ECLI:NL:TGZRAMS:2026:33 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8694
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2026:33 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 24-02-2026 |
| Datum publicatie: | 24-02-2026 |
| Zaaknummer(s): | A2025/8694 |
| Onderwerp: | Geen of onvoldoende zorg |
| Beslissingen: | Gegrond, waarschuwing |
| Inhoudsindicatie: | Deels gegronde klacht tegen een huisarts. Het college is met de huisarts van oordeel dat het missen van de juiste diagnose niet zonder meer tuchtrechtelijk verwijtbaar is. In dit geval is de huisarts wat het college betreft te snel en te stellig op het spoor van de bijwerking van Saxenda gaan zitten als oorzaak van de tachycardie. De kortademigheid en de daarmee gepaard gaande immobiliteit, het overgewicht en het pilgebruik van patiënte hadden voor de huisarts aanleiding moeten zijn om nader diagnostisch bloedonderzoek te doen (D-dimeer). Volgt een waarschuwing. |
A2025/8694
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing van 24 februari 2026 op de klacht van:
A,
destijds wonende in B, klager,
tegen
C,
huisarts,
werkzaam in B,
verweerder, hierna ook: de huisarts,
gemachtigde: mr. M. Santema, werkzaam te Amsterdam.
1. De zaak in het kort
1.1 De partner van klager (hierna: patiënte) is bij de huisarts op consult geweest
vanwege
kortademigheid, met name bij inspanning, en een verhoogde hartslag in rust. Na onderzoek
door de
huisarts werden de klachten toegeschreven aan een bijwerking van de door patiënte
gebruikte
medicatie voor gewichtsverlies. Drie dagen later is patiënte onverwacht overleden
als gevolg van
een longembolie. Klager verwijt de huisarts onder meer dat hij onvoldoende onderzoek
heeft gedaan.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht voor wat betreft het doen van
onvoldoende
onderzoek gegrond is. De huisarts krijgt daarvoor een waarschuwing. Hierna vermeldt
het college
eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met bijlage, ontvangen op 1 juli 2025;
- het verweerschrift met bijlagen, ontvangen op 8 september 2025.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het
college met elkaar in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben
zij
geen gebruik gemaakt.
2.3 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 13 januari 2026. Klager was
afwezig met
bericht van verhindering. De huisarts en zijn gemachtigde waren wel aanwezig.
3. Wat is er gebeurd?
3.1 Patiënte, geboren in juni 1983, was vanaf haar verhuizing in 2017 vanuit D,
in zorg bij de
praktijk van de huisarts. Zij gebruikte sinds haar tijd in D een anticonceptiepil
van de derde
generatie (Ethinylestradiol/Drospirenon). De huisarts heeft deze pil eerder op verzoek
van patiënte
voortgezet en niet omgezet in een pil met een lager risico op veneuze trombo-embolieën.
3.2 In de zomer van 2024 is zij gestart met het medicijn Saxenda (liraglutide) in
het kader van
gewichtsverlies, op advies van een diëtist. De huisarts was hiervan op de hoogte
en heeft de
voortgang van de behandeling gevolgd.
3.3 Op 23 december 2024 heeft de huisarts patiënte gezien wegens klachten van tachycardie
en
kortademigheid. In het medisch dossier heeft de huisarts hierover het volgende genoteerd
(citaat
inclusief typefouten):
“S Sinds 4 dgn dyspneoisch; m.n. dyspneu d’ effort. Zegt 20 kg afgevallen te zijn,
voelt zich
hierdoor stuk fitter; dus dacht ze dat ze wellicht te hard van stapel liep. Moest
op weg naar
praktijk 2 x stilstaan om op adem te komen. Vandaag in rust geen dyspneu mee, gisteren
wel. Horloge
gaf snelle hartslag aan.. Daar werd ze zenuwachtig van. Geen POB. Is nog nezig met
liraglutide.
O spO2 98%, T 37,3 (tymp), ausc pulm VAG, cor S1S2, $, regulair ritme. Enkels slank.
Kuiten
volstrekt soepel.
O PolsfrqNHG:110 E Tachycardie
P DD SVT? Tgv? Bijwerking liraglutide? Geen koorts, geen aanwijz. DVT. Nu op 2,4
liraglutide, tzt
afbouw. (Start116 kg, nu 96, zou wel naar 65 willen…). Besproken belangrijker vast
te houden aan
gezonde lefstijl dan concreet doel stellen. Blijvend 80 kg zou ook al enorme winst
betekenen!
Beaamt ze. Geen andere verklaring voor tachycardie dan bijwerking. Indien persisterend
lab TSH/T4
herhalen. Laat dat weten.”
3.4 Op 25 december 2024 heeft patiënte de dosering Saxenda verlaagd en 26 december
2024 is
patiënte onverwacht overleden. Obductie wees uit dat de doodsoorzaak een longembolie
betrof.
4. De klacht en de reactie van de huisarts
4.1 Klager verwijt de huisarts:
a) het voorzetten van de door patiënte gebruikte derde generatie anticonceptiepil
met verhoogd
tromboserisico;
b) het niet herkennen van de symptomen van een longembolie;
c) het nalaten van diagnostiek en een spoedverwijzing;
d) onvoldoende communicatie en reflectie na het overlijden.
4.2 De huisarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
5.1 Het college is zich ervan bewust dat het overlijden van patiënte een gebeurtenis
is die voor
de klager en andere nabestaanden bijzonder ingrijpend moet zijn geweest. Ook de
huisarts heeft
gezegd dat het overlijden hem erg heeft aangegrepen. Dat neemt niet weg dat het
college een
zakelijke beoordeling moet geven van de vraag of de huisarts bij zijn handelen al
dan niet binnen
de grenzen van wat tuchtrechtelijk aanvaardbaar is, is gebleven.
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.2 De vraag is of de huisarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht
worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling
wordt rekening
gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden.
Klachtonderdeel a) Voortzetten derde generatie anticonceptiepil
5.3 De huisarts erkent dat de gebruikte anticonceptiepil behoort tot de derde
generatie en dat
deze een verhoogd risico op veneuze trombo-embolie (VTE) kent. Hij stelt echter
gehandeld te hebben
conform de richtlijnen van het Comité voor Farmaceutische Specialiteiten van het
Europese
agentschap voor de beoordeling van geneesmiddelen en de Inspectie Gezondheidszorg
en Jeugd, die
stellen dat het niet noodzakelijk is om over te stappen op een andere pil. Patiënte
gebruikte deze
pil al meer dan tien jaar zonder incidenten. Er was geen medische aanleiding om
te wisselen en
patiënte gaf aan tevreden te zijn met deze vorm van anticonceptie.
5.4 Het college is het met de huisarts eens dat in de situatie van patiënte, die
de pil al meer
dan tien jaar gebruikte en daarover tevreden was, het voortzetten van deze pil medisch
verdedigbaar
is en niet in strijd met de professionele standaard. In de NHG-Standaard Anticonceptie
staat dat
het actief omzetten van vrouwen die naar tevredenheid een niet-voorkeursmiddel gebruiken
niet wordt
aanbevolen. Het klachtonderdeel is dus ongegrond.
Klachtonderdeel b) Niet herkennen symptomen longembolie en c) Nalaten van diagnostiek
en
spoedverwijzing
5.5 Het college ziet aanleiding de klachtonderdelen b) en c) gezamenlijk te behandelen.
Volgens
de huisarts heeft hij de mogelijkheid van een longembolie niet over het hoofd gezien.
Hij heeft
patiënte op 23 december 2024 onderzocht. De zuurstofsaturatie was normaal, er waren
geen
afwijkingen bij auscultatie en de benen waren soepel zonder tekenen van diepe veneuze
trombose.
Daarom werden de klachten in overleg met patiënte toegeschreven aan bijwerkingen
van Saxenda, een
middel dat bekend staat om het veroorzaken van tachycardie. Het missen van de diagnose
is niet
zonder meer tuchtrechtelijk verwijtbaar. Longembolie is een aandoening die zich
vaak presenteert
met aspecifieke symptomen en regelmatig wordt gemist. In de huisartsenpraktijk is
het
gerechtvaardigd om bij milde klachten en een plausibele verklaring (zoals medicatiebijwerking)
een
afwachtend beleid te hanteren, aldus de huisarts. Wat betreft klachtonderdeel c
heeft de huisarts
gesteld geen aanvullende diagnostiek te hebben verricht of een spoedverwijzing te
hebben gedaan,
omdat er geen medische indicatie was. De klachten waren aspecifiek en konden plausibel
verklaard
worden.
5.6 Het college is met de huisarts van oordeel dat het missen van de juiste diagnose
niet zonder
meer tuchtrechtelijk verwijtbaar is. In dit geval ligt dat echter anders. De huisarts
is wat het
college betreft te snel en te stellig op het spoor van de bijwerking van Saxenda
gaan zitten als
oorzaak van de tachycardie. Het medisch dossier vermeldt in dit verband: “Geen andere
verklaring
voor tachycardie dan bijwerking.” De kortademigheid en de daarmee gepaard gaande
immobiliteit, het
overgewicht en het pilgebruik van patiënte hadden echter voor de huisarts aanleiding
moeten zijn om
nader diagnostisch bloedonderzoek te doen (D-dimeer). Ter zitting is niet goed duidelijk
geworden
waarom de huisarts dit heeft nagelaten. Hij heeft benoemd dat patiënte een complexe
medische
voorgeschiedenis had, met onder andere angstklachten, fors overgewicht, veel somatisch
ongemak
waaronder dyspnoe, maar dit maakt niet duidelijk waarom dan nader onderzoek, te
weten het prikken
van een d-dimeer, achterwege kon blijven. Dit betekent dat beide klachtonderdelen
gegrond zijn.
Klachtonderdeel d) Onvoldoende communicatie en reflectie na overlijden
5.7 De huisarts zegt na de gebeurtenis te hebben gereflecteerd op zijn afwegingen
en de rol van
nadere diagnostiek bij onduidelijke klachten. Hij heeft dit besproken in collegiaal
overleg en ziet
het als een leermoment om in toekomstige gevallen sneller aanvullende diagnostiek
te overwegen bij
twijfel. Verder heeft de huisarts direct na het overlijden contact opgenomen met
klager, zijn
condoleances overgebracht, toestemming voor obductie besproken en de uitslag later
toegelicht aan
een relatie van klager. Klager was vervolgens onbereikbaar voor de huisarts. Het
college ziet in
het medisch dossier dat de huisarts inderdaad nazorg heeft verleend zoals hiervoor
beschreven. Ter
zitting heeft hij bevestigd lering uit het gebeuren te hebben getrokken. Het klachtonderdeel
is
daarmee ongegrond.
Slotsom
5.8 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de onderdelen b en c van de klacht gegrond
zijn en de
andere onderdelen ongegrond.
Maatregel
5.9 Het college acht het opleggen van de maatregel van waarschuwing passend en
geboden. De
waarschuwing is een zakelijke terechtwijzing. Het college weegt hierin mee dat het
herkennen van
een longembolie in de eerste lijn weliswaar een complexe aangelegenheid kan zijn,
maar omdat de
gevolgen (zeer) ernstig kunnen zijn had de mogelijkheid van een longembolie zonder
nader onderzoek
niet verworpen mogen worden. In het voordeel van de huisarts spreekt dat hij op
zijn handelen heeft
gereflecteerd en zich heeft voorgenomen om bij twijfel sneller aanvullende diagnostiek
te
overwegen.
Publicatie
5.10 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen
belang is erin
gelegen dat andere huisartsen mogelijk iets kunnen leren van wat hiervoor onder
5.4 is overwogen.
De publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen
of instanties
herleidbare gegevens.
6. De beslissing
Het college:
- verklaart klachtonderdeel b en c gegrond;
- legt de huisarts de maatregel op van waarschuwing;
- verklaart de klacht voor het overige ongegrond;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding
van namen
of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt
en ter
publicatie zal worden aangeboden aan het tijdschrift Medisch Contact.
Deze beslissing is gegeven door E.A. Messer, voorzitter, W.S. Oostveen-Kouwenhoven,
lid-jurist, G.J. Dogterom, V.M. Schijf en J.W. Sollie, leden-beroepsgenoten, bijgestaan
door
L.B.M. van ‘t Nedereind, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 24 februari
2026.