ECLI:NL:TGZRAMS:2026:21 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8767

ECLI: ECLI:NL:TGZRAMS:2026:21
Datum uitspraak: 20-01-2026
Datum publicatie: 20-01-2026
Zaaknummer(s): A2025/8767
Onderwerp: Onvoldoende informatie
Beslissingen: Niet-ontvankelijk
Inhoudsindicatie: Voorzittersbeslissing

A2025/8767

REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG AMSTERDAM

Voorzittersbeslissing van 15 januari 2026 naar aanleiding van de klacht van:

A,
wonende te B, klager,

tegen

C,
longarts,
destijds werkzaam te D, verweerster.

1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het klaagschrift met de bijlage, ontvangen op 22 juli 2025;
- de brief van de secretaris van 31 juli 2025, met een verzoek om aanvulling van de klacht;
- de e-mail van klager van 12 augustus 2025, met een verzoek om uitstel;
- de e-mail van de secretaris van 13 augustus met een nieuwe termijn voor het aanvullen van de
klacht;
- de e-mail van klager van 8 september 2025, met een verzoek om uitstel;
- de brief van de secretaris van 9 september 2025, met nieuwe termijn voor het aanvullen van de
klacht;
- de brief van de secretaris van 14 oktober 2025 met een herinnering aan het verzoek om aanvulling
van de klacht;
- de e-mail van klager van 17 oktober 2025, met een (gemotiveerd) verzoek om uitstel;
- de brief van de secretaris van 28 oktober 2025 met een nieuwe termijn voor het aanvullen van de
klacht;
- de brief van de secretaris van 4 januari 2026.

2. De overwegingen
2.1 De voorzitter moet beoordelen of klager in zijn klacht kan worden ontvangen. De voorzitter is
van oordeel dat klager kennelijk niet-ontvankelijk is in de klacht. ‘Kennelijk’ betekent dat het
niet nodig is om nog vragen aan de partijen te stellen en dat duidelijk is dat de klacht niet
inhoudelijk behoeft te worden besproken. Voor die beslissing is het volgende
van belang.

2.2 De kern van de klacht is dat uit diverse internetbronnen zou blijken dat verweerster
misleidende informatie verspreidt over de e-sigaret, waardoor zij bijdraagt aan een onjuist en
onterecht schadelijk beeld van dit alternatief voor roken.

2.3 Een klaagschrift moet voldoen aan een aantal krachtens de wet gestelde eisen. Omdat het
klaagschrift niet aan die eisen voldoet, heeft de secretaris van het college de indiener van de
klacht bij brief van 31 juli 2025 eerst gevraagd om een aantal vragen te beantwoorden. Deze vragen
zagen op het kenbaar maken van wie de indiener is van de klacht (klager op persoonlijke titel of de
Stichting E namens wie klager zegt op te treden) en op het toesturen van uitdraaien van
websitepagina’s van de in het klaagschrift genoemde hyperlinks en filmpjes. Klager heeft in zijn
klaagschrift namelijk door middel van hyperlinks verwezen naar verschillende websites en filmpjes
(van Instagram en TikTok) om zijn klacht te onderbouwen. De filmpjes zijn niet bij het klaagschrift
gevoegd (bijvoorbeeld op een gegevensdrager) en het college kan de URL’s van de hyperlinks niet
achterhalen omdat klager deze niet in het klaagschrift heeft opgenomen. De tuchtrechtprocedure
verloopt niet digitaal maar schriftelijk, dus het college kan ook niet op de hyperlinks ‘klikken’.
De klacht gaat over uitspraken die op genoemde websites staan of in genoemde filmpjes te horen
zijn. Door de filmbestanden, URL’s of geprinte versie van de websites niet bij te voegen kan het
college de uitspraken niet beoordelen.

2.4 Klager is na 31 juli 2025 nog meerdere keren opnieuw in de gelegenheid gesteld om de vragen
te beantwoorden en om de ontbrekende websitepagina’s toe te sturen. Na zijn bericht van 17 oktober
2025, waarin hij wegens ziekte om uitstel verzocht, heeft klager telefonisch toegelicht dat hij
niet weet wanneer zijn gezondheid hem weer zou toestaan om de klacht aan te vullen. Klager heeft
vervolgens in het geheel niet meer gereageerd, nadat hem op 28 oktober 2025 nog zes weken nader
uitstel was verleend. De integrale onderbouwing van de klacht ontbreekt hierdoor nog steeds.
Daarmee is de klacht onvolledig.

2.5 Doordat de klacht onvolledig is gebleven voldoet deze niet aan de wettelijke vereisten. Daarom
is klager kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.

2.6 De voorzitter maakt klager erop attent dat hij alsnog een klacht bij het college kan indienen
als de klacht volledig is.

3. De beslissing

Klager is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.

Deze beslissing is gegeven op 15 januari 2026 door G.F.H. Lycklama à Nijeholt, voorzitter,
bijgestaan door T.C. Brand, secretaris.