ECLI:NL:TGZRAMS:2026:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8403

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:28
Datum uitspraak: 27-01-2026
Datum publicatie: 27-01-2026
Zaaknummer(s): A2025/8403
Onderwerp: Onjuiste verklaring of rapport
Beslissingen: Gegrond, berisping
Inhoudsindicatie: Gegronde klacht tegen een huisarts. Het college stelt vast dat de huisarts onjuiste en onvolledige informatie in de brief aan Veilig Thuis heeft opgenomen. Ook heeft hij verzuimd klaagster op voorhand over de inhoud van de brief te informeren. Door dit na te laten heeft hij gehandeld in strijd met de Meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld en klaagster de kans ontnomen hem te wijzen op de onjuiste en onvolledige inhoud van de brief. Volgt een berisping.

A2025/8403
Beslissing van 27 januari 2026

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM


Beslissing van 27 januari 2026 op de klacht van:


A,
wonende te B,
klaagster,


tegen


C,
huisarts,
destijds werkzaam te B,
verweerder, hierna ook: de huisarts.


1. Waar gaat de zaak over?
1.1 Klaagster vindt dat de huisarts in een brief aan Veilig Thuis onjuiste en te negatieve informatie over haar heeft opgenomen en te positieve informatie over haar ex-partner. De huisarts heeft deze brief opgesteld en aan Veilig Thuis verzonden zonder die van tevoren in concept voor te leggen aan klaagster. Klaagster is met haar ex-partner verwikkeld in diverse (familierechtelijke) juridische procedures over onder meer het gezag over hun kinderen en zegt groot nadeel te ondervinden van deze brief. De huisarts heeft naar voren gebracht dat hij naar eer en geweten heeft gehandeld en dat hij er niet aan heeft gedacht de brief in concept aan klaagster te laten lezen.

1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht gegrond is. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.


2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 16 april 2025;
- het aanvullende klaagschrift;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- het proces-verbaal van het op 6 november 2025 gehouden mondelinge vooronderzoek.

2.2 De zaak is behandeld op de openbare zitting van 16 december 2025. De partijen zijn verschenen en hebben hun standpunten mondeling toegelicht.


3. Wat is er gebeurd?
3.1 Klaagster (geboren in 1992) is vanaf 2015 samen met haar ex-partner en hun minderjarige kinderen (zoon geboren in 2015 en dochter in 2021) als patiënt ingeschreven in de praktijk van de huisarts. In 2020 zijn klaagster en haar ex-partner uit elkaar gegaan. De huisarts is per 1 april 2025 met pensioen gegaan.

3.2 Klaagster en haar ex-partner zijn sinds 2020 met elkaar in diverse gecompliceerde (familierechtelijke) procedures over onder meer het gezag over hun kinderen verwikkeld geraakt. In het najaar van 2024 werd door Veilig Thuis een onderzoek ingesteld naar aanleiding van signalen omtrent de kinderen van klaagster en haar ex-partner. Op
18 november 2024 verzocht Veilig Thuis de huisarts om informatie over klaagster en/of haar ex-partner en/of hun kinderen. De brief van Veilig Thuis is niet meer in het bezit van de huisarts, zodat het college niet heeft kunnen vaststellen wat de precieze vraagstelling van Veilig Thuis aan de huisarts was.

3.3 Op 30 november 2024 heeft de huisarts een brief geschreven aan Veilig Thuis (hierna: ‘de brief van de huisarts’), met als onderwerp: ‘betreft: kinderen [achternaam ex-partner klaagster]’, waarin hij het volgende heeft vermeld (alle citaten voor zover van belang en letterlijk weergegeven):
“Beste … Hierbij mijn reactie op je schrijven van 18-11-2024.
- Gezin is redelijk bij mij in beeld.Kinderen zie ik niet veel en als ze er zijn,zijn het gewone klachten,zoals kinderen hebben. Moeder zie ik wat vaker, met haar pieken en dalen( somberheid en dan weer euforie) te maken met haar persoonlijkheidsstoornis. Oma van de kinderen is denk ik wel een goede background, die ook haar dochter wel tracht te corrigeren , daar waar nodig.
- Specifieke medische klachten zijn er niet
- Ik heb geen verdenking op mishandeling in vorm van geweld naar de kinderen, wel heb ik het gevoel dat met name [zoon klaagster] lijdt onder het spanningsveld tussen vader en moeder Kinderen zien er wel altijd verzorgd uit.
- [Zoon klaagster] komt met moeder en soms is [dochter klaagster] daar ook bij.Moeder heeft de regie over de kinderen en laat ze niet door mijn spreekkamer rennen en corrigeert als ze praten terwijl zij aan het woord is. Soms is oma er ook bij , en vult zij haar dochter aan! Oma doet haar best de balans erin te houden.
- Moeder heeft baan in de zorg en draait redelijk veel nachtdiensten. Draagkracht moeder wisselt afhankelijk van haar stemming. Moeder is in verleden verslaafd geweest en ik denk dat er af en toe nog Cannabis gebruik is.
Moeder is bij de GGZ in behandeling geweest (diagnose ADHD en persoonlijkheidsstoornis) en in verleden behandeld binnen de verslavingszorg.
Vader schat ik in als een stabiele factor, die veel moeite heeft met wat er allemaal gebeurd en hoe lang het allemaal duurt
Hij heeft nieuwe relatie en is niet lang hertrouwd!
Ik heb zo een redelijk dekkend relaas vooru opgesteld.
Mijn gevoel: als vader en moeder in staat zijn om goede afspraken te maken en dat ook zwart op wit opstellen, kom je snel in rustiger vaarwater. Met vriendelijke groet,”

3.4 Korte tijd na verzending van die brief is klaagster op consult gekomen bij de huisarts met het verzoek de brief te wijzigen of een rectificatie naar Veilig Thuis te sturen. De huisarts heeft dit verzoek geweigerd.

3.5 Op 18 december 2024 heeft klaagster per e-mail aan (een medewerker van) Veilig Thuis laten weten het op diverse punten niet eens te zijn met de brief van de huisarts, met name niet met de diagnose persoonlijkheidsstoornis. Zij heeft verzocht om verwijdering van de brief van de huisarts uit het dossier van Veilig Thuis en om opneming van enkele brieven van GGZ-behandelaars uit 2013 en 2023. Veilig Thuis heeft klaagster op 19 december 2024 laten weten dat de brief van de huisarts niet zal worden verwijderd, maar dat zij hier wel een reactie op mag geven die aan het dossier van Veilig Thuis zal worden toegevoegd.


4. De klacht en de reactie van de huisarts
4.1 Klaagster verwijt de huisarts dat hij onvolledige en onjuiste informatie over klaagster aan Veilig Thuis heeft verstrekt.

4.2 De huisarts heeft aangevoerd dat hij de brief naar eer en geweten heeft opgesteld, ter beantwoording van de vragen van Veilig Thuis, dat hij de informatie over klaagster van de GGZ uit 2023 over het hoofd heeft gezien en dat hij met de kennis van nu de diagnose persoonlijkheidsstoornis niet zou hebben vermeld.

4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.


5. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.1 De vraag is of de huisarts de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.

De verstrekte informatie aan Veilig Thuis
5.2 De huisarts heeft naar voren gebracht dat hij de brief aan Veilig Thuis heeft geschreven met de intentie om een goed beeld van de situatie van klaagster te schetsen. In het mondeling vooronderzoek heeft hij daarover verklaard:
“Desgevraagd reageer ik dat ik een verzoek heb gekregen van VT om vragen te beantwoorden. De vraagstelling van [naam medewerker Veilig Thuis] heb ik niet meer terug kunnen vinden op mijn
computer. In het algemeen gingen de vragen over hoe het met de kinderen van klaagster ging en wat mijn visie was, de kinderen van klaagster waren ook patiënt bij mij. Ik had geen zorgen om de kinderen van klaagster en heb daarover niets negatiefs gezegd. Ik had de indruk gekregen dat klaagster en haar ex-partner zich in rustig vaarwater bevonden. Dat ik de ex-partner van klaagster wellicht te positief heb afgeschilderd is niet de opzet geweest. Naar eer en geweten heb ik de brief van 30 november 2024 opgesteld om de vragen van VT te beantwoorden. Dat heb ik niet tussendoor in de middag gedaan maar in de avond op een moment dat ik er rustig over kon nadenken, dat doe ik altijd. Ik probeer altijd zo goed en zorgvuldig mogelijk te antwoorden op de vragen van VT. Dit was mijn enige contact met VT met betrekking tot klaagster. Van VT heb ik niet nader bericht gekregen of een verzoek om verdere informatie.”

5.3 Het college is van oordeel dat de huisarts in de brief aan Veilig Thuis onjuiste en onvolledige informatie heeft verschaft en overweegt daartoe als volgt.

5.4 De huisarts heeft ten onrechte in zijn brief aan Veilig Thuis opgenomen dat bij klaagster sprake zou zijn van een persoonlijkheidsstoornis. Uit het medisch dossier van klaagster blijkt dat dit is onderzocht door haar behandelaars in de GGZ, waarvan verslag is gedaan in een brief van 24 mei 2013, maar deze diagnose is nooit vastgesteld. De huisarts heeft uitgelegd dat hij dit desalniettemin heeft opgenomen in de brief, omdat deze diagnose zichtbaar was in de episodelijst in het medisch dossier van klaagster omdat deze door de vorige huisarts van klaagster met een vraagteken was opgenomen in de verwijsbrief naar de GGZ. Het college stelt evenwel vast dat ook de huisarts uit klaagsters medisch dossier had kunnen opmaken dat deze diagnose nooit is vastgesteld, zodat deze uitleg niets afdoet aan de onzorgvuldigheid van zijn handelen.

5.5 Voorts is vast komen te staan dat de huisarts de brief uit de GGZ van
18 oktober 2023 bij het opstellen van de brief aan Veilig Thuis over het hoofd heeft gezien en dat hij daardoor ten onrechte niet de (recentere) informatie over klaagster die daarin stond heeft verwerkt in zijn brief. De huisarts heeft daarover in het mondeling vooronderzoek naar voren gebracht:
“Ik beschikte over de brief van D van 18 oktober 2023. In deze brief is opgenomen dat de diagnose persoonlijkheidsstoornis niet is bevestigd. Om die reden had het woord persoonlijkheidsstoornis niet in mijn brief aan VT moeten staan. Ik heb dit al eerder gerectificeerd. Met de kennis van nu had ik het achteraf anders geformuleerd, dat staat buiten kijf.”

Ter zitting is het college duidelijk geworden dat de huisarts met rectificeren bedoelde dat hij aan zijn opvolgend huisarts heeft verzocht deze diagnose uit de episodelijst van het medisch dossier van klaagster te halen, maar niet dat hij deze onjuiste informatie bij Veilig Thuis heeft gerectificeerd. Derhalve is de huisarts ook op dit punt niet volledig in zijn antwoord aan Veilig Thuis geweest.

5.6 Het college is verder van oordeel dat de brief van de huisarts aan Veilig Thuis een disbalans vertoont in inhoud en toon van de informatie over klaagster enerzijds en die over
haar ex-partner anderzijds. Door de ex-partner van klager te schetsen als de stabiele factor in het gezin, maar niet te vermelden dat hij zijn kinderen op dat moment al twee jaar niet had gezien, wordt relevante informatie niet genoemd en wordt geen evenwichtig beeld van de situatie geschetst. Door in de brief op te nemen dat de moeder van klaagster, waar nodig, klaagster tracht te corrigeren, ontstaat een beeld van klaagster als een vrouw die fout handelt en correctie behoeft, terwijl de huisarts ter zitting toelichtte dat hij alleen bedoeld heeft te zeggen dat de moeder van klaagster hulp bood aan haar dochter. Naar het oordeel van het college had de huisarts, als dat zijn bedoeling was, zijn bewoordingen in de brief anders moeten kiezen.

5.7 Naast de hiervoor benoemde inhoudelijke onvolkomenheden stelt het college vast dat de huisarts de brief aan Veilig Thuis niet in concept heeft voorgelegd aan klaagster of haar op andere wijze van tevoren op de hoogte gebracht van de inhoud van de brief. Hiermee had hij het schetsen van een fout, onvolledig of tendentieus beeld van de situatie van de kinderen van klaagster of van klaagster zelf, kunnen voorkomen. De ‘Meldcode Kindermishandeling en huiselijk geweld’ (KNMG 2023, p. 40/41, hierna: ‘de Meldcode’) schrijft ook voor dat de arts aan de betrokkenen beschrijft welke informatie hij voornemens is te verstrekken, aan hen uit te leggen waarom hij dat wil doen en gehouden is hun om een reactie te vragen:


Stap 3: Gesprek met de betrokkene(n)
Ga in gesprek met de betrokkene(n) bij de kindermishandeling, het huiselijk geweld of de OTS, tenzij de veiligheid van de patiënt, uzelf of anderen dit niet toelaat.
Recht of plicht om informatie te verstrekken
Beschrijf welke informatie u voornemens bent te verstrekken en leg uit waarom u dat wilt doen.
• Geef aan dat u in beginsel geacht wordt relevante informatie te verstrekken.
• Vraag om een reactie, tenzij u de betrokkene(n) daarmee in een ernstig gewetensconflict brengt, bijvoorbeeld omdat u diegene(n) daardoor opzadelt met een last of schuld richting zijn/hun dierbaren.
U volstaat in dat geval met de mededeling dat u als informant optreedt en welke informatie u gaat verstrekken.
• Beoordeel of u tegemoet kunt komen aan eventuele bezwaren.
• U hoeft dus geen toestemming te krijgen, maar uiteraard verdient het de voorkeur als de betrokkene(n) zich kan/kunnen vinden in de informatieverstrekking.
• U beslist uiteindelijk zelf, op basis van de signalen én op basis van de eventuele reactie(s), over het al dan niet verstrekken van informatie.

5.8 Er was geen sprake van een van de in de Meldcode omschreven uitzonderingsgronden, dus de huisarts had klaagster moeten informeren. Weliswaar had klaagster zelf toestemming gegeven aan Veilig Thuis om informatie in te winnen bij haar huisarts, maar dat neemt niet weg dat de huisarts haar volgens de Meldcode (waarmee de huisarts ter zitting verklaarde bekend te zijn) in de gelegenheid had moeten stellen om voor verzending kennis te nemen van de brief aan Veilig Thuis en daarop te reageren, waarna de huisarts had kunnen beslissen of hij tegemoet zou komen aan haar bezwaren door zijn brief
te corrigeren dan wel de reactie van klaagster aan zijn brief toe te voegen. Door dit alles na te laten heeft de huisarts niet volgens de geldende maatstaven gehandeld.

Slotsom

5.9 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht gegrond is. Daarmee ligt de vraag voor of, en zo ja, welke maatregel daarvoor dient te worden opgelegd.

Maatregel
5.10 Naar het oordeel van het college is het van groot belang dat huisartsen informatieverzoeken van Veilig Thuis met het oog op het onderzoek naar kindermishandeling of huiselijk geweld met de vereiste zorgvuldigheid behandelen, dat zij weet hebben van de medisch-professionele standaard ter zake (zoals vastgelegd in de Meldcode) en dat zij daarnaar handelen. Daarnaast is van belang dat zij zich rekenschap geven van de grote gevoeligheid, de maatschappelijke context en de mogelijke gevolgen van hun informatiedeling voor de betrokkenen.

5.11 Het college stelt vast dat de huisarts onjuiste en onvolledige informatie in de brief aan Veilig Thuis heeft opgenomen. De huisarts is zich naar het oordeel van het college onvoldoende bewust geweest van de grote gevoeligheid van de informatie die hij aan Veilig Thuis heeft verstrekt over klaagster, haar ex-partner en haar kinderen en de verstrekkende gevolgen die zijn brief voor klaagster zou kunnen hebben. Hij had zich meer rekenschap moeten geven van de context van zijn brief en van de mogelijkheid dat zijn brief een groot gewicht in de schaal zou kunnen leggen in de toekomst van klaagster, met name in de verdere juridische procedures tussen klaagster en haar ex-partner over onder meer de omgang met en het gezag over de kinderen. Ook heeft hij verzuimd klaagster op voorhand over de inhoud van de brief te informeren. Door dit na te laten heeft hij gehandeld in strijd met de Meldcode en klaagster de kans ontnomen hem te wijzen op de onjuiste en onvolledige inhoud van de brief.

5.12 Daarnaast is het college van oordeel dat het op de weg van de huisarts had gelegen om, zodra hij er weet van kreeg dat hij onjuiste en onvolledige informatie over klaagster had verstrekt aan Veilig Thuis, dit zo snel mogelijk te corrigeren. Dit had hij kunnen doen door kort na 30 november 2024 een rectificatie op zijn brief of een addendum bij zijn brief te schrijven en die aan Veilig Thuis toe te zenden. Het college begrijpt niet waarom de huisarts dit niet heeft gedaan; zelfs niet na een verzoek daartoe van klaagster. Op deze wijze had hij zijn fout kunnen herstellen en de schade voor klaagster zo beperkt mogelijk kunnen houden. Dat de huisarts zijn opvolger heeft gevraagd de diagnose persoonlijkheidsstoornis uit de episodelijst van het medisch dossier van klaagster te verwijderen, acht het college niet meer dan terecht, maar dit handelen achteraf is volstrekt ontoereikend om de voor klaagster nadelige gevolgen van zijn brief aan Veilig Thuis te verminderen of weg te nemen.

5.13 Het college realiseert zich dat de huisarts thans met pensioen is en derhalve niet meer als huisarts werkzaam is. Desondanks is het college van oordeel dat het, gezien de
aard en de ernst van het tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen, passend en geboden is een signaal af te geven. Om die reden legt het college de huisarts de maatregel op van berisping.

Publicatie

5.14 In het algemeen belang zal deze beslissing worden gepubliceerd. Dit algemeen belang is erin gelegen dat andere huisartsen mogelijk iets van deze zaak kunnen leren. De publicatie zal plaatsvinden zonder vermelding van namen of andere tot personen of instanties herleidbare gegevens.


6. De beslissing
Het college:
- verklaart de klacht gegrond;
- legt de huisarts de maatregel op van berisping;
- bepaalt dat deze beslissing, nadat die onherroepelijk is geworden, zonder vermelding van namen of andere herleidbare gegevens in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan Medisch Contact.


Deze beslissing is gegeven door A. van Maanen, voorzitter, E. Pans, lid-jurist, G.J. Dogterom, A. Wewerinke en I. Weenink, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door E.A. Weiland, secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026.