ECLI:NL:TGZRSHE:2026:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/9011
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2026:21 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 04-02-2026 |
| Datum publicatie: | 04-02-2026 |
| Zaaknummer(s): | H2025/9011 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Klacht tegen kno-arts. Klager verwijt de kno-arts dat hij een chip in zijn neus heeft geplaatst. Dat op de overlegde röntgenfoto’s de geplaatste chip te zien is heeft klager niet nader onderbouwd, bijvoorbeeld door een verklaring van een onafhankelijk arts. Zonder zo’n verklaring kan niet worden vastgesteld dat op de röntgenfoto’s daadwerkelijk de chip te zien is. De klacht is kennelijk ongegrond. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE ’S-HERTOGENBOSCH
Voorzittersbeslissing van 4 februari 2026 op de klacht van:
[A],
wonende in [B],
klager
tegen:
[C],
keel-, neus- en oorarts,
werkzaam in [B],
verweerder
1. De klacht
Klager verwijt verweerder dat hij bij het uitvoeren van een neuscorrectie op 10
oktober 2020 zonder
toestemming een chip heeft geplaatst.
2. Procedure
De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 18 september 2025 bij het Regionaal
Tuchtcollege
voor de Gezondheidszorg te Amsterdam;
- de brief van 9 oktober 2025 van de secretaris aan klager;
- de brief van 14 november 2025 van de secretaris aan klager;
- de e-mail van 3 december 2025, 01:31 uur, ontvangen van klager;
- de e-mail van 3 december 2025, 15:35 uur, ontvangen van klager;
- de e-mail van 3 december 2025, 15:37 uur, ontvangen van klager.
3. De feiten
3.1. In zijn klaagschrift schreef klager het volgende (alle citaten voor zover
van belang en
letterlijk weergegeven):
“Ik heb redenen om aan te nemen dat [verweerder] een chip bij mij heeft geplaatst
tijdens de
neuscorrectie die hij op 19-10-2020 bij mij heeft uitgevoerd. Veel dingen zijn verdacht.
Ik heb de
dokter nooit meer gezien en mijn neus is nooit goed genezen. Er is nooit een vervolgonderzoek
geweest. Ik voel me geviseerd en in de gaten gehouden. (…)”
3.2. Bij brief van 9 oktober heeft de secretaris klager verzocht de klacht concreet
te onderbouwen
en een toelichting te geven op de relevantie van het bij het klaagschrift gevoegde
wetenschappelijke artikel van verweerder over de reconstructie van een neusklep.
Tevens is klager
verzocht te laten weten waar het college aanwijzingen/bewijzen kan vinden voor de
stelling dat er
bij hem een chip is geplaatst. Bij brief van 14 november 2025 heeft de secretaris
de verzoeken
herhaald.
3.3. Bij de e-mails van 3 december 2025 heeft klager röntgenfoto’s overgelegd waarop
volgens hem
de bij hem geplaatste chip te zien is. klager heeft daarbij het volgende geschreven:
“Ik begrijp dat ik onweerlegbaar bewijs moet leveren dat ik ben aangerand, ik begrijp
dat de
zekerheid die ik heb niet dezelfde is als die van anderen. Ik doe er alles aan om
dit op te lossen,
maar ik kan zelf geen afspraken maken. Ik ben afhankelijk van artsen en ziekenhuizen,
die me vaak
ook niet geloven. Het is erg moeilijk voor me geweest om alles te verwerken, dus
ik vraag u om dit
te onderzoeken terwijl ik meer documenten verzamel. (…)”
4. De beoordeling
4.1. In deze procedure is niet vast komen te staan dat verweerder bij het uitvoeren
van de
neuscorrectie op 19 oktober 2020 bij klager zonder toestemming een chip heeft geplaatst.
Dat
betekent dat de voorzitter niet kan vaststellen dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar
heeft
gehandeld.
4.2. Dit oordeel berust niet op het uitgangspunt dat wat klager heeft aangedragen
niet wordt
geloofd, maar op de omstandigheid dat voor het oordeel of een bepaalde verweten
gedraging
tuchtrechtelijk verwijtbaar is, eerst moet worden vastgesteld welke feiten daaraan
ten grondslag
gelegd kunnen worden.
4.3. Klager heeft zijn stelling dat een chip is geplaatst onvoldoende onderbouwd.
Uit het
operatieverslag van de neuscorrectie van 19 oktober 2020 of uit het door klager
opgemaakte
gespreksverslag van een gesprek tussen hem en verweerder op 11 september 2025 blijkt
niet dat een
chip is geplaatst. Klager heeft verder weliswaar röntgenfoto’s overgelegd en gesteld
dat daarop de
geplaatste chip te zien is, maar hij heeft die stelling niet nader onderbouwd, bijvoorbeeld
door
een verklaring van een onafhankelijk arts. Zonder zo’n verklaring kan niet worden
vastgesteld dat
op de röntgenfoto’s daadwerkelijk de chip te zien is. Gelet op het voorgaande is
de klacht
kennelijk ongegrond.
5. De beslissing
De voorzitter verklaart de klacht kennelijk ongegrond.
Aldus gedaan op 4 februari 2026 door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van Meerwijk,
voorzitter, in
tegenwoordigheid van G.J. Stoepker, secretaris.