ECLI:NL:TGZRAMS:2026:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9752

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:89
Datum uitspraak: 14-04-2026
Datum publicatie: 14-04-2026
Zaaknummer(s): A2025/9752
Onderwerp: Onzorgvuldige dossiervorming
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. Het klaagschrift en de ter onderbouwing bijgevoegde bijlagen geven de voorzitter geen aanknopingspunten om te oordelen dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Kennelijk ongegrond.

A2026/9752

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM

Voorzittersbeslissing van 14 april 2026 naar aanleiding van de klacht van:

A,
wonende te B, klager,

tegen

C,
verpleegkundige
hierna: verweerster.

1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-  het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 12 november 2025;
-  de brief van de secretaris van het college, van 9 december 2015;
-  het aanvullende klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 9 januari 2026;
-  de brief van de secretaris van het college, van 14 januari 2026;
-  het aanvullende klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 16 februari 2026.

2. De overwegingen
2.1   Klager heeft een klacht ingediend tegen tien zorgverleners die ieder in een bepaalde mate 
betrokken zijn geweest bij klager in de periode dat hij verbleef in een gespecialiseerde 
GGZ-instelling. Ook heeft hij een klacht ingediend tegen de advocaat en de vertegenwoordiger van de 
GGZ-instelling die betrokken waren bij de zitting waarin de voortzetting van de crisismaatregel is 
behandeld.

2.2   Klager is van mening dat er sprake is van structurele feitelijke onjuistheden in zijn 
dossier, diagnostische conclusies zonder objectieve onderbouwing, onvolledige informatievoorziening 
aan de rechter, onvoldoende rechtsbijstand en het niet naleven van zijn signaleringsplan.

2.3   De voorzitter moet per klacht beoordelen of klager in zijn klacht kan worden ontvangen. 
Daarbij is van belang dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen 
handelen.

2.4   De voorzitter is van oordeel dat de klacht tegen verweerster kennelijk ongegrond is. 
‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet inhoudelijk behoeft te worden besproken. Voor die beslissing is het volgende van belang.

2.5   Een klaagschrift moet voldoen aan een aantal krachtens de wet gestelde eisen. Zo moet uit het 
klaagschrift voldoende duidelijk blijken op welk handelen of nalaten de klacht betrekking heeft en 
welke zorgverlener(s) daar volgens klager verantwoordelijk voor is/zijn.

2.6   Omdat het klaagschrift niet aan die eisen voldeed heeft de secretaris van het college klager 
bij brief van 9 december 2025 klager verzocht om zijn klacht aan te vullen. Daarbij heeft de 
secretaris concreet aangegeven welke informatie zij van klager wenste te ontvangen. Klager heeft op 
9 januari 2026 een aanvulling op zijn klacht ingediend. Deze aanvulling gaf echter geen antwoord op 
de gestelde vragen. Bij brief van 14 januari 2026 heeft de secretaris daarom klager nogmaals 
uitgelegd welke informatie zij van klager wenste te ontvangen. Ook heeft de secretaris op 13 
februari 2026 telefonisch contact gehad met klager. Op 16 februari 2026 heeft klager een tweede 
aanvulling op zijn klacht ingediend. In deze aanvulling schrijft klager dat hij een verwijt heeft 
jegens verweerster.

2.7  Ten aanzien van verweerster schrijft klager dat zijn verwijt is:

“Triage 15-05-2023
Klacht tegen: C

Er wordt vermeld dat ik medicatie weigerde. Dit is onjuist.
Ik heb verwezen naar mijn signaleringsplan waarin staat dat ik geen medicatie wens. Uiteindelijk 
heb ik onder voorwaarden wel medicatie ingenomen.
Er wordt in het dossier gesproken over “verwardheid”, terwijl er geen concrete voorbeelden worden 
genoemd van onjuiste uitspraken of gedrag dat objectief afwijkend was.”

2.8   Klager heeft bij zijn initiële klaagschrift vele tientallen pagina’s aan bijlagen gevoegd. In 
deze bijlagen zit één pagina waar de naam van verweerster staat vermeld. Uit deze pagina kan de 
voorzitter opmaken dat verweerster als triagist op 15 mei 2023 contact heeft gehad met een andere 
zorgverlener, over een overplaatsing van klager vanuit een TOA (Tijdelijke Overbruggingsafdeling). 
Een TOA is bedoeld voor cliënten die acuut opgenomen worden en wachten op een definitieve 
opnameplek. Op de pagina staat vermeld:
(…)
Reden Aanmelding
Psychotisch met hypomanie is op de TOA opgenomen. weigert medicatie. De behandelarenvragen een 
cirsimaatregelbeoordeling.
U3 – Urgentie 3 (4 uur) Er is sprake van Verwardheid”

2.9   Het gaat hier om een kort triage-moment waarbij verweerster de informatie heeft overgenomen 
die zij van de verwijzer heeft ontvangen. Dat er onder de specificatie ‘verwardheid’ geen concrete voorbeelden worden genoemd van gedrag is, gezien het acute karakter van de opname, niet ongebruikelijk bij een dergelijke triage. Uit het klaagschrift en de bijlage volgt bovendien niet dat verweerster zelf contact heeft gehad met klager of anderszins bij klager betrokken is geweest.

2.10  Het klaagschrift en de bijlage geven de voorzitter geen aanknopingspunten om te oordelen dat 
verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Daarom is de voorzitter van oordeel dat de 
klacht kennelijk ongegrond is.

3. De beslissing

De klacht is kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 14 april 2026 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter,
bijgestaan door R. van der Vaart, secretaris.