ECLI:NL:TGZRAMS:2026:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8529

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:38
Datum uitspraak: 27-02-2026
Datum publicatie: 27-02-2026
Zaaknummer(s): A2025/8529
Onderwerp:
  • Onjuiste behandeling/verkeerde diagnose
  • Onvoldoende informatie
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegronde klacht tegen een KNO-arts. Klager is geopereerd vanwege een uitzaaiing van een glomustumor. Bij deze operatie zijn twee zenuwen doorgenomen. Sinds de operatie heeft klager slikpassageklachten. Klager verwijt de KNO-arts onder andere dat hij de operatie onzorgvuldig heeft uitgevoerd en dat hij klager voorafgaande aan de operatie onvoldoende heeft geïnformeerd. Het college oordeelt dat de KNO-arts niet onzorgvuldig heeft gehandeld door de zenuwen bij de operatie door te nemen. Ook hoefde hij het risico op de klachten die klager heeft niet te bespreken, omdat deze klachten niet onder de in redelijkheid te verwachten risico’s van deze ingreep vielen. De klacht is kennelijk ongegrond.

A2025/8529
Beslissing van 27 februari 2026
 

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing in raadkamer van 27 februari 2026 op de klacht van:

A,
wonende te B,
klager,

tegen

C,
keel-, neus- en oorarts,
werkzaam te D,
verweerder, hierna ook: de KNO-arts,
gemachtigde: mr. M.F. Mooibroek, werkzaam te Utrecht.

1. De zaak in het kort
1.1 Klager is geopereerd in verband met een uitzaaiing van een glomustumor. Bij deze operatie, die is uitgevoerd door de KNO-arts, zijn twee zenuwen doorgenomen. Na de operatie had klager te kampen met slikpassageklachten. Klager is niet tevreden over de informatie die hij hierover voorafgaande aan de operatie van de KNO-arts heeft ontvangen. Ook verwijt hij de KNO-arts onder andere dat deze de operatie en de verslaglegging hiervan onzorgvuldig heeft uitgevoerd en onvoldoende nazorg heeft gegeven.

1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.

2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 21 mei 2025;
- de aanvullende bijlagen 6, 7 en 8 van het klaagschrift;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- de brief van klager van 13 november 2025, binnengekomen op 14 november 2025;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 24 november 2025;
- de brief van klager, binnengekomen op 2 januari 2026, met bijlagen.


2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.

3. Wat is er gebeurd?
3.1 De KNO-arts is sinds 1999 werkzaam bij het E.

3.2 Klager is in verband met de aanwezigheid van erfelijke parangliomen, die veroorzaakt worden door een pathogene variant van het SDHD-gen, tussen 2004 en 2023 in het E behandeld. De KNO-arts is sinds 2013 bij de behandeling van klager betrokken.

3.3 Op 22 juni 2023 heeft klager met de KNO-arts gebeld in verband met een uitslag van een PET-scan, waaruit bleek dat er aan de rechterkant van de hals tumoren waren bijgekomen. Hierop werd een MRI gemaakt ter nadere beoordeling.

3.4 Op 3 augustus 2023 werd de uitslag van de MRI door de KNO-arts met klager telefonisch besproken alsmede de mogelijke behandelmogelijkheden waaronder een operatie. Klager werd daarop uitgenodigd voor een vervolggesprek op de poli.

3.5 Op 21 augustus 2023 kwam klager met zijn vrouw bij de KNO-arts op het spreekuur om de operatie nader te bespreken. In het dossier is hierover, voor zover van belang en in letterlijke weergave onder het kopje beleid, door de KNO-arts opgeschreven: “planning ingreep, klieren + kleine caroticum tumor Kleine kans op complicaties Mn vagus, accessorius, gevoel huid, drain, nabloeding(..)”

3.6 Op 13 september 2023 is klager door de KNO-arts geopereerd. In het operatieverslag is hierover voor zover van belang vermeld:


narcose
locaalanesthesie
horizontale incisie in huidlijnen
opklappen huid en platysma
verwijderen vergrote klier naast jugularis externa
identificatie voorrand m. sternocleidomastoideus
identificatie jugularis, XI, XII (ansa wordt opgeofferd)
losprepareren klieren die van regio 2b tot 3 lopen en iets meer gevasculariseerd lijken te zijn dan gewoonlijk.
vrijleggen carotisbifucatie
vesselloop om communis (en later om externa en interna)
identificatie X en grensstreng
de tumor is erg adhearent met de carotisbifurcatie en wordt stukje bij beetje van crainaal naar caudaal vrijgeprepareerd
1 maal treedt hierbij enkele seconden asystolie op, met massage snel weer ritme.
bij losmaken van de tumor uit de bifurcatie is een bloeding die tot overhechten nood waarna wordt besloten geen rsico met de carotiden te nemen en de tumor subtotaal te verwijderen (..
)”
 

3.7 Na de operatie had klager meer moeite met het wegslikken en ook zijn stem was iets veranderd. Uit onderzoek bleek dat het palatum molle (het zachte gespierde deel van het verhemelte) niet volledig sloot bij het slikken. Verder werden geen afwijkingen gevonden. Klager werd verwezen voor een intake bij de logopedist.

3.8 Op 25 september 2023 kwam klager voor controle bij de KNO-arts. Klager was niet tevreden. Hij had last van nasale regurgitatie (het terugvloeien van maaginhoud door de neus) en moeite met het doorslikken van eten. Besproken werd dat tijdens de operatie zenuwen waren doorgenomen. De KNO-arts constateerde bij lichamelijk onderzoek dat het verhemelte een symmetrische mobiliteit liet zien. In het dossier noteerde de KNO-arts onder het kopje conclusie: “ongewone klachten na operatie hals, ook als ansa en laryngeus superior zijn opgeofferd.” Klager ging diezelfde dag ook naar de logopedist voor zijn intake en kreeg oefeningen mee.

3.9 Op 9 oktober 2023 kwam klager bij de logopedist. Oefeningen doen kostte veel moeite en lukte nauwelijks. De logopedist kon daardoor nog niets zeggen over het effect van de oefeningen.

3.10 Op 11 oktober 2023 en 26 oktober 2023 had de KNO-arts een telefonisch consult met klager. Op 11 oktober 2023 stond pijn op de voorgrond, maar op 26 oktober 2023 ging het beter, klager had minder pijn en betere spraak. Alleen zijn slikpassage was nog slecht.

3.12 Op 28 november 2023 kwam klager bij de logopedist. In het dossier is genoteerd onder het kopje “anamnese”: “Heeft eigenlijk wederom nauwelijks geoefend. Algemene belasting in het dagelijks leven levert eigenlijk al overbelasting op zodat het van oefenen niet komt.” Klager had nog steeds veel last van het slikken en had daarbij het gevoel dat het eten in de keel bleef hangen. De logopedist kon niet zeggen of logopedie effect zou hebben. Ze adviseerde om een periode van meer oefenen in te bouwen.

3.13 Op 28 november 2023 kwam klager ook bij de KNO-arts op het spreekuur. Klager had nog steeds last van slikken en veel slijm. De pijn was minder en de nasaliteit ook. Bij lichamelijk onderzoek bleek dat de tong en het verhemelte goed mobiel waren, alsook de stembanden en de larynx. Er was sprake van slijmstase in de sinus piriformis aan beide zijden. Er werd besloten dat indien de klachten niet zouden verbeteren in overleg met het slikteam nader beleid zou worden bepaald, maar de KNO-arts sloot ook spontane verbetering nog niet uit.

3.14 Na een telefonisch consult op 23 januari 2024 bleek dat de slikpassageklachten van klager niet waren verbeterd. Er volgde poliklinisch consult op 13 februari 2024 waarbij klager zou worden besproken in het slikteam.


3.15 Op verzoek van klager werd zijn behandeling op 18 september 2024 overgedragen aan het F. In de brief die de KNO-arts verzond aan de opvolgend behandelaar is voor zover van belang het volgende opgeschreven:

Geachte collega, beste G
Bovenstaande patiënt wil graag verder behandeld worden in het F.
Hij is zijn vertrouwen in mij verloren na een selectieve halsklierdissectie in verband met metastasen van een paraganglioom.
Opmerkelijk genoeg werd in het weefsel dat uit de carotisbifurcatie werd verwijderd geen paraganglioom gevonden. Wel heeft hij een SDHD mutatie.
Het probleem is dat na de operatie klachten aanwezig zijn van een verminderde slikpassage en aanvankelijk ook pijn en palatuminsufficientie.
Hoewel tijdens de operatie de n. laryngeus superior werd opgeofferd, zijn deze klachten voor mij slecht te verklaren en heeft ook hulp van onze larynx werkgroep geen verbetering gegeven.
Postoperatief is nog geen beeldvorming verricht, behalve van de borst en buik. De laatste verslagen gaan hierbij.
Er is zeker een reden voor verder vervolg, de endocrinoloog zal ook verwijzen. Daarnaast hoop ik natuurlijk dat jullie de klachten kunnen verklaren en verminderen
.”(..)

4. De klacht en de reactie van de KNO-arts
4.1 Klager verwijt de KNO-arts dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld doordat hij:
a) de dossierplicht heeft geschonden door in het operatieverslag niet de beide zenuwen te vermelden die zijn doorgenomen;
b) klager niet vooraf heeft geïnformeerd over het risico op de slikpassageklachten die hij thans ervaart en daarmee het informed consent heeft geschonden;
c) tijdens de operatie onzorgvuldige besluiten heeft genomen waarbij zonder aarzeling zenuwen zijn doorgenomen met voor klager verstrekkende gevolgen;
d) na de operatie heeft gezegd dat het vanzelf wel goed zou komen en daarmee onvoldoende en misleidende nazorg heeft verricht;
e) geen aandacht heeft gehad voor toekomstige risico’s wanneer klager nogmaals zou moeten worden geopereerd.

4.2 De KNO-arts heeft de klacht bestreden en heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.

4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.


5. De overwegingen van het college
De criteria voor de beoordeling
5.1 De vraag is of de KNO-arts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende KNO-arts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de KNO-arts geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor hun eigen handelen.

5.2 Het college oordeelt dat de KNO-arts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld en zal dat hieronder nader toelichten.

Klachtonderdeel a) schending van de dossierplicht door een onvolledig operatieverslag
5.3 In het operatieverslag heeft de KNO-arts alleen één van de twee zenuwen die is opgeofferd tijdens de operatie, de ansa cervicalis, vermeld. Verweerder heeft erkend dat hij is vergeten om achteraf, toen duidelijk werd dat ook de nervus laryngeus superior was doorgenomen het operatieverslag hierop aan te passen. Het college stelt voorop dat het operatieverslag een weergave moet zijn van hetgeen tijdens de operatie is gebeurd.
Dit is onderdeel van de dossierplicht zoals neergelegd in artikel 7:454 BW. De hulpverlener dient daarin vast te leggen wat noodzakelijk is voor een goede hulpverlening. Tijdens de operatie was de tumor zo verweven met het zenuwweefsel dat pas achteraf bleek dat ook de nervus laryngeus superior was doorgenomen. Het college kan zich voorstellen dat de KNO-arts onder die omstandigheden is vergeten om het reeds opgestelde operatieverslag daarop aan te passen. Het medisch dossier omvat evenwel niet alleen operatieverslagen en uitslagen van onderzoeken, maar ook de verslaglegging van de consulten en verwijsbrieven. De KNO-arts heeft in de overige verslaglegging van het medisch dossier, namelijk in de verwijsbrief en het consult van 23 september 2023 wel opgeschreven dat de nervus laryngeus superior was doorgenomen. Daarom acht het college de omissie in het operatieverslag van te weinig gewicht om te kunnen spreken van een schending van de dossierplicht die tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Dit klachtonderdeel is daarom kennelijk ongegrond.

Klachtonderdeel b) schending van het informed consent
5.4 Het college heeft oog voor het feit dat klager sinds de operatie te kampen heeft met slikpassageklachten die zijn leven negatief beïnvloeden. Het college begrijpt klager als hij zegt dat hij liever van tevoren had willen weten dat dit een mogelijke uitkomst van de operatie zou zijn. De vraag is echter of de KNO-arts in redelijkheid had kunnen verwachten dat dit een mogelijke uitkomst zou zijn van de operatie. Op grond van artikel 7:448 BW heeft de patiënt voorafgaand aan een medische behandeling recht op begrijpelijke informatie over de te verwachten uitkomst en de risico’s van die medische behandeling. Op deze wijze kan de patiënt een weloverwogen, persoonlijke keuze maken of hij wel of niet een medische behandeling wil ondergaan. De patiënt hoeft evenwel niet voor alle mogelijke risico’s van een ingreep te worden geïnformeerd. Het gaat daarbij om wat de patiënt in redelijkheid dient te weten. Daarbij vindt een afweging plaats tussen de kans dat een risico zich zal voordoen enerzijds en de aard van het risico anderzijds en de aard van de behandeling en overige omstandigheden van het geval. Uit het dossier en de transcripties van de gesprekken die zijn gevoerd voorafgaand aan de operatie leidt het college af dat de KNO-arts voldoende de risico’s van deze ingreep heeft benoemd die redelijkerwijs te voorzien zijn bij deze operatie en deze met klager en zijn vrouw heeft besproken. De slikpassageklachten van klager, hoe vervelend die voor klager ook zijn, kunnen medisch niet worden verklaard door de twee zenuwen die tijdens de operatie zijn doorgenomen. Deze klachten hebben eerder te maken met de knijpfunctie van de slokdarm en daarop hebben de zenuwen die bij de operatie zijn doorgenomen geen invloed. Het college volgt daarom de redenering van de KNO-arts namelijk dat hij het risico op de klachten die klager thans heeft niet hoefde te bespreken, omdat deze klachten niet onder de in redelijkheid te verwachten risico’s van deze ingreep vielen. Dit klachtonderdeel wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.

Klachtonderdeel c) onzorgvuldige besluitvorming tijdens de operatie door zenuwen op te offeren in plaats van te sparen
5.5 Het college is niet gebleken van onzorgvuldige besluitvorming tijdens de operatie. Bij de operatie zoals deze bij klager is uitgevoerd is het niet ongebruikelijk dat, indien nodig, de ansa cervicalis en de nervus laryngeus superior worden opgeofferd. De nervus laryngeus superior bleek door de tumor te lopen die moest worden verwijderd. Het was daardoor voor de KNO-arts niet mogelijk om de tumor te verwijderen en tegelijkertijd de zenuw te sparen. Het college merkt daarbij nog op dat het niet de stembandzenuw (de nervus laryngeus recurrens, een aftakking van de nervus vagus) is, die is opgeofferd, maar een andere zenuw, de nervus laryngeus superior die zorgt voor het gevoel in het bovenste deel (boven de stembanden) van het slijmvlies van het strottenhoofd. Doorgaans heeft het doornemen van deze zenuw aan een zijde geen ingrijpende gevolgen. Het college komt daarom tot de conclusie dat dit klachtonderdeel kennelijk ongegrond is.

Klachtonderdeel d) onvoldoende en misleidende nazorg door te suggereren dat het vanzelf wel goed zou komen met de klachten van klager
5.6 Uit het dossier blijkt dat de KNO-arts de klachten van klager na de operatie serieus heeft genomen. Niet ongebruikelijk is het dat na verloop van tijd de klachten na een dergelijke ingreep langzaam verdwijnen. Dit was ook het geval met het sluiten van het verhemelte en de pijn. Helaas zijn de slikpassageklachten bij klager niet bijgetrokken. Toen bleek dat deze klachten bleven bestaan is er fiberscopisch onderzoek verricht om de oorzaak te achterhalen. Daarna is de logopedist als onderdeel van het slikteam ingeschakeld. Zij adviseerde klager om oefeningen te doen. Daarbij heeft de KNO-arts regelmatig contact gehad met klager om te kijken wat de voortgang was. Helaas hebben deze inspanningen onvoldoende resultaat opgeleverd voor klager, maar daarvan kan de KNO-arts geen verwijt worden gemaakt. Dit klachtonderdeel is kennelijk ongegrond.


Klachtonderdeel e) Geen aandacht van de KNO-arts voor toekomstige risico’s bij een volgende operatie
5.7 Uit het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek maakt het college op dat klager met dit klachtonderdeel bedoelt te zeggen dat de KNO-arts meer moeite had moeten doen om de zenuwen te sparen, omdat er in de toekomst wellicht een andere operatie nodig is aan de andere zijde waardoor er nog meer zenuwen zouden moeten worden doorgenomen met gevolgen voor het slikvermogen. In het voorgaande is reeds overwogen dat de KNO-arts niet onzorgvuldig heeft gehandeld door de zenuwen bij de operatie door te nemen, en dat de negatieve gevolgen van het doornemen van deze twee zenuwen doorgaans voor de patiënt zeer beperkt zijn. De KNO-arts kon er daarom geen rekening mee te houden dat de uitkomst van de operatie zou zijn dat klager zou blijven zitten met de slikpassageklachten, omdat dit geen voorzienbaar risico is van deze operatie. Er was daarom voorafgaand en tijdens de operatie geen aanleiding voor de KNO-arts om rekening te houden met (de gevolgen van) toekomstige operaties en dit bij de besluitvorming en informatievoorziening aan klager te betrekken. Dit klachtonderdeel is daarom kennelijk ongegrond.

Slotsom
5.8 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht kennelijk ongegrond zijn.

6. De beslissing
De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.


Deze beslissing is gegeven op 27 februari 2026 door A. van Maanen, voorzitter, M.P. Copper en R.A. Scheeren, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door A. Tingen, secretaris.