ECLI:NL:TGZRSHE:2026:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8071
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRSHE:2026:17 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 21-01-2026 |
| Datum publicatie: | 21-01-2026 |
| Zaaknummer(s): | H2025/8071 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Klager klaagt erover dat zijn vader vanwege zijn geloof geen volledige sedatie wilde, maar dat de huisarts van de huisartsenpost een te hoge dosis midazolam voorschreef waarna vader langdurig bewusteloos was. Ook kreeg vader methadon en dexamethason toegediend, waarna hij overleed. Het tuchtcollege oordeelt dat voorgeschreven dosis midazolam (7,5 mg) passend is bij de situatie namelijk om onrust te verminderen en niet om het overlijden te versnellen. De medicatie werd bovendien pas later toegediend conform het beleid van de eigen huisarts en was ten tijde van het overlijden, een dag later, uitgewerkt. De huisarts was niet betrokken bij de latere toediening van methadon en dexamethason. Klacht kennelijk ongegrond. |
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
TE ’s-HERTOGENBOSCH
Beslissing in raadkamer van 21 januari 2026 op de klacht van:
[A],
wonende in [B],
klager,
tegen
[C],
huisarts, werkzaam in [D],
verweerder,
gemachtigde mr. drs. A. Dekker.
1. Waar gaat de zaak over?
1.1 Klager klaagt erover dat zijn vader, die vanwege zijn geloofsovertuiging geen
volledige
sedatie wilde, toch door middel van een te hoge dosering midazolam is gesedeerd.
Hierna is hij 21
uur bewusteloos geweest waarna hij ook nog methadon en dexamethason kreeg toegediend
en vervolgens
overleed.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze
beslissing is gekomen.
2. De procedure
2.1 De procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 7 januari 2025;
- de brief van 24 januari 2025 van de secretaris aan klager;
- de brief van 27 januari 2025 met bijlagen, ontvangen van klager op 29 januari
2025;
- de brief met bijlagen, ontvangen van klager op 30 januari 2025;
- het verweerschrift met twee bijlagen, welke bijlagen met toepassing van artikel
67 lid 3 Wet BIG
niet aan klager zijn toegezonden;
- het overzicht van geadviseerde doseringen, ontvangen van klager op 4 april 2025;
- de brief van 14 april 2025, ontvangen van klager en zijn moeder op 17 april 2025;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 20 augustus
2025.
2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
2.3 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna licht het college toe hoe het tot deze
beslissing is
gekomen.
3. De feiten
3.1 De vader van klager verkeerde in zijn laatste levensfase en vertoonde veel
onrust. Hij
verbleef thuis bij zijn echtgenote: hierna moeder.
3.2 Vanaf 26 november 2024 is het Team High Care palliatieve zorg bij vader komen
verlenen. Vanaf
die datum tot zijn overlijden op (.....) zijn diverse medewerkers van dit team
bij vader en moeder thuis geweest. Ook hebben er diverse telefoongesprekken plaatsgevonden
tussen
de medewerkers van het team en moeder en/of klager.
3.3 In de nacht van (.....) om 01:28 u werd verweerder, die op dat
moment dienstdoend arts op de huisartsenpost (HAP) was, geraadpleegd door de dienstdoende
verpleegkundige over de vraag of en welke dosis midazolam zou kunnen worden voorgeschreven
aan de
vader van klager. Dit omdat de vader erg onrustig was. De verpleegkundige noteert
hierover het
volgende in het zorgdossier (letterlijk weergegeven): HCT
Oproep vanuit zoon, dhr zou met momenten motorisch ongerust zijn. Graait steeds
naar papegaai, kan
draai niet vinden en brabbelt wat. Geeft duidelijk aan geen pijn te hebben Vraag
of dhr iets mag
krijgen voor de nacht.
Overleg met HAP [naam arts HAP], schrijft Midazolam voor dhr voor. Dhr mag een bolus
van 7,5 mg
krijgen, indien niet afdoende is gedurende de nacht mag er een bolus van 5 mg herhaald
worden.
Midazolam wordt thuis geleverd. Zoon neemt contact op wanneer medicatie geleverd
is en bolus
gewenst is.
3.4 De midazolam wordt die nacht niet toegediend maar pas aan het eind van de ochtend
om 11.30
uur (zie hierna).
3.5 Op (.....) om 11:42 u noteert een collega van de verpleegkundige in het medisch
dossier:
HCT:
Bij dhr aanwezig. Dhr is totaal niet comfortabel, oogt pijnlijk. Is lichamelijk
niet motorisch
onrustig, maar dhr beweegt met zijn hoofd, kreunt ontzettend en maakt mondbewegingen.
Heeft geen
UBC, wil dit niet. Dhr is moslim, er mag dan volgens zijn geloof dan ook niet gestart
worden met
sedatie. Mocht er geen andere oplossing meer zijn is de arts leidend hierin.
Overleg met HAP gehad, eigen huisarts [naam eigen huisarts] mee gesproken.
Beleid:
-Midazolam 7,5 mgr zo nodig. Om 11.30 uur 7,5 mgr gespoten via 2e nieuwe vleugelnaald
li-arm.
-Mag herhaald worden in de nacht
-Methadon van 2 x daags naar 3 x daags van 5 mgr
-Dexamethason 4 mgr blijft gehandhaafd 1 x per dag
-Morfinepomp verlaagd van 36mgr/24 uur naar 24mgr/24 uur. Bolus blijft 10 mgr
Er kan laagdrempelig gebeld worden naar huisarts /HAP voor overleg. HA [naam huisarts],
[telefoonnummer huisarts]
Collega loopt vanmiddag nog even in om te kijken hoe het is, @wijkteam, bolus wordt
3 x daags voor
jullie toe te dienen methadon. Injectielijsten gemaakt.
Bij weggaan was dhr comfortabel en lag te slapen.ademstops van ongeveer 10 sec.
3.6 Daarna is er nog tweemaal methadon en dexamethason toegediend, voor het laatst
op (.....) om
circa 8.30u waarna vader is overleden.
4. De klacht en de reactie van verweerder
4.1 Klager verwijt verweerder:
1. het in de nacht van (.....) niet respecteren van de uitdrukkelijke
wens van vader om geen sedatie te ondergaan. Klager wilde met een zeer lage dosering
midazolam
beginnen maar er werd besloten 7,5 mg midazolam toe te dienen;
2. de toediening van methadon en dexamethason op (.....) om 8.30u terwijl vader
al meer
dan 21 uur bewusteloos was door de midazolam en morfine.
4.2 Verweerder heeft het college verzocht de klager niet-ontvankelijk te
verklaren en de klacht dus niet inhoudelijk te behandelen. Voor het geval het college
de klacht wel
inhoudelijk gaat beoordelen, heeft verweerder het college verzocht de klacht ongegrond
te
verklaren.
4.3 Het college gaat hieronder verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De ontvankelijkheid van klager
5.1 Verweerder heeft betwist dat klager ontvankelijk is in zijn klacht. De echtgenote
van wijlen
vader leeft immers nog en zij is als naaste betrekking klachtgerechtigd en niet
de zoon.
5.2 Het college overweegt dat het juist is dat de echtgenote van wijlen vader hem
in zaken
betreffende zijn medische behandeling op grond van de wet, bij uitsluiting van andere
nabestaanden,
vertegenwoordigt en daarmee klachtgerechtigd is. Klager heeft echter een verklaring
van moeder
overgelegd waaruit blijkt dat zij volledig achter deze klacht staat. Klager kan
daarom worden
ontvangen in zijn klacht.
De criteria voor de beoordeling
5.3 De vraag is of verweerder de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht
worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling
wordt rekening
gehouden met de voor een huisarts geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden.
Zorgverleners zijn alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk voor hun eigen handelen.
5.4 Het college oordeelt dat verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld
en licht
dat hierna toe.
klachtonderdeel 1) toediening midazolam
5.5 Allereerst merkt het college op dat verweerder de vader van klager geen midazolam
heeft
toegediend en dat dit in de nacht van (.....) feitelijk ook niet is toegediend.
Eerst in de
loop van de ochtend van (.....) is er, conform het die ochtend door de eigen huisarts
van de
vader van klager opgestelde beleid, 7,5 mg midazolam toegediend. Het college begrijpt
de klacht
echter zo dat verweerder, gelet op de wens van vader, geen dosis van 7,5 mg midazolam
had mogen
voorschrijven.
5.6 Verweerder voert aan dat hij met het voorschrijven van de dosis is afgegaan
op de
mededelingen van de gespecialiseerde verpleegkundige die veel ervaring had met palliatieve
zorg en
op het waarneembericht van de eigen huisarts. In dit waarneembericht staat dat terminale
sedatie
niet is besproken. De vraag was of vader midazolam mocht krijgen om een nacht door
te komen wegens
zijn onrust. De eigen huisarts had volgens de verpleegkundige geen beleid opgesteld
voor het geven
van midazolam bij onrust in de nacht. Verweerder zag met deze informatie geen reden
om in het
medisch dossier van vader te kijken. Hij heeft in overleg met de verpleegkundige
een eenmalige
bolus voorgeschreven van 7,5 mg en zo nodig, bij aanhoudende onrust, daarna een
bolus van 5 mg. De
dosering van 7,5 is volgens hem geschikt en gebruikelijk voor de behandeling van
onrust. Een lagere
dosering had mogelijk onvoldoende effect op de onrust gehad.
5.7 Het college overweegt als volgt.
Klager heeft in de nacht van (.....) zelf contact opgenomen met de HIC (High Intensive
Care)
vanwege de toenemende onrust van vader. Klager heeft met de dienstdoende verpleegkundige
de
mogelijkheid besproken om midazolam te geven. De verpleegkundige heeft daarna overleg
gevoerd met
verweerder en deze heeft één bolus van 7,5 mg midazolam voorgeschreven. Dit om vader
meer comfort
te bieden. De voorgeschreven dosis is een gebruikelijke dosis om mee te starten
in een situatie als deze. Daarmee vermindert de onrust van een patiënt. Dat brengt
weliswaar slaperigheid met zich mee maar het doel van het geven van midazolam is niet
om de patiënt in slaap te houden en/of het intreden van het tijdstip van
overlijden te versnellen maar om de patiënt comfort te bieden. Klager vermeldt in
zijn klaagschrift
dat er een middenweg moest worden gezocht tussen volledige sedatie en het wegnemen
van onrust. Naar
het oordeel van het college is de voorgeschreven dosering zeker passend bij die
situatie.
Voor zover klager heeft bedoeld aan te voeren dat vader door het geven van de midazolam
is
overleden, overweegt het college als volgt. De gegeven dosis midazolam versnelt
het overlijden niet
en midazolam is bovendien een kortwerkend medicijn dat was uitgewerkt toen vader
circa 21 uur na de
toediening daarvan overleed.
Dit klachtonderdeel is ongegrond.
klachtonderdeel 2) toediening methadon en dexamethason
5.8 Verweerder was bij de toediening van deze medicatie niet betrokken. Dat blijkt
althans
nergens uit. Dit klachtonderdeel is daarom ongegrond. Het college merkt ter informatie
van klager
nog wel op dat ook deze medicatie tot doel heeft comfort te bieden. Er is geen sprake
van een doel
tot versneld overlijden. Het acuut stoppen met methadon en dexamethason heeft wel
als ongewenst
effect dat dit tot een (eerder) overlijden kan leiden.
Slotsom
5.9 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat beide klachtonderdelen ongegrond zijn.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht in haar twee onderdelen kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 21 januari 2025 door K.A.J.C.M. van den Berg Jeths-van
Meerwijk,
voorzitter, T.A.W. Linssen en J.G.E. Smeets, leden-beroepsgenoten,
bijgestaan door T.G. Nijenkamp, secretaris.