ECLI:NL:TGZRAMS:2026:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9255

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:83
Datum uitspraak: 14-04-2026
Datum publicatie: 14-04-2026
Zaaknummer(s): A2025/9255
Onderwerp:
  • Onzorgvuldige dossiervorming
  • Overige klachten
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. Het klaagschrift en de ter onderbouwing bijgevoegde bijlagen geven de voorzitter geen aanknopingspunten om te oordelen dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Kennelijk ongegrond.

A2025/9255

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM

Voorzittersbeslissing van 14 april 2026 naar aanleiding van de klacht van:

A,
wonende te B, klager,

tegen

C,
verpleegkundige, destijds werkzaam te B hierna: verweerder.

1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
-  het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 12 november 2025;
-  de brief van de secretaris van het college, van 9 december 2015;
-  het aanvullende klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 9 januari 2026;
-  de brief van de secretaris van het college, van 14 januari 2026;
-  het aanvullende klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 16 februari 2026.

2. De overwegingen
2.1   Klager heeft een klacht ingediend tegen tien zorgverleners die ieder in een bepaalde mate 
betrokken zijn geweest bij klager in de periode dat hij verbleef in een gespecialiseerde 
GGZ-instelling. Ook heeft hij een klacht ingediend tegen de advocaat en de vertegenwoordiger van de 
GGZ-instelling die betrokken waren bij de zitting waarin de voortzetting van de crisismaatregel is 
behandeld.

2.2   Klager is van mening dat er sprake is van structurele feitelijke onjuistheden in zijn 
dossier, diagnostische conclusies zonder objectieve onderbouwing, onvolledige informatievoorziening 
aan de rechter, onvoldoende rechtsbijstand en het niet naleven van zijn signaleringsplan.

2.3   De voorzitter moet per klacht beoordelen of klager in zijn klacht kan worden ontvangen. 
Daarbij is van belang dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk
zijn voor hun eigen handelen.

2.4   De voorzitter is van oordeel dat de klacht tegen verweerder kennelijk ongegrond is. 
‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat 
duidelijk is dat de klacht niet inhoudelijk behoeft te worden besproken. Voor die beslissing is het 
volgende van belang.

2.5   Een klaagschrift moet voldoen aan een aantal krachtens de wet gestelde eisen. Zo moet uit het 
klaagschrift voldoende duidelijk blijken op welk handelen of nalaten de klacht betrekking heeft en 
welke zorgverlener(s) daar volgens klager verantwoordelijk voor is/zijn.

2.6   Omdat het klaagschrift niet aan die eisen voldeed heeft de secretaris van het college klager 
bij brief van 9 december 2025 klager verzocht om zijn klacht aan te vullen. Daarbij heeft de 
secretaris concreet aangegeven welke informatie zij van klager wenste te ontvangen. Klager heeft op 
9 januari 2026 een aanvulling op zijn klacht ingediend. Deze aanvulling gaf echter geen antwoord op 
de gestelde vragen. Bij brief van 14 januari 2026 heeft de secretaris daarom klager nogmaals 
uitgelegd welke informatie zij van klager wenste te ontvangen. Ook heeft de secretaris op 13 
februari 2026 telefonisch contact gehad met klager. Op 16 februari 2026 heeft klager een tweede 
aanvulling op zijn klacht ingediend. In deze aanvulling schrijft klager (onder andere) dat hij een 
verwijt heeft jegens verweerder.

2.7  Ten aanzien van verweerder schrijft klager dat zijn verwijt is:

“14-05-2023
Klacht tegen: [naam andere zorgverlener] en C

Er wordt gesteld dat ik 1,5 km heb gelopen. In werkelijkheid ben ik in paniek naar de politie 
gerend rond 03:00 uur, via een donker park.
Bij D is mij meegedeeld dat ik alleen kon slapen indien ik medicatie innam. Ik heb ingestemd onder 
voorwaarde van verblijf op een open afdeling. Desondanks ben ik op een gesloten afdeling geplaatst 
en tegen mijn wil vastgehouden.
Tijdens de rechtszitting is wederom een onvolledig en contextloos beeld geschetst.”

2.8   Klager heeft bij zijn initiële klaagschrift vele tientallen pagina’s aan bijlagen gevoegd. In 
deze bijlagen zit een verslag van een beoordeling op 14 mei 2023 van verweerder en een collega. In 
de verslaglegging van deze beoordeling staat vermeld:

“aanmeldingsinformatie  

pt is in zijn onderbroek 1,5 km over straat naar een
politiebureau gelopen. Politie vond hem verward en hebben ambulance gebeld. Na kort gesprek wilde 
ze patiënt thuis brengen maar eenmaal thuis bij zijn moeder kreeg hij een paniek aanval, en durft 
niet thuis te blijven. Ambulance komt hem brengen voor beoordeling.

(...)
Gewenste interventie    opname, vrijwillig (...)

beleid (…)        

 - Initieel gaat patiënt akkoord met een vrijwillige opname op de TOA en 
olanzapine 10mg en lorazepam 2.5mg
- wanneer we medicatie en LO aanbieden geeft patiënt aan eerst zijn ex-partner en dochter te willen bezoeken, nadien zal hij zich melden voor opname.
(…)
- wanneer patiënt zich meldt, opnieuw beoordelen en opname overwegen.”

2.9   Uit de verslaglegging van 14 mei 2023 volgt dat het op dat moment ging om de beoordeling van 
een vrijwillige opname, en dat klager uiteindelijk besloot om weg te gaan wat door verweerder en 
zijn collega ook is toegelaten. Het verwijt van klager over het tegen zijn wil vasthouden op een 
gesloten afdeling en het tijdens de rechtszitting schetsen van een onvolledig beeld kan de 
voorzitter dan ook niet plaatsen in de context van het contact met verweerder op 14 mei 2023 waar 
klager naar verwijst. Uit de overgelegde stukken blijkt niet dat daar op 14 mei 2023 in het gesprek 
met verweerder sprake van was.

2.10  Verder stelt klager dat hij in paniek naar de politie is gerend om drie uur in de ochtend via 
een donker park. Voor zover klager hiermee verweerder verwijt dat zijn verslaglegging op dit punt 
onvolledig of onjuist is dan deelt de voorzitter dit niet. Uit het verslag volgt duidelijk dat de 
aanleiding voor de beoordeling van de vrijwillige opname was dat klager zelfstandig en in een staat 
van ontreddering naar het politiebureau is gegaan.

2.11  Het klaagschrift en de ter onderbouwing bijgevoegde bijlagen geven de voorzitter geen 
aanknopingspunten om te oordelen dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De 
voorzitter is van oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is.

3. De beslissing

De klacht is kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 14 april 2026 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter,
bijgestaan door R. van der Vaart, secretaris.