ECLI:NL:TGZRSHE:2026:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2024/7655

ECLI: ECLI:NL:TGZRSHE:2026:43
Datum uitspraak: 04-03-2026
Datum publicatie: 04-03-2026
Zaaknummer(s): H2024/7655
Onderwerp: Onheuse bejegening
Beslissingen: Ongegrond/afwijzing
Inhoudsindicatie: Ongegronde klacht tegen plastisch chirurg. Patiënte diende bij de geschillencommissie een klacht in tegen de plastisch chirurg in verband met een door hem uitgevoerde buikwandcorrectie. Tijdens de zitting van de geschillencommissie heeft een onafhankelijke chirurg in het bijzijn van plastisch chirurg, in een aparte ruimte het litteken van patiënte bekeken en opgemeten. Patiënte verwijt de plastisch chirurg dat hij tijdens het onderzoek door de onafhankelijk chirurg, dat grensoverschrijdend was, niet heeft ingegrepen en dat hij een dag na de zitting een e-mail heeft gestuurd met ongepaste inhoud. Het college kan niet vaststellen dat de plastisch chirurg had moeten ingrijpen omdat de wijze van onderzoek door de onafhankelijke chirurg niet kan worden vastgesteld. Het versturen van het e-mailbericht was zeer onhandig, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.


REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’S-HERTOGENBOSCH

Beslissing van 4 maart 2026 op de klacht van:

[A],
wonende in [B],
klaagster,

tegen

[C],
plastisch chirurg,
werkzaam in [D],
verweerder, hierna ook: de plastisch chirurg.


1. Waar gaat de zaak over?
1.1   Klaagster had een klacht ingediend tegen verweerder bij de geschillencommissie in verband met 
een door verweerder uitgevoerde buikwandcorrectie. Tijdens de zitting heeft een onafhankelijke 
chirurg in aanwezigheid van verweerder het litteken van klaagster bekeken. Klaagster verwijt 
verweerder dat hij op dat moment niet heeft ingegrepen terwijl de onafhankelijke chirurg 
grensoverschrijdend handelde. Daarnaast verwijt klaagster verweerder dat hij een dag later aan haar 
een e-mail stuurde waarin hij aan haar liet weten dat hij vond dat de onafhankelijke chirurg zich 
ongepast had gedragen.

1.2   Het college komt tot het oordeel dat de plastisch chirurg niet tuchtrechtelijk verwijtbaar 
heeft gehandeld. Hierna licht het college dat toe.

2. De procedure
2.1  De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift, ontvangen op 25 september 2024;
- de e-mail van 12 november 2024 met bijlage, ontvangen van klaagster;
- de brief van 29 november 2024 met bijlage, ontvangen van verweerder;
- het verweerschrift, ontvangen op 3 december 2024;
- de repliek, gedateerd 20 december 2024, ontvangen op 31 december 2024;
- de dupliek, ontvangen op 28 februari 2025;
- de e-mail van 20 maart 2025, ontvangen van klaagster.

2.2   De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het 
college met elkaar in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.

2.3   De zaak is behandeld op de zitting van 7 januari 2026. Vanwege de weersomstandigheden heeft 
de zitting via beeldbellen plaatsgevonden. Verweerder is verschenen. Klaagster was afwezig met 
bericht van verhindering. Verweerder heeft zijn standpunt mondeling toegelicht.

3. Wat is er gebeurd?
3.1   Klaagster heeft een klacht tegen verweerder ingediend bij de geschillencommissie in verband 
met een door verweerder uitgevoerde buikwandcorrectie. De zitting in die zaak vond plaats op 22 
februari 2024. Tijdens deze zitting heeft een onafhankelijke chirurg in het bijzijn van verweerder, 
in een aparte ruimte, het litteken van klaagster bekeken en opgemeten.

3.2   Een dag na de zitting heeft verweerder een e-mail gestuurd aan klaagster met de volgende 
inhoud (inclusief taal- en typfouten):

“Er zit mij toch iets dwars van gisteren, dwz het onderzoek welke werd verricht door mijn collega, 
ik schrok hiervan, ik weet niet of dit zo heeft ervaren maar waarom hij u moest aanraken in uw 
schaamstreek en 4x uw onderbroek naar voren trok terwijl het litteken al zichtbaar was leek mij 
ongepast, maar hopelijk heeft u dit niet zo ervaren.”

Klaagster heeft op dit e-mailbericht niet gereageerd richting verweerder. Na ontvangst van de 
uitspraak van de geschillencommissie heeft zij dit e-mailbericht op 20 maart 2024 doorgestuurd aan 
de geschillencommissie. De geschillencommissie heeft verweerder verweten dat hij het e-mailbericht 
aan klaagster heeft gestuurd omdat hij een van de leden van de geschilleninstantie in een kwaad 
daglicht wilde stellen. De geschillencommissie heeft de aansluiting van verweerder bij de 
klachtenregeling en geschilleninstantie opgezegd.

4. De klacht en de reactie van de plastisch chirurg
4.1  Klaagster verwijt verweerder dat hij
a) tijdens het onderzoek door de onafhankelijk chirurg niet heeft ingegrepen;
b) een dag na de zitting een mail aan haar heeft gestuurd met ongepaste inhoud.

4.2  Verweerder heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.

5. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.1   De vraag die het college moet beantwoorden is of verweerder heeft gehandeld zoals van hem 
verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende plastisch 
chirurg. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de plastisch chirurg geldende 
beroepsnormen en andere professionele standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen 
handelen is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt.

Klachtonderdeel a) Niet ingrijpen tijdens het onderzoek door de onafhankelijke chirurg
5.2   Klaagster voert aan dat zij tijdens de controle van haar litteken op de zitting bij de 
geschillencommissie zonder verdere begeleiding met twee mannen, namelijk de onafhankelijke chirurg 
en verweerder, in een kleine ruimte was. Zij was vreselijk nerveus voor de zitting en werd 
overvallen door het verzoek om haar lelijke, te hoge litteken te laten zien. De onafhankelijke 
chirurg heeft op dat moment ongepaste handelingen uitgevoerd. Hierdoor was zij verstijfd en totaal 
perplex. Zij verwijt verweerder dat hij hierbij stond te kijken en niets heeft gezegd of heeft 
gedaan, terwijl hij had moeten ingrijpen.

5.3   Verweerder stelt zich op het standpunt dat klaagster tijdens de controle van het litteken 
door de onafhankelijke chirurg geen enkel teken van ongemak vertoonde en geen nerveuze indruk 
maakte. Op de vraag van de voorzitter of zij bezwaar had als een van de leden haar litteken zou 
bekijken, heeft zij gewoon geantwoord. Volgens verweerder is het in die situatie niet aan hem om te 
beoordelen of het gedrag van de onafhankelijke chirurg al dan niet ongepast is.

5.4   Het college is van oordeel dat voor de beantwoording van de vraag of verweerder had moeten 
ingrijpen, eerst moet worden vastgesteld of het gedrag van de onafhankelijke chirurg ongepast was. 
In de procedure bij de geschillencommissie lag de vraag voor of het litteken van klaagster als 
gevolg van de door verweerder uitgevoerde buikwandcorrectie te hoog lag. Voor een goede beoordeling 
daarvan is het nodig om het litteken te bekijken en eventueel op te meten en daarvoor is het opzij 
trekken van de onderbroek van klaagster een noodzakelijke handeling. Het college kan alleen vast 
stellen dat de onafhankelijke chirurg deze handeling heeft verricht. Het college kan niet 
vaststellen dat de onafhankelijke chirurg grensoverschrijdend heeft gehandeld door op een ongepaste 
manier lichamelijk onderzoek te doen bij klaagster op 22 februari 2024. Dit betekent dat het 
college ook niet kan vaststellen dat verweerder had moeten ingrijpen. De conclusie is dan ook dat 
verweerder geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Dit klachtonderdeel is ongegrond.

Klachtonderdeel b) het sturen van een e-mailbericht met ongepaste inhoud
5.5   Volgens klaagster was het ongepast en totaal misplaatst dat verweerder een dag na de zitting 
haar zijn bevindingen over de controle van het litteken per e-mailbericht toestuurde. Daarmee heeft 
hij zich volgens haar niet professioneel opgesteld.

5.6   Verweerder zegt dat hij na de zitting van 22 februari 2024 met een vrouwelijke collega heeft 
gesproken over de wijze waarop de onafhankelijke chirurg de controle van het litteken bij klaagster 
uitvoerde. Volgens hem was het ook naar haar mening ongepast. Uit bezorgdheid heeft hij vervolgens 
het e-mailbericht aan klaagster gestuurd. Verweerder wilde weten hoe klaagster de controle had 
ervaren, zodat hij, dan wel zij samen, actie hadden kunnen ondernemen.

5.7   Verweerder heeft tijdens de zitting toegelicht dat hij de intentie had om te achterhalen of 
klaagster het ongemakkelijk had gevonden. Het college heeft de indruk dat verweerder met het 
versturen van het e-mailbericht inderdaad goede bedoelingen had. Niettemin kan uit de tekst van het 
e-mailbericht niet worden afgeleid dat verweerder bedoelde om aan klaagster te vragen hoe zij de 
controle tijdens de zitting bij de geschillencommissie had ervaren. Verweerder geeft in plaats 
daarvan zijn mening over de manier waarop de onafhankelijke chirurg het onderzoek uitvoerde. Hij 
heeft dit in het e-mailbericht erg ongelukkig verwoord, zeker gelet op zijn intentie om te 
achterhalen of klaagster een en ander ongemakkelijk had gevonden. Verweerder had zijn zorgen over 
het gedrag van de onafhankelijke chirurg beter met de geschillencommissie kunnen bespreken dan 
direct dit e-mailbericht aan klaagster te sturen. Het college is van oordeel dat verweerder beter 
anders had kunnen handelen. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen is echter niet 
altijd genoeg voor het kunnen maken van een tuchtrechtelijk verwijt. Het college is van oordeel dat 
het versturen van de e-mailbericht weliswaar zeer onhandig is geweest, maar dat verweerder geen 
tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt.

Slotsom
5.8  Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht ongegrond zijn.

6. De beslissing
Het college:
-  verklaart de klacht ongegrond.


Deze beslissing is gegeven op 4 maart 2026 door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk, 
voorzitter, T.N.E. Meyboom, lid-jurist, J.P. de Schipper, N.A.S. Posch en
P.E. Lee Kong, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door C.W.M. Hillenaar, secretaris, en uitgesproken 
op 4 maart 2026.