ECLI:NL:TGZRAMS:2026:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8732
| ECLI: | ECLI:NL:TGZRAMS:2026:24 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 22-01-2026 |
| Datum publicatie: | 22-01-2026 |
| Zaaknummer(s): | A2025/8732 |
| Onderwerp: | Overige klachten |
| Beslissingen: | Ongegrond, kennelijk ongegrond |
| Inhoudsindicatie: | Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager was patiënt in de praktijk van de huisarts en klaagt onder andere over het overdragen van zijn dossier aan een andere praktijk, zonder zijn toestemming, hetgeen de huisarts erkent. Het college oordeelt dat het onzorgvuldig is geweest dat het dossier van klager zonder zijn toestemming is overgedragen. De huisarts is niet persoonlijk betrokken geweest bij de uitschrijving en de overdracht, maar zij is als praktijkhouder wel eindverantwoordelijk. Het college begrijpt verder dat deze onterechte uitschrijving een incident is geweest, een eenmalige vergissing van een assistente. Er is lering getrokken uit het incident en de werkwijze is geëvalueerd. Het college acht deze maatregelen adequaat. Om die reden is het college van oordeel dat er onvoldoende grond is voor een tuchtrechtelijk verwijt. |
A2025/8732
REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM
Beslissing in raadkamer van 22 januari 2026 op de klacht van:
A,
wonende in B, klager,
tegen
C,
huisarts,
werkzaam in B,
verweerster, hierna ook: de huisarts,
gemachtigde: mr. A.C.I.J. Hiddinga, werkzaam te Amsterdam.
1. De zaak in het kort
1.1 Klager klaagt over de zorg die de huisarts heeft verleend, waaronder doorverwijzingen
en de
behandeling van zijn pijnklachten, maar ook over het overdragen van zijn dossier
aan een andere
praktijk, zonder zijn toestemming.
1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’
betekent
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk
is dat de klacht
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure
is verlopen.
Daarna licht het college de beslissing toe.
2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift, ontvangen op 15 juli 2025;
- het verweerschrift.
2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris
van het
college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik
gemaakt.
2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college
de zaak
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig
waren.
3. De feiten
3.1 Klager is vanaf 14 juni 2024 tot 17 juni 2025 patiënt geweest bij Huisartsenpraktijk B. Verweerster is praktijkhouder van deze praktijk.
3.2 Klager is bij verweerster op consult geweest op 3, 9, 22 en 31 juli 2024. De
consulten van 3
en 9 juli 2024 gingen over fysieke klachten. Op 22 juli 2024 hebben klager en verweerster
gesproken
over een verwijzing naar een Chinees sprekende psycholoog. Verweerster heeft deze
verwijzing
aangemaakt.
3.3 Klager heeft op 16 april 2025 een e-mail naar de huisarts gestuurd waarin hij
de huisarts
laat weten dat de verwijzing naar de psycholoog niet is gelukt en dat de verwijzing
via ZorgDomein
had moeten worden uitgevoerd. Een collega huisarts heeft de verwijzing direct via
ZorgDomein
aangemaakt.
3.4 In de periode april tot en met juni 2025 is klager vanwege verscheidene fysieke
klachten op
consult geweest. Deze consulten vonden plaats bij collega’s van de huisarts. De
huisarts is na het
consult van 31 juli 2024 niet persoonlijk betrokken meer geweest bij de behandeling
van klager.
3.5 Op 3 juni 2025 heeft een collega van de huisarts klager de volgende e-mail gestuurd
(citaten
voor zover relevant en letterlijk weergegeven):
‘(…)
Recently we were in contact about a few questions we had regarding your health.
Considering your
partner is a patient at D huisartsen, and she plays an important part in translating,
we came to an
agreement with Huisartsenpraktijk D at the E that you can become a patient there.
We feel this is
better, since then you and your partner are patients in the same Huisartsenpraktijk.
If you have
time you can visit Huiartsenpraktijk D today to apply to become a patient there.
Kind regards, (…)’
3.6 Op 17 juni 2025 is het dossier van klager overgedragen aan Huisartsenpraktijk D.
3.7 Door een brief van de IGJ na een melding door klager zijn de huisarts en de
praktijk op 30
juni 2025 op de hoogte gesteld van de onvrede van klager.
4. De klacht en de reactie van de huisarts
4.1 Klager verwijt de huisarts dat zij:
a) klager niet correct heeft doorverwezen naar een psycholoog;
b) geen juiste zorg heeft verleend met betrekking tot zijn fysieke klachten, zoals
het weigeren van
een verzoek om doorverwijzing naar de neuroloog, en het afwijzen van andere pijnklachten;
c) de behandelrelatie met klager eenzijdig heeft beëindigd door klager zonder zijn
toestemming uit
te schrijven en zijn dossier over te dragen aan een andere praktijk;
d) klager heeft gedwongen terug te gaan naar de praktijk die hem eerder had gediscrimineerd.
4.2 De huisarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.
4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.
5. De overwegingen van het college
Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.1 De vraag is of de huisarts de zorg heeft verleend die van haar verwacht mocht
worden. De norm
daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende huisarts. Bij de beoordeling
wordt rekening
gehouden met de voor de huisarts geldende beroepsnormen en andere professionele
standaarden. Dat
een zorgverlener beter anders had kunnen handelen is niet altijd genoeg voor een
tuchtrechtelijk
verwijt. Verder geldt het uitgangspunt dat zorgverleners alleen tuchtrechtelijk
verantwoordelijk
zijn voor hun eigen handelen.
5.2 Het college oordeelt dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
Klachtonderdeel a) de incorrecte verwijzing naar een psycholoog
5.3 Klager klaagt over nalatigheid omtrent een verwijzing naar een psycholoog.
Klager verwijt de
huisarts dat de verwijzing naar de psycholoog te lang heeft geduurd en klager hier
meerdere keren
om heeft moeten verzoeken. De verwijzing vond pas op de juiste manier plaats nadat
klager de
huisarts specifiek erop wees dat de verwijzing via ZorgDomein moest plaatsvinden.
5.4 De huisarts heeft aangevoerd dat zij wel gehoor heeft gegeven aan het verzoek
om een
doorverwijzing naar de psycholoog (en specifiek een zorgverlener die Mandarijn spreekt),
maar dat
de verwijzing niet op de juiste manier is aangemaakt. Daardoor heeft de verwijzing
vertraging
opgelopen. Zij was er niet mee bekend dat de verwijzing via ZorgDomein moest plaatsvinden
en werd
hierop gewezen door klager. De juiste verwijzing vond uiteindelijk op de goede manier
plaats in
april 2025 door een collega van de huisarts.
5.5 Het college oordeelt als volgt. Er is een ruime vertraging ontstaan in de verwijzing
naar de
psycholoog. Pas in april 2025 is klager en de huisarts duidelijk geworden dat de
verwijzing op de
verkeerde manier is verwerkt. Hier was de huisarts niet mee bekend. Het verwijssysteem
binnen de
(GGZ-)psychologie is niet altijd evident. Het is heel vervelend voor klager dat
dit zo is gelopen,
maar de gang van zaken is onvoldoende om van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen
te spreken. Dit
klachtonderdeel is kennelijk ongegrond.
Klachtonderdeel b) behandeling fysieke klachten
5.6 Klager verwijt de huisarts nalatigheid wat betreft de verwijzing naar een
neuroloog en de
zorgverlening omtrent andere fysieke klachten. Daarnaast is klager voor andere klachten
naar de
afdeling Orthopedie verwezen, terwijl klager met klem had verzocht om een verwijzing
naar de
neuroloog. Ten aanzien van chronische pijnklachten aan een litteken op zijn hoofd
meent klager ook
inadequaat te zijn behandeld. Klager heeft te horen gekregen dat er aan zijn klachten
niets te doen zou zijn, terwijl hij door een andere arts wel zou zijn doorverwezen
naar de pijnpoli.
5.7 Uit het door de huisarts overgelegde deel van het huisartsendossier is gebleken
dat de
huisarts niet betrokken is geweest bij de zorg waar klager in dit klachtonderdeel
over klaagt. Dit
klachtonderdeel is om die reden kennelijk ongegrond.
De klachtonderdelen c en d) de overdracht naar een andere huisartsenpraktijk
5.8 Klager verwijt de huisarts dat zij het dossier van klager zonder zijn toestemming
heeft
overdragen en de behandelrelatie eenzijdig heeft beëindigd.
5.9 De huisarts heeft uitgelegd hoe het heeft kunnen gebeuren dat klager zonder
toestemming naar
een andere praktijk is overgedragen. Zij is niet persoonlijk betrokken geweest bij
de overdracht,
dit was een collega huisarts, maar zij is als praktijkhouder eindverantwoordelijk.
5.10 De huisarts en haar collega praktijkhouder waren tot de conclusie gekomen dat
het voor klager
beter zou zijn als hij bij dezelfde praktijk als zijn vriendin zou zijn ingeschreven.
Dit had de
voorkeur omdat zijn vriendin altijd met hem meeging als vertaler - klager spreekt
matig Nederlands.
Het heeft ook de voorkeur dat families of samenwonenden in dezelfde praktijk ingeschreven
staan.
Dit voorstel is aan klager gedaan en er zou een (telefonisch) consult plaatsvinden
om dit met
klager af te stemmen. Helaas is het tot een gesprek niet gekomen en is het dossier
van klager
zonder dat hij hiervoor toestemming heeft gegeven overgedragen aan de andere praktijk.
Deze
handeling is verricht door een assistente. Zij was er niet van op de hoogte dat
klager nog geen
toestemming voor de overdracht had gegeven. De huisarts was er overigens ook niet
van op de hoogte
dat klager eerder een vervelende ervaring heeft gehad met de andere huisartsenpraktijk.
5.11 De huisarts erkent dat dit geen juiste gang van zaken is geweest. Deze situatie
is aanleiding
geweest om maatregelen te treffen, zoals het aanpassen van het beleid, in die zin
dat er in een
voorkomend geval altijd - voordat de overschrijving plaatsvindt - contact wordt
opgenomen met de
patiënt om de instemming te verifiëren. Naar aanleiding van dit incident is er een
VIM-melding
gedaan. De IGJ heeft de melding afgesloten.
5.12 Het college oordeelt als volgt. Het is onzorgvuldig geweest dat het dossier
van klager zonder
zijn toestemming is overgedragen. De huisarts is niet persoonlijk betrokken geweest
bij de
uitschrijving en de overdracht, maar zij is als praktijkhouder wel eindverantwoordelijk.
5.13 Het college begrijpt verder dat deze onterechte uitschrijving een incident is
geweest, een
eenmalige vergissing van een assistente. Er is lering getrokken uit het incident
en de werkwijze is
geëvalueerd. Het college acht deze maatregelen adequaat. Om die reden is het college
van oordeel
dat er onvoldoende grond is voor een tuchtrechtelijk verwijt.
De klachtonderdelen c en d zijn kennelijk ongegrond.
Slotsom
5.14 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht kennelijk
ongegrond
zijn.
6. De beslissing
De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.
Deze beslissing is gegeven op 22 januari 2026 door E.A. Messer, voorzitter, J.C.J.
Dute,
lid-jurist, G.J. Dogterom, A. Medema en J.C. van der Molen, leden-beroepsgenoten,
bijgestaan door T.C. Brand, secretaris.