ECLI:NL:TGZRAMS:2026:87 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9750

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:87
Datum uitspraak: 14-04-2026
Datum publicatie: 14-04-2026
Zaaknummer(s): A2025/9750
Onderwerp: Onvoldoende informatie
Beslissingen: Niet-ontvankelijk
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. Niet BIG-geregistreerd.

A2026/9750

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM

Voorzittersbeslissing van 14 april 2026 naar aanleiding van de klacht van:

A,
wonende te B, klager,

tegen

C.

1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-  het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 12 november 2025;
-  de brief van de secretaris van het college, van 9 december 2015;
-  het aanvullende klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 9 januari 2026;
-  de brief van de secretaris van het college, van 14 januari 2026;
-  het aanvullende klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 16 februari 2026.

2. De overwegingen
2.1   Klager heeft een klacht ingediend tegen tien zorgverleners die in bepaalde mate betrokken 
zijn geweest bij de zorgverlening aan klager in de periode dat hij verbleef in een gespecialiseerde 
GGZ-instelling. Ook heeft hij een klacht ingediend tegen de advocaat en de vertegenwoordiger van de 
GGZ-instelling die betrokken waren bij de zitting waarin de voortzetting van de crisismaatregel is 
behandeld.

2.2   Klager is van mening dat er sprake is van structurele feitelijke onjuistheden in zijn 
dossier, diagnostische conclusies zonder objectieve onderbouwing, onvolledige informatievoorziening 
aan de rechter, onvoldoende rechtsbijstand en het niet naleven van zijn signaleringsplan.

2.3   De voorzitter moet beoordelen of klager in zijn klacht kan worden ontvangen. De voorzitter is 
van oordeel dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht jegens C. ‘Kennelijk’ betekent 
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht 
niet inhoudelijk behoeft te worden besproken. Voor die beslissing is
het volgende van belang.

2.4   Een klaagschrift moet voldoen aan een aantal krachtens de wet gestelde eisen. Zo moet uit het 
klaagschrift voldoende duidelijk blijken op welk handelen of nalaten de klacht betrekking heeft en 
welke zorgverlener(s) daar volgens klager verantwoordelijk voor is/zijn.

2.5   Omdat het klaagschrift niet aan die eisen voldeed heeft de secretaris van het college klager 
bij brief van 9 december 2025 klager verzocht om zijn klacht aan te vullen. Daarbij heeft de 
secretaris concreet aangegeven welke informatie zij van klager wenste te ontvangen. Klager heeft op 
9 januari 2026 een aanvulling op zijn klacht ingediend. Deze aanvulling gaf echter geen antwoord op 
de gestelde vragen. Bij brief van 14 januari 2026 heeft de secretaris daarom klager nogmaals 
uitgelegd welke informatie zij van klager wenste te ontvangen. Ook heeft de secretaris op 13 
februari 2026 telefonisch contact gehad met klager. Op 16 februari 2026 heeft klager een tweede 
aanvulling op zijn klacht ingediend. In deze aanvulling schrijft klager (onder andere) dat hij een 
verwijt heeft jegens C:

“Contact met ex-partner

Klacht tegen: C, (27-05-2023)
Ik heb expliciet aangegeven dat ik niet wil dat er contact wordt opgenomen met mijn ex-partner. 
Desondanks is aangegeven dat zij informatie via mijn moeder zou mogen verkrijgen
Ik was er niet van op de hoogte dat mijn moeder nog contact had met mijn ex-partner. Er is geen 
toestemming van mijn kant gegeven om via familie informatie over mij te delen. Dit is in strijd met 
mijn uitdrukkelijke wens en mijn recht op privacy.”

2.6   Klager heeft bij zijn initiële klaagschrift vele tientallen pagina’s aan bijlagen gevoegd. In 
deze bijlagen zit een “Naastbetrokkenen Kaart” waarop vermeld staat dat deze is ingevuld door C op 
27 mei 2023. Bij de gegevens van de 1e naastbetrokken staat vermeld: (…) “Client geeft toestemming 
moeder te betrekken maar geen toestemming om partner (D) te betrekken. Partner doorverwijzen naar 
moeder voor informatie.”

2.7   Uit de verdere bijlagen bij het klaagschrift volgt dat op 27 mei 2023 C in de functie van 
groepsbegeleider bij klager betrokken is geweest. De voorzitter neemt aan dat dit de persoon is die 
bovenstaande heeft opgeschreven en tot wie de klacht van klager zich richt.

2.8   Bij het tuchtcollege voor de gezondheidszorg kan alleen worden geklaagd over handelen of 
nalaten door BIG-geregistreerde zorgverleners. C, tegen wie de klacht is gericht, is niet 
ingeschreven in een van de registers, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de beroepen 
in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) en is ook niet op grond van artikel 36a van die wet 
onderworpen aan tuchtrechtspraak door het college. Dat betekent dat het college de klacht niet 
inhoudelijk kan behandelen. Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.

3. De beslissing

Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.

Deze beslissing is gegeven op 14 april 2026 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter,
bijgestaan door R. van der Vaart, secretaris.