ECLI:NL:TGZRAMS:2026:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8673
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2026:44 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 06-03-2026 |
| Datum publicatie: | 06-03-2026 |
| Zaaknummer(s): | A2025/8673 |
| Onderwerp: | Onjuiste verklaring of rapport |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen een psychiater die een psychiatrische expertise voor klager uitvoerde in het kader van een UWV‑beroepsprocedure. Na het eerste onderzoek zag de psychiater aanleiding voor aanvullend psychiatrisch en verzekeringsgeneeskundig onderzoek, maar liet dit na bezwaar van klager achterwege en stelde een concept‑rapport op. Klager is het oneens met de gevolgde procedure en met het (concept)rapport. |
A2025/8673
Beslissing van 6 maart 2026
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing in raadkamer van 6 maart 2026 op de klacht van:
A,
wonende te B,
klager,
tegen
C,
psychiater,
destijds werkzaam te B,
verweerder, hierna ook: de psychiater,
gemachtigde: mr. M.F. van der Mersch, werkzaam te Amsterdam.
1. De zaak in het kort
1.1 De psychiater is werkzaam voor, onder andere, medisch adviesbureau D, waar hij
psychiatrische expertises verricht. In het kader van een beroepszaak tussen klager
en het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) heeft de Centrale Raad van
Beroep (CRvB) de psychiater opdracht gegeven klager te onderzoeken naar zijn psychische
gesteldheid. Klager is het niet eens met de procedure van het onderzoek en met het
(concept)rapport.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat klager ontvankelijk is, maar de klacht kennelijk ongegrond. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 27 juni 2025;
- een aanvullend klaagschrift, ontvangen op 30 september 2025;
- een aanvullend klaagschrift, ontvangen op 2 november 2025;
- een aanvullend klaagschrift met bijlagen, ontvangen op 4 november 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 11 november 2025.
2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.
3. Wat is er gebeurd?
3.1 Klager was verwikkeld in een beroepsprocedure met het UWV. Bij brief van 27
november 2024 heeft de psychiater opdracht van de CRvB gekregen om een deskundigenbericht
op te stellen in het kader van de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid van klager.
De zes vragen, geformuleerd door de CRvB, hadden betrekking op de psychische gezondheidstoestand,
de beperkingen in zijn persoonlijke en sociale functioneren van klager op 3 juni 2029.
Ook was een vraag of de psychiater het eens was met het oordeel van de verzekeringsarts
dat klager op 3 juni 2019 in staat was zes uur per dag te werken. De psychiater heeft
van de CRvB een uitgebreid dossier gekregen.
3.2 De psychiater heeft klager tijdens een drie uur durend gesprek gezien en onderzocht in het bijzijn van de zoon van klager en hem ingelicht over de procedure. De door klager meegenomen documenten heeft de psychiater in het dossier opgenomen. Na dit eerste onderzoek zag de psychiater aanleiding voor aanvullend onderzoek naar mogelijk onderliggende psychiatrische problematiek en voor aanvullend verzekeringsgeneeskundig onderzoek. Klager was het hiermee niet eens. De psychiater heeft in overleg met de CRvB besloten van aanvullend onderzoek af te zien en heeft een concept-rapport opgesteld.
3.3 Het concept-rapport is op 3 april 2025 aan klager verstuurd ter uitoefening van zijn inzage- en correctierecht. Klager was het niet eens met de concept-rapportage en eiste dat deze niet werd vastgesteld zolang de ingediende tuchtklacht niet was afgehandeld.
3.4 Klager heeft ook een klacht ingediend bij D. De klacht is behandeld. Klager is enkele keren uitstel verleend voor het indienen van de door hem gewenste correcties. Onderdeel van de klachtbehandeling was een gesprek met de directie van D. Dat gesprek heeft op 25 juni 2025 plaatsgevonden. Klager is meegedeeld dat na het gesprek de klachten van klager zouden worden beoordeeld en bij ongegrondverklaring de rapportage zou worden vastgesteld en naar het CRvB gestuurd zou worden.
3.5 D heeft de klachten van klager ongegrond verklaard. De psychiater heeft de rapportage vervolgens afgerond en voorzien van een verslag van de communicatie met klager en over het verloop betreffende het inzage- en correctierecht. Hij heeft uit de brieven van klager twee feitelijke onjuistheden gehaald en die in het rapport gecorrigeerd. Ook heeft hij een aantal aanvullingen van klager in de paragraaf “huidige somatische klachten” overgenomen.
4. De klacht en de reactie van de psychiater
4.1 Klager verwijt de psychiater:
a. dat hij in zijn onderzoek zich op de onjuiste onderwerpen heeft gericht; de psychiater
heeft ten onrechte psychische duidingen gedaan en diagnoses en stoornissen vastgesteld
die er volgens klager niet zijn of die niet kloppen;
b. dat hij het deskundigenrapport naar de CRvB heeft gestuurd, terwijl klager het
met de inhoud niet eens was en de tuchtprocedure nog niet was afgerond.
4.2 De psychiater heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.1 De vraag is of de psychiater de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht
worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende psychiater.
Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de psychiater geldende beroepsnormen
en andere professionele standaarden.
5.2 Het college oordeelt dat de psychiater niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en motiveert dat als volgt.
Klachtonderdeel a) onterecht psychische duidingen, diagnoses en stoornissen vastgesteld
5.3 Uit het uitgebreide deskundigenrapport blijkt dat de psychiater een lang (drie
uur durend) gesprek heeft gevoerd met klager en een anamnese heeft afgenomen op basis
van dit gesprek en van het medische dossier. Daarbij heeft hij ook de door klager
meegebrachte documenten betrokken. Aan de hand van de anamnese heeft de psychiater
de door de CRvB gestelde vragen beantwoord. Hij heeft zijn diagnoses, conclusies en
antwoorden naar het oordeel van het college zorgvuldig onderbouwd en deze zijn in
voorzichtige bewoordingen geformuleerd. In het geval er geen duidelijk antwoord mogelijk
was heeft de psychiater dit uitgelegd. Dat klager het niet eens is met de door de
psychiater geconstateerde diagnoses en/of stoornissen betekent niet dat de psychiater
onzorgvuldig is geweest in zijn constateringen en beantwoording. Het college wijst
erop dat het inzage- en correctierecht niet inhoudt dat de betrokkene gestelde diagnoses
en conclusies kan aanpassen als hij het daarmee niet eens is. Het zijn immers de diagnoses/conclusies
die de psychiater heeft gesteld/getrokken. Ook betekent dit niet dat de psychiater
zich tijdens zijn deskundigenonderzoek met de verkeerde onderwerpen heeft beziggehouden.
Het standpunt van klager, zo begrijpt het college, dat de psychiater zich tijdens
het deskundigenonderzoek met de verkeerde onderwerpen heeft beziggehouden en dat het
had moeten gaan om het onrecht dat hem is aangedaan, volgt het college niet. De psychiater
was opgedragen de aan hem gestelde vragen te beantwoorden en hij heeft naar het oordeel
van het college deze vragen nauwkeurig en goed onderbouwd beantwoord en is daarbij
niet buiten deze vragen getreden.
Dit onderdeel van de klacht is ongegrond.
Klachtonderdeel b) klager meent dat het deskundigenrapport niet naar de CRvB had mogen
worden gestuurd.
5.4 Klager is in de gelegenheid gesteld om te reageren op de concept-rapportage.
Uiteindelijk heeft de psychiater, zes maanden na het moment dat klager inzage was
verleend in de concept-rapportage, het rapport definitief gemaakt en het naar de CRvB
gezonden. De psychiater heeft twee feitelijke onjuistheden gecorrigeerd en een aantal
aanvullingen van klager overgenomen. Naar het oordeel van het college heeft klager
ruimschoots de gelegenheid gehad om gebruik te maken van zijn inzagerecht en het recht
om correctie te vragen van feitelijke onjuistheden. Dat hij het niet eens is met de
conclusies, diagnoses en/of antwoorden in het rapport, geeft hem niet de mogelijkheid
om deze te wijzigen. Daarover is klager bij het concept-rapport geïnformeerd. Ook
is het niet aan klager om te beslissen over (het moment van) de doorzending van het
definitieve rapport naar de CRvB. De tuchtprocedure schort de toezending van het deskundigenrapport
niet op.
Ook dit klachtonderdeel is ongegrond.
Slotsom
5.5 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat beide onderdelen van de klacht kennelijk
ongegrond zijn.
6. De beslissing
De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 6 maart 2026 door J.J. Dijk, voorzitter, R.P. Wijne,
lid-jurist, J.M.C. van Dam, C.M. Sonnenberg en E.A. van ’t Hoog, leden-beroepsgenoten,
bijgestaan door S. Verdaasdonk, secretaris.