ECLI:NL:TGZRAMS:2026:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/9026
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2026:54 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 17-03-2026 |
| Datum publicatie: | 17-03-2026 |
| Zaaknummer(s): | A2025/9026 |
| Onderwerp: | Onvoldoende informatie |
| Beslissingen: | Niet-ontvankelijk |
| Inhoudsindicatie: | Voorzittersbeslissing. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht. Het klaagschrift voldoet niet aan de krachtens de wet gestelde eisen. Het is onvoldoende duidelijk wat de huisarts (persoonlijk) wordt verweten. |
A2025/9026
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Voorzittersbeslissing van 17 maart 2026 naar aanleiding van de klacht van:
A,
wonende te B, klaagster,
tegen
C,
huisarts, werkzaam te B,
verweerder, hierna ook: de huisarts.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 23 september 2025;
- de brief van de secretaris, verstuurd op 10 oktober 2025;
- de e-mail van de secretaris, van 29 oktober 2025;
- de e-mail van de secretaris, van 14 november 2025;
- de e-mail van de echtgenoot van klaagster, van 23 november 2025;
- de e-mail namens de secretaris, van 27 november 2025;
- de e-mail namens de secretaris, van 15 december 2025;
- de brief van de secretaris, verstuurd op 27 januari 2026.
2. De overwegingen
De voorzitter moet beoordelen of klaagster in haar klacht kan worden ontvangen.
De voorzitter is
van oordeel dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is. Voor die beslissing is
het volgende van
belang.
2.2 Een klaagschrift moet voldoen aan een aantal krachtens de wet gestelde eisen.
Omdat het
klaagschrift niet aan die eisen voldoet, heeft de secretaris van het college klaagster
bij brief
van 10 oktober 2025 gevraagd om een aanvulling op het klaagschrift te geven en daarbij
de
verschillende verwijten te nummeren en per verwijt aan te geven wat er is gebeurd
en wanneer dit is
gebeurd. Op 29 oktober 2025 heeft de secretaris een herinnering aan deze brief gestuurd
naar
klaagster. Op 11 en 13 november 2025 heeft de secretaris telefonisch met klaagster
gesproken. Omdat
klaagster zelf de Nederlandse taal onvoldoende machtig is, verzocht zij de secretaris
om
telefonisch contact op te nemen met
haar echtgenoot.
2.3 De secretaris heeft op 14 november 2025 telefonisch contact gehad met de echtgenoot
van
klaagster. Na dit gesprek heeft de secretaris diezelfde dag per e-mail aan de echtgenoot
van
klaagster bevestigd dat er een aanvulling op de klacht moet worden ingediend, waarbij
per klacht
(kort) moet worden uitgelegd wat de huisarts verkeerd heeft gedaan volgens klaagster
en wanneer dit
is gebeurd. Ook wordt de echtgenoot van klaagster in deze e-mail erop gewezen dat
als hij zijn
echtgenote wil vertegenwoordigen in deze procedure hij daarvoor door klaagster gemachtigd
moet
worden. In de bijlage van de e-mail is een machtigingsformulier gevoegd.
2.4 Op 23 november 2025 heeft de echtgenoot van klaagster een e-mail gestuurd ter
aanvulling van
de klacht. Hierop is namens de secretaris per e-mail van 27 november 2025 gereageerd
en is aan de
echtgenoot van klaagster kenbaar gemaakt dat de aanvulling van de klacht per post
moet worden
ingediend en dat hij door klaagster gemachtigd moet worden als hij namens haar processtukken
wil
inbrengen. Bij het uitblijven van een reactie hierop is namens de secretaris op
15 december 2025
per e-mail een herinnering gestuurd. Ook heeft de secretaris op 30 december 2025
telefonisch
contact gezocht met de echtgenoot van klaagster en een voicemailbericht achtergelaten.
Op 27
januari 2026 is door de secretaris een laatste brief gezonden naar klaagster met
een laatste
mogelijkheid om te reageren.
2.5 Klaagster en haar echtgenoot hebben verder niet meer gereageerd. Dit betekent
dat nog steeds
onvoldoende duidelijk is wat de huisarts (persoonlijk) wordt verweten. Daarom is
de voorzitter van
oordeel dat klaagster kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht.
3. De beslissing
Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.
Deze beslissing is gegeven op 17 maart 2026 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter,
bijgestaan door R. van der Vaart, secretaris.