ECLI:NL:TGZRAMS:2026:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8731

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:22
Datum uitspraak: 22-01-2026
Datum publicatie: 22-01-2026
Zaaknummer(s): A2025/8731
Onderwerp: Overige klachten
Beslissingen: Ongegrond, kennelijk ongegrond
Inhoudsindicatie: Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klager verwijt de huisarts dat zij op discriminatoire gronden klager heeft geweigerd in te schrijven in haar huisartsenpraktijk. Daarnaast heeft zij zonder toestemming van klager het dossier van klager van een andere huisartsenpraktijk ontvangen. Het college heeft geen redenen om aan te nemen dat er sprake is van een afwijzing op discriminatoire gronden. Het college is verder van oordeel dat de huisarts op het moment van de digitale overdracht van het dossier, niet hoefde na te gaan of klager hier toestemming voor had gegeven. Er was voor de huisarts geen reden om te twijfelen aan de toestemming voor de gegevensoverdracht.

A2025/8731

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM

Beslissing in raadkamer van 22 januari 2026 op de klacht van:

A,
wonende in B, klager,

tegen

C,
huisarts,
werkzaam in B,
verweerster, hierna ook: de huisarts,
gemachtigde: mr. S.J. Muntinga, werkzaam te Utrecht.

1. De zaak in het kort
1.1 Klager verwijt de huisarts dat zij op discriminatoire gronden klager heeft geweigerd in te
schrijven in haar huisartsenpraktijk. Daarnaast heeft zij zonder toestemming van klager het dossier
van klager van een andere huisartsenpraktijk ontvangen.

1.2 Het college komt tot het oordeel dat de klacht kennelijk ongegrond is. ‘Kennelijk’ betekent
dat het niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht
niet gegrond kan worden verklaard. Hierna vermeldt het college eerst hoe de procedure is verlopen.
Daarna licht het college de beslissing toe.

2. De procedure
2.1 Het college heeft de volgende stukken ontvangen:
- het klaagschrift, ontvangen op 15 juli 2025;
- het verweerschrift.

2.2 De partijen hebben de gelegenheid gekregen om onder leiding van een secretaris van het
college in gesprek te gaan (mondeling vooronderzoek). Daarvan hebben zij geen gebruik gemaakt.

2.3 Het college heeft de klacht in raadkamer behandeld. Dit betekent dat het college de zaak
beoordeeld heeft op basis van de stukken, zonder dat de partijen daarbij aanwezig waren.

3. De feiten

3.1 Klager was eind 2022 onderdeel van een nieuwe patiëntengroep die in de gemeenten B en D zou
worden verdeeld over vier huisartsenpraktijken. Deze patiëntengroep bestond uit jongeren,
statushouders en vluchtelingen. De verdeling van de patiënten over de vier praktijken is uitgevoerd
door de gemeenten en Stichting Vluchtelingenwerk. Onderdeel van de afspraken over de verdeling was
dat de praktijken (tijdelijk) geen patiënten van elkaar zouden overnemen. Klager werd ingeschreven
bij een praktijk in D. Verweerster is werkzaam in één van de praktijken in B.

3.2 Op 5 december 2022 heeft klager een e-mail naar de praktijk van verweerster gestuurd met het
verzoek zich aldaar in te schrijven, omdat zijn (ex-)vriendin ook bij deze praktijk stond
ingeschreven. Klager heeft van een (inval)assistente van de praktijk het bericht ontvangen dat de
inschrijving zou plaatsvinden. Later die dag kreeg klager het bericht dat de inschrijving toch niet
kon plaatsvinden. Klager is niet ingeschreven in de praktijk van verweerster.

3.3 In juni 2025 werd klager door zijn toenmalige huisarts digitaal aan de praktijk van
verweerster overgedragen en ontving de praktijk van verweerster digitaal het dossier van klager. Er
zat geen bericht bij de overschrijving.

3.4 Door indiening van een klacht bij DOKH (geschillencommissie), een melding bij de IGJ en de
onderhavige tuchtklacht is de huisarts bekend geraakt met de ervaringen van klager destijds.

4. De klacht en de reactie van de huisarts
4.1 Klager verwijt de huisarts dat zij:
a) klager op discriminatoire gronden heeft geweigerd als patiënt in te schrijven in haar praktijk;
b) zonder toestemming van klager het dossier van klager heeft ontvangen van de overdragende
praktijk.

4.2 De huisarts heeft het college verzocht de klacht ongegrond te verklaren.

4.3 Het college gaat hierna verder in op de standpunten van partijen.

5. De overwegingen van het college
Ontvankelijkheid
5.1 Tussen klager en de huisarts is geen behandelrelatie tot stand gekomen. Om deze reden kan het
college de klacht niet toetsen aan de eerste tuchtnorm van artikel 47 lid 1 onder a Wet BIG
(handelen of nalaten in strijd met de zorg die de beroepsbeoefenaar behoort te verlenen). Omdat de
klacht wel weerslag heeft op de individuele gezondheidszorg, valt de klacht onder de tweede
tuchtnorm van artikel 47 lid 1 onder b en is klager ontvankelijk.

Welke criteria gelden bij de beoordeling?
5.2 De vraag is of sprake is van handelen (of nalaten) in strijd met hetgeen een behoorlijk
handelend huisarts betaamt. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de huisarts
geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden.

5.3 Het college oordeelt dat de huisarts niet tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

Klachtonderdeel a) weigering van de inschrijving
5.4 Klager verwijt de huisarts dat zij op grond van discriminatoire redenen het verzoek om
inschrijving heeft afgewezen. De inschrijving was eerst goedgekeurd en daarna weer ingetrokken.
Aangezien zijn (ex-)vriendin wel was ingeschreven bij de praktijk van de huisarts, heeft klager de
afwijzing als discriminerend ervaren.

5.5 De huisarts heeft uitgelegd dat de inschrijving van nieuwe patiënten door de vaste
assistenten van de praktijk worden afgehandeld. Die dag heeft een invalassistente het verzoek van
klager behandeld en de inschrijving in eerste instantie toegezegd. Later die dag werd zij door de
vaste assistente erop gewezen wat het beleid was voor het overnemen van patiënten van andere
praktijken gelet op de onderling gemaakte afspraken. De inschrijving is toen teruggedraaid en
klager is hiervan op de hoogte gebracht. De huisarts heeft gezegd dat zij betreurt hoe het is
gegaan en dat zij van deze situatie heeft geleerd. Er zijn binnen de praktijk nieuwe afspraken
gemaakt, waarbij een verzoek om een nieuwe inschrijving altijd langs een van de praktijkhouders
moet gaan. Ook is het protocol voor invalassistentes en het protocol aangaande inschrijvingen
nieuwe patiënten aangepast.

5.6 Volgens het college is het goed te begrijpen dat de eerst toegezegde en later ingetrokken
inschrijving klager in verwarring heeft gebracht. De huisarts is persoonlijk niet bij de afwijzing
betrokken geweest, dit handelen is uitgevoerd door de assistente(n). Het college heeft geen redenen
om aan te nemen dat er sprake is van een afwijzing op discriminatoire gronden. Het college acht het
verder zorgvuldig dat de huisarts maatregelen heeft getroffen binnen de praktijk om een dergelijke
situatie te voorkomen.
Dit klachtonderdeel is kennelijk ongegrond.

Klachtonderdeel b) het ontvangen van het dossier van klager, zonder toestemming
5.7 Klager meent dat de huisarts de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de medische
geheimhoudingsplicht heeft geschonden door zonder expliciete en geïnformeerde toestemming van
klager het medisch dossier van klager te ontvangen en te verwerken.

5.8 De huisarts heeft uitgelegd hoe het in de praktijk geregeld is. Met een eenvoudige handeling
kan de ene praktijk het dossier naar de andere praktijk omzetten. Hier kan een kort bericht bij
worden gezet door de overdragende huisarts. Dat is in het geval van klager niet gebeurd. Bij de
overdracht is de huisarts als ontvangende huisarts niet persoonlijk betrokken geweest. De ondersteuning van de praktijk is eerder wel over de mogelijkheid tot overstappen bevraagd, maar niet over de daadwerkelijke overdracht geïnformeerd.

5.9 De huisarts heeft voorts uitgelegd dat de klacht van klager wel aanleiding is geweest om het
in- en uitschrijfprotocol aan te passen. Het beleid is nu om een patiënt het initiatief te laten
nemen tot de daadwerkelijke overstap door het invullen van een inschrijfformulier van de praktijk
van de huisarts. Als de overstap wat betreft de praktijk akkoord is, kan het dossier door de
overdragende huisarts worden aangeboden na toestemming van de patiënt. De ontvangende praktijk kan
het dossier dan binnenhalen. Ook bij uitschrijving bij de praktijk dient er schriftelijk
toestemming te worden gegeven voor het overdragen van het dossier.

5.10 Het college begrijpt uit de klacht van klager dat klager mogelijk geen toestemming had
gegeven voor overdracht van zijn dossier aan de praktijk van verweerster. Het college acht het
vervelend voor klager dat dit zo is gelopen, maar is van oordeel dat verweerster op het moment van
de digitale overdracht van het dossier, niet hoefde na te gaan of klager hier toestemming voor had
gegeven. Er was voor de huisarts geen reden om te twijfelen aan de toestemming voor de
gegevensoverdracht. Overigens ligt de verantwoordelijkheid hiervoor primair bij de overdragende
arts.

5.11 Ook in dit geval zijn de door de huisarts getroffen maatregelen in het beleid van de praktijk
adequaat. De huisarts heeft aangetoond dat zij zich de situatie van klager heeft aangetrokken en
heeft gereflecteerd op het handelen en het gevoerde beleid binnen de praktijk. De huisarts heeft
niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Dit klachtonderdeel is ook kennelijk ongegrond.

Slotsom
5.12 Uit de overwegingen hiervoor volgt dat alle onderdelen van de klacht kennelijk ongegrond
zijn.

6. De beslissing

De klacht is in al haar onderdelen kennelijk ongegrond.

Deze beslissing is gegeven op 22 januari 2026 door E.A. Messer, voorzitter, J.C.J. Dute,
lid-jurist, G.J. Dogterom, A. Medema en J.C. van der Molen, leden-beroepsgenoten,
bijgestaan door T.C. Brand, secretaris.