ECLI:NL:TGZRSHE:2026:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8375
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2026:27 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 04-02-2026 |
| Datum publicatie: | 04-02-2026 |
| Zaaknummer(s): | H2025/8375 |
| Onderwerp: | Onheuse bejegening |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Klager kreeg in februari 2025 stents geplaatst in een buitenlands ziekenhuis en werd een maand later met spoed opgenomen in Nederland vanwege een complicatie. De cardioloog plaatste toen nieuwe stents. Klager klaagt erover dat de cardioloog hem voorafgaand aan de ingreep onheus heeft bejegend. Het tuchtcollege kan niet vaststellen wat er precies is gezegd en klager zijn klacht niet nader heeft onderbouwd. Klacht ongegrond. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’s-HERTOGENBOSCH
Beslissing in raadkamer van 4 februari 2026 op de klacht van:
[A],
wonende in [B],
klager,
tegen
[C],
cardioloog,
werkzaam in [D],
verweerder.
1. De zaak in het kort
1.1 Klager kreeg stents geplaatst in een ziekenhuis in het buitenland. Klager
werd een maand
later met spoed opgenomen in een ziekenhuis in Nederland. Daar bleek van een probleem
dat was
ontstaan naast de geplaatste stents. Volgens klager heeft verweerder hem toen zeer
onheus bejegend.
Verweerder heeft vervolgens wel nieuwe stents bij klager geplaatst.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze
beslissing is
gekomen.
2. De procedure
2.1 De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 10 april 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 20 mei 2025;
- de brief van 24 juni 2025 met bijlagen, ontvangen van verweerder.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het
college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik
gemaakt.
2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren
3. Wat is er gebeurd?
3.1 Op 10 februari 2025 werden er in een ziekenhuis in het buitenland stents geplaatst
bij klager.
3.2 Op 11 maart 2025 werd klager met spoed opgenomen in het ziekenhuis waar verweerder
werkt. Een
dag later bleek uit een onderzoek door verweerder dat er een probleem was in de
buurt van de
geplaatste stents. Over wat er vervolgens is gezegd, verschillen partijen van mening.
Verweerder
plaatste vervolgens nieuwe stents bij klager.
3.3 Bij brieven van 14 maart 2025 en 7 april 2025 heeft klager respectievelijk bij
verweerder en
het ziekenhuis geklaagd over de bejegening van verweerder bij die ingreep.
4. De klacht en de reactie van de cardioloog
4.1 Klager verwijt verweerder dat deze hem heeft uitgekafferd terwijl hij hulpeloos
op de
operatietafel lag. Hij stelt daartoe het volgende. Omdat klager zijn stents eerder
in een
ziekenhuis in het buitenland liet plaatsen, zei verweerder dat ze het daar maar
moesten opknappen,
omdat ze het daar hadden verprutst. Daarna ging verweerder weg en kwam hij even
later terug met het
verwijt dat klager altijd stents liet plaatsten in het ziekenhuis in het buitenland
en dat hij daar
nu ook maar heen moest gaan. Nadat klager heel timide reageerde en zijn excuses
maakte en vroeg of
beklaagde de ingreep toch wilde uitvoeren, heeft deze dat alsnog met succes gedaan.
4.2. Verweerder heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren. Verweerder
betwist
dat hij klager heeft uitgekafferd. Hij voert aan dat het klager was die zei dat
ze het in het
ziekenhuis in het buitenland verprutst hadden, waarop verweerder hem meedeelde dat
hij dit niet zo
kon stellen omdat de angularistak hevig pendelde en dat dit kon gebeuren. Vervolgens
vroeg hij
klager of hij de behandeling kon doorzetten omdat het nu een risicovollere ingreep
was en klager
eerder had gezegd geen vertrouwen te hebben in het dottercentrum in Nederland. Hierop
zei klager:
“ik was eigenwijs, sorry” waarna verweerder de stent ongecompliceerd geplaatst heeft
en hem een
goed herstel heeft gewenst. Verweerder herkent zich niet in de aantijgingen van
klager en hiervan
wordt, stelt hij, in het dossier ook geen melding gemaakt.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.1 De vraag is of verweerder de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht
worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende cardioloog. Bij de beoordeling
wordt
rekening gehouden met de voor de cardioloog geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden.
5.2 Het college oordeelt dat het niet kan vaststellen dat de cardioloog tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld en verklaart de klacht daarom ongegrond. Het college
licht dat hierna
toe.
5.3 Partijen verschillen van mening over wat er precies is gezegd voorafgaande aan
de ingreep.
Omdat het college niet kan vaststellen wat er precies is gezegd, kan het college
ook niet
beoordelen of verweerder klachtwaardig heeft gehandeld. Dit berust er niet op dat
aan het woord van
klager minder waarde wordt gehecht dan aan dat van verweerder, maar op het uitgangspunt
dat het
handelen dat door een klager ter toetsing aan het college wordt voorgelegd, eerst
met voldoende
mate van zekerheid moet kunnen worden vastgesteld, alvorens kan worden beoordeeld
of dit al dan
niet tuchtrechtelijk door de beugel kan.
5.4 Uit bijlage 2 bij het klaagschrift blijkt weliswaar dat klager in een klachtbrief
aan het
ziekenhuis heeft meegedeeld dat er drie of vier getuigen aanwezig waren tijdens
de ingreep, maar in
zijn klaagschrift stelt klager niet dat er getuigen bij de ingreep aanwezig waren
noch wie dat
waren en wie van hen wat heeft gehoord.
Uit het medisch dossier kan het college ook niet afleiden dat er “onenigheid” voorafgaande
aan de ingreep is geweest.
5.5 De secretaris heeft klager bij brief van 27 juni 2025 uitgenodigd om deel te
nemen aan een
mondeling vooronderzoek om zijn standpunt toe te lichten en hem er tevens op gewezen
dat het aan
hem is om aannemelijk te maken dat verweerder zich heeft misdragen en dat hij daarvan,
indien hij
daarover beschikt, bewijzen dient over te leggen. Klager heeft afgezien van deelname
aan een
mondeling vooronderzoek en hij heeft ook geen stukken meer overgelegd om zijn standpunt
nader te
onderbouwen. Een aanwijzing, anders dan zijn eigen verklaring, dat voor zijn standpunt
pleit,
ontbreekt dan ook.
Slotsom
5.6 Omdat het college niet kan vaststellen wat verweerder precies tegen klager
heeft gezegd
voorafgaande aan de ingreep, kan het college niet beoordelen of verweerder tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft gehandeld. Daarom is de klacht kennelijk ongegrond.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 4 februari 2026 door R.A. Steenbergen, voorzitter,
H.J.J. Koornstra-Wortel en M.C.E. van den Heuvel, leden-beroepsgenoten, bijgestaan
door
T.G. Nijenkamp, secretaris en uitgesproken door de vaste voorzitter
K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk.