klager het belang van het
‘stoppen met roken’. Roken is weliswaar geen contra-indicatie voor een operatie, maar stoppen met 
roken maakt de kans op complicaties kleiner. Roken is ook niet bevorderlijk voor het herstel. Als 
onderdeel van haar beleid besloot de KNO-arts om de oude gegevens op te vragen bij het ziekenhuis 
waar klager eerder onder behandeling is geweest. Die gegevens heeft zij ontvangen.


5.6   Naar het oordeel van het college is het door de KNO-arts ingezette beleid navolgbaar en in 
overeenstemming met de geldende richtlijnen. De stelling van klager dat de KNO-arts hem heeft 
gediscrimineerd of zorg heeft onthouden, volgt het college dan ook niet. Er is niet gebleken dat de 
KNO-arts heeft overwogen de behandeling niet in te zetten of te stoppen, vanwege het feit dat 
klager rookt. Als de KNO-arts klager niet zou hebben willen helpen, zou zij geen behandelplan 
hebben opgesteld, geen medicatie hebben voorgeschreven noch informatie bij het vorige ziekenhuis 
hebben opgevraagd. De KNO-arts heeft haar beleid primair gericht op het verhelpen van de 
neusblokkade, met een inwendige neuscorrectie als mogelijke oplossing. Het college heeft de indruk 
gekregen dat klager wellicht de verwachting had dat de uitwendige scheefstand zou worden 
gecorrigeerd, terwijl het beleid van de KNO-arts is ingezet om de lichamelijke klachten te 
verminderen. Dat klager zich mogelijk teleurgesteld heeft gevoeld, maakt dit oordeel niet anders. 
Dit klachtonderdeel is kennelijk ongegrond.

Klachtonderdeel b) ongepaste opmerking
5.7   Klager stelt dat de KNO-arts heeft gedreigd met kanker omdat zij zei dat ‘de kanker hem toch 
wel zou inhalen’.

5.8   De KNO-arts ontkent dat zij heeft gezegd dat de kanker klager zou inhalen. Zij heeft niets 
gezegd dat ook maar in de buurt komt van deze uitspraak. Ze heeft wel de risico’s van roken 
benoemd.

5.9   Omdat de KNO-arts ontkent de uitspraak te hebben gedaan zoals klager stelt, kan het college 
niet vaststellen op welke wijze het consult is verlopen en wat er precies is gezegd. Dat brengt mee 
dat niet kan worden vastgesteld of de KNO-arts klachtwaardig heeft gehandeld. Dit oordeel berust 
niet op het uitgangspunt dat het woord van klager minder geloof verdient dan dat van de KNO-arts, 
maar op de omstandigheid dat voor het oordeel of een bepaalde gedraging tuchtrechtelijk verwijtbaar 
is, eerst moet worden vastgesteld dat die gedraging heeft plaatsgevonden. Dat kan het college, ook 
als aan het woord van klager en van de KNO-arts evenveel geloof wordt gehecht, hier niet 
vaststellen. Ook dit klachtonderdeel is kennelijk ongegrond.

Slotsom
5.10  Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de beide onderdelen van de klacht kennelijk ongegrond 
zijn.

6. De beslissing
Het college:
-  verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 11 maart 2026 door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-
van Meerwijk, voorzitter, J.A.M. Engel en R.N.P.M. Rinkel, leden-beroepsgenoten, bijgestaan
door C.W.M. Hillenaar, secretaris.