ECLI:NL:TGZRAMS:2026:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8593

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:26
Datum uitspraak: 22-01-2026
Datum publicatie: 23-01-2026
Zaaknummer(s): A2025/8593
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts dat zij ondanks meerdere verzoeken het medisch dossier van haar minderjarige dochter niet van de huisarts heeft ontvangen. Het college oordeelt dat het beter was geweest als het dossier direct naar klaagster zou zijn gestuurd nadat duidelijk werd dat klaagster niet op een gesprek zou komen en dat het niet de schoonheidsprijs verdient dat het verzoek van klaagster in de vergetelheid is geraakt. Maar het college oordeelt dat het van zorgvuldigheid getuigt dat de huisarts direct op het verzoek van klaagster heeft gereageerd door haar – gelet op de blijkbaar complexe huiselijke situatie, verschillende misverstanden en klaagsters recente onvrede over de verleende zorg – voor een gesprek uit te nodigen, en haar uiteindelijk het dossier onder vermelding van uitgebreide excuses en uitleg op te sturen. De klacht is hiermee kennelijk ongegrond.


REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM

Beslissing in raadkamer van 22 januari 2026 op de klacht van:

A,
wonende te B,
klaagster,

tegen

C,
huisarts,
werkzaam te D,
verweerster, hierna ook: de huisarts,
gemachtigde: mr. S. Dik, werkzaam te Amsterdam.

1. De zaak in het kort
1.1 Klaagster verwijt de huisarts dat zij ondanks meerdere verzoeken het medisch dossier van haar minderjarige dochter niet van de huisarts heeft ontvangen.

1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen. Daarna licht het college de beslissing toe.

2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift met de bijlagen, ontvangen op 5 juni 2025;
- het verweerschrift met de bijlagen;
- het proces-verbaal van het mondelinge vooronderzoek, gehouden op 6 oktober 2025.

2.2 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.

3. De feiten
3.1 Klaagster en haar dochter (geboren in 2013) zijn patiënt bij de huisartsenpraktijk van de huisarts. De huisarts is praktijkhouder.

3.2 Op 23 mei 2025 heeft klaagster bij de huisarts per e-mail het dossier van haar dochter opgevraagd. Zij heeft de e-mail naar het e-mailadres van de praktijk gestuurd. Op verzoek van de huisarts heeft de assistente klaagster per e-mail van 27 mei 2025 uitgenodigd op het spreekuur. Klaagster heeft hierop gereageerd dat zij niet kon en aan een consult ook geen behoefte had. Zij verzocht de huisarts haar de volgende dag tussen 08.00 en 14.00 uur te bellen.

3.3 Op 28 mei 2025 heeft de huisarts klaagster gemaild en gevraagd of zij die dag om 09.30 uur langs kon komen om het verzoek om het medisch dossier en overige zaken te bespreken. Klaagster mailde de huisarts om 09.56 uur dat zij het dossier van haar dochter wilde ophalen en zij vroeg wanneer dat kon. Verder antwoordde zij dat ze over de andere te bespreken zaken nog zou nadenken.

3.4 De huisarts heeft per e-mail nogmaals verzocht aan klaagster langs te komen, om het verzoek te bespreken en eventuele misverstanden in de communicatie te bespreken. Klaagster heeft hierop om 11.03 uur geantwoord dat zij zich door de huisarts niet gehoord voelde, dat zij graag het dossier eerst wil kunnen inzien voordat zij hierover in gesprek gaat en dat zij even de ruimte nodig heeft na alles wat er is gebeurd.

3.5 Op 30 mei 2025 heeft de huisarts klaagster laten weten dat zij het vervelend vindt dat klaagster zich niet door haar gehoord heeft gevoeld en zij heeft daarvoor haar excuses aangeboden. In de e-mail is zij verder nog ingegaan op een aantal zaken die rondom de dochter van klaagster speelde. Zij liet voorts weten dat zij twee weken met vakantie zou zijn.

3.6 Op 3 juni 2025 kwam klaagster langs bij de praktijk. De huisarts was afwezig in verband met haar vakantie. Het dossier van de dochter van klaagster lag niet klaar. Zij heeft die dag een e-mail gestuurd waarin zij haar verbazing uitspreekt over het feit dat er geen kopie van het medisch dossier van haar dochter klaarlag, terwijl zij meerdere malen per e-mail en telefonisch heeft laten weten dat zij het medisch dossier wenst op te halen. Op woensdag 4 juni 2025 heeft zij nog een e-mail naar de praktijk gestuurd.

3.7 Vanaf 16 juni 2025 was de huisarts weer terug in de praktijk na haar vakantie.

3.8 Klaagster heeft op 5 juni 2025 haar klacht bij het tuchtcollege ingediend. De huisarts is bij brief van 8 juli 2025 gevraagd om op het klaagschrift te reageren. Bij het verzamelen van alle relevante stukken met betrekking tot de tuchtklacht nam de huisarts pas kennis van de e-mails van klaagster aan de praktijk van de huisarts van 3 en 4 juni 2025.

3.9 De huisarts heeft op 28 juli 2025 per aangetekende post het dossier naar klaagster opgestuurd. In de begeleidende brief stond het volgende opgenomen (alle citaten letterlijk en voor zover van belang weergegeven):
‘(…) bij deze het dossier van je dochter E. Ik vind het heel vervelend dat het opvragen van het dossier van je dochter zo moeizaam is verlopen. Het is geenszins mijn bedoeling geweest je het dossier van je dochter te onthouden. Gezien ik zowel met jou als met de vader van E te maken heb, wilde ik zo zorgvuldig mogelijk handelen en het dossier met je doorspreken. Mede door mijn afwezigheid tijdens mijn vakantie heeft het hele proces van dossieroverhandiging vertraging opgelopen. Nogmaals mijn excuses daarvoor. Mochten er onduidelijkheden zijn of zou je specifieke dingen uit het dossier willen bespreken dan hoor ik graag van je. (…)’

4. De klacht en de reactie van de huisarts

4.1 Klaagster verwijt de huisarts dat zij heeft geweigerd het medisch dossier van haar dochter aan klaagster te overhandigen.

4.2 De huisarts heeft het college verzocht ongegrond te verklaren.

4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.1 De vraag is of de huisarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de huisarts geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Dat een zorgverlener beter anders had kunnen handelen is niet altijd genoeg voor een tuchtrechtelijk verwijt.

5.2 Het college oordeelt dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

De beoordeling
5.3 Het college overweegt het volgende. Het eerste voor het college kenbare verzoek van klaagster om het medisch dossier is van 23 mei 2025. Op grond van artikel 7:456 van het Burgerlijk Wetboek verstrekt de zorgverlener aan de patiënt desgevraagd inzage in en afschrift van de gegevens uit het dossier. De verstrekking blijft achterwege voor zover dit noodzakelijk is in het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van een ander. Zoals bepaald in artikel 12 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) had de huisarts binnen één maand moeten reageren op het verzoek tot verstrekken van het medisch dossier. Dit is ook weergegeven in de KNMG-richtlijn ‘Omgaan met medische gegevens’ (punt 2.11.7.1). Op een verzoek om een medisch dossier moet ‘onverwijld’ worden gereageerd, wat wil zeggen dat dit direct of onmiddellijk en zonder vertraging moet plaatsvinden.

5.4 De huisarts heeft onverwijld op het verzoek van klaagster gereageerd met de uitnodiging om het verzoek en het dossier tijdens een persoonlijk gesprek te bespreken. Deze uitnodiging heeft de huisarts meermalen gedaan en klaagster is meermalen niet op deze uitnodiging ingegaan. Een gesprek is niet tot stand gekomen en de communicatie over het verzoek om het dossier verliep uitsluitend via de e-mail. Door de vakantie van de huisarts is het verzoek vervolgens in vergetelheid geraakt en het verzoek van klaagster bleef daardoor uiteindelijk onbeantwoord. Toen de huisarts kennisnam van de tuchtklacht, heeft zij klaagster het dossier van haar dochter opgestuurd, met uitleg en excuses.

5.5 Volgens het college heeft de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Het had de voorkeur verdiend als uiteindelijk, nadat duidelijk werd dat klaagster niet op een gesprek zou komen, het dossier direct naar klaagster zou zijn opgestuurd. Het verdient ook niet de schoonheidsprijs dat het verzoek van klaagster uiteindelijk in de vergetelheid is geraakt en er niet meer op de e-mails van klaagster is gereageerd. Dit alles maakt echter de gang van zaken en het handelen van de huisarts niet zonder meer tuchtrechtelijk verwijtbaar. Volgens het college getuigt het van zorgvuldigheid dat de huisarts direct op het verzoek van klaagster heeft gereageerd door haar – gelet op de blijkbaar complexe huiselijke situatie, verschillende misverstanden en klaagsters recente onvrede over de verleende zorg – voor een gesprek uit te nodigen, en haar uiteindelijk het dossier onder vermelding van uitgebreide excuses en uitleg op te sturen. De klacht is hiermee kennelijk ongegrond.

Slotsom
5.6 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat de klacht kennelijk ongegrond is.

6. De beslissing
De klacht is kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 22 januari 2026 door E.A. Messer, voorzitter, J.C.J. Dute, lid-jurist, G.J. Dogterom, A. Medema en J.C. van der Molen, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door T.C. Brand, secretaris.