ECLI:NL:TGZRAMS:2026:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9754
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2026:91 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 14-04-2026 |
| Datum publicatie: | 14-04-2026 |
| Zaaknummer(s): | A2026/9754 |
| Onderwerp: | Onzorgvuldige dossiervorming |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Het klaagschrift en de ter onderbouwing bijgevoegde bijlagen geven de voorzitter geen aanknopingspunten om te oordelen dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Kennelijk ongegrond. |
A2026/9754
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Voorzittersbeslissing van 14 april 2026 naar aanleiding van de klacht van:
A,
wonende te B, klager,
tegen
C,
verpleegkundige
hierna: verweerster.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 12 november 2025;
- de brief van de secretaris van het college, van 9 december 2015;
- het aanvullende klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 9 januari 2026;
- de brief van de secretaris van het college, van 14 januari 2026;
- het aanvullende klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 16 februari 2026.
2. De overwegingen
2.1 Klager heeft een klacht ingediend tegen tien zorgverleners die ieder in een
bepaalde mate
betrokken zijn geweest bij klager in de periode dat hij verbleef in een gespecialiseerde
GGZ-instelling. Ook heeft hij een klacht ingediend tegen de advocaat en de vertegenwoordiger
van de
GGZ-instelling die betrokken waren bij de zitting waarin de voortzetting van de
crisismaatregel is
behandeld.
2.2 Klager is van mening dat er sprake is van structurele feitelijke onjuistheden
in zijn
dossier, diagnostische conclusies zonder objectieve onderbouwing, onvolledige informatievoorziening
aan de rechter, onvoldoende rechtsbijstand en het niet naleven van zijn signaleringsplan.
2.3 De voorzitter moet per klacht beoordelen of klager in zijn klacht kan worden
ontvangen.
Daarbij is van belang dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk
zijn voor hun eigen
handelen.
2.4 De voorzitter is van oordeel dat de klacht tegen verweerster kennelijk ongegrond
is.
‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen
en dat duidelijk is dat de klacht niet inhoudelijk behoeft te worden besproken. Voor
die beslissing is het volgende van belang.
2.5 Een klaagschrift moet voldoen aan een aantal krachtens de wet gestelde eisen.
Zo moet uit het
klaagschrift voldoende duidelijk blijken op welk handelen of nalaten de klacht betrekking
heeft en
welke zorgverlener(s) daar volgens klager verantwoordelijk voor is/zijn.
2.6 Omdat het klaagschrift niet aan die eisen voldeed heeft de secretaris van het
college klager
bij brief van 9 december 2025 klager verzocht om zijn klacht aan te vullen. Daarbij
heeft de
secretaris concreet aangegeven welke informatie zij van klager wenste te ontvangen.
Klager heeft op
9 januari 2026 een aanvulling op zijn klacht ingediend. Deze aanvulling gaf echter
geen antwoord op
de gestelde vragen. Bij brief van 14 januari 2026 heeft de secretaris daarom klager
nogmaals
uitgelegd welke informatie zij van klager wenste te ontvangen. Ook heeft de secretaris
op 13
februari 2026 telefonisch contact gehad met klager. Op 16 februari 2026 heeft klager
een tweede
aanvulling op zijn klacht ingediend. In deze aanvulling schrijft klager (onder andere)
dat hij een
verwijt heeft jegens verweerster.
2.7 Ten aanzien van verweerster schrijft klager dat zijn verwijt is:
“01-06-2023
Klacht tegen: C
Er wordt vermeld dat ik slecht sliep en dat sprake zou zijn van grootheidswaan. Beide
beweringen
zijn onjuist.
Ik heb geen slaapproblemen gemeld. Mijn paniek betrof de situatie rondom het niet
kunnen zien van
mijn kind, niet een psychiatrisch toestandsbeeld.”
2.8 Klager heeft bij zijn initiële klaagschrift vele tientallen pagina’s aan bijlagen
gevoegd. In
deze bijlagen zit een verpleegkundig opnameverslag van verweerster van een intakegesprek
met klager
van 1 juni 2023 waar de verpleegkundige en een arts bij aanwezig waren.
2.9 In de verslaglegging van verweerster van 1 juni 2023 staat onder andere vermeld:
“verslag verloop opnamegesprek
Het betreft een 36-jarige man, in de voorgeschiedenis bekend met een schizoaffectieve
stoornis van
het bipolaire type waarbij hij 10 jaar stabiel is gebleven zonder medicatie of ambulant
kader,
sinds 2 weken in eerste instantie vrijwillig opgenomen op JTP i.v.m. klachten van
manisch-psychotische decompensatie (slechter slapen, grootheidswanen, achterdocht
richting
partner). Luxerend voor de klachten lijkt de geboorte van een eerste kind begin
van dit jaar kort
waarna pt relatie met partner heeft verbroken. Opname is daarna voortgezet onder
crisismaatregel
bij weigering antipsychotica (olanzapine).
Bij beoordeling vertelt cliënt opgenomen te zijn wegens paniekaanvallen en omdat hij
gek is gemaakt
door zijn vriendin, ontkent hierbij manisch te zijn. Erkent wel dat er een korte
‘kortsluiting’was
in zijn hoofd. Aanmelding bij FACT is gedaan waarbij pt zegt open te staan voor
amulante zorg.”
2.10 Bovenstaande betreft een beschrijvende weergave van verweerster van het opnamegesprek.
De
daarbij tussen haakjes genoemde klachten van slechter slapen en grootheidswanen
betreft een
herhaling van kennelijk tijdens een eerdere opname elders geconstateerde klachten.
Dit is geen
constatering of diagnosticering van verweerster. Zonder een nadere toelichting van
klager – die
ontbreekt – ziet de voorzitter niet in waarom deze vermelding van verweerster tuchtrechtelijk
verwijtbaar is.
2.11 Het klaagschrift en de ter onderbouwing bijgevoegde bijlagen geven de voorzitter
ook
anderszins geen aanknopingspunten om te oordelen dat verweerster tuchtrechtelijk
verwijtbaar heeft
gehandeld. De voorzitter is van oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.
3. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 14 april 2026 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter,
bijgestaan door R. van der Vaart, secretaris.