ECLI:NL:TGZRAMS:2026:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8423
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2026:50 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 13-03-2026 |
| Datum publicatie: | 13-03-2026 |
| Zaaknummer(s): | A2025/8423 |
| Onderwerp: | Onvoldoende informatie |
| Beslissingen: | Gegrond, waarschuwing |
| Inhoudsindicatie: | Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een tandarts. De minderjarige zoon van klaagster is doorverwezen naar de tandarts. Klaagster verwijt de tandarts dat hij een behandeltraject heeft voorbereid zonder haar toestemming als gezaghebbende ouder en haar daarbij niet heeft geïnformeerd. Daarnaast klaagt zij over een onterechte melding bij Veilig Thuis, onjuiste gegevens in het dossier en over grensoverschrijdend en discriminerend gedrag. Het college oordeelt dat de tandarts, gelet op de aard van de voorgenomen behandeling en zijn wetenschap van gezamenlijke gezagsuitoefening en een conflictueuze scheidingssituatie, klaagster in een eerder stadium actief moeten informeren en haar toestemming had moeten verkrijgen alvorens het behandeltraject in gang te zetten. In het contact met Veilig Thuis heeft de tandarts onvoldoende zorgvuldig gehandeld door het overleg niet anoniem te voeren. De overige klachtonderdelen zin ongegrond. Klacht gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing. |
A2025/8423
Beslissing van 13 maart 2026
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
AMSTERDAM
Beslissing van 13 maart 2026 op de klacht van:
A,
wonende in B,
klaagster,
tegen
C,
tandarts,
werkzaam in B,
verweerder, hierna ook: de tandarts,
gemachtigde: mr. E.E. Schmitt-Hoogeterp, werkzaam te Utrecht.
1. De zaak in het kort
1.1 Klaagster is de moeder van een minderjarige patiënt die is doorverwezen naar
de tandarts. De tandarts is werkzaam in de tweedelijns mondzorg en voert praktijk
in het Centrum voor Bijzondere Tandheelkunde van het D. Klaagster verwijt de tandarts
de wijze waarop hij het behandeltraject heeft voorbereid en haar daarbij niet heeft
geïnformeerd. Ook verwijt zij hem dat hij gegevens in het medisch dossier heeft vastgelegd
die hij niet had mogen opnemen en dat hij een onterechte melding heeft gedaan bij
Veilig Thuis. Daarnaast klaagt zij over het ontbreken van toestemming voor de behandeling
van haar zoon, het niet aanpassen van het medisch dossier en over grensoverschrijdend
en discriminerend gedrag van de tandarts.
1.2 De tandarts voert verweer en verzoekt het college de klachten ongegrond te verklaren.
1.3 Het college komt tot het oordeel dat de klacht deels gegrond is. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift, ontvangen op 23 april 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- het proces-verbaal van het op 25 september 2025 gehouden mondelinge vooronderzoek.
2.2 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 30 januari 2026. De partijen
zijn verschenen. De tandarts werd bijgestaan door zijn gemachtigde. De partijen hebben
hun standpunten mondeling toegelicht. De gemachtigde van de tandarts heeft pleitnotities
voorgelezen en aan het college en de andere partij overhandigd.
2.3 Klaagster heeft tijdens de zitting stukken overhandigd. In overleg met partijen heeft de voorzitter deze stukken toegestaan en is (de gemachtigde van) de tandarts in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken schriftelijk op deze stukken te reageren. Van deze gelegenheid is gebruik gemaakt.
3. Wat is er gebeurd?
3.1 De patiënt is een minderjarige jongen met uitgebreide dentale cariës.
3.2 Op 5 juni 2024 neemt de vader van de patiënt per e-mail contact op met het Centrum voor Bijzondere Tandheelkunde (hierna: CBT) van het D. Hij verzoekt om behandeling onder algehele narcose. Bij dit bericht is een spoedverwijzing gevoegd van de E.
3.3 De spoedverwijzing van 23 mei 2024 vermeldt dat de patiënt acute kiespijn linksboven ervaart met een zwelling, dat zijn coöperatie zeer matig is en dat er cariës zijn aan acht elementen. Tevens is vermeld dat een antibioticakuur is voorgeschreven in verband met een abces. Er wordt verzocht om een spoedig consult of behandeling onder narcose.
3.4 Het medisch secretariaat van het CBT plant naar aanleiding van de spoedverwijzing een afspraak bij de tandarts op 13 juni 2024.
3.5 Op 13 juni 2024 vindt het eerste consult plaats tussen de tandarts, de patiënt en de vader. Klaagster is hierbij niet aanwezig.
3.6 Tijdens de anamnese en het klinisch onderzoek constateert de tandarts meerdere
cariës en noteert hij in het medisch dossier onder meer:
“…Extra-oraal onderzoek: nu gb, geen zwelling meer. Intra-oraal onderzoek: 54 afwezig,
64D cav en buccaal abces. Alle melkmolaartjes in meer of mindere mate aan gedaan door
cariës. Onderfront interdentaal ook carieus…”
3.7 De tandarts noteert ook dat de patiënt zeer beperkt coöperatief is en dat aanvullend onderzoek, waaronder röntgenfoto’s, niet haalbaar is. De tandarts indiceert een behandeling onder algehele narcose en legt dit vast in het medisch dossier.
3.8 De tandarts noteert verder in het dossier:
“Sociale anamnese: ouders gescheiden, vechtscheiding. Woont om en om bij allebei.
(…) Scheiding heeft diepe indruk gemaakt op beide kinderen, fysieke agressie van opa
aan moeders zijde.(…)
Beleid
(…)
Behandelplan: Saneren in narcose (…)
Informed Consent
Begeleid door: vader
Informed consent: beide ouders gezag”
3.9 De vader ondertekent tijdens het consult een informed consent-formulier voor behandeling onder algehele narcose.
3.10 De voorgenomen behandeling wordt ingepland voor 9 oktober 2024.
3.11 Op 2 oktober 2024 neemt klaagster per e-mail contact op met het CBT en geeft aan niet in te stemmen met de geplande behandeling, omdat zij hierover niet of onvoldoende is geïnformeerd.
3.12 Op 3 oktober 2024 heeft de tandarts telefonisch contact met klaagster. Klaagster geeft aan zich onvoldoende betrokken te voelen bij de besluitvorming en niet akkoord te gaan met behandeling onder narcose.
3.13 Na het telefonisch overleg met klaagster heeft de tandarts besloten de geplande behandeling op 9 oktober 2024 niet door te laten gaan. De behandeling wordt on hold gezet. De tandarts noteert in het dossier: “Over 3 maanden preventief in laten plannen om vinger aan de pols te houden. Indicatie AA blijft bestaan, risico zorgmijding.”
3.14 Op 7 januari 2025 vindt een controleafspraak plaats. Alleen de vader verschijnt; klaagster en de patiënt zijn niet aanwezig.
3.15 Tijdens dit consult noteert de tandarts in het medisch dossier onder meer: “…Samenvatting. Jongeman met ECC en zeer beperkte coöperatie in tandheelkundige setting. Beloop: Vader in de wachtkamer, moeder is niet gekomen met [patiënt] tot grote frustratie van vader. Moeizame situatie waar [patiënt] de dupe van is. Ik neem contact op met veilig thuis op om met hen situatie te bespreken. Contactgegevens ontvangen van vader:…”
3.16 De tandarts neemt naar aanleiding hiervan contact op met Veilig Thuis en noteert
in het medisch dossier:
“…Veilig Thuis gemaild voor overleg en nieuwe afspraak ingepland alhier…”
3.17 Op 14 januari 2025 heeft de tandarts telefonisch overleg met een medewerker
van Veilig Thuis F. In het medisch dossier noteert hij: “…Telefonisch contact met [naam medewerker] van Veilig Thuis F. Situatie [patiënt]
tandheelkundig gezien besproken: behandelnoodzaak, groot risico op pijn/ongemak, relatief
klein risico op complicaties maar toch niet ongevaarlijk en wel buitengewoon onwenselijk…”
3.18 Op 4 februari 2025 vindt telefonisch overleg plaats tussen de tandarts en de vertrouwensarts van Veilig Thuis. De vertrouwensarts adviseert om klaagster uit te nodigen voor een fysiek gesprek zonder aanwezigheid van de vader.
3.19 De tandarts volgt dit advies en plant een vervolgafspraak op 19 februari 2025.
3.20 Op 19 februari 2025 vindt een consult plaats waarbij klaagster en de patiënt aanwezig zijn. De tandarts kan een inspectie doen van het gebit van de patiënt. De tandarts bespreekt met klaagster de voorgestelde behandeling onder narcose. Zij spreken af om de week erna telefonisch contact te hebben om een definitief besluit te nemen over de behandeling.
3.21 Na dit consult vraagt klaagster op 19 februari 2025 het medisch dossier op. Dit wordt op 20 februari 2025 per e-mail aan haar verstrekt.
3.22 Op 20 februari 2025 dient klaagster een klacht in bij de klachtenfunctionaris van het D. De telefonische afspraak wordt daarom op verzoek van de tandarts geannuleerd.
3.23 Vanaf maart 2025 vindt correspondentie plaats tussen klaagster, de klachtenfunctionaris en de tandarts over vermeende feitelijke onjuistheden in het medisch dossier, waaronder de zinnen met betrekking tot “fysieke agressie opa van moeders zijde”, “risico zorgmijding” en passages over Veilig Thuis.
3.24 Op 23 april 2025 dient klaagster een tuchtklacht in.
3.25 Op 18 mei 2025 laat klaagster per e-mail weten niet akkoord te gaan met de voorgestelde wijzigingen in het medisch dossier.
3.26 De klachtenfunctionaris deelt klaagster op 19 juni 2025 mee dat de door klaagster betwiste passages slechts kunnen worden aangepast conform de voorgestelde tekstvoorstellen of volledig kunnen worden verwijderd zonder nadere toelichting.
4. De klacht en de reactie van de tandarts
4.1 Klaagster verwijt de tandarts dat hij
a) zonder toestemming van klaagster medische handelingen heeft voorbereid, dat hij
haar onvoldoende heeft geïnformeerd en dat hij haar buiten de besluitvorming heeft
gehouden;
b) onjuiste en niet geverifieerde informatie in het dossier heeft opgenomen;
c) een ongegronde melding heeft gedaan bij Veilig Thuis zonder klaagster daarover
te informeren;
d) grensoverschrijdend en discriminerend gedrag heeft vertoond;
e) herhaaldelijk heeft geweigerd om feitelijk onjuiste dossierinformatie volledig
te corrigeren.
4.2 De tandarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
4.3 Het college komt tot het oordeel dat de tandarts deels tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.
5. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.1 De vraag is of de tandarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht
worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende tandarts.
Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen
en andere professionele standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen
handelen is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt.
Klachtonderdeel a) zonder toestemming van klaagster medische handelingen voorbereid,
haar onvoldoende geïnformeerd en haar buiten de besluitvorming gehouden
5.2 Klaagster verwijt de tandarts dat hij een behandeltraject heeft voorbereid zonder
haar toestemming als gezaghebbende ouder van haar minderjarige zoon. Zij verwijt hem
ook dat hij haar niet heeft geïnformeerd over de behandeling en haar buiten de besluitvorming
heeft gehouden.
5.3 In de wet staat dat voor verrichtingen ter uitvoering van een behandelingsovereenkomst
de toestemming van de patiënt is vereist. Bij minderjarige patiënten jonger dan twaalf
jaar betekent dit dat de toestemming nodig is van de ouders die het gezag over hem
uitoefenen. In de KNMG-wegwijzer Toestemming en informatie bij behandeling van minderjarigen1
wordt een praktische uitwerking gegeven van de wettelijke regels over toestemming
en informatie bij de behandeling van minderjarige kinderen. Daarin staat onder meer2
dat als een kind twee ouders heeft die gezag hebben, maar er verschijnt maar één van
beide ouders met het kind op het spreekuur, de arts er dan van uit mag gaan dat de
andere ouder toestemming heeft gegeven voor de behandeling van het kind. Op deze
regel gelden twee uitzonderingen, namelijk als er sprake is van een ingrijpende,
medisch niet-noodzakelijke of medisch ongebruikelijke behandeling, of als de arts
aanwijzingen heeft dat de niet-aanwezige ouder een andere mening over de behandeling
heeft.
5.4 De tandarts heeft juist gehandeld door in het eerste consult te vragen wie het gezag over de patiënt had. Daardoor wist hij dat klaagster samen met de vader van de patiënt het gezag over hem had. De tandarts heeft toegelicht dat hij met de vader heeft afgesproken dat de vader klaagster op de hoogte zou stellen van de voorgenomen behandeling. Dat is naar het oordeel van het college in dit geval onvoldoende. Het college is van oordeel dat van de tandarts mocht worden verwacht dat hij zich actief ervan vergewiste dat beide gezaghebbende ouders adequaat waren geïnformeerd en hun toestemming gaven voor de behandeling. Hij mocht in dit geval niet uitgaan van de toestemming van klaagster zoals bedoeld in de Wegwijzer. Het ging namelijk om een voorgenomen ingreep onder algehele narcose, die naar zijn aard voor de patiënt ingrijpend is. Het was de tandarts bovendien bekend dat sprake was van een vechtscheiding tussen de ouders. Ter zitting heeft de tandarts bevestigd dat hij wist dat deze vechtscheiding ten tijde van de voorbereiding op de behandeling nog steeds gaande was. Dit had reden moeten zijn om het informeren van klaagster niet enkel aan de vader over te laten.
5.5 Het college stelt vast dat de tandarts klaagster pas in een laat stadium bij de behandelvoorbereiding heeft betrokken, nadat zij zelf contact op nam. Hoewel de behandeling uiteindelijk niet is uitgevoerd, acht het college het, mede gelet op de bekende gezinssituatie, onzorgvuldig dat de tandarts klaagster niet eerder en proactief heeft geïnformeerd over het behandelplan en de voorgenomen ingreep onder algehele narcose. Daarbij geldt dat de tandarts klaagster, als met het gezag belaste ouder, tijdig om toestemming had behoren te vragen alvorens de behandeling doorgang kon vinden.
5.6 Dit klachtonderdeel is gegrond.
Klachtonderdeel b) onjuiste informatie in het medisch dossier en e) herhaaldelijk
weigeren feitelijk onjuiste dossierinformatie te corrigeren
5.7 De klachtonderdelen b) en e) worden gezien hun onderlinge samenhang, gezamenlijk
behandeld.
5.8 Klaagster verwijt de tandarts dat hij onjuiste en voor haar stigmatiserende feiten
in het medisch dossier heeft opgenomen, waardoor volgens haar een onjuiste weergave
van de werkelijkheid is ontstaan. Daarnaast verwijt zij hem dat hij, ondanks herhaalde
verzoeken daartoe, heeft geweigerd deze vermeldingen te corrigeren. Klaagster heeft
de tandarts bovendien verzocht om in het medisch dossier een verklaring op te nemen
waarin wordt vastgelegd dat de betreffende informatie onjuist is. Het betreft in het
bijzonder de in het dossier opgenomen aantekeningen “fysieke agressie opa van moederszijde”,
“risico zorgmijding” en de vermelding van betrokkenheid van Veilig Thuis. Volgens
klaagster ontberen deze kwalificaties een feitelijke grondslag en heeft de tandarts
door opname en
handhaving daarvan in het medisch dossier gehandeld in strijd met de op hem rustende
verplichting tot zorgvuldige, juiste en controleerbare dossiervoering.
5.9 Een zorgverlener is gehouden een medisch dossier bij te houden waarin relevante medische gegevens worden vastgelegd, waaronder gegevens uit de medische en sociale anamnese. Tot de anamnese behoren ook mededelingen die door de patiënt of diens wettelijke vertegenwoordigers worden gedaan en die van belang kunnen zijn voor de context waarin zorg wordt verleend.
5.10 Uit het medisch dossier blijkt dat de passages waarin wordt gesproken over geweld door de opa aan moederszijde zijn opgenomen als onderdeel van de sociale anamnese en ook onder die vermelding zijn vastgelegd. Deze passage is gebaseerd op mededelingen van de vader van de patiënt. Het college stelt vast dat deze notities geen waardeoordeel van de tandarts inhouden, maar een feitelijke weergave vormen van hetgeen door een ouder is meegedeeld. Uit het feit dat het staat opgenomen onder de vermelding ‘anamnese’ blijkt dit ook duidelijk. Het vastleggen van dergelijke informatie is gebruikelijk binnen de professionele standaard en kan, afhankelijk van de omstandigheden, relevant zijn voor de beoordeling van de zorgsituatie.
5.11 Klaagster heeft aangevoerd dat zij vreest dat andere zorgverleners de betreffende dossierpassages onjuist zouden kunnen interpreteren. Het college overweegt dat het medisch dossier in deze zaak uitsluitend toegankelijk is voor de tandarts zelf als behandelend tandarts. Niet is gebleken dat andere zorgverleners binnen of buiten de instelling toegang hebben gehad tot het dossier van de patiënt.
5.12 Daarbij geldt dat toegang tot medische dossiers in algemene zin is onderworpen aan strikte wettelijke regels inzake privacy en geheimhouding. Het enkele vermoeden dat derden de inhoud van het dossier zouden kunnen mis interpreteren, is onvoldoende om te oordelen dat de dossiernotities onjuist of onzorgvuldig zijn.
5.13 Ten aanzien van de opgenomen term “risico zorgmijding” stelt het college vast dat in het medisch dossier niet is genoteerd dat klaagster zorg mijdt. In het dossier is vermeld dat volgens de tandarts sprake was van een risico op zorgmijding. Deze formulering betreft een professionele inschatting van een mogelijk toekomstig risico en kan niet worden gelijkgesteld met een vaststelling dat daadwerkelijk zorg wordt gemeden.
5.14 Het college acht deze terminologie, gelet op de context van uitstel en het niet tot stand komen van toestemming voor de behandeling zonder zicht op een alternatief, niet ongebruikelijk en niet onzorgvuldig.
5.15 Uit het dossier blijkt dat de tandarts, na het verzoek van klaagster tot correctie
van het medisch dossier, een zorgvuldig en transparant proces heeft gevolgd. Verweerder
heeft via de klachtenfunctionaris inhoudelijk gereageerd op de door klaagster aangevoerde
bezwaren, heeft overleg gevoerd over de betwiste passages en heeft concrete voorstellen
gedaan tot aanpassing of verwijdering van bepaalde formuleringen.
5.16 Dat dit proces meerdere contactmomenten en correspondentie heeft omvat, benadrukt dat de tandarts de bezwaren van klaagster serieus heeft genomen. Dat uiteindelijk niet volledig aan de wensen van klaagster is tegemoetgekomen, betekent niet dat sprake is van een weigering tot rectificatie. De wensen van klaagster hielden namelijk onder meer in dat in het dossier werd genoteerd dat was gebleken ‘dat geen sprake was geweest van fysieke agressie door opa en dat dit een onjuiste melding bleek te zijn’, terwijl de tandarts ook dat niet heeft kunnen verifiëren. De tandarts heeft die aanpassing dan ook terecht geweigerd.
5.17 Het college is van oordeel dat geen sprake is van onzorgvuldigheid ten aanzien van het medisch dossier en evenmin van een onzorgvuldige of onterechte weigering tot rectificatie. De tandarts heeft het medisch dossier opgesteld en aangepast in overeenstemming met de professionele standaard en de wettelijke vereisten.
5.18 Deze klachtonderdelen zijn ongegrond.
Klachtonderdeel c) het doen van een ongegronde melding bij Veilig Thuis
5.19 Klaagster verwijt de tandarts dat hij een ongegronde melding heeft gedaan bij
Veilig Thuis zonder haar daarover te informeren. De tandarts betwist dat hij een melding
heeft gedaan, hij heeft alleen Veilig Thuis geraadpleegd en overleg gevoerd.
5.20 Van zorgverleners wordt verwacht dat zij bij signalen die kunnen wijzen op mogelijke verwaarlozing of het uitblijven van noodzakelijke zorg handelen conform de Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling (hierna: Meldcode). Deze Meldcode beoogt een zorgvuldig en gefaseerd besluitvormingsproces, waarbij per stap wordt beoordeeld welke handelwijze passend is.
5.21 Stap 2 van de Meldcode houdt in dat de zorgverlener de signalen bespreekt met een deskundige collega en/of advies vraagt bij Veilig Thuis. Dit overleg vindt anoniem plaats, in die zin dat geen tot de persoon herleidbare gegevens worden gedeeld (KNMG, Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling voor artsen, herziene versie 2018). Deze stap is bedoeld om advies in te winnen zonder dat reeds sprake is van een melding of het delen van herleidbare gegevens, zodat een zorgvuldige afweging kan worden gemaakt over eventuele vervolgstappen. Het is niet nodig om voorafgaand aan dit overleg de betrokkenen op de hoogte te stellen.
5.22 Het college stelt vast dat de tandarts zich zorgen maakte over de tandheelkundige toestand van de patiënt. Er was sprake van uitgebreide cariës, het uitblijven van behandeling en een reëel risico op pijn en verdere gezondheidsschade. Tegen de achtergrond van een complexe en conflictueuze gezinssituatie acht het college deze zorgen begrijpelijk. Dat de tandarts overleg wilde voeren met Veilig Thuis acht het college eveneens terecht.
5.23 Het college stelt echter vast dat de tandarts het overleg met Veilig Thuis niet anoniem heeft gevoerd, maar dat hij contact heeft gezocht via een e-mailadres van een medewerker van Veilig Thuis dat hij via de vader had verkregen, met een medewerker die contactpersoon van het gezin was. Door het overleg niet anoniem te voeren, is de scheidslijn tussen adviserend overleg en een feitelijke melding onvoldoende scherp gebleven. Dat Veilig Thuis reeds bekend was met het gezin, maakt dit niet anders, nu het doel van stap 2 juist is om zonder herleidbaarheid tot de betrokken personen advies in te winnen.
5.24 Het college is van oordeel dat de tandarts hiermee onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld bij de toepassing van de Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit klachtonderdeel is daarom gegrond.
Klachtonderdeel d) vertonen van grensoverschrijdend gedrag dan wel discriminerend
gedrag.
5.25 Klaagster verwijt de tandarts dat de wijze waarop zij in het kader van het
overleg met Veilig Thuis is gepositioneerd als zorg mijdende moeder binnen een scheidingsconflict,
wijst op culturele dan wel raciale bias. Volgens klaagster heeft de tandarts zich
bovendien buiten zijn deskundigheidsgebied als tandarts begeven door aannames vast
te leggen in het medisch dossier en deze te gebruiken bij het contact met Veilig Thuis.
5.26 Het college overweegt dat voor het aannemen van grensoverschrijdend of discriminerend gedrag vereist is dat dit verwijt voldoende concreet en feitelijk wordt onderbouwd. Uit het medisch dossier en de overige stukken blijkt niet dat de tandarts onderscheid heeft gemaakt op grond van afkomst, cultuur of andere beschermde kenmerken, noch dat hij zich heeft bediend van stereotyperende of discriminerende aannames.
5.27 Voor zover in het dossier melding wordt gemaakt van een scheidingsconflict en een mogelijk risico op zorgmijding, stelt het college vast dat deze vermeldingen zijn gedaan in de context van de (sociale) anamnese en de voortgang van de tandheelkundige behandeling. Deze notities houden verband met het vastlopen van de behandeling en de mogelijke gevolgen daarvan voor de gezondheid van de patiënt. Niet is gebleken dat de tandarts daarmee oordelen heeft gegeven over het gedrag of de intenties van klaagster op culturele of raciale gronden.
5.28 Ter zitting heeft klaagster haar stelling dat sprake zou zijn geweest van culturele of raciale bias niet nader kunnen concretiseren of onderbouwen met specifieke gedragingen, uitlatingen of dossierpassages waaruit een dergelijk onderscheid blijkt. Een subjectieve beleving of vermoeden van discriminatie is onvoldoende om tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen vast te stellen.
5.29 Van belang is dat de tandarts zich bij het contact met Veilig Thuis heeft beperkt
tot
het inwinnen van advies en dat dit overleg plaatsvond op basis van zorgen over het
vastlopen van de behandeling en de impact daarvan op de gezondheid van het kind. Niet
is gebleken dat dit overleg is gevoerd op basis van aannames of vooroordelen die buiten
het professionele kader van de tandarts vallen.
5.30 Het college komt tot de conclusie dat de tandarts heeft gehandeld binnen de grenzen van zijn professionele verantwoordelijkheid en dat niet is gebleken van grensoverschrijdend dan wel discriminerend gedrag.
5.31 Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Slotsom
5.32 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat dat klachtonderdelen a) en c) en gegrond
zijn en de andere klachtonderdelen ongegrond.
Maatregel
5.33 Het college heeft vastgesteld dat de tandarts op onderdelen niet heeft gehandeld
met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende tandarts
mag worden verwacht. In het bijzonder had de tandarts, gelet op de aard van de voorgenomen
behandeling en zijn wetenschap van de gezamenlijke gezagsuitoefening en de conflictueuze
scheidingssituatie, klaagster in een eerder stadium actief moeten informeren en haar
toestemming moeten verkrijgen alvorens het behandeltraject richting een ingreep onder
algehele narcose in gang te zetten.
5.34 Ten aanzien van het contact met Veilig Thuis acht het college aannemelijk dat de tandarts heeft beoogd zorgvuldig te handelen en extern advies in te winnen over een situatie waarin hij zich zorgen maakte over het welzijn van de patiënt. Van lichtvaardigheid of kwade intenties is geen sprake geweest. Wel heeft de tandarts stap 2 van de Meldcode Huiselijk geweld en Kindermishandeling niet met de vereiste zorgvuldigheid toegepast, doordat het overleg niet anoniem is gevoerd.
5.35 Bij de bepaling van de maatregel weegt het college mee dat het handelen van de
tandarts was ingegeven door oprechte zorgen over de gezondheid en het welzijn van
de patiënt. Daarnaast acht het college van belang dat de tandarts ter zitting blijk
heeft gegeven van inzicht in het onzorgvuldige karakter van zijn handelen. Hij heeft
erkend dat hij, terugkijkend, klaagster eerder had moeten betrekken bij de besluitvorming.
Daarnaast heeft de tandarts toegelicht dat naar aanleiding van deze zaak de interne
werkwijze is aangepast, in die zin dat bij behandelingen van minderjarigen waarvoor
toestemming is vereist nu standaard wordt verlangd dat beide gezaghebbende ouders
hun instemming schriftelijk vastleggen. Het college hecht waarde aan deze structurele
maatregel, omdat deze bijdraagt aan het voorkomen van vergelijkbare situaties in de
toekomst. Het laat ook zien dat de tandarts lering heeft getrokken uit deze situatie.
5.36 Het college kan begrijpen dat de tandarts heeft vertrouwd op de deskundigheid
van de medewerkers van Veilig Thuis ten aanzien van het mogen delen van al dan niet
herleidbare informatie. Dat neemt echter niet weg dat hij als zorgverlener daarin
een eigen professionele verantwoordelijkheid draagt.
5.37 Gelet op het geheel van deze omstandigheden, en in het bijzonder het getoonde reflecterend vermogen en zelfinzicht van de tandarts, acht het college de maatregel van waarschuwing passend en geboden.
Publicatie
5.38 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen
belang is erin gelegen dat andere zorgverleners mogelijk iets van deze zaak kunnen
leren. De publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen
of instanties herleidbare gegevens.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klachtonderdelen a en c gegrond;
- legt de tandarts de maatregel op van een waarschuwing;
- verklaart de klacht voor het overige ongegrond;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding
van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden
bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften Tijdschrift
voor Gezondheidsrecht, Gezondheidszorg Jurisprudentie, Medisch Contact en NT/Dentz.
Deze beslissing is gegeven door M.M. van ’t Nedereind, voorzitter, W.M. Creemers, lid-jurist, J. te Poel, H.W. Luk en T. Xi, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door R. van der Vaart, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2026.