ECLI:NL:TGZRAMS:2026:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8654
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2026:47 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 06-03-2026 |
| Datum publicatie: | 06-03-2026 |
| Zaaknummer(s): | A2025/8654 |
| Onderwerp: |
|
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater. Klager is langdurig door de psychiater behandeld wegens psychotische klachten. Hij stelt dat de behandeling ernstige en blijvende psychische en lichamelijke schade heeft veroorzaakt. Ook voelde hij zich niet gehoord. De psychiater heeft steeds zorgvuldig aandacht besteed aan klagers problematiek en medicatie, zijn wensen serieus genomen en in samenspraak de medicatie aangepast. Geen sprake van een langdurig schadelijke behandeling. Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. |
A2025/8654
Beslissing van 6 maart 2026
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing in raadkamer van 6 maart 2026 op de klacht van:
A,
wonende in B,
klager,
tegen
C,
psychiater,
destijds werkzaam in B,
verweerder, hierna ook: de psychiater.
1. De zaak in het kort
1.1 Klager is in verband met psychotische klachten langdurig en intensief door de
psychiater behandeld. Volgens klager heeft die behandeling geleid tot ernstige en
blijvende psychische en lichamelijke schade. Verder heeft klager zich niet gehoord
en gerespecteerd gevoeld.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klager ontvankelijk is, maar de klacht kennelijk ongegrond. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlage(n), ontvangen op 24 juni 2025
- het aanvullende klaagschrift met de bijlage(n);
- het verweerschrift met de bijlage(n);
- de brief van klager binnengekomen op 30 oktober 2025;
- de brief van klager, binnengekomen op 19 november 2025, met bijlagen.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.
2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. De feiten
3.1 Klager is van 28 februari 2012 tot 30 maart 2022 in behandeling geweest bij
D. Hij was daarnaar doorverwezen door E in B in verband met het hebben van psychotische
symptomen.
3.2 In het D is uitgebreide diagnostiek door middel van psychologische onderzoeken en klinische diagnostiek en observatie verricht. In de beschrijvende diagnose is vermeld: (…) Een 19-jarige j. man (…) is aangemeld bij het D wegens psychotische klachten (hallucinaties in verschillende modaliteiten) welke sinds anderhalf jaar progressief aanwezig zijn. (…) De classificatie diagnose wordt gesteld op schizofrenie. (…) Gedurende de behandeling werd eveneens een angststoornis NAO gesteld. De psychiater is vanaf begin 2014 de behandelaar van klager geweest.
3.3 Gedurende de gehele behandeling bij D is, behoudens een Inbewaringstelling in 2019 wegens een relaps psychose na afbouw medicatie, sprake geweest van vrijwillige behandeling. Klager liet grote inzet bij de behandelingen zien, kwam trouw op de afspraken, deed zijn huiswerk opdrachten en werkte aan zijn herstel.
3.4 De behandeling bestond uit: - het gebruik van medicatie; - het volgen van de psycho-educatie groep psychose: - psychologische begeleiding (CGT gericht op sociale angsten, obsessief compulsieve symptomen en zelfbeeld); - gesprekken met een sociaal psychiatrisch verpleegkundige; - gesprekken en onderzoek door de psychiater.
3.5 De medicatie en de hoogte daarvan is gedurende de behandelperiode meerdere keren besproken en is op sommige momenten in overleg met klager aangepast.
3.6 In maart 2022 is de behandeling van klager overgedragen aan een GGZ wijkteam van F. Sindsdien is de psychiater niet meer bij de behandeling betrokken geweest.
4. De klacht en de reactie van de psychiater
4.1 Klager verwijt de psychiater dat:
a) hij de behandeling jarenlang heeft voortgezet ondanks duidelijke signalen van
lichamelijke en psychische schade en dat hij de bijwerkingen niet serieus heeft geëvalueerd;
b) geen sprake was van informed consent en hij geen keuzemogelijkheden heeft geboden;
c) hij signalen van klager als ziekelijk of als kenmerken van de stoornis heeft
afgewezen;
d) hij het recht op autonomie van klager heeft gefrustreerd door onnodige druk of
dreiging met dwang;
e) sprake was van een communicatie die stigmatiserend en dehumaniserend was;
f) er onjuiste en onvolledige informatie in het dossier is opgenomen;
g) de afgifte van het medisch dossier onnodig jarenlang is vertraagd.
4.2 De psychiater heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de psychiater de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht
worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende psychiater.
Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de psychiater geldende beroepsnormen
en andere professionele standaarden. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners
alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.
De beoordeling
5.2 Het college oordeelt dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
5.3 In zijn verweerschrift heeft de psychiater op basis van het patiënt dossier de halfjaarlijkse psychiatrische onderzoeken uitgebreid weergegeven. Daaruit volgt dat steeds aan de orde zijn geweest: - de (medische) klachten van klager en hoe hij zich daaronder voelde; - het functioneren van klager in het maatschappelijk leven; - het gebruik van medicatie, de hoogte daarvan en de wensen van klager dienaangaande; - de (on)mogelijkheden van aanpassing van de medicatie. Hiernaast hebben ook andere vormen van behandeling plaatsgevonden (zie 3.3.).
5.4 Het college concludeert op basis hiervan en op basis van de verdere inhoud van het dossier dat de psychiater steeds veel aandacht voor klager, zijn medische problematiek en zijn medicatiegebruik heeft gehad en zijn wensen serieus heeft genomen. In samenspraak met klager is meermaals de medicatie aangepast, juist ook om ervaren bijwerkingen te beperken en is ook enkele malen geprobeerd deze (geheel) af te bouwen. Daarbij heeft de psychiater steeds de voor- en nadelen van bepaalde medicatie tegen elkaar afgewogen en niet alleen rekening gehouden met de wensen van klager betreffende de medicatie maar ook met de risico’s van bepaald beleid. Ook alternatieve behandelvormen zijn gezocht en geprobeerd. Met uitzondering van de IBS periode in 2019 is steeds sprake geweest van vrijwilligheid en heeft de psychiater in samenspraak met klager het te volgen beleid bepaald.
5.5 Gelet op het voorgaande kan de klacht dat sprake is geweest van een langdurige
schadelijke behandeling waarbij de bijwerkingen of alternatieven niet serieus zijn
geëvalueerd, niet slagen. Als de psychische en lichamelijke klachten die klager stelt
te ervaren al het gevolg zijn van de voorgeschreven medicatie en verdere behandeling,
dan waren de voordelen van die medicatie of behandeling groter dan de nadelen die
werden voorzien en heeft hierover overleg plaatsgevonden. De klacht dat geen sprake
was van informed consent kan gelet op het voorgaande evenmin slagen. Het te volgen
beleid is met klager afgestemd en in samenspraak met hem tot stand gekomen. Uit het
dossier en de overgelegde stukken volgt evenmin dat sprake is geweest van onnodige
druk of dreiging met dwang en dat hierdoor de autonomie van klager is geschaad. Met
uitzondering van de IBS periode in 2019 was een compromis steeds mogelijk. Die klacht
slaagt dus evenmin. De klacht dat signalen van klager werden afgewezen als ziekelijk
of kenmerken van zijn stoornis en de klacht dat sprake was van stigmatisering en dehumanisering
berusten kennelijk op de overtuiging van klager dat al zijn psychische en lichamelijke
problemen het gevolg zijn van de door hem gebruikte medicatie. De psychiater heeft
echter toegelicht dat bij klager sprake is van een levenslange gevoeligheid voor psychoses
en dat medicatie daarom noodzakelijk is. Die toelichting valt gelet op hetgeen in
het dossier is opgenomen, goed te volgen en de klachten kunnen daarom niet slagen.
5.6 In zijn aanvullend klachtschrift heeft klager nog geklaagd over de inhoud van zijn medisch dossier en over de afgifte daarvan. De psychiater heeft daarop niet gereageerd. De klachten kunnen evenwel niet slagen. Uit de delen van het medisch dossier die partijen hebben overgelegd, volgt dat de dossiervorming tamelijk uitvoerig is. Er is steeds sprake van een uitgebreide anamnese, waarin met regelmaat is vermeld dat klager bijwerkingen van de medicatie ervoer. Zijn e-mails en de reactie van de psychiater zijn letterlijk in het dossier geciteerd. Dat de psychiater bewust onjuistheden in het dossier heeft opgenomen kan het college niet vaststellen. Het college kan niet oordelen over feiten die niet zijn komen vast te staan. De klacht kan daarom niet slagen. Voor wat betreft de afgifte van het dossier is niet duidelijk wat de psychiater persoonlijk te verwijten valt. Klager heeft slechts in algemene termen gesteld dat hij meerdere keren om afgifte van het medisch dossier heeft gevraagd maar heeft niet aangegeven wanneer hij dat heeft gedaan en bij wie. Dit is ook daarom relevant omdat klager de laatste jaren bij een andere psychiater en een andere zorgverlener in behandeling was. Bij deze stand van zaken kan de klacht niet slagen.
Slotsom
5.7 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht kennelijk ongegrond zijn.
6. De beslissing
De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 6 maart 2026 door J.J. Dijk, voorzitter, R.P. Wijne,
lid-jurist, J.M.C. van Dam, C.M. Sonnenberg en E.A. van ’t Hoog, leden-beroepsgenoten,
bijgestaan door S. Verdaasdonk, secretaris.