ECLI:NL:TGZRSHE:2026:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8674
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2026:24 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 04-02-2026 |
| Datum publicatie: | 04-02-2026 |
| Zaaknummer(s): | H2025/8674 |
| Onderwerp: | Geen of onvoldoende zorg |
| Beslissingen: | Ongegrond/afwijzing |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen chirurg die supervisor was van een arts in opleiding tot orthopedisch chirurg (hierna: de AIOS), bij wie klager op het spreekuur is geweest. De chirurg was niet aanwezig bij dit spreekuur. Klager verwijt de chirurg onder meer dat geen voorafgaande toestemming is gevraagd voor onderzoek en behandeling door de AIOS en dat de chirurg onvoldoende toezicht heeft gehouden op het handelen van de AIOS.College: klacht ongegrond, want niet tuchtrechtelijk verwijtbaar dat supervisor die niet aanwezig was niet heeft gevraagd om uitdrukkelijke toestemming van klager voor onderzoek en behandeling door de AIOS. Chirurg is ook niet tekort geschoten door het spreekuur en de behandeling aan de AIOS over te laten. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’S-HERTOGENBOSCH
Beslissing in raadkamer van 4 februari 2026 op de klacht van:
[A],
wonende in [B],
klager,
tegen
[C],
chirurg,
werkzaam in [D],
verweerder, hierna: de chirurg,
gemachtigde: mr. S.J. Muntinga, werkzaam in Utrecht.
1. Waar gaat de zaak over?
1.1 De chirurg was supervisor van een arts in opleiding tot orthopedisch chirurg
(hierna: de
AIOS), bij wie klager op het proctologisch spreekuur is geweest. De AIOS heeft tijdens
het
proctologisch spreekuur vastgesteld dat bij klager sprake was van een graad 1 hemorroïd
(aambei) en
klager daarvoor tijdens het spreekuur behandeld met rubberbandligatie (een behandeling
waarbij
elastiekjes worden geplaatst om een aambei waardoor deze verschrompelt). De chirurg
is niet
aanwezig geweest bij het proctologisch spreekuur.
1.2 Klager verwijt de chirurg dat hij vooraf geen toestemming heeft gevraagd voor
onderzoek en
behandeling door de AIOS en dat hij ondanks expliciet verzoek van klager, totaal
afwezig is
geweest. Verder verwijt klager de chirurg dat er een onjuistheid in het medisch
dossier staat en
dat hij als supervisor niet heeft toegezien op het handelen van de AIOS. De chirurg
meent dat hij
niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
1.3 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. “Kennelijk”
betekent
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze
beslissing is
gekomen.
2. De procedure
2.1 De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 30 juni 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 4 september 2025.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het
college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik
gemaakt.
2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. Wat is er gebeurd?
3.1 Op 10 december 2024 is klager door een dermatoloog verwezen naar het proctologisch
spreekuur.
Als reden voor de aanvraag van dit spreekuur heeft de dermatoloog genoteerd (alle
citaten voor
zover van belang en letterlijk weergegeven):
“Bekend met perianale fissuren en dermatitis, nu klachten vrij met lokale therapie.
Persisterende
jeuk in de anus, in verleden hemorrhoiden gehad. Ovv pt graag uw onderzoek intra-anaal
ivm ect
hemorroiden.”
3.2 Op 29 januari 2025 is klager bij de AIOS op het proctologisch spreekuur geweest.
De AIOS
bevond zich toen in zijn tiende maand van de opleiding tot orthopedisch chirurg.
Daarvoor heeft de
AIOS twee jaar als arts niet in opleiding tot specialist (ANIOS) gewerkt op de afdeling
algemene
chirurgie.
3.3 De AIOS heeft na onderzoek bij klager vastgesteld dat bij hem sprake was van
een graad 1
aambei. Deze heeft hij vervolgens behandeld met rubberbandligatie. Over het contact
op 29 januari
2025 heeft de AIOS in het dossier genoteerd:
“Reden van komst: fissura ani
Bekend met m Crohn
Fissuur ani lokale behandeling Klachten intra anaal; hemorroïden?
Anamnese:
Al jaren last van een randvenen die opspeelt en weer weg zak Geen pijn, wel irritant
Geen bloedverlies Ontlasting soepel
Afgelopen jaar moeilijk jaar geweest; inmiddels weer iets beter
Lichamelijk onderzoek:
Inspectie: minimale skintag op links (oud peri-anaal abces), verder geen afwijkingen,
geen fissura
ani
RT: geen zwellingen palpabel
Proctoscoop: graad 1 hemorroid op links lateraal, geen fistels zichtbaar
Conclusie: recidiverende randvenen/uitwendige hemorroid dd fistelling met abces
(echter niet
zichtbaar)
Beleid:
Bevindingen met patiënt besproken, uitleg RBL 3x
Controle over 8 weken op proctologie poli voor evalueren klachten en eventueel nieuwe
RBL
Patiënt belt zelf indien de zwelling progressief toeneemt, dan diezelfde week afspraak
op de
proctologie inplannen
Informed consent
Proctoscopie en rubber band ligatie Aard van de ingreep uitgelegd
Besproken zijn, ongemak, heftige pijn (te lage bandjes), duizeligheid en of vasovagale
collaps,
recidief/geen effect, bloedverlies. Er werd een folder meegegeven”.
3.4 De chirurg was de supervisor van de AIOS. Hij is niet bij het proctologisch
spreekuur
aanwezig geweest en heeft klager op 29 januari 2025 dus niet gezien en behandeld.
3.5 In het digitale patiëntenportaal bij de Bezoeksamenvatting staat vermeld:
“U zag Dhr. Dr. [naam van de chirurg], chirurg op woensdag 29 januari 2025.’’
4. De klacht en de reactie van de chirurg
4.1 Klager verwijt de chirurg:
a) dat hij vooraf geen toestemming heeft gevraagd voor onderzoek en behandeling
door de AIOS;
b) dat hij ondanks expliciet verzoek van klager, totaal afwezig is geweest;
c) een onjuistheid in het medisch dossier omdat klager de chirurg niet heeft gezien,
wat wel is
genoteerd in de “Bezoeksamenvatting”.
d) dat hij als supervisor niet heeft toegezien op het handelen van de AIOS.
4.2 De chirurg heeft het college verzocht de klacht kennelijk ongegrond te verklaren.
Hij is van
mening dat hij heeft gehandeld conform de op hem rustende zorgplicht.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.1 De vraag is of de chirurg de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht
worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende chirurg. Bij de beoordeling
wordt rekening gehouden met de voor de chirurg geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden.
Klachtonderdeel a) geen toestemming gevraagd voor onderzoek en behandeling door de
AIOS
5.2 Klager voert aan dat hij op 29 januari 2025 naar het ziekenhuis is gegaan
voor een afspraak
bij de chirurg, maar dat hij vervolgens in de behandelkamer werd verwelkomd door
twee assistentes
en een arts, zijnde de AIOS. Hij verwijt de chirurg dat hij klager vooraf niet heeft
gevraagd om
toestemming voor onderzoek en behandeling door de AIOS.
5.3 De chirurg voert aan dat het vaker voorkomt dat spreekuren op naam van een medisch
specialist
staan, maar worden uitgevoerd door een arts-assistent met een medisch specialist
als supervisor.
Volgens hem heeft de AIOS zich aan klager voorgesteld met zijn naam en functie en
ook verteld dat
de supervisor erbij kon worden geroepen indien nodig of gewenst. De chirurg meent
dan ook dat
klager voldoende was geïnformeerd over het feit dat de AIOS een arts in opleiding
was. Het is dan
volgens hem niet nodig dat nog expliciet om toestemming wordt gevraagd voor onderzoek
en
behandeling door een arts in opleiding.
5.4 Het college overweegt als volgt. Een patiënt moet geïnformeerd worden over de
mogelijkheid
dat hij onderzocht of behandeld wordt door een arts in opleiding tot specialist.
Het ziekenhuis
waar de chirurg werkzaam is, is een opleidingsziekenhuis. Dit blijkt in ieder geval
uit de
informatie op de website van het ziekenhuis. Klager was bovendien al sinds 2006
patiënt in het
ziekenhuis. De chirurg mocht er dan ook van uitgaan dat klager voldoende was geïnformeerd
over het
feit dat hij werd behandeld in een opleidingsziekenhuis en over de mogelijkheid
dat het
proctologisch spreekuur zou worden gedaan door een arts in opleiding tot specialist.
In dat geval
is het – mede omdat sprake was van een betrekkelijk eenvoudige ingreep – voldoende
dat de arts in
opleiding tot specialist zich als zodanig nog voorstelt aan de patiënt. De chirurg
mocht ervan
uitgaan dat de AIOS dit op 29 januari 2025 ook heeft gedaan. Het niet vragen om
uitdrukkelijke
toestemming van de patiënt voor onderzoek en behandeling door een arts in opleiding
tot specialist
door de chirurg is dan ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Een arts (al dan niet
in opleiding tot
specialist) wordt op een spreekuur van een opleider gepland. Het ligt op de weg
van een patiënt om
dan te weigeren door deze behandelaar te worden onderzocht en/of behandeld. Klachtonderdeel
a) is
kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel b) totaal afwezig zijn ondanks expliciet verzoek van klager
5.5 Klager stelt dat hij expliciet aan de AIOS heeft aangegeven door de supervisor
te willen
worden gezien en behandeld, waarop de AIOS volgens klager heeft gezegd dat de supervisor
“zo zou
komen”. Vervolgens heeft de AIOS volgens klager de intake gedaan en voorgesteld
om “even te
kijken”. Klager heeft daarmee ingestemd, waarna de AIOS eerst
uitwendig onderzoek heeft gedaan, vervolgens inwendig onderzoek met een proctoscoop
en daarna
direct een behandeling heeft uitgevoerd.
5.6 De chirurg stelt dat hij niet op de hoogte was van een verzoek van klager om
aanwezig te zijn
bij het proctologisch spreekuur. Hij brengt naar voren dat de AIOS betwist dat klager
heeft
gevraagd of de supervisor kon meekijken dan wel de behandeling kon uitvoeren.
5.7 Het college kan niet vaststellen of klager de AIOS heeft gezegd dat hij wilde
dat de
supervisor zou meekijken dan wel de behandeling zou uitvoeren. Het is namelijk het
woord van klager
tegen het woord van de AIOS en aan het woord van de één kan niet meer waarde worden
gehecht dan aan
het woord van de ander. De chirurg stelt dat hij in ieder geval niet op de hoogte
is gebracht van
een verzoek van klager om mee te kijken dan wel de behandeling uit te voeren. Klager
heeft geen
feiten of omstandigheden naar voren gebracht op basis waarvan kan worden geconcludeerd
dat de
chirurg wel op de hoogte was van zijn verzoek. Daarvoor heeft het college in het
medisch dossier
van klager ook geen aanknopingspunten gevonden. De chirurg kan dan ook geen verwijt
worden gemaakt
dat hij niet bij het proctologisch spreekuur aanwezig is geweest. Klachtonderdeel
b) is ook
kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel c) de onjuistheid in het medisch dossier
5.8 Klager verwijt de chirurg dat er een onjuistheid in het medisch dossier staat.
Hij heeft de
chirurg namelijk – in tegenstelling tot wat er in de Bezoeksamenvatting staat vermeld
– niet
gezien.
5.9 De chirurg voert aan dat hij geen invloed heeft op wat er in het digitale patiëntenportaal
bij de Bezoeksamenvatting staat vermeld. Het beleid van het ziekenhuis is dat daar
de naam komt te
staan van de medisch specialist als regiebehandelaar. De chirurg voert verder aan
dat uit de status
en uit de brief aan de huisarts van klager duidelijk blijkt door wie klager is gezien.
5.10 Naar het oordeel van het college kan de chirurg geen tuchtrechtelijk verwijt
worden gemaakt
van de vermelding van zijn naam in het digitale patiëntenportaal bij de Bezoeksamenvatting.
De
Bezoeksamenvatting is door het ziekenhuissysteem automatisch gegenereerde informatie
en dus niet
door de chirurg dan wel de AIOS opgesteld. Bovendien voert het ziekenhuis het beleid
om bij de
Bezoeksamenvatting de naam van de medisch specialist als regiebehandelaar te vermelden.
Klachtonderdeel c) is daarmee eveneens kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel d) het als supervisor niet toezien op het handelen van de AIOS
5.11 Volgens klager heeft de AIOS een zinloze behandeling uitgevoerd, aangezien
hij heeft
behandeld op een plek waar klager helemaal geen klachten had. Klager stelt dat hij
de AIOS tijdens
de intake heeft verteld dat de klachten zich “nog geen vingerkootje diep” voordeden.
Nadat hij de
AIOS tijdens het inwendig onderzoek heeft verteld dat hij veel te diep zat, was het
inwendig onderzoek klaar en heeft de AIOS klager medegedeeld dat hij drie elastiekjes
had aangelegd om een graad 1 of 2 aambei.
5.12 De chirurg voert aan dat de periodieke beoordelingen van de AIOS uitstekend
waren. Uit de
bespreking kort voor 29 januari 2025 kwam naar voren dat men zeer positief was over
de AIOS. In het
systeem VREST waarin opleidings- en loopbaanprestaties worden vastgelegd hebben
voor 29 januari
2025 de aftekeningen “poliklinische operatieve verrichtingen”, “endovasculaire laser
behandeling”
en “proctologie zelfstandig” plaatsgevonden. Verder voert hij aan dat hij op 29
januari 2025
voorafgaand aan het proctologisch spreekuur met de AIOS de aanvragen van die ochtend
heeft
doorgenomen. Samen hebben zij ingeschat dat de AIOS het spreekuur zelfstandig zou
kunnen doen.
Indien nodig, kon de chirurg direct bij het proctologisch spreekuur aanwezig zijn.
De chirurg meent
dat de AIOS zorgvuldig en volgens de professionele standaard heeft gehandeld.
5.13 De vraag die het college moet beantwoorden is of de chirurg het aan de AIOS
mocht overlaten
om klager zelfstandig, zonder tussenkomst van de chirurg als supervisor, te zien
en te behandelen.
Naar het oordeel van het college was de AIOS bevoegd en op basis van zijn ervaring
bekwaam om
zelfstandig, zonder tussenkomst van de supervisor, klager te zien en de behandeling
uit te voeren.
Hij bevond zich ten tijde van de behandeling in de tiende maand van zijn opleiding
tot orthopedisch
chirurg. Tijdens de opleiding en ook daarvoor als ANIOS werkzaam op de afdeling
algemene chirurgie
heeft de AIOS het proctologisch spreekuur gevoerd. Enkele weken voorafgaand aan
het spreekuur met
klager was hij in het kader van de praktijkbeoordeling geautoriseerd om het proctologisch
spreekuur
zelfstandig te doen. De chirurg heeft bovendien voorafgaand aan het proctologisch
spreekuur de
aanvraag met de AIOS doorgenomen. Het was zowel de inschatting van de chirurg als
die van de AIOS
dat de AIOS het spreekuur zelfstandig zou kunnen voeren. Daar komt bij dat de chirurg
in de kamer
naast die waar het proctologisch spreekuur plaatsvond aanwezig was en direct erbij
kon worden
geroepen. Daarmee was eventuele tussenkomst verzekerd. Het voorgaande betekent dat
de chirurg niet
tekort is geschoten in de zorg die van hem verwacht mag worden door het proctologisch
spreekuur en
de behandeling aan de AIOS over te laten. Klachtonderdeel d) is dus ook kennelijk
ongegrond.
Slotsom
5.14 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht kennelijk
ongegrond
zijn.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door T.N.E. Meyboom, voorzitter, H.M.J. van der Linden-
van der Zwaag en M.H.M. Bender, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door D. van Grootveld,
secretaris,
en in het openbaar uitgesproken door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-
van Meerwijk op 4 februari 2026.