ECLI:NL:TGZRAMS:2026:90 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9753
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2026:90 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 14-04-2026 |
| Datum publicatie: | 14-04-2026 |
| Zaaknummer(s): | A2025/9753 |
| Onderwerp: | Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Het klaagschrift en de ter onderbouwing bijgevoegde bijlagen geven de voorzitter geen aanknopingspunten om te oordelen dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Kennelijk ongegrond. |
A2026/9753
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Voorzittersbeslissing van 14 april 2026 naar aanleiding van de klacht van:
A,
wonende te B, klager,
tegen
C,
destijds arts niet in opleiding
hierna: verweerder.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 12 november 2025;
- de brief van de secretaris van het college, van 9 december 2015;
- het aanvullende klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 9 januari 2026;
- de brief van de secretaris van het college, van 14 januari 2026;
- het aanvullende klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 16 februari 2026.
2. De overwegingen
2.1 Klager heeft een klacht ingediend tegen tien zorgverleners die ieder in een
bepaalde mate
betrokken zijn geweest bij klager in de periode dat hij verbleef in een gespecialiseerde
GGZ-instelling. Ook heeft hij een klacht ingediend tegen de advocaat en de vertegenwoordiger
van de
GGZ-instelling die betrokken waren bij de zitting waarin de voortzetting van de
crisismaatregel is
behandeld.
2.2 Klager is van mening dat er sprake is van structurele feitelijke onjuistheden
in zijn
dossier, diagnostische conclusies zonder objectieve onderbouwing, onvolledige informatievoorziening
aan de rechter, onvoldoende rechtsbijstand en het niet naleven van zijn signaleringsplan.
2.3 De voorzitter moet per klacht beoordelen of klager in zijn klacht kan worden
ontvangen.
Daarbij is van belang dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk
zijn voor hun eigen
handelen.
2.4 De voorzitter is van oordeel dat de klacht tegen verweerder kennelijk ongegrond
is.
‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen
en dat duidelijk is dat de klacht niet inhoudelijk behoeft te worden besproken. Voor
die beslissing is het volgende van belang.
2.5 Een klaagschrift moet voldoen aan een aantal krachtens de wet gestelde eisen.
Zo moet uit het
klaagschrift voldoende duidelijk blijken op welk handelen of nalaten de klacht betrekking
heeft en
welke zorgverlener(s) daar volgens klager verantwoordelijk voor is/zijn.
2.6 Omdat het klaagschrift niet aan die eisen voldeed heeft de secretaris van het
college klager
bij brief van 9 december 2025 klager verzocht om zijn klacht aan te vullen. Daarbij
heeft de
secretaris concreet aangegeven welke informatie zij van klager wenste te ontvangen.
Klager heeft op
9 januari 2026 een aanvulling op zijn klacht ingediend. Deze aanvulling gaf echter
geen antwoord op
de gestelde vragen. Bij brief van 14 januari 2026 heeft de secretaris daarom klager
nogmaals
uitgelegd welke informatie zij van klager wenste te ontvangen. Ook heeft de secretaris
op 13
februari 2026 telefonisch contact gehad met klager. Op 16 februari 2026 heeft klager
een tweede
aanvulling op zijn klacht ingediend. In deze aanvulling schrijft klager (onder andere)
dat hij een
verwijt heeft jegens verweerder.
2.7 Ten aanzien van verweerder schrijft klager dat zijn verwijt is:
“24-05-2023
Klacht tegen: C
Er wordt gesproken over grootheidswaan, mede omdat ik aangaf dat ik D had kunnen rijden.
Dit betreft een feitelijke mogelijkheid binnen mijn werkcontext en vormt op zichzelf
geen
diagnostisch criterium voor een psychotische stoornis.
Het niet geloven van een uitspraak maakt deze niet automatisch pathologisch.”
2.8 Klager heeft bij zijn initiële klaagschrift vele tientallen pagina’s aan bijlagen
gevoegd. In
deze bijlagen zit een verslag van een consult verricht door verweerder op 24 mei
2023.
2.9 In de verslaglegging van 24 mei 2023 staat onder “speciële anamnese” vermeld
dat klager taxi
reed voor een bedrijf waarbij hij de kans had gehad als chauffeur op te treden voor
D. In de
overige verslaglegging van dit consult komt dit verder niet terug, zo ook niet bij
‘Psychiatrisch
onderzoek’ of bij ‘Conclusie/beschrijvende diagnose’. Dat verweerder deze door klager
gemaakte
opmerking heeft opgenomen onder de anamnese betekent niet dat deze opmerking als
diagnostisch
criterium doorslaggevend is geweest voor zijn conclusie (“(hypo)mane symptomatologie
in het kader
van schizoaffectieve stoornis dd toch bipolair gezien beloop”).
2.10 Het klaagschrift en de ter onderbouwing bijgevoegde bijlagen geven de voorzitter
geen
aanknopingspunten om te oordelen dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft
gehandeld. De
voorzitter is van oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.
3. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 14 april 2026 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter,
bijgestaan door R. van der Vaart, secretaris.