ECLI:NL:TGZRAMS:2026:72 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8315

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:72
Datum uitspraak: 10-04-2026
Datum publicatie: 10-04-2026
Zaaknummer(s): A2025/8315
Onderwerp: Onzorgvuldige dossiervorming
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater, werkzaam als geneesheer-directeur. Klager verwijt de psychiater dat zij zijn medisch dossier niet heeft verstrekt dan wel een onvolledig of gemanipuleerd dossier aan hem heeft verstrekt. Tweede tuchtnorm van toepassing. De psychiater is niet betrokken geweest bij een eerdere afgifte van het dossier en de inhoud daarvan. De psychiater heeft de vragen van klager over zijn dossier zorgvuldig beantwoord.

A2025/8315
Beslissing van 10 april 2026

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
AMSTERDAM


Beslissing in raadkamer van 10 april 2026 op de klacht van:


A,
wonende in B,
klager,


tegen


C,
psychiater,
(destijds) werkzaam in B,
verweerster, hierna ook: de psychiater,
gemachtigde: mr. K.T.B. Salomons, werkzaam in Den Haag.


1. Waar gaat de zaak over?
1.1 Klager heeft op 17 juni 2022 per brief zijn medisch dossier opgevraagd bij de GGZzorgaanbieder
waarbij hij onder behandeling was (geweest). Dit dossier heeft hij vervolgens
ontvangen. De psychiater was toen en is nog steeds als geneesheer-directeur werkzaam bij
de zorgaanbieder. In februari 2025 heeft klager opnieuw zijn dossier opgevraagd. Klager
stelt dat hij toen pas (in 2025) zijn volledige medische dossier heeft ontvangen. Hij verwijt
de psychiater dat zij eerder zijn medische gegevens niet heeft verstrekt, dan wel dat sprake
was van een onvolledig of gemanipuleerd dossier.

1.2 Het college komt tot het oordeel dat klager ontvankelijk is, maar de klacht kennelijk
ongegrond. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te
stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt
het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.


2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 28 februari 2025;
- het aanvullende klaagschrift, ontvangen op 21 maart 2025;
- het aanvullende klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 25 april 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- de reactie van klager op het verweerschrift met de bijlagen, ontvangen op 7 oktober
2025;
- de brief van de gemachtigde van verweerder van 21 oktober 2025;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 23 oktober 2025.

2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de
zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.

2.3 De zaak is in raadkamer gezamenlijk, maar niet gevoegd, behandeld met de zaken
tegen twee andere psychiaters/geneesheren-directeur (A2025/8316) en A2025/8317). Deze
uitspraak betreft alleen de psychiater met bovengenoemd zaaknummer.


3. Wat is er gebeurd?
3.1 Klager heeft op 17 juni 2022 per brief zijn medisch dossier opgevraagd bij de GGZzorgaanbieder
waarbij hij onder behandeling was (geweest). Hierop zijn stukken aan klager
verstrekt door de GGZ-zorgaanbieder.

3.2 Op 26 februari 2025 heeft klager zich opnieuw tot de zorgaanbieder gewend met het
verzoek om afgifte van zijn medisch dossier. Dit dossier is op 14 april 2025 aan hem
afgegeven.

3.3 Klager heeft per brief van 13 mei 2025 vragen gesteld over de inhoud van zijn
dossier. Hierop heeft verweerder (samen met de verweerders uit zaken A2025/8316 en
A2025/8317) geantwoord per brief van 17 juni 2025.

3.4 Klager heeft op 28 februari 2025 de onderhavige tuchtklacht ingediend. Deze heeft hij
op latere tijdstippen (te weten 21 maart 2025 en 25 april 2025, en in het mondeling
vooronderzoek van 23 oktober 2025) uitgebreid, dan wel nader toegelicht.


4. De klacht en de reactie van de psychiater
4.1 Volgens klager heeft de psychiater onzorgvuldig gehandeld, omdat zij zijn medisch
dossier niet heeft verstrekt dan wel een onvolledig of gemanipuleerd dossier aan hem heeft
verstrekt.

4.2 De psychiater heeft het college verzocht klager niet-ontvankelijk te verklaren en de
klacht dus niet inhoudelijk te behandelen. Voor het geval het college de klacht wel
inhoudelijk gaat beoordelen, heeft de psychiater het college verzocht de klacht ongegrond te
verklaren.

4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.


5. De overwegingen van het college
Ontvankelijkheid
5.1 De psychiater heeft naar voren gebracht dat klager niet-ontvankelijk is in de klacht,
omdat de eerste noch de tweede tuchtnorm van toepassing is op het handelen van de
psychiater. Het college komt tot het oordeel dat klager wel ontvankelijk is, en licht dat
hieronder toe.

5.2 Vast staat dat de psychiater niet bij de behandeling van klager betrokken is geweest.
Er heeft dus geen behandelrelatie tussen klager en de psychiater bestaan. Dit betekent dat
de eerste tuchtnorm (artikel 47 lid 1 sub a Wet op de Beroepen van de Individuele
Gezondheidszorg (Wet BIG)) niet van toepassing is op deze klacht. De vraag die vervolgens
moet worden gesteld is of de gedragingen waarover wordt geklaagd, onder de tweede
tuchtnorm (artikel 47 lid 1 sub b Wet BIG) kunnen worden gebracht. Volgens vaste
rechtspraak van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) kan een BIGgeregistreerde
zorgverlener in een bestuurlijke of leidinggevende functie voor haar/zijn
handelen tuchtrechtelijk aansprakelijk zijn. De zorgverlener moet dan wel hebben gehandeld
in de hoedanigheid waarvoor zij/hij BIG-geregistreerd is. Verder is vereist dat dit handelen
voldoende weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg. Op grond van artikel 1 van de
Wet BIG moet onder dit laatste worden verstaan: zorg die rechtstreeks betrekking heeft op
een persoon en ertoe strekt diens gezondheid te bevorderen of te bewaken.

5.3 Het college stelt vast dat een psychiater die als geneesheer-directeur werkzaam is in
het algemeen vooral een bestuurlijke dan wel leidinggevende functie heeft. In de
onderhavige klacht heeft de psychiater in haar hoedanigheid van geneesheer-directeur
vragen van klager over de (on)volledigheid en/of inhoud van zijn medisch dossier schriftelijk
beantwoord. Daarmee heeft zij rechtstreeks contact gehad met klager. Naar het oordeel van
het college is voor het beantwoorden van dergelijke vragen van een patiënt deskundigheid
op het gebied van de psychiatrie vereist. Daarnaast betreft het zorg die ertoe strekt de
gezondheid van deze patiënt te bevorderen of te bewaken, nu het recht op inzage en afgifte
van een medisch dossier een belangrijk patiëntenrecht is. Het college oordeelt dan ook dat
de tweede tuchtnorm hier van toepassing is. Klager is daarom ontvankelijk in zijn klacht.

Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.4 De vraag is of de psychiater de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht
worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende psychiater. Bij de
beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de psychiater geldende beroepsnormen
en andere professionele standaarden. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen
tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.

5.5 Het college oordeelt dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft
gehandeld. Bij de eerste afgifte van het medisch dossier van klager in 2022 was de
psychiater, blijkens de stukken en het verweer, niet betrokken. Aangezien er nooit een
behandelrelatie tussen klager en de psychiater heeft bestaan, is de psychiater ook nooit
betrokken geweest bij het schrijven en samenstellen van het medisch dossier van klager. Zij
heeft aldus geen inhoudelijke bemoeienis met het medisch dossier gehad. Zij kan dan ook
niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden voor de inhoud van het medisch
dossier zoals dat er in 2022 of later uitzag. Het college oordeelt vervolgens dat uit de
stukken niet is gebleken dat het medisch dossier van klager, zoals hij stelt, onvolledig dan
wel gemanipuleerd is. Wel heeft de psychiater toegegeven dat klager in 2022 kennelijk niet
het volledige dossier heeft ontvangen, doordat enkele stukken ontbraken, en dat er een fout
in het intakeformulier bij de spoedpoli (juni 2016) staat inzake de burgerlijke staat van
klager. Dit is de psychiater, die zowel niet betrokken was bij de afgifte van het dossier in
2022 als ook niet – zoals eerder overwogen – bij de inhoud daarvan, echter niet te verwijten.

5.6 Het college is verder van oordeel dat de psychiater als geneesheer-directeur een
verantwoordelijkheid had in het beantwoorden van de vragen van klager over zijn medisch
dossier, die hij in mei 2025 per brief heeft gesteld. De psychiater heeft deze vragen in de
brief van 17 juni 2025 - gezamenlijk geschreven met verweerders uit de zaken A2025/8316
en 8317 – naar het oordeel van het college zorgvuldig beantwoord. Voor zover de klacht van
klager ook ziet op de afhandeling van zijn vragen over de inhoud van het dossier, oordeelt
het college daarom dat een dergelijk verwijt geen doel treft.

Slotsom
5.7 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht kennelijk ongegrond is.


6. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.


Deze beslissing is gegeven op 10 april 2026 door B. Vogel, voorzitter, A.C.M. Kleinsman en
J.M.C. van Dam, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door M.A.E. Veeren, secretaris.