ECLI:NL:TGZRAMS:2026:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8433

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:53
Datum uitspraak: 13-03-2026
Datum publicatie: 13-03-2026
Zaaknummer(s): A2025/8433
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Niet-ontvankelijk
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing. Klager is niet-ontvankelijk omdat hij niet klachtgerechtigd is. De voorzitter ziet niet in dat er sprake is van een geschaad belang dat kan worden geplaatst in het kader van de individuele gezondheidszorg. Klager niet-ontvankelijk.

A2025/8433

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
AMSTERDAM


Voorzittersbeslissing van 12 maart 2026 naar aanleiding van de klacht van:


A,
wonende in B,
klager,


tegen


C,
tandarts,
werkzaam in B,
verweerder,
gemachtigde: mr. E.E. Schmitt-Hoogeterp, werkzaam in Utrecht.


1. De procedure
1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift ontvangen op 23 april 2025;
- het verweerschrift;
- de reactie op het verweerschrift;
- het aanvullend verweerschrift;
- de e-mail van 2 januari 2026, ontvangen van klager;
- de brief van de vooronderzoeker van 29 januari 2026;
- de brief van de voorzitter van 29 januari 2026.

1.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Klager heeft geen geschikte tolk beschikbaar gevonden en heeft, nadat hij hier nogmaals toe in de gelegenheid is gesteld, niet meer laten weten dat hij van de mogelijkheid van een gesprek gebruik wenste te maken. Het mondelinge vooronderzoek heeft daarom niet plaatsgevonden.


2. De overwegingen
2.1 De voorzitter moet beoordelen of klager in zijn klacht kan worden ontvangen. De voorzitter is van oordeel dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet inhoudelijk behoeft te worden besproken. Voor die beslissing is het volgende van belang.

2.2 De klacht gaat over het medisch dossier van de minderjarige kleinzoon van klager.
Klager is grootvader moederzijde. De ouders van de kleinzoon zijn gescheiden. De kleinzoon
van klager is met zijn vader op consult geweest bij de tandarts voor een behandeling. De
tandarts heeft een anamnese afgenomen, waarbij hij in het dossier aantekeningen heeft
gemaakt. In het dossier is bij de sociale anamnese het volgende opgenomen: ‘fysieke
agressie van de opa moederzijde’.

2.3 Klager verwijt de tandarts dat hij zonder enige feitelijke grond of persoonlijke kennis
van klager deze aantijging in het dossier heeft opgenomen. Hij verwijt de tandarts ook dat
deze beschuldiging heeft geleid tot een onterechte melding bij Veilig Thuis.

2.4 De tandarts heeft zich primair op het standpunt gesteld dat klager niet-ontvankelijk
is in zijn klacht, omdat de klacht van klager niet valt onder de eerste of tweede tuchtnorm,
en omdat klager niet klachtgerechtigd is omdat klager geen rechtstreeks belanghebbende is.
Subsidiair stelt de tandarts zich op het standpunt dat het gebruikelijk is dat bij de sociale
anamnese ook omgevingsfactoren en relevante informatie over personen uit de directe
omgeving van de patiënt worden genoteerd, zoals dat door de patiënt en/of diens wettelijk
vertegenwoordiger is gedeeld tijdens het consult en voor zover dit noodzakelijk is voor de
zorgverlening. Daarnaast benadrukt de tandarts dat hij geen melding bij Veilig Thuis heeft
gedaan.

2.5 De voorzitter zal eerst beoordelen of klager klachtgerechtigd is ten aanzien van deze
twee klachtonderdelen.

Is klager klachtgerechtigd?
2.6 Voor ontvankelijkheid is vereist dat klager kan worden aangemerkt als rechtstreeks
belanghebbende in de zin van artikel 65, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet op de
beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Dit betekent dat bij klager sprake
moet zijn van een concreet en rechtstreeks eigen belang dat kan worden geplaatst in het
kader van de individuele gezondheidszorg. Deze eis vloeit voort uit de aard en de strekking
van de Wet BIG die beoogt de kwaliteit van de individuele gezondheidszorg te bewaken. Is
dit belang er niet, dan is klager niet gerechtigd om een tuchtklacht in te dienen en kan hij
dus niet in de klacht worden ontvangen.

2.7 Klager heeft in het klaagschrift benoemd dat er een negatieve kwalificatie over hem
in het dossier van zijn kleinzoon is geschreven. Hierdoor zou hij in zijn belangen geschaad
zijn.

2.8 De voorzitter kan zich voorstellen dat de beschrijving in het dossier als onprettig en
vervelend kan worden opgevat. Klager meent er ook schade van de hebben, althans noemt
de notitie in het dossier een schadelijke beschuldiging, maar er is door klager niet uitgelegd
hoe deze schade eruit ziet en waar de schade op ziet. De voorzitter ziet in ieder geval niet in
dat hier sprake is van een geschaad belang dat kan worden geplaatst in het kader van de
individuele gezondheidszorg.

2.9 De voorzitter is van oordeel dat klager niet klachtgerechtigd is en op die grond
kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht is.


3. De beslissing
Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.


Deze beslissing is gegeven op 12 maart 2026 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter,
bijgestaan door T.C. Brand, secretaris.